Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Hoofdstuk 3

Economisch Bekeken H3 vmbo kgt klas 2
by

M. Topal

on 27 October 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hoofdstuk 3

Klas 2 vmbo kgt Hoofdstuk 3 De winkel in Leerdoelen - Je leert de onderdelen van de marketingmix en kan deze toepassen.
- Je leert de begrippen omzet, inkoopwaarde, brutowinst, bedrijfskosten en nettowinst of verlies kennen en je kunt de brutowinst en nettowinst of verlies uit te rekenen van een bedrijf.
- Je leert rekenen met procenten.
- Je leert wat arbeidsproductiviteit is en hoe je de arbeidsproductiviteit kunt uitrekenen.
- Je leert wat toegevoegde waarde is en kunt het uitrekenen. 1. Marketingmix Door een goede marketing stijgt de verkoop. 2. Winst of verlies uitrekenen Omzet
Inkoopwaarde v/d omzet 3. Een deel van een getal uitdrukken in procenten Gemaakt door: M. Topal Elke winkelier houdt rekening met zijn klanten bij:
- plaatsbeleid
- productbeleid
- prijsbeleid
- promotiebeleid Deze vier p's vormen samen de marketingmix van de winkelier. Brutowinst / Brutoverlies
Bedrijfskosten Nettowinst / Nettoverlies - - De nettowinst is voor de eigenaar van het bedrijf Voorbeeld Johan heeft een eigen bedrijf. Hij verkoopt fietsen en fietsonderdelen.

De volgende gegevens zijn bekend over het afgelopen jaar:

De omzet is € 150.000.- De inkoopwaarde is € 110.000,- en de bedrijfskosten zijn
€ 50.000,- .

Bereken de brutowinst en de nettowinst en/of verlies in euro's. Uitwerking Omzet
Inkoopwaarde
Brutowinst
Bedrijfskosten
Verlies 150.000
110.000
40.000
50.000
-10.000 De brutowinst is € 40.000,- en het verlies is € 10.000,- - - Voorbeeld Kies bij het beantwoorden van de volgende vragen uit de marketingmix. 1. De winkelier verkoopt alleen biologische producten.
2. Deze winkel is in het stadscentrum van Hilversum.
3. Er hangt een reclameposter over biologische producten in de winkel.
4. De winkelier verkoopt bepaalde biologische producten met korting. Uitwerking 1. productbeleid
2. plaatsbeleid
3. promotiebeleid
4. prijsbeleid Voorbeeld Esther heeft een eetcafe. Zij heeft een jaaromzet van € 250.000.- De inkoopwaarde van de omzet is € 150.000,- Druk de inkoopwaarde uit in procenten van de omzet. Uitwerking 150.000 : 250.000 x 100% = Inkoopwaarde : omzet x 100% 60% Dit betekent dat 60% van de omzet bestaat uit de inkoopwaarde. Bedrijfsgegevens kun je uitdrukken in procenten van de omzet. Een bedrijf kan beter of slechter presteren dan concurrerende bedrijven. 4. Berekenen van groei of krimp in procenten Voorbeeld Uitwerking De groei van de omzet druk je als volgt uit in procenten:

1. Bereken de stijging van de omzet.
2. Deel de omzetstijging door de oude omzet.
3. Vermenigvuldig de uitkomst met honderd procent. De inkoopwaarde druk je als volgt uit in procenten van de omzet:

1. Deel de inkoopwaarde door de omzet.
2. Vermenigvuldig de uitkomst met 100 procent.
Je mag in de berekening inkoopwaarde vervangen door brutowinst, bedrijfskosten of nettowinst. Bedrijfsgegevens kun je uitdrukken in procenten van de omzet. Een bedrijf kan beter of slechter presteren dan concurrerende bedrijven. De omzet van het cafe van Esther was vorig jaar € 250.000,- en is dit jaar € 265.000,-.

Bereken met hoeveel procent haar omzet is gegroeid. Stap 1.
265.000 - 250.000 = 15.000

Stap 2.
15.000 : 250.000 x 100% = 6%

nieuw - oud
oud x 100% Of via de formule: Dit betekent dat de omzet met 6% is gestegen. 5. Berekenen van de arbeidsproductiviteit Bedrijven willen een hoge arbeidsproductiviteit. Je berekent de arbeidsproductiviteit per arbeidsuur als volgt: 1. Tel de productie in een periode
2. Tel het aantal arbeidsuren in deze periode
3. Deel de productie door het aantal arbeidsuren. 6. Berekenen van de toegevoegde waarde Je berekent de toegevoegde waarde dus als volgt: De toegevoegde waarde ontstaat door de productie van bedrijven. Is het verschil tussen de verkoopopbrengst en de benodigde inkopen. Verkoopopbrengst - Benodigde inkopen
Full transcript