Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

H5 Werken voor de winst

No description
by

Danielle van den Brand

on 5 February 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of H5 Werken voor de winst

H5 Werken voor de winst
Paragraaf 1 De patatkraam
PRODUCTIE
FORMEEL
INFORMEEL
Produceren in de formele sector gebeurt tegen betaling en wordt geregistreerd
- door bedrijven
- door de overheid
Produceren in de informele sector gebeurt:
- vooral in gezinnen
- zonder betaling
- met betaling, maar dan niet geregistreerd
(zwart werken)
formele + informele sector samen =
productie in ruime zin
formele sector =
productie in enge zin
Productie kan plaatsvinden in de formele - en informele sector.

Bij de productie zijn 3 productie-factoren nodig:
Natuur
(grond, zonlicht, regenwater, bomen)
Arbeid
(werk van mensen)
Kapitaalgoederen
(machines en gereedschappen)
Een aardappelboer heeft een stuk land in Baarlo,
hij gebruikt de productiefactoren natuur, arbeid en kapitaalgoederen.
stuk grond regenwater zonlicht
NATUUR
werk van mensen
ARBEID
Traktor Sorteermachine
KAPITAALGOEDEREN
Paragraaf 2 De timmerfabriek
De natuur levert voor de productie:
de benodigde grondstoffen
de benodigde ruimte

Ondernemers willen een gunstige
vestigingsplaats
voor hun bedrijf.

Tot de kapitaalgoederen van een bedrijf horen:
de voorraad grondstoffen en voorraad eindproducten
het gebouw
de machines en gereedschappen

De productie kan
kapitaalintensief
of
arbeidsintensief
zijn.
Kapitaalintensieve productie
=

Wanneer er geproduceerd wordt met veel kapitaalgoederen in verhouding tot arbeid.

Veel kapitaalgoederen, weinig arbeid.
Arbeidsintensieve productie
=

Wanneer er geproduceerd wordt met veel arbeid in verhouding tot kapitaalgoederen.

Veel arbeid, weinig kapitaalgoederen.
Paragraaf 3 De kaasspeciaalzaak
veehouderij
zuivelfabriek
kaashandel
kaasspeciaal-
zaak
consument
Het bedrijfsleven kun je indelen in:
- bedrijfstakken
- bedrijfskolommen

Een
bedrijfskolom
zijn alle bedrijven die betrokken zijn van de productie van één product. Elk bedrijf uit de bedrijfskolom voegt waarde toe aan het product.

Toegevoegde waarde
is het verschil tussen inkoop- en verkoopprijs.

Een
bedrijfstak
is een groep bedrijven die dezelfde rol vervullen in het productieproces. Bijvoorbeeld -> bakker, slager en kaasspeciaalzaak horen samen tot een bedrijfstak.



Paragraaf 4 De schoenenwinkel
Paragraaf 5 De Kledingboetiek
Paragraaf 6 De computershop
Paragraaf 7 Het scooterhuis
Een winkelier ontvangt voor zijn producten de verkoopprijs inclusief btw (de winkelprijs). De winkelier draagt de ontvangen btw af aan de belastingdienst en houdt de verkoopprijs exclusief btw voor zichzelf.
Winkelprijs (inclusief
btw) € 1,21
€ 1 omzet voor
de winkel
ontvangen btw € 0,21
naar belastingdienst
www.studioeconmie.nl
De afzet is het aantal verkochte producten. Met de afzet en de verkoopprijs (exclusief btw) kun je de omzet (opbrengst) berekenen.
omzet
inkoopwaarde -


bruto-winst
bedrijfskosten -
netto-winst
Je hebt een eigen winkel. Je verkoopt 20 tablets op een dag voor €130 per stuk.
Omzet = afzet x verkoopprijs
20 x € 130 = omzet = € 2600
Brutowinst = omzet - inkoopwaarde
De inkoopprijs van de tablets is €35 per stuk.
inkoopwaarde = €35 x 20 = €700
brutowinst = €2600 - €700 = €1900
De bedrijfskosten zijn €750,-
netto-winst = bruto-winst - bedrijfskosten
€1900 - €750 = € 1150
Alle berekeningen van winst zijn
exclusief
btw!
Door de omzet te verminderen met de inkoopwaarde (prijs van de inkopen)
bereken je de bruto-winst.
In de boekhouding van een winkelier staan gegevens over de:
omzet
inkoopwaarde van de verkopen
bruto-winst
bedrijfskosten
netto-winst (of verlies)

Afschrijvingskosten = de waarde-
vermindering van duurzame goederen

afschrijvingskosten =



tot de bedrijfskosten behoren onder meer:

huisvestingskosten
loonkosten
verkoopkosten
schoonmaakkosten
afschrijvingskosten
vaste
kosten
variabele
kosten
aanschafprijs - restwaarde
gebruiksduur
De omzet is de optelsom van inkoopwaarde en brutowinst. De brutowinst is de optelsom van bedrijfskosten en nettowinst.

Een winkelier berekent de verkoopprijs van een artikel door de inkoopprijs van dat artikel met een bedrag te verhogen. Dat bedrag is de
brutowinstmarge
in geld.

brutowinstmarge =

brutowinst
inkoopwaarde
x 100%
Een winkelier legt een brutowinstmarge van 40% op zijn artikelen. Hij koopt een artikel in voor
€ 4,50
.

De btw op dit artikel is 21%. Wat is de verkoopprijs inclusief btw?
omzet
inkoopwaarde -
brutowinst
bedrijfskosten -
nettowinst
brutowinst = 4,50 : 100 * 40 =
€ 1,80
€ 1,80
€ 4,50
?
? = omzet = 1,80 + 4,50 =
€ 6,30
verkoopprijs exclusief btw is € 6,30
6,30 x 1,21 = € 7,62
verkoopprijs inclusief btw is € 7,62
De nettowinst kan stijgen door:
hogere verkoopprijzen
lagere inkoopprijzen
succesvolle promotie
besparingen op de bedrijfskosten

Besparingen op de bedrijfskosten zijn mogelijk op bijvoorbeeld:
de loonkosten
de verkoopkosten

De nettowinst zal dalen als:
een hogere verkoopprijs leidt tot een lagere verkoopopbrengst
er wordt bezuinigd op loonkosten die noodzakelijk zijn voor een goede productie
de kosten van promotie hoger zijn dan de extra omzet door deze promotie
Full transcript