Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Literair Landschap

No description
by

erik voncken

on 9 June 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Literair Landschap

1. Een literair tijdschrift vraagt jou om drie gedichten te schrijven die alle drie jouw boek als uitgangspunt hebben.
De schrijver
De marketingmedewerker
6. Je hebt de opdracht gekregen een marketingcampagne op te zetten om het boek onder de aandacht te brengen
De salesmanager
7. Je gaat een aantal boeken onder de aandacht brengen bij de boekenverkopers
De redacteur
4. Je hebt het boek gelezen en schudt van 'nee'. Hier had meer in gezeten.
Beroepsgerelateerde fictieopdrachten
Literair Landschap
Inhoud van opdracht
Hiernaast komen zes beroepen aan bod die alle iets toevoegen aan de productie, kwaliteit en verkoop van boeken:
- de schrijver
- de redacteur
- de marketingmedewerker
- de salesmanager
- de boekenverkoper
- de journalist

Onder elk beroep vallen verschillende opdrachten. Daarvan kies jij er drie, elk van een ander beroep. Vaak je keuzevrijheid in hoe je jouw opdracht maakt.
Lees de uitleg van je opdracht goed. Bij de beoordeling wordt altijd veel waarde gehecht aan hoe goed jij je keuzes
uitlegt
, omdat jouw uitleg duidelijk maakt hoe goed je over je beslissingen hebt nagedacht.
De boekenverkoper
De journalist
Je schrijft een sonnet, een haiku en een vrij vers. De regels voor deze gedichten vind je links van deze slide.
Zorg ervoor dat de sfeer van het boek in de gedichten terugkomt. Maak verwijzingen naar de spanning tussen de personages, de ruimte waarin het boek zich afspeelt en de afloop. Schrijf eventueel een gedicht vanuit het perspectief van een onbeduidend personage uit het boek.
2. De redacteur is niet tevreden met het einde van het boek en vraagt jou het laatste hoofdstuk te herschrijven
Herschrijf het laatste hoofdstuk van het boek. Zorg ervoor dat het verhaal spannender, mooier, vreemder of vrolijker eindigt. Denk na over hoe een karaktereigenschap van een van de personages invloed heeft op de wending. Gebruik maximaal 400 woorden.
3. Een beroemde regisseur vindt jouw boek geweldig en wil het verhaal bewerken voor een science-fictionfilm die zich afspeelt op een andere planeet
Aan jou de opdracht om het verhaal te bewerken.
- Werk het verhaal uit je boek om tot een situatie in de ruimte. Het jaar is 3001.
- Houd de hoofdstukstructuur van het boek aan en beschrijf wat er in elk hoofdstuk gebeurt.
- Geef steeds aanwijzingen over de plekken waar de hoofdstukken zich afspelen.
- Denk na over hoe de personages eruitzien.
- Benoem per hoofdstuk de sfeer
- Doe suggesties voor de filmmuziek.
- Gebruik maximaal 500 woorden.
- Je mag afbeeldingen van het internet gebruiken ter ondersteuning van je ideeën.
Doe de schrijver van het boek drie suggesties die van het boek een beter boek zouden maken. Leg die suggesties in heldere bewoordingen uit. Denk na over de volgende aspecten:
tijd (hoe is de volgorde van de gebeurtenissen? Had hier meer in gezeten? En hoeveel tijd verstrijkt er in het verhaal: te veel, te weinig of precies genoeg?)
ruimte (misschien had het verhaal zich ergens anders moeten afspelen...? Doe een suggestie voor een betere plek en leg uit welk effect die andere plek op het verhaal kan hebben.)
personages (misschien was het leuker geweest als een van de personages een extra karaktertrek had gehad? Leg uit wat de invloed van die karaktertrek is op het verhaal.)
spanning (zit er genoeg spanning in het verhaal? Zo nee, wat zou die spanning kunnen verhogen?)
opbouw (is de hoofdstukindeling van het verhaal in de haak? Wat zou je hieraan kunnen veranderen?)
thema (misschien zou het verhaal een ander thema moeten hebben. Misschien gaat het wel over liefde, maar zou het eigenlijk over vriendschap moeten gaan.)
schrijfstijl (hoe is het verhaal geschreven? Is het misschien te saai of juist te populair? En wat vind je van het woordgebruik?
5. Je bent dolenthousiast en wil je directeur over-tuigen: dit moéten we publiceren!
Maak een posterpresentatie of powerpoint/prezi waarin jij aan de directie van jouw uitgeverij uitlegt waarom dit boek een geweldig boek is. Op die poster komen de volgende zaken aan bod:
Schrijf een korte tekst over het boek die op de achterflap zou kunnen. Daarin geef je kort aan welke thema's het boek aanraakt en geef je een korte samenvatting van de gebeurtenissen in het boek. Uiteraard verklap je het eind nog niet!
Wat maakt dit boek zo goed: spanning, emotie, personages, stijl? Leg uit en verwijs naar het boek
Voor welke doelgroep is het boek geschikt? Licht toe d.m.v. een citaat uit het boek
Welke sfeer heeft het verhaal? Zoek op internet naar afbeeldingen die deze sfeer weergeven.
Aan welke actuele thema;s raakt het verhaal? Leg uit
Wie is de auteur? Introduceer hem even.
Bedenk een plan met acties die jij zou ondernemen als jij het door jou gelezen boek moest promoten. Dat plan presenteer je middels een poster, powerpoint, prezi of website.
Denk eerst na over de doelgroep van het boek en hoe je die doelgroep het beste benadert. Vervolgens kom je met concrete acties. Denk daarbij aan tv-programma's, kranten, tijdschriften, social media, reclamestunts in de stad, extra flaps om het boek heen, winacties etc. (Of misschien heb jij nog veel betere ideeën.)
Leg bij elke actie uit waarom jij denkt dat die actie aansluit bij het boek én het publiek. Wees ook zo concreet mogelijk. Zo bijvoorbeeld: 'Diepte-interview in het tijdschrift Linda over de achtergrond van de schrijver.'
Je gaat een brochure schrijven waarin je vijf boeken onder de aandacht brengt. Je gaat in je klas navraag doen bij anderen over hun boek en uit die boekenkeuzes kies je er drie. De boeken moeten bij elkaar in de buurt zitten wat betreft één van de volgende aspecten:
- thematiek (ze gaan bijvoorbeeld allemaal over vriendschap)
- doelgroep
- sfeer
Je schrijft over elk boek een heel kort stukje (waar gaat het over, wie is de schrijver, wat is de doelgroep) en informeert de boekenverkopers waarom het boek een succes zou zijn in de verkoop
9. Duo-opdracht: het interview. (Doe deze opdracht samen met iemand die hetzelfde boek heeft gelezen)
8. Je moet weer boeken inkopen voor in de winkel. Keuzes, keuzes...
Je gaat een inkooplijst maken van de boeken die jij in je winkel wilt hebben. Presenteer die lijst in een powerpoint. Doorloop de volgende stappen:
1. Kies een Utrechtse boekwinkel. Bepaal aan de hand van onderstaand kaartje welke winkel de jouwe is. Elke winkel heeft zijn eigen eigenschappen: gelegen in een drukke of juist rustige buurt, verkoopt alleen bestsellers of juist de meesterwerken voor de liefhebber, heeft veel winkelruimte of juist niet.
2. Je moet in totaal 200 boeken inkopen. Die 200 boeken mag je verspreiden over minimaal 3 en maximaal 12 titels. Je hebt de keuze uit de boeken die je klasgenoten hebben gelezen. Win info bij hen in over de eigenschappen van het boek: makkelijk of moeilijk, sfeervol of saai. Zorg ervoor dat jouw boekenkeuzes en aantallen aansluiten bij de eigenschappen van jouw boekwinkel.
3. Motiveer je keuzes. Geef bij elk boek kort een uitleg waarom je het gekozen hebt (Wat maakt het een goed boek? Wie spreekt het aan? Is het een bestseller of voor fijnproevers?) en waarom je bijvoorbeeld voor 30 exemplaren koos ipv. 80.
Jullie gaan samen een interview schrijven met de schrijver. Geef aan voor welk(e) krant of tijdschrift het interview zal zijn. Bepaal wie de journalist is en wie de schrijver. De journalist gaat vragen bedenken die de schrijver zal beantwoorden. Doorloop de volgende stappen:

Journalist: bedenk 10 vragen die zowel over het boek zelf gaan (personages, thema, sfeer, de boodschap) als over de context ervan: het schrijfproces, waar de schrijver zijn/haar inspiratie vandaan haalde etc. Motiveer kort elke vraag.
Schrijver: geef antwoord op de vragen van de journalist. De verhaalgebonden vragen beantwoord je naar eigen inzicht en met diepgang, de vragen over context, het schrijfproces e.d. beantwoord je met wat fantasie.

Het volledige interview telt uiteindelijk maximaal 600 woorden. Zorg voor een leuke titel (citaat uit het interview) en een korte inleiding. Vermijd teksten als 'Wij moesten elkaar interviewen.' Het moet echt in een tijdschrift passen:
'Voor
Komt een vrouw bij de dokter
publiceerde hij nog niets, maar Kluun weet blijkbaar hoe je een bestseller schrijft. Ik spreek hem in een Amsterdams café over verlies én succes.'
10. Voor de boekenrubriek 'Top 5' schrijf je vijf korte recensies
Je gaat in je klas op zoek naar de vijf leukste boeken. Vervolgens weid je aan elk boek een stukje van maximaal 80 woorden. (Dat is weinig!) In die stukjes komt kort iets langs over het thema van het boek en de gebeurtenissen. Uiteraard maak je duidelijk waarom dat boek in je top 5 staat.
Bepaal ook voor welk tijdschrift jij je top 5 hebt samengesteld. Jouw top 5 moet namelijk aansluiten bij een bepaalde doelgroep.
Je mag je vijf stukjes presenteren in een word-bestand, maar misschien is een website of powerpoint/prezi wel veel leuker. Zorg ook voor beeldmateriaal.
Het sonnet is een dichtvorm met specifieke regels. De grondlegger was Francesco Petrarca, een nogal verliefde Italiaan die leefde in de veertiende eeuw. Hij schreef hele dichtbundels vol over zijn Laura: over haar ivoren huid en roze wangetjes en nog meer van dat soort originele (ahum) observies. Omdat de beroemde William Shakespeare de regels van het sonnet later voor zichzelf aanpaste, noemen we de variant van Petrarca het Petrarcaanse sonnet.

Kenmerken van een sonnet:
- Sonnet bestaat uit 14 versregel
- Deze 14 versregels zijn zo verdeeld in het strofes: 4 – 4 – 3 – 3 (regels)
- Het sonnet moet rijmen: abba abba cdc dcd.
- Tussen de eerste 8 en laatste 6 versregels vindt er een wending/omslag plaats. Dat betekent dat de strekking van het verhaal verandert. Bijvoorbeeld van iets persoonlijks naar iets afstandelijks of positief naar negatief. Als het maar een duidelijk wending is.


Het sonnet
Voorbeeld van een sonnet

SLAK
Soms gaat hij met zijn huis, soms gaat hij naakt,
maar hoe dan ook, gestaag gaat hij naar voren.
Ik zie hoe hij op slijmerige sporen
toch altijd bij zijn einddoel weer geraakt.

Ik zie hem door de hosta-blaadren boren.
Ik zie dat slechts de nerf hem niet zo smaakt.
Ook afrikaantjes zijn soldaat gemaakt.
Zijn noeste arbeid kan mij niet bekoren.

O mens in deze oversnelle tijd
met uren die steeds sneller gaan verstrijken
met hartinfarct en overspannenheid,

je moet de slak toch beter gaan bekijken.
Dan zie je wat volstrekt geen twijfel lijdt:
elk doel kan men met slakkengang bereiken.
Ook in de middeleeuwen waren capuchons al vet cool
de Haiku
Wat is haiku? Een haiku is een Japanse dichtvorm, geschreven in drie regels. De eerste regel telt 5 lettergrepen, de tweede regel telt 7 lettergrepen en de derde regel telt weer 5 lettergrepen.

Van oorsprong gaat een haiku over de natuur. Een haiku laat iets zien wat je met je neus, ogen en/of oren kan waarnemen en waar je dieper over na kunt denken. Omdat het maar zo kort is, moet het wel erg krachtig worden. Geen ruimte voor onbelangrijke zaken dus!

Een voorbeeld van een (hele oude beroemde) haiku van Basho:

Ach oude vijver
Een kikkertje springt erin
Geluid van water
Het vrije vers
De naam zegt het al: een vrij vers kent geen regels. Je hebt de ruimte om te maken wat je wilt: met rijm, zonder rijm, met strofen (alinea's) of zonder. Toch stellen we wel een voorwaarde aan jouw gedicht: het moet uit minstens acht versregels bestaan.

Heb je behoefte aan meer houvast? Hieronder vind je een stappenplan.

Schrijf zoveel mogelijk woorden op die bij je opkomen als je denkt aan het onderwerp maak een keuze) (3 minuten)
2. Schrijf een stukje tekst die gaat over de oorlog of liefde. Je mag geen van de woorden gebruiken die je net hebt opgeschreven.
Onderstreep één zin uit het stukje tekst dat je net hebt geschreven.
Schrijf zoveel mogelijk woorden op die bij je opkomen als je denkt aan de kleur blauw of rood (maak een keuze) (3 minuten).
Onderstreep nu één woord uit de lijst die je net hebt opgeschreven over de kleur.
Schrijf nu een gedicht waarbij je de zin die je hebt onderstreept bij stap 3 beschrijft met het woord wat je hebt onderstreept bij stap 5.
Puzzel er nog wat aan zodat je tevreden bent. Het gedicht moet minimaal 5 dichtregels bevatten.

De theatermaker
Je boek blijkt geknipt te zijn voor een theaterproductie!
Kies de belangrijkste of interessantste passage uit je boek. Kies niet een te lange passage, want je gaat deze passage bewerken tot een theaterscène. Let daarbij op de volgende zaken:

- introduceer de scène met korte schets van de personages en de situatie waarin zij op dat moment verkeren. De acteurs/actrices moeten immers wel weten waarin zij zich gaan verplaatsen.
- Schrijf steeds de teksten van de verschillende personages volledig uit. Doe dat zo:
'Jan: Maar ik wil dichter zijn!
Duivel: Dichten is een hobby. Werk, dat is pas belangrijk.'
- Geef steeds simpele aanwijzingen over wat de personages intussen doen. Noteer deze aanwijzingen in cursieve letters. Zo:
Jan loopt naar het raam en gooit de typmachine met een krachtige zwaai naar buiten. Leunt dan op het kozijn en kijkt naar beneden.
- Stel bij jezelf steeds de vraag hoe jouw scène op basis van jouw aanwijzingen eruit zou zien. Houd rekening met de positie van het publiek.




11. Schrijf een theaterscène!
12. Ontwerp het decor voor het toneelstuk
Jouw boek blijkt erg geschikt voor een theatervoorstelling, maar de producenten zitten met de handen in het haar wat betreft het decor. Jouw opdracht: ontwerp het decor. Dat mag digitaal (illustratorprogramma's) of op papier. Denk daarbij na over de volgende zaken:
- Op welke locatie bevindt jouw toneel zich? Je kunt kiezen voor een klassiek theater, maar er zijn ook toneelvoorstellingen die zich op locatie afspelen: in het bos, op een industrieterrein, in een verlaten groeve. Je hebt hierin een keuze, maar zorg ervoor dat je je keuze motiveert!
- Jouw verhaal speelt zich misschien wel op meerdere plekken af. Hoe speel je daarop in met de achtergrond van je toneel
- Ga je te werk met losse decoronderdelen die bij de verschillende scènes kunnen worden geplaatst en weggehaald?
- Welke invloed heeft jouw ontwerp op de looplijnen op het podium? Werk je met verhogingen? Met verschillende ruimtes? Zo ja, waarom?
Zorg ervoor dat je alle keuzes die je maakt toelicht. Zorg voor korte stukjes uitleg bij alle onderdelen van je decorontwerp.
Ben je op zoek naar inspiratie? Bekijk de foto's links.
De grafisch ontwerper
13. De omslag van het boek kan wel wat mooier
De grafisch ontwerper die de eerste omslag ontwierp, heeft er een potje van gemaakt, dus is de uitgeverij op zoek naar een nieuw ontwerp. Aan jou de taak om er één te maken.
Maak een ontwerp voor een nieuwe boekomslag. Die omslag bestaat niet alleen uit de voorkant, maar ook de 'rug' en de achterzijde. Je moet daarom ook rekening houden met de volgende zaken:
- wat doe je met de achterkant? Ga je voor een afbeelding die vanaf de voorkant doorloopt naar achteren?
- welke kleuren gebruik je? Wat zeggen die over de sfeer van het boek?
- wat voor lettertype gebruik je? Waarom?
- wat doe je met de tekst die op de achterkant staat?
- vaak vind je op de achterzijde positieve citaten uit recensies. Voeg je die in? Welke opties zie je nog meer op andere boeken?
- sommige boeken hebben een extra flap (zie rechts) waarop extra informatie staat. Doe jij dat ook?

Wanneer je je boekomslag af hebt, scan hem dan in of maak een foto. Voeg vervolgens via paint (of een ander programma) informatieblokjes in waarop je je keuzes uitlegt.
De filmmaker
14. Voor de promotie van je boek moet hoognodig en trailer worden gemaakt
Je gaat een trailer maken die een goede promotie vormt voor jouw boek. Let op de volgende zaken:
- maak een filmpje dat maximaal 1.30 minuut duurt
- zorg ervoor dat er acteerwerk in je trailer zit. Speel bijvoorbeeld een spannende scène uit je boek na. Ronsel hiervoor je klasgenoten of vrienden
- denk goed na over de opbouw van je trailer. Hoe introduceer je je trailer? Waar sluit je mee af?
- Wat doe je met het geluid? Gebruik je muziek of achtergrondgeluiden (jungle, regen, onweer)?
- Gebruik je tekst die door het beeld loopt? Of een verteller?
- Brengt jouw filmpje de sfeer over van het boek? Hoe kan je daarvoor zorgen?
Full transcript