Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Eindproefwerk HV2

No description
by

Jasper Stringa

on 17 June 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Eindproefwerk HV2

Eindproefwerk HV2 - 1.3, 2.2, 3.1A, 4.1B, 4.3, 5.1, 6.1
Leerdoelen van het proefwerk
Oriëntatiekennis
Historische vaardigheden
Kennis van de paragrafen
Herhaling van de stof, handig voor volgend jaar -> examens
Tijdvakken en periodes
Vroegmoderne tijd (1500 - 1800)
5. Tijd van ontdekkers en hervormers - H1&H2
1500 - 1600

6. Tijd van regenten en vorsten - H3
1600 - 1700

7. Tijd van pruiken en revoluties - H4
1700 - 1800

Moderne tijd (1800 - heden)
8. Tijd van burgers en stoommachines - H5&H6
1800 - 1900
Historische vaardigheden
Feit en mening
- Zorg ervoor dat je goed het verschil kent tussen een feit (vaststaand gegeven) en een mening (wat iemand vindt). Je moet die twee zaken kunnen scheiden.
Continuïteit en discontinuïteit
- Wanneer een gebeurtenis past in een ontwikkeling die langer speelt, spreek je van continuïteit. Discontinuïteit betekent dat er een verandering was in een langdurige ontwikkeling.
Aanleiding en oorzaak
- Wat was de lont in het kruitvat en wat was het buskruit?
Paragraaf 1.3 - De kerkhervorming
In de middeleeuwen was iedereen in Europa katholiek.
Rond 1500 kwam er veel kritiek op de kerk en de geestelijkheid door verkoop van
aflaten
.
Duitse monnik Maarten Luther schrijft brief met 95 stellingen -> vast geloof in God het belangrijkst, iedereen zelf de Bijbel lezen, priesters overbodig, verering van heiligen niet goed.
1517, begin van de
Reformatie
of
kerkhervorming
.
Kerk valt uiteen in twee kampen: de rooms-
katholieken
en de
protestanten
.
Paragraaf 1.3 - De kerkhervorming
Na Luther komen er nog meer hervormers.
Belangrijkste van deze hervormers is Johannes Calvijn. Grondlegger van het
calvinisme
, dat nog verder ging dan het lutheranisme -> ieder mens heeft de plicht om God te dienen met een leven vol gebed, Bijbelstudie, matigheid en noeste arbeid.
Calvinisme wordt het belangrijkste geloof van de Nederlanders in de Nederlandse opstand.
Godsdienstoorlogen
in Europa: Franse burgeroorlog, Dertigjarige oorlog, Nederlandse opstand
Paragraaf 2.2 - De Europese expansie begint
Ontdekkingsreizen
: eerste Europeanen die hun angst overwonnen waren de Portugezen.
Probeerden rond Afrika te varen om op die manier in het rijke Oost-Azië te komen waar specerijen te halen zouden zijn. Zo begon de
Europese expansie
.
Spanjaarden proberen het via een westelijke route. Lukt niet, Amerika ligt in de weg.
Vasco da Gama (Portugees) slaagt er wel in een zeeweg naar Indië te bereiken.
Nederlanders gaan ook op ontdekkingsreis. Gevaarlijk, want overal lagen Portugese en Spaanse schepen op de loer. In 1596 komen ze aan in het huidige Indonesië.
Paragraaf 3.1A - Absolute vorsten
Lodewijk XIV, koning van Frankrijk op vierjarige leeftijd. De eerste jaren regeerden zijn moeder en zijn
ministers
namens hem. Vanaf 22 jaar leidt hij zelf de regering. Wordt de machtigste koning van Europa.
Absolutisme
-> regering waarbij de macht van de vorst door niets wordt beperkt. L'état c'est moi!
WERKBLAD
Paragraaf 4.1B - De verlichting
Filosofische stroming die voortkwam uit de wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen: de
verlichting
.
Optimistisch en
rationeel
denken.
Tolerantie van godsdienst (deïsme of zelfs atheïsme).
Mensenrechten: vrijheid, vrijheid van godsdienst en meningsuiting.
Paragraaf 4.3 - Revolutie in Frankrijk
Franse staatsuitgaven lopen tegen het einde van de 18e eeuw volledig uit de hand.
Bovendien was er grote ontevredenheid in het land. Voedselprijzen torenhoog door misoogsten en
indirecte belastingen
.
Koning Lodewijk XVI roep in 1788 voor het eerst in 175 jaar de Staten-Generaal bijeen. Adel, geestelijkheid en de derde stand zijn vertegenwoordigd. Loopt uit op rellen. 14 juli 1789 begint de
Franse Revolutie
met de bestorming van de Bastille.
Privileges van adel en geestelijkheid worden afgeschaft. Volk krijgt de
soevereiniteit
.
Frankrijk wordt een
constitutionele monarchie
. Einde van het absolutisme.
Paragraaf 4.3 (vervolg)
Franse Revolutie leidt tot internationale spanningen. In 1792 raakt Frankrijk in oorlog met Oostenrijk en Pruisen.
Nieuwe volksvertegenwoordiging, met
algemeen mannenkiesrecht
gekozen, schaft de monarchie af. De koning wordt ter dood veroordeeld en sterft in januari 1793 onder de
guillotine
.
Frankrijk raakt ook in oorlog met Groot-Brittannië, Nederland en Spanje.
Radicale
revolutionairen krijgen de overhand over de
gematigde
revolutionairen.
Robespierre aan de macht.
Schrikbewind
om de revolutie met
terreur
te redden.
In 1799 eindigt de Franse Revolutie met een
staatsgreep
van Napoleon.
Paragraaf 5.1 - Industriële revolutie
Landbouwrevolutie zorgt voor snelle
verstedelijking
(
urbanisatie
). Begint rond 1750 in Groot-Brittannië.
Industrie gaat snel groeien. Overal schieten fabrieken uit de grond. Veel arbeid beschikbaar. Grondstoffen uit de koloniën.
Samenleving verandert naar een
industriële samenleving
, waarin meer dan de helft van de bevolking in steden leeft.
Landbouwsector neemt af; industriesector en dienstensector nemen toe.
Onpersoonlijke relatie tussen
werknemer
en
werkgever
:
kapitalistische samenleving
.
Vervuiling van het
milieu
.
OPDRACHTBLAD
OPDRACHTBLAD
Overzicht soorten samenlevingen
Je moet het volgende overzicht kunnen beschrijven en verklaren aan de hand van voorbeelden:
Samenleving van jager-verzamelaars
Landbouwsamenleving
Landbouwstedelijke samenleving
Landbouwsamenleving
Landbouwstedelijke samenleving
Industriële samenleving
Informatiesamenleving
Paragraaf 6.1 - Europa na Napoleon
In de 19e eeuw groeide de liefde van Europeanen voor hun eigen volk of
natie
.
Nationalisme
zorgde voor grote tegenstellingen en conflicten in Europa.
Na 1815 vijf grote mogendheden in Europa: Groot-Brittannië, Rusland, Frankrijk, Oostenrijk en Pruisen.
Duitsers en Italianen zijn nog geen eigen staat, willen dat wel. Oostenrijk (Habsburgse rijk) en het Ottomaanse rijk waren
veelvolkerenstaten
.
Verlangen naar een
natiestaat
zorgt in al deze gebieden voor conflicten.
In 1870 ontstaat er oorlog tussen Pruisen en Frankrijk. Pruisen wint deze oorlog met groot vertoon van macht en roept in Versailles het Duitse keizerrijk uit.
Full transcript