Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Geschiedenis in Tijdvakken

Nieuwe Examen HAVO/VWO
by

Annemiek Lubbers

on 16 September 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Geschiedenis in Tijdvakken

De Geschiedenis in Tijdperken
Tijd van jagers en boeren
tot 3000 v. Chr. (Prehistorie)
1. De levenswijze van jagers-verzamelaars
2. Het ontstaan van de landbouw en landbouwsamenlevingen
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Tijd van Jagers en Boeren
Kenmerkende aspecten:
Tijd van Grieken en Romeinen
3000 v. Chr. - 500 na Chr. (Oudheid)
Tijd van Grieken en Romeinen
Kenmerkende aspecten:
1. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse staten.
2. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
3. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
4. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa
5. De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als eerste monotheïstische godsdiensten
Tijd van monniken en ridders
500 - 1000 (Vroege Middeleeuwen)
Tijd van monniken en ridders
Kenmerkende aspecten:
1. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
2. Het ontstaan en de verspreiding van de islam.
3. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
4. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
Tijd van steden en staten
1000-1500 (Hoge en Late Middeleeuwen)
Tijd van Steden en Staten
Kenmerkende aspecten:
1. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.
2. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
3. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.
4. De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.
5. Het begin van staatsvorming en centralisatie.
Tijd van ontdekkers en hervormers
1500 - 1600 (Renaissance)
Tijd van ontdekkers en hervormers
Kenmerkende aspecten:
1. Het begin van de Europese overzeese expansie.
2. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
3. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid.
4. De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.
Tijd van regenten en vorsten
1600 - 1700 (Gouden Eeuw)
Tijd van regenten en vorsten
Kenmerkende aspecten:
1. Het streven van vorsten naar absolute macht.
2. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.
3. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
4. De wetenschappelijke revolutie.
Tijd van pruiken en revoluties
1700 - 1800 (eeuw van de Verlichting)
Tijd van pruiken en revoluties
Kenmerkende aspecten:
1. Rationeel optimisme en 'verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
2. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
3. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
4. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
Tijd van burgers en stoommachines
1800 - 1900 (Industrialisatietijd)
Tijd van burgers en stoommachines
Kenmerkende aspecten:
1. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.
2. Discussies over de 'sociale kwestie'.
3. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
4. De opkomst van emacipatiebewegingen.
5. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.
6. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.
Tijd van de wereldoorlogen
1900 - 1950 (Eerste helft twintigste eeuw)
Tijd van de wereldoorlogen
Kenmerkende aspecten
1. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
2. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaal-socialisme.
3. De crisis van het wereldkapitalisme.
4. Het voeren van twee wereldoorlogen.
5. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.
6. De Duitse bezetting van Nederland.
7. Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogsvoering.
8. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.
Tijd van televisie en computer
Vanaf 1950 (Tweede helft twintigste eeuw)
Tijd van televisie en computer
Kenmerkende aspecten:
1. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
2. De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
3. De eenwording van Europa.
4. De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
5. De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.
Nieuwe examen Geschiedenis
Periodes in dit tijdvak:
Prehistorie
Steentijd/ Neo-
litische periode
de periode waarin door de mens alleen stenen/benen/houten instrumenten werd gemaakt
Bronstijd
de periode vanaf 4000 v. Chr. in Mesopotamië
Brons productie veronderstelt lange afstandshandel!
In Mesopotamië komen vanaf 3000 v. Chr. geschreven bronnen. Dat is het einde van de Prehistorie!
de periode waarin geen schriftelijke informatie over een gebied voor handen is.
De levenswijze van jagers-verzamelaars
Een nomadisch bestaan
- Leefden in groepen van 20 - 30 personen
- Veranderende verblijfplaats, zodra voedsel niet meer te vinden is
- Ruilhandel in ivoor, vuursteen en schelpen
De levenswijze van jagers-verzamelaars
Rolverdeling
De mannen gingen jagen en maakten gereedschappen.
De vrouwen verzamelden voedsel, maakte huiden schoon, hielden het vuur brandend en letten op de kinderen.
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Stap 1:
De jagers worden sedentair, want:
- Overvloed aan wild
- veiligheid (verdedigbare huizen)
- domesticatie zwijn en geit, later schaap en rund

Stap 2:
Neolithische revolutie (vanaf rond 9000 v. Chr)
- Agrarische samenlevingen in de vruchtbare halve maan
- Kennis over verbouwen graan, bonen en domesticatie verspreidt zich naar Noord-Afrika en Europa
Neolithische revolutie
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Gevolgen van de Neolithische Revolutie
- Bevolkingsgroei
- Het ontstaan van steeds grotere verschillen in bezit, rijkdom en macht
- Hiërarchie
- Arbeidsverdeling: bij een surplus aan voedsel kan een deel van de groep zich gaan specialiseren
- Landschap veranderde: mensen gingen de natuurlijke omgeving naar hun hand zetten.
West-Europa Neolithische boerenwoning
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Mesopotamië
- Ontstaat buiten de eerste boerendorpen (Vruchtbare Halve Maan)
- Ongunstige plek (veel overstromingen en kurkdroge zomers)
- Slibafzetting van de rivieren zorgde voor vruchtbare grond
- Irrigatiesystemen en dijken zorgden voor rijke oogsten
Soemeriërs
- Dorpen groeien uit tot steden (vanaf 3300 v. Chr.)
- Steden Uruk (havenstad) en Ur (koningsgraven)
- Meerdere beroepen
- Uitvindingen: Spijkerschrift, wiel, bier en brons
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Full transcript