Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Memo 2KGT - H2

No description
by

Wigcher Verstraete

on 11 December 2018

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Memo 2KGT - H2

2.7 Klaar voor de toets?
2.1 Oriëntatie
2.3 Leven in een industriestad.
2.4 De voorsprong van Europa.
2.5 Slavernij in Suriname.
2.6 (verdieping) De Nederlanden rond 1900.
Memo 2KGT - H2
De Industriële Revolutie
2.2 Van handwerk naar machine.
Dit hoofdstuk gaat over grote veranderingen na 1750. Die hadden alles te maken met de Industriële Revolutie, die in Engeland begon.

Na hoofdstuk 1 heb je vast een beeld bij een revolutie. Het woord betekent zoiets als; een grote, plotselinge omwenteling of verandering.

In dit tijdvak van onze geschiedenis, tijdvak 8, komen er fabrieken en verbetert het vervoer.
In Engeland zijn ze trots op hun uitvinders.
Arkwright, Stephenson en anderen bouwden spinmachines en stoomlocomotieven.
James Watt vond de stoommachine uit en berekende de kracht in pk.
Animatie stoomlocomotief (2:41)
Hoe werd Engeland tussen 1750 en 1850 een industriële samenleving?
De eerste fabrieken
Wij vinden ze normaal, maar fabrieken ontstonden pas na 1760. Grote werkplaatsen met veel arbeiders waren er daarvoor niet.
De mensen werkten in de landbouw of deden wat aan nijverheid thuis.
Deze huisnijverheid leverde genoeg op voor de verkoop in dorpen en steden. Maar een vetpot was het niet...
Door de groei van de bevolking, neemt ook de vraag nar producten toe. Katoen voelde prettiger aan dan wol en was goedkoop.
Maar de spinnewielen en weefgetouwen thuis konden de vraag niet aan.
Spin- en weefmachines waren het goede antwoord. Alleen pasten die niet in de kleine huisjes van de arbeiders.
Zet ze in de buurt van een snelstromende rivier in een grote hal en je hebt ruimte en aandrijving (waterkracht).
De industriële revolutie
Zo noemen we de grote veranderingen door de komst van fabrieken en machines.
Engeland veranderde totaal tussen 1750 en 1850. Langs rivieren en kolenmijnen kwamen fabrieken, overal rookten de schoorstenen.
Dorpen werden industriesteden.
Op het platteland was steeds minder te verdienen, men trok naar de stad.
Je kon kiezen; textiel-, ijzerindustrie, mijnbouw of fabrieken voor aardewerk.
De stoommachine mag zich met recht de grootste uitvinding van dit tijdvak noemen.
Wie hem bedacht in 1700 is niet helemaal duidelijk, James Watt verbeterde hem in ieder geval. Nu was hij bruikbaar voor werk in fabrieken en voor het voortdrijven van een locomotief!
Engeland had veel steenkool en ijzererts.
Ook dat zorgde voor een voorspoedig verloop van de industriële revolutie.
Mijnwerkers Limburg (1:40)
Gevolgen van de Industrialisatie
In een eeuw tijd veranderde Engeland van een landbouwsamenleving in een industriële samenleving.
Er komt een ander middel van bestaan.
Huisnijverheid en landbouw maken plaats voor productie in fabrieken.
Er zijn verhalen bekend van arbeiders die machines slopen omdat het hen werk kostte.
Maar de
industrialisatie
is niet meer te stoppen.
De oude landweggetjes konden de grote karren met grondstoffen en producten niet dragen. Betere verbindingen waren nodig en werden aangelegd.
7000 km kanaal werd gegraven, rails werd gelegd tot diep onder de grond in de mijnen.
Duizenden km spoor werden gerealiseerd. In 1825 reed de eerste stoomtrein. In Nederland 14 jaar later, in 1839.
Het bezit van geld (kapitaal) werd steeds belangrijker. Je kon immers kopen in plaats van zelf verbouwen! Ondernemers stopten hun geld in hun bedrijf, breidden uit en maakten daardoor nog meer winst. Dit principe heet het
kapitalisme
.
De Engelse regering gaf er alle ruimte voor.
Meer fabrieken = meer winst = groeiende economie = meer banen = werk voor iedereen.
Hoe veranderde het leven door de komst van fabrieken?
In het intro van 2.3 lees je hoe zwaar het leven van de arbeiders was in de 19e eeuw. Er was niet veel tijd voor hobby, gezin of sport.
Werk in de eerste fabrieken

De mensen trokken van het platteland naar de industriegebieden, op zoek naar werk.
Maar de levensomstandigheden waren bar slecht. Alles draaide om winst maken, daarom bleven de lonen laag en de werkdagen extreem lang.
Alle nadelen op een rijtje:
- zes dagen werken
- geen vakanties
- vrouwen en kinderen deden veel werk omdat....
- vrouwen en kinderen minder verdienden dan mannen.
- demonstreren leverde ontslag op, geen verbetering
- er gebeurden veel ongelukken, veiligheid kostte geld...
- luchtvervuiling en lawaaioverlast in de fabriek.
Wonen bij de fabriek

Door de toestroom van arbeiders groeiden de steden met industrie enorm. Arbeiderswijken lagen vlak bij de fabriek, openbaar vervoer was er niet. Spoorlijnen werden aangelegd voor goederentransport. niet voor personenvervoer. Pas na een jaar of 100 - 150 (!) kwamen er trams en bussen.
In de buurt van een fabriek wonen was niet fijn.
Vuile rook werd 24 uur per dag uitgebraakt, afval werd niet opgehaald, schoon drinkwater ontbrak, riolering was er niet. Mensen werden niet oud, ook door ziektes als cholera. Inentingen kreeg je pas na het eind van de 19e eeuw.
Na 1850 komen er vakbonden. Arbeiders gaan samenwerken om hun leefomstandigheden te verbeteren, vooral omdat de overheid dat niet doet.
De overheid vond dat eigenaren en arbeiders er samen maar uit moesten komen. Daardoor bleven kinderarbeid, lage lonen en lange werkdagen lang bestaan.

Een vakbond kon een staking organiseren en namens een heleboel arbeiders met fabrieksdirecteuren onderhandelen. Dat gaf de arbeiders iets meer invloed op hun levensomstandigheden.
Twee werelden

Verschil in rijkdom zorgde ook voor een verschil in leefomstandigheden. Er ontstonden rijke (buiten)wijken en arme arbeiderswijken. Rijke kinderen gingen naar school, arme kinderen naar de fabriek.
De middenklasse zat er net tussenin, vaak de wat hoger opgeleide (kantoor)medewerkers.
Nadat de overheid voor waterleiding en rring en inentingsprogramma's gaat zorgen, worden de enorme verschillen wat minder. Maar dat is pas bij aanvang van de 20ste eeuw...
Discussie over de
Sociale Kwestie. (1:56)
De Sociale Kwestie, Stemrecht en de Schoolstrijd. (5:25)
Waarom wilden de Europese landen in de
19e eeuw hun eigen wereldrijk stichten?
Van ontdekker naar veroveraar
Europese schippers reisden vaak jaren achter elkaar over de wereld, je hebt erover geleerd vorig jaar, tijdvak 5;
de tijd van ontdekkers en hervormers
.
Grote gebieden werden veroverd, Europeanen legde
plantages
aan in Noord- en Zuid-Amerika; grote landbouwbedrijven waar suiker, katoen of bijvoorbeeld koffie werd verbouwd door
slaven
.
Ook in Afrika en Azië kwamen de Europeanen. Maar, daar trokken ze niet landinwaarts. Er werden handelsposten langs de kust gebouwd, handelswaar (ook slaven) werd er ingekocht en er waren soldaten aanwezig.
Na 1870 wilden de Europese landen zoveel mogelijk land bezitten. Het aantal
kolonies
werd uitgebreid tot en zo groot mogelijk
imperium
. Het moest een wereldrijk worden!
Dat was nodig voor de eer en welvaart van het thuisland.
Modern imperialisme
, heet deze tijd van veroveringen tussen 1870 en 1914.
Weet jij waarom deze periode stopt bij 1914?
Gevolgen van het imperialisme

Engeland en Frankrijk kregen regelmatig ruzie over de verdeling van Afrika. En Duitsland bemoeide zich er ook nog eens tegenaan...
De spanningen in Europa liepen op.
Maar de veroveringen in Afrika gingen zó makkelijk, dat de blanke Europeanen zich superieur gingen voelen aan de zwarte inwoners van Afrika.
Ze voelden zich beter en dat leidde tot bijna niet uit te roeien
racisme
.
Soms kreeg dat racisme een christelijk sausje.
Onze beschaving (die uiteraard beter was in onze ogen) moest in Afrika ook uitgedragen worden, met het daarbij behorende geloof. Missionarissen gingen bij bosjes naar Afrika, Amerika en Azië om dat geloof te verkondigen.
Pluspunt van deze zendingsdrift was het stichten van scholen, kerken, ziekenhuizen en de aanleg van infrastructuur.
De (vele!) winst die werd gemaakt in de kolonies ging naar Europa. De plaatselijke bevolking profiteerde daar niet van mee.
De politieke heerschappij over Nederlands-Indië was in het begin van de negentiende eeuw van de Vereenigde Oostindische Compagnie overgegaan naar de Nederlandse regering. Om de winst te vergroten was het
cultuurstelsel
ingevoerd, een serie maatregelen die de planters in staat stelde waardevolle landbouwproducten te verbouwen, in plaats van alleen voedingsmiddelen zoals rijst. Daarbij werd een belastingstelsel ingevoerd waarvan de ambtenaren volgens een
commissiesysteem
werden beloond. De combinatie van deze twee maatregelen veroorzaakte een wijdverbreide
corruptie
, die resulteerde in
grote armoede en hongersnood onder de inheemse bevolking
. Dekker schreef Max Havelaar uit protest tegen deze koloniale maatregelen.
Multatuli (Eduard Douwes Dekker) schreef het boek
"Max Havelaar".
Nederlands-Indië

Dit was een grote kolonie van Nederland in Azië.
De VOC had er al handelsposten opgericht, onder andere op de Molukken en op Java.
Nederland breidde zijn gebied steeds verder uit. Met zware, bloedige gevechten werd eiland na eiland veroverd. Nederland won, onze wapens waren moderner en beter.
Indirect bestuur
werd de vorsten en leiders van het eilandenrijk geboden; ze mochten 'meeregeren', oftewel; orders uitvoeren.
(9:55)
De weinige Nederlanders die er waren, hadden politie en leger achter de hand en konden zo een rijk en lui leven leiden. De bestuurders werden door ambtenaren geholpen, vooral op het eiland Java.

Veel Indonesiërs denken niet met plezier aan de Nederlandse tijd terug. Nog steeds zijn er, die de overheid van Nederland verantwoordelijk houden voor de problemen die zij hebben (meegemaakt).
Ben jij het met ze eens?
Klokhuis - Indonesie (10:25)
Gijzeling en Treinkaping
1977 (2:53)
Tijdvak van Wereldoorlogen:
Politionele acties (3:42)
NTR: Nederland valt aan
(0:32)
Hoe belangrijk was de slavernij in de Nederlandse kolonies?
Op de Surinaamse plantages waren koffie en suikerriet de belangrijkste producten. Dag en nacht werd er gewerkt, winst maken was het enige dat telde.
Suriname en de Nederlandse Antillen
1637; De Antillen (ABC-eilanden komen in Nederlands bezit.
1667; Suriname wordt Nederlands bezit.
Dat gaf mogelijkheden tot handel in Amerika, ideaal voor de WIC, de West-Indische Compagnie.

WIC en
slavenhandel
(1:57)
Op suikerplantages is veel geld te verdienen. Koffie, cacao en katoen leveren ook veel geld op.
Koffie en thee wordt in Europa steeds meer gedronken, het liefst met (veel) suiker. De afzetmarkt lag dus in Europa.
Eerst werden de Indianen als slaven gebruikt, maar die bleken te zwak en niet bestand tegen de ziekten die de Europeanen meenamen naar Zuid-Amerika...
Als de Indianen ook nog in opstand komen, besluit de WIC om nieuwe slaven aan te voeren uit Afrika.
Slavenwerk op de plantages

225 000.
Dat is het aantal slaven dat naar Suriname en de Antillen werd vervoerd door de Nederlanders.
Landbouw op de plantages leek in niets op de landbouw in Europa. Enorme velden, vol met maar één product; katoen, koffie of suiker(riet).
Opzichters waren blank, de slaven deden al het zware werk.
Omdat winst het enige doel was, werden de Afrikanen als minderwaardige mensen gezien, enkel nodig voor de productie.
Afrikanen waren dom, lui, en gewelddadig (...) en dus minder dan blanken. Dit racisme leidde tot een onmenselijke en keiharde behandeling.
Weggelopen slaven kwamen voor de rechter (Paramaribo) en kregen vaak zweepslagen of andere pijnlijke straffen. Dat zou de andere slaven wel weerhouden van ontsnappen of opstand.
Toch kwam opstand veel voor. Ook vluchtten veel slaven het ondoordringbare oerwoud in en bouwden daar een nieuw leven op.
12 Years a Slave (2014) - Dutch Subtitles (2:46)
De opkomst van het abolitionisme
Pas aan het eind van de 18e eeuw komt er protest tegen de slavernij. De beweging die tegen slavernij is, noemen we het
abolitionisme
.
Vooral het uit elkaar halen van Afrikaanse gezinnen en de wrede behandeling van slaven is hen een doorn in het oog.
1807: Engeland is het eerst; het parlement verbied de slavenhandel. Nieuwe slaven komen er dus niet meer.
Omdat Engeland heerst op zee, zijn ze ook in staat om de schepen van andere landen met slaven tegen te houden.
1833; Totale afschaffing van de slavernij in alle Britse kolonies. Engeland als voorbeeld voor alle andere landen!
Het duurt in Nederland nog tot 1840 tot er een abolitionistische beweging opkomt. Toch komt er geen wet die de slavernij afschaft. De eigenaren van de slaven wilden een schadeloosstelling (!) en daar werden ze het niet over eens.
Het is 1863 wanneer de wet er komt; 35 000 slaven op de Antillen en in Suriname worden vrij mens.
De plantagehouders kregen wel een vergoeding, omdat ze hun bezit kwijtraakten.

Wat vind jij daarvan?
Nederland en de Slavernij: Handel in Slaven (Afl. 1) (15 min)
Nederland en de Slavernij: Slaven op de Plantages (Afl. 2) (15 min)
Welke vernieuwingen bracht de industrialisatie voor Nederlanders rond 1900?
In je werkboek ga je op zoek naar een antwoord op deze vragen;

1. Welke vernieuwingen kwamen er in de manier van
werken en vrije tijd?
2. Welke vernieuwingen kwamen er voor de veiligheid
op straat?

Niet alleen de trein, ook fietsers werden door de boeren gehaat. Ze brachten de koeien van slag met hun ratelende karretjes...
1890; de fiets met luchtbanden komt.
1903; Nederland telt 188 000 fietsen!
Dat is 1 per 25 inwoners.
1910: trams in Arnhem en omstreken.
Openbare straatverlichting.
1680; Den Haag heeft 33 straatlantaarns (op olie...)
1820; steenkoolgas-lantaarns
1900; 10 000 gaslantaarns, allemaal aangesloten op het gasnet...
Blz. 45 boek:
Wat moet je kennen en kunnen?
Beantwoord alle vragen voor jezelf.
Blz. 45/46:
Begrippen
Zorg dat je de definities kent.
blz. 47:
Tijdbalk
Zorg dat je de jaartallen en tijdvakken weet en zelf kunt invullen.
Laatste tip:
blader door het hoofdstuk en kijk of je alle afbeeldingen
begrijpt in hun context
!
*
*
*
*
*
Full transcript