Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Pijnmanagement bij de pasgeborene

Voor de neonatologie van het MUMC
by

Nathalie Charlier

on 4 October 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Pijnmanagement bij de pasgeborene

Verhoogde pijngevoeligheid

Hyperalgesia en chronische pijn

Neonatale homunculus
Pijnreacties
Pijnbeleving vereist geen pijnherinnering Door N.A.J.G. Charlier
MUMC Neonatologie Pijn Leerdoelen attitude
persoonlijke ervaringen
professionele ervaringen
kennis
continuïteit overdracht Welke factoren beïnvloeden de VK bij het observeren van pijn? zwangerschapsduur, postnatale leeftijd
mate van ziek zijn
medicatie
bewustzijnsniveau
omgevingsfactoren
NIDCAP zorg Welke factoren zijn van invloed op de pijnuiting en pijnbeleving bij de pasgeborene? Definities


Pathofysiologie


Pijn bij pasgeborenen tot helft van jaren 80


Maar...


Pijnperceptie van de preterme neonaat


Pijnreacties Pijn op korte termijn

op lange termijn Pijneffecten Doelen

Indicaties

Wanneer niet meten

Voorbereiding

Werkwijze

Interpretatie

Algoritme

Uitdagingen Comfort gedragschaal
pijninstrument Niet- farmacologisch |*| Farmacologisch Interventies empatisch
gevoelig voor de behoeftes van het kind Mc Caffery (1979) Pijn is wat de patient zegt dat het is en treedt op wanneer de patient zegt dat het optreedt.

VVKV (1979) Pijn is datgene dat het kind voelt en bestaat als dit verbaal en/of non-verbaal door hem wordt geuit of wanneer de ouder/verzorger en/of kinderverpleegkundige vanuit hun specifieke deskundigheid veronderstellen dat het kind pijn heeft.

IASP International Association for the Study of Pain (1991) Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband wordt gebracht met bestaande of dreigende weefselbeschadiging. Pijnprikkel - impuls door zenuwreceptoren - ruggenmerg - primaire sensorische schors waar het pijnimpuls vanuit de huid aankomt en je bewust word van pijn.

Uitgebreid primair gevoelscentrum, waar het huidgevoel (sensoriek) binnenkomt. (Zie sensorische homunculus)
De huid van vingers, gezicht en vooral mond, tong en neus nemen veel ruimte in van de schors. Die lichaamsdelen zijn daarom ook uiterst gevoelig. De hersenen kunnen de imput van pijnprikkels regelen. Dit gebeurd via zenuwbanen die de doorschakeling van pijn thv. het ruggenmerg remmen (poorttheorie). Bij (premature) pasgeborenen is dit systeem nog niet volledig ontwikkeld.

In de secondaire sensorische schors worden de prikkels geinterpreteerd en de informatie opgeslagen (geheugen) of verbonden met vroegere ervaringen.(plaatje schorsgebieden). Pijncommunicatie, pijnbesef en pijnherinnering ontstaan als de prikkel al eens is aangekomen in de sensorische schors geen aandacht voor pijn
moeilijk om pijn te meten bij pasgeborenen
terughoudend met opiaten vanwege angst voor ademhalingsdepressie
de pasgeborene, vooral de prematuur voelt, beseft en herinnert geen pijn pijnreceptoren?
pijnzenuwen niet gemyeliniseerd > trage geleiding
spino-corticale banen niet aangelegd, niet gemyeliniseerd
onrijpe schors dus geen pijnbesef en pijnherinnering pijnreceptoren

pijnzenuwen onvolledig gemyeliniseerd> trage geleiding echter
ruggenmergzenuwen aanwezig vanaf de 6e week
sensorische hersenschors aktief vanaf de 24e week rond mond vanaf 7e week
overal vanaf 20e week
hogere dichtheid dan volwassene
lagere pijndrempel bij prematuur kortere afstand
volwassen vezels ook slecht gemyeliniseerd lagere pijndrempel van de receptoren
hogere dichtheid van de receptoren
nog beperkte cortico-spinale controle > minder pijncontrole herhaalde pijn leidt tot
meer pijn
langer pijn

gewone prikkel wordt een pijnprikkel BESLUIT
pasgeborenen voelen wellicht meer pijn
ontwikkelen sneller hyperalgesie en chronische pijn
worden in de meest pijngevoelige zones gepijnigd
communiceren pijn a) comfortabele pasgeborene
a terme
normale spiertonus
gebogen houding met armen en benen in flexie tegen het lichaam
soepel bewegingspatroon
duidelijk te definieren slaap en waak patroon

stabiele lichaamstemperatuur
stabiele hartfrequentie
stabiele ademhaling
stabiele O2 verzadiging
stabiele gelijkmatige kleur
prematuur
hypotoon of normale spiertonus
uitgestrekte armen en benen tot 32 weken
plotselinge ongecoordineerde bewegingen ( neurologische onrijpheid)
weinig diepe slaap perioden, veel REM slaap



















b) Oncomfortabel en pijn

De reacties op pijn worden in 4 groepen gedeeld:
Motorische reacties

huilen;
jammeren, jengelen, kreunen, huilen, snikken, krijsen, schreeuwen
toonhoogte als mate van pijn, zwak huilen (P), duur van huilen

beweging;
maken van schokkende bewegingen (tremoren) P
diffuse vrijvende bewegingen P
strekken armen en benen P
spreiden van extremiteiten
krimpt in elkaar, samengetrokken ( beschermende houding)
plots wijd uitslaande bewegingen
aangedane lichaamsdeel terugtrekken
hand op gezicht of voor ogen plaatsen
















gezichtsuitdrukking
grimas op gezicht
samengeknepen ogen
frons voorhoofd en wenkbrauwen
verdieping neus-mond groeve
getuite lippen
trillen van de kin
bezorgde, paniekerige blik
gapen

spierspanning
gebalde vuisten
gekromde tenen
spreiden vingers
spreiden tenen
verdikte tong of ligt tegen de lippen aan
hypertonie van romp en extremiteiten




















Bewustzijnstoestand
onrustige, oppervlakkige slaap, wordt gemakkelijk wakker
abrupte overgang tussen waak en slaapstadia
geprikkeld
starende blik met verwijde pupillen (zieke kinderen)
hyperalert ogen wijd open






















Fysiologische reacties
stijging van de hartfrequentie
daling van de hartfrequentie (P)
stijging van de systolische bloeddruk
daling van de bloeddruk (P)
stijging van de intracraniele druk
stijgen of dalen van ademhalingsfrequentie
irregulaire/ oppervlakkige ademhaling
apnoe (P)
dalen van de saturatie
kleur wisselt; bleek, gemarmerd,cyanotisch,rood
(duidelijk/subtiel)
transpiratie handpalmen (AT)
voedingsretentie
spugen
persen
ontlasting produceren


















hormonale reacties
hyperglycemie
productie stresshormonen;
adrenaline
noradrenaline
cortisol
insuline
metabole afbraakproductie oa. lactaat Probleemgroepen bij pijnmetingen

Kinderen met ernstige neurologische beschadiging
IVH > motorische onrust
asfyxie > door onderkoeling vertraging metabolisme

Kinderen met aangeboren gezichtsafwijkingen

Premature kinderen > onrijpheid van bewegingspatroon

Ernstig zieke kinderen (NEC)
Zieke kinderen en prematuren reageren minder sterk
en hebben een vertraagde reactie.
Een stil, bewegingsloos, niet huilend kind kan toch
pijn hebben!
Huilen kost energie!
Hoe reageren deze kinderen tijdens de verzorging? pijn en stress leiden tot verhoogde morbiditeit en mortaliteit
langere IC opname
afvallen
verminderde afweer en daardoor een verhoogde kans op infecties pijn en stress hebben invloed op het gedrag op latere leeftijd
angststoornissen
overmatige gevoeligheid voor pijn meten van discomfort en/of pijn bij non verbale kinderen
koppeling aan een verpleegkundig/medisch pijnbehandeling (in/bijstellen)
toetsen van effectiviteit van pijnmedicatie verdenking pijn of discomfort
na opbouwen en afbouwen analgetica
postoperatief
geboortetrauma bv. vacuumextractie
fracturen
wondverzorging
kinderen aan de beademing of respiratoire ondersteuning
ernstig zieke kinderen
kinderen met congenitale afwijkingen
kinderen met huid en aangezichtsafwijkingen
kinderen met hartafwijking Bij acute procedures
NADRUK op
optimaal uitvoeren van de handeling
verminderen van pijn en onrust
Slapende kinderen
Extreem gesedeerde kinderen
Gebruik spierverslappers
(altijd aangevuld met sedatie en analgetica) Bepaal of het moment geschikt is
Scoreformulier
Datum, tijd en naam verpleegkundige invullen
Sticker patient plakken
Medicatie
sedatie
analgetica
fenobarbital.....
Behandeling,
bv soort beademing
Toestand kind,
bv. IVH, NEC.,
redenen om aan pijn of onrust te denken..
Soort meting,
bv. controle na afbouwen fentanyl
postoperatief Goed zicht hebben op het hele kind
Stel de klok in op 2 minuten
Neem de tijd om 2 minuten te observeren
Inschatten van de respons op stimulatie uit de omgeving, gedrag,
beweging, gezichtsexpressie, lichaamshouding en als laatste
Inschatten van de spierspanning op basis van kijken en ZN. voelen
Houding van het kind observeren
Spierspanning
gebalde vuistjes
tenen...
Schatten van de spierspanning obv. eerdere aanrakingen met het kind










Bij voelen snel en langzaam buigen en strekken van een extremiteit die niet verbonden is aan instrumenten
De 6 verschillende onderwerpen invullen en optellen
Beademde kinderen geen huilen scoren maar ademhalingsreactie
Onderaan het formulier de NRS = numerieke rating schaal invullen op inschatting van pijn en onrust.
Deze schaal verwerkt de kennis van de VK over de achtergrond van het kind.
Weeg ook alle omgevingsfactoren mee
De pijn is betrouwbaarder te scoren naarmate men het kind beter kent of al
langer verzorgd heeft.
0 = geen pijn, geen onrust
10 = ergste pijn, ergste onrust < 37 wk : score >14 en NRS > 4 = pijn
> 37 wk : score >17 en NRS > 4 = pijn stroomdiagram voor verpleegkundig handelen bij acute pijn structureel gebruik van de comfortneo schaal
aandacht voor pijnscores gedurende de visite
gebruik van niet-farmacologische interventies stimuleren
uitgeschreven analgeticumvoorschrift? Niet Farmacologisch VOOR een externe pijnlijke procedure

probeer zm. het slaapritme te respecteren

slapend kind voorzichtig wakker maken

minst naar meest: bij prematuren lange periode extra gevoeligheid
voor stress na pijnlijke prikkel

vermijden van clusteren van zorg rondom pijnlijke handelingen

bij een pijnlijk kind nieuwe handeling uitstellen tot tekenen
verdwijnen

beperk onnodige handelingen voorafgaand aan pijnlijke handelingen
ogen beschermen voor het licht

2 min. voor de handeling BV/sucrose toedienen met een speentje

zm. 2 mensen, 1 voert de handeling uit, 2 ondersteunt, fixeert en
troost

troosten door speen aan te bieden en praten

aangepaste comfortabele houding geven
in snuggel
benen in flexie tegen buik
armen in flexie
handjes bij mond
foetale houding

wanneer je alleen bent
fixeren in snuggel
zn. inbakeren Voor Tijdens Na TIJDENS een pijnlijke procedure

vasthouden

optimaal uitvoeren van de handeling

steunen op gepaste wijze

troosten NA een pijnlijke procedure

luier verschonen

in comfortabele houding leggen

rustig tempo draaien

handcontact houden

speen aanbieden

zacht praten

ouders informeren

handoplegging door ouders bij aanwezigheid

verduisteren en rust rondom de couveuse

periode van rust en herstel creeren

observeren gedrag na de handeling(en)

informatie overdragen/rapporteren over de reacties
van het kind

andere comfortzorg
kangoeroeen
wiegen
op schoot nemen
muziek
het kind voeden bv. borstvoeding Farmacologisch EMLA

zalf met lidocaine en prilocaine

werkt na 30-45 minutenvoor

locale ingrepen
lumbale punctie

venapunctie

capillaire afname/hielprik

inbrengen perifeer infuus en
perifere arteriele lijn

sub-cutane en IM injecties

weefselbiopt SUCROSE

sucrose met fopspeen heeft een synergetisch effect

1ml in wangzak langs een speen druppelen (2/3 flacon)

2 minuten voor de handeling toedienen, piek effekt na 2 min, neemt af in de volgende 4 minuten

>32 weken

3 x/dag

1 uur tussen 2 giften

VEILIGHEID?
in één studie slechtere neuromotische ontwikkeling gevonden na toediening van > 10 x sucrose/dag
onvoldoende gegevens over ontwikkeling gebit en gewenning aan zoete stoffen PARACETAMOL

10mg/ml IV

30 of 60mg zetpil, 24mg/ml stroop

analgetisch en antipyretisch

indicaties: bij matige pijn na operaties, koorts

voorzichtigheid bij nierinsufficientie en leverfunctiestoornissen LIDOCAINE

10mg/ml

subcutane injectie

infiltratie analgeticum

indicatie bv bij inbrengen thorax drain MORFINE

opiaat IV 10mg/ml,

werkt na 1-2 minuten

krachtig werkende analgeticum

bijwerkingen: ademhalingsdepressie, ontwenning

indicaties: intubatie

antidotum: Naloxon FENTANYL

opiaat 0,05 mg/ml

80 x sterker dan morfine

krachtig werkende analgeticum

bijwerkingen:
ademhalingsdepressie,
ontwenningsverschijnselen
verminderde gastro-intestinale motiliteit,
bronchospasmen,
spierrigiditeit thorax

indicaties:
tijdens operaties,
postoperatief,
beademde kinderen,
toegediend bij ingrijpende pijnlijke medische handelingen
bv.inbrengen thoraxdrain,
pericardpunctie,
peritoneaalpunctie...

antidotum: Naloxon
Full transcript