Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Les en leiding geven

No description
by

Maaike Bartels

on 18 November 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Les en leiding geven

Les en leiding geven
Thema 3.5

De constante beginsituatiefactoren

3.5.1 Beginsituatie van de groep
3.5.2 De beginsituatie van het individu
Opmerkelijke of opvallende deelnemers:
motorisch
cognitief
sociaal-affectief
3.5.3 De beginsituatie van de lesgever
motorisch
cognitief
sociaal-affectief
didactisch
De beginsituatie van de randvoorwaarden
Alle zaken die van invloed zijn op het lesgeven en die nog niet eerder ergens zijn ondergebracht.
Beginsituatie van de groep
Beginsituatie van de individuele deelnemer
Beginsituatie van de lesgever
Beginsituatie van de randvoorwaarden

Algemene, vaste gegevens van de groep
De groepsgrootte;
De gemiddelde leeftijd;
de samenstelling (aantal jongens/meisjes);
de aard van de groep (prestatief of recreatief)
Homogene of heterogene groep
Homogene groep: gelijk niveau
Heterogene groep: niveau loopt sterk uiteen.

Het bovenstaande kan gelden voor alledrie de gedragsgebieden: motorisch, cognitief en sociaal-affectief.
Specifieke, wisselende gegevens van een groep
Het gemiddelde beginniveau van de groep dat voor die ene specifieke les van toepassing is. Deze gegevens kunnen dus per les verschillen (vandaar 'wisselende gegevens' ).
Gemiddeld motorisch niveau
Bewegingsvaardigheden --> vaardigheden en technieken
Bewegingseigenschappen --> algehele conditie (kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, leningheid, enz.
Fase van het motorisch leerproces -->
komen bepaalde bewegingsvormen voor het eerst aan bod of is het herhaling?
Cognitief niveau
Wat weten ze?
Sociaal-affectief niveau
Wat kan de groep?
Wat is de intelligentie, het verstandelijk (bevattings)vermogen van de deelnemers. Hoe is het begrip?
Over welke kennis en welk inzicht beschikken de deelnemers al (spelregels, reglementen, tactisch inzicht, bewegingsinzicht)
Hoeveel ervaring heeft de groep met deze vaardigheid?
Hoe zijn de onderlinge verhoudingen en hoe is relatie tussen de deelnemers en de lesgever?
De sociaal-affectieve beginsituatie roept vragen op als:
welke sfeer heerst er in de groep?
hoe is de samenwerking?
hoe is de communicatie?
hoe is de onderlinge acceptatie en verdraagzaamheid?
is er sprake van groepjesvorming?
Hoe is de relatie met en de houding van de groep t.o.v. de lesgever?
Je moet ook meer weten over de afzonderlijke deelnemers
Individuele motorische beginsituatie:
Zijn er personen in de groep met bewegingseigenschappen die in positieve of negatieve zin opvallen?
Zijn er personen die een lichamelijke aandoening hebben en daardoor conditioneel beperkt zijn?
Wat is het motorisch beginniveau van de beste en van de zwakste deelnemer?
De individuele cognitieve beginsituatie:
Zijn er in de groep deelnemers die moeite hebben met het verwerken van informatie, die extra aandacht nodig hebben bij bijvoorbeeld uitleg van een opdracht?
Welke individuen hebben ervaring met de betreffende vaardigheid en welke deelnemers hebben er nauwelijks of geen ervaring mee?
Over de individuele sociaal-affectieve beginsituatie:
Zijn er SB-deelnemers die speciale aandacht nodig hebben?
Zijn er SB-deelnemers met specifieke gedragsproblemen in de groep?
Is er in de groep een duidelijk leider of zondebok?
Motorische beginsituatie van de lesgever
Op motorisch gebied zul je jezelf de volgende vragen moeten stellen:
Cognitieve beginsituatie van de lesgever
Beschik je als lesgever over voldoende algemene en specifieke vakkennis? Stel jezelf de volgende vragen:
Sociaal-affectieve beginsituatie van de lesgever
Omgang met de groep en jouw persoonlijkheid
Didactische beginsituatie van de lesgever
De hoeveelheid ervaring in het lesgeven bepaal vaak de 'bedrevenheid in het lesgeven'. Deze bedrevenheid noemen we de didactische vaardigheid van een lesgever.
Hoe goed is mijn eigen algemene vaardigheid?
Hoe goed is mijn eigen vaardigheid t.a.v. de specifieke beweging die ik wil (aan)leren of verbeteren?
Heb ik zelf voldoende ervaring met
een bepaalde sport of beweging?
Wat is mijn kennis van sport en bewegen in het algemeen?
Wat weet ik van bepaalde sporten of bewegingsvormen?
- heb ik voldoende kennis van de spelregels?
- Heb ik voldoende kennis van de methodische opbouw?
Heb ik voldoende ondersteunende kennis.
- wat weet ik van trainingsprincipes?
- Hoe staat het met mijn kennis van de
ontwikkelingspychologie?
- wat weet ik van gezondheids-
aspecten en hygiënische
regels?
Hoe gemotiveerd ben ik als lesgever? Wat is mijn instelling t.a.v het lesgeven?
Past mijn manier van omgaan bij de groep waarmee ik ga werken?
Ben ik vooral gericht op resultaat, of is de omgang met de groep voor mij belangrijker?
Past mijn karakter wel bij de groep waarmee ik ga werken?
Hoe kom ik over als ik voor een groep sta? Hoe presenteer ik mezelf?
Een paar didactische vaardigheden:
het vermogen om iets aan een groep duidelijk te maken;
gebruik weten te maken van hulpmiddelen;
de les goed kunnen organiseren;
het vermogen te improviseren.
Tijd
Ruimte
Materiaal
Materiaal:
Ruimte:
Tijd
periode in het jaar (bijvoorbeeld vakantie)
tijdstip van de les (welke dag, hoe laat?)
tijdsduur van de les (hoe lang?)
de frequentie van de lessen (hoe vaak?)
beschikbare accomodatie (binnen of buiten);
de ligging van de accomodatie;
de afmetingen van de ruimte;
eventuele invloed van de weersomstandigheden op de ruimte;
de temperatuur in de ruimte;
de eventuele invloed van 'stoorzenders' (andere gebruikers, muziek e.d.).
beschikbare toestellen en materialen;
de hoeveelheid toestellen en materialen de beschikbaar zijn (bijvoorbeeld het aantal bruggen of het aantal ballen).
Opdracht:
Vul het werkblad over de beginsituatie zo volledig mogelijk in.
Full transcript