Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Bedrijfseconomie voor de Horeca Deel 1

Kostensoorten 1 Inslag Constante en Variabele Kosten Planning en Budgettering
by

serge veenema

on 19 September 2011

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Bedrijfseconomie voor de Horeca Deel 1

Kostensoorten 1 Kosten en Uitgaven Een onderneming produceert goederen en verleent diensten. Hieruit probeert hij winst te behalen met de verkoop daarvan.
Een horecabedrijf is een organisatie waar productie plaatsvindt.
Denk aan een chef kok die eten bereidt.
Dit wordt wel stoffelijke of fysieke productie genoemd.

De ober die het eten aan tafel brengt, produceert ook: hij verleent diensten.

Een kok gebruikt verschillende hulpmiddelen om zijn beroemde gerechten te maken, zoals een werktafel, potten, pannen, gasfornuis, vlees, vis, water, gas, lepels en nog veel meer. Alles wat nodig is om een product te maken noemen we een productiemiddel. Productiemiddelen zullen aangeschaft moeten worden. Deze zijn niet gratis. Er zal voor betaald moeten worden.

Tijdens de bereiding van de soep worden productiemiddelen verbruikt en gebruikt. Anders gezegd: tijdens productie worden productiemiddelen opgeofferd. De waarde van de opgeofferde productiemiddelen kan berekend worden. Dit zijn de kosten van een onderneming: de waarde van de opgeofferde hulpmiddelen Ook heeft hij grond- en hulpstoffen
nodig om maaltijden aan te kunnen bieden.

De waarde van deze opgeofferde productiemiddelen moet worden vertaald in geld. OFFERS Is: de waarde van deze opgeofferde productiemiddelen Stel je voor: een kok gebruikt meer grondstoffen
dan hij had mogen gebruiken is: VERSPILLEND bezig.
offers zijn pas kosten als ze onvermijdelijk en/of noodzakelijk zijn.
KOSTEN:

Onder kosten verstaan wij alle noodzakelijke offers die een ondernemer
moet brengen om producten en diensten te kunnen voortbrengen. Verspilling: met andere woorden: NIET noodzakelijke offers
mogen niet tot de kosten gerekend worden.

NIET noodzakelijke offers reken je tot: VERSPILLINGEN UITGAVEN Stel je koopt een oven voor je keuken. Dit is een uitgave.
De oven gaat jaren en jaren mee. ( duurzaam productiemiddel )
Ieder jaar wordt de oven minder waard: deze waardevermindering
wordt de AFSCHRIJVING genoemd. Elk gebruik van een productiemiddel ten behoeve van een productieproces of een dienst is een offer.
Het offer bestaat uit de hoeveelheid en de geldwaarde van de gebruikte of verbruikte middelen.
Kosten zijn die offers die economisch onvermijdbaar moeten worden gebracht bij de dienstverlening
of het productieproces.
Offers die in een doelmatige organisatie vermeden hadden kunnen worden zijn verspillingen en
worden niet bij de kosten gerekend, en mogen derhalve niet meegenomen worden in de kostprijs.
Indien men bijvoorbeeld een rit heeft van Amsterdam naar Utrecht en men rijdt via Leeuwarden, dan
is deze onnodige omweg een verspilling. De extra kosten die dit met zich meebrengt kunnen we
uiteraard niet doorberekenen.
Er is een verschil tussen kosten en gelduitgaven. Kosten treden op als productiemiddelen in de
dienstverlening doelmatig worden geofferd. Als deze productiemiddelen worden betaald is er sprake
van gelduitgave. Uitgaven die ook kosten zijn:

loonkosten
rentekosten
kosten van grond-en hulpstoffen Uitgaven die geen kosten zijn:

aflossingen van leningen
het betalen van een bedrijfswagen
priveopnamen 1.2 Totale kosten en kostprijs integrale kosten
kostprijs
kostenindelingen Totale bedrag aan kosten wat een ondernemer heeft De optelsom van alle noodzakelijke kosten om een product
te maken of een dienst te verlenen. 1ste indeling: 1.3 naar kostensoort.
Onder een kostensoort of kostencategorie verstaat men een groep van kosten van dezelfde aard. 2e indeling:
Deze kunnen worden verdeeld naar contante
en variabele kosten 3e indeling:
Deze kosten kunnen worden verdeeld naar
directe en indirecte kosten. De directe kosten zijn direct/rechtstreeks aanwijsbaar aan bepaalde producten:
Denk maar aan grondstofkosten, loonkosten etc.
Vraag: bedenk eens een voorbeeld van directe kosten als je een maaltijd gaat maken Simone heeft besloten koffie te gaan verkopen op grotere festivals. Hierbij maakt ze allerlei kosten.

In plaats van de indeling van de verschillende kostensoorten, gebruikt ze de volgende verdeling:

Kosten die ze maakt nog voordat ze één kopje koffie heeft verkocht – de constante kosten, zoals bv. de maandelijkse huur van het wagentje. Deze kosten noemen we ook wel vaste kosten.

De andere kosten die ze maakt , zijn afhankelijk zijn van het aantal kopjes koffie wat ze verkoopt, bv. de koffie, suiker, melk, bekertjes, het parttime personeel. Al deze kosten noemen we de variabele kosten.

Ze hoopt natuurlijk op een mooie zomer met hele drukke festivals zodat ze vooral lekker veel kan verkopen.


VRAAG ??
Welke productiemiddelen worden tijdens de bereiding van gerechten verbruikt en gebruikt? Een horecaondernemer zal grondstoffen en gereedschappen moeten aanschaffen. Deze producten zullen betaald moeten worden. Ook zullen geleverde diensten betaald moeten worden, zoals de salarissen van medewerkers, de boekhouder, het telefoonbedrijf. Op het moment dat betaald wordt, wordt geld uitgegeven. Deze betalingen heten dan ook uitgaven.

Op het moment dat een ondernemer slechts één product produceert, kan de kostprijs eenvoudig berekend worden door de totale kosten door het aantal geproduceerde producten te delen.

De scouting organiseert de jaarlijkse ‘oliebollenactie’. Er worden uitsluitend oliebollen zonder krenten en rozijnen gemaakt. De kosten van verbruik van meel, gas, water, licht, waardedaling potten en pannen, zijn in totaal €1.400. Er zijn 8.750 oliebollen gemaakt. De kostprijs van één oliebol bedraagt: totale kosten €1.400 : totale productie 8.750 = kostprijs € 0,16.
1.4 Kosten van Grond- en Hulpstoffen ( Inslag ) Grondstoffen: Alle stoffelijke zaken die een ondernemer
verwerkt in zijn product. ( aardappelen, groente, meel etc. Hulpstoffen: Hulpstoffen, vind je niet terug
te vinden in het product ( water om in te koken, zout, peper,
kruiden etc. Verschil ??
Is het al dan niet herkenbaar opgenomen in het eindproduct ? Opdracht:
Maak in deze les de vragen
op bladzijde 13 1.5 Afval en Uitval. Het Verschil Afval
Afval ontstaat tijdens het productieproces en bestaat uit verloren gegane grond- en hulpstoffen.
Uitval
Uitval ontstaat aan het einde van het productieproces en is afgekeurd eindproduct.
We gaan nu het voorbeeld bekijken op blz 14 en 15 We gaan de opgaven op bladzijde 17 maken 1.6 Voorraadbegrippen en Voorraadkosten Het aanhouden van voorraden
brengt risico's met zicht mee.
dit wordt wel aangeduid met de 3R's
Voorraadkosten

Ruimte - Goederen worden opgeslagen in een ruimte (magazijn). Opslagkosten zijn bijvoorbeeld huur of afschrijving van het magazijn, verlichting, loon magazijn-personeel enz.

Risico- De opgeslagen goederen kunnen aan bederf onderhevig zijn, uit de mode raken en in prijs dalen.

Rente - In voorraden is vermogen geïnvesteerd. Elke vermogensaanwending brengt rentekosten met zich mee.

Full transcript