Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Groepsdynamica kenniskring

No description
by

Marja Poelman

on 25 October 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Groepsdynamica kenniskring

Tutorgroep 3
Menno Flach
Mandy van Laarhoven
David Mulders
Marijke Bontje
Ellen Meulensdijks
Marja Scherpenisse
Caroline Dijksman
Choon Ok Lekx
Mariska van Minnen Groepsdynamica
Kenniskring: thema bijeenkomst 1
"Werken met en zonder begeleider" Marijke: wanneer niet zonder begeleider

Ellen: wat zijn de taken en rol van de begeleider

David: welke hulpmiddelen

Mandy; welke groepsdynamische problemen specifiek

Menno: in welke situaties is werken zonder begeleider effectief

Marja: wat vraagt het van zelfstandigheid van leerling, welke vaardigheden

Caronile: Wat zijn voordelen van samenwerkend leren? Werken met en
"zonder" begeleider
vraagstellingen: Voorzitter: Menno Flach
Verdiepingstof individuele deelnemers
en met toepassing
Handboek groepsdynamica
"Jan Remmerswaal"
hoofdstuk 1 t/m 3 kennismaking lijkt overgeslagen en we zien dat er vooral aandacht is voor afstemming kenmerk
groepsproces Thema bijeenkomst 2
"Coöperatief leren en het groepsproces" Caroline: Hoe geef je een groep effectief feedback op het groepsproces?
Mariska: Hoe begin ik (als docent) met coöperatief leren?
David: Wat is het effect van coöperatief leren voor de leerlingen en voor het groepsproces?
Mandy; Welke groepsdynamische problemen kun je tegen komen?
Choono: Welke kwaliteiten en vaardigheden ontwikkel/stimuleer je bij de individuele leerling door middel van coöperatief leren?
Menno: Hoe geef je een groep effectief feedback op het groepsproces?
Marja: "Waar moet ik specifiek op letten bij de evaluatie" Thema:
Coöperatief leren en het groepsproces Voorzitter: Mandy van Laarhoven
Verdiepingstof individuele deelnemers
en met toepassing
Handboek groepsdynamica
"Jan Remmerswaal"
hoofdstuk 8,9 MINDMAP Werkvorm
taakverdeling Uitvoering bijeenkomst 1 Feedback Evaluatie bijeenkomst 1 David & Marja: Hoe kun je de verkregen informatie over het functioneren van de kenniskring uitwisselen Thema:
Het functioneren van een kenniskring Een dynamische
dag 2 http://www.werkvormen.info/home http://www.hollanddoc.nl/kijk-luister/documentaire/l/lost-boys-.htm http://www.groepsdynamiek.nl/ Werken zonder begeleider
Gebruikte literatuur:
Geerligs, T.,Veen van der,T., Lesgeven en zelfstandig leren, van Gorcum 2006, eerste druk 1980.
Wat zijn voordelen van samenwerkend leren?
Sowieso moet leren zonder begeleider eerst geleerd worden aan de leerlingen die zonder begeleiding gaan leren. Er kan niet zondermeer van een groep verwacht worden dat deze zelfstandig een goed functionerende leergroep samenstelt. Daarvoor moet je begeleiding geven bij de beginsituatie en die voortzetten totdat er duidelijkheid is over de rollen en taakverdeling.
Daarvoor dus eerst samenwerkend leren.
Eerst wat theorie als basis…
•Kunnen samenwerken is een belangrijke vaardigheid in vrijwel alle beroepen. Samen leren is leerzaam. Leerlingen weten vaak beter dan de docent waar de moeilijkheid ligt voor het begrijpen van leerstof of het oplossen van een probleem, omdat ze in hun cognitieve ontwikkeling dichter bij elkaar staan: in de literatuur wordt dat cognitieve congruentie genoemd. Leerlingen die moeten uitleggen leren daarvan omdat ze hun voorkennis moeten mobiliseren, structuren en verbaliseren.
Hoe meer de leerling zijn leren zelf stuurt, uitvoert en evalueert, hoe dichter het ideaal van zelfstandig leren wordt benaderd.
Het doel is de bekwaamheid tot zelfstandig leren te ontwikkelen. Belangrijke aspecten hiervan zijn:
-Zelf stellen van relevante en haalbare doelen
-Zelf de studietijd indelen en de te ondernemen leeractiviteiten plannen
-Zelf zoveel mogelijk dingen onderzoeken en uitpluizen
-Zelf samenwerking met medeleerlingen zoeken
-Tijdig hulp vragen aan de begeleider
-De eigen inzet in de gaten houden
-Zelf evalueren of een taak tot en goed einde is gebracht
-Reflecteren over de toegepaste methode
-Succes of falen toeschrijven aan juiste oorzaken
Zelfstandig leren (samenwerkend leren) stelt kennisverwering van leerlingen centraal in plaats van kennisoverdracht door de docent. Leerlingen zijn nu geen passieve ontvangers van informatie. Ze bouwen zelf hun kennis op. In wezen is alle leren zelfstandig leren. Leren doe je zelf. Leren is het construeren van nieuwe kennis op basis van aanwezige voorkennis.

Een voordeel van samenwerkend leren is:
Samenwerkend (zelfstandig) leren biedt de leerlingen meer keuzevrijheid en houdt rekening met verschillen in benodigde leertijd. Er moet wel rekening gehouden worden met een hoofdregel: tijdens het zelfstandig leren wordt er gewerkt zonder elkaar te hinderen. Hoe meer je op school samen doet, des te minder moet er thuis gedaan worden.
•Een wezenlijk kenmerk van volwassen worden is zelfstandig kiezen en beslissen. Zelfstandig leren past daar goed bij. We willen in het onderwijs ook graag waarden en normen meegeven die het gedrag reguleren. Zoals respect hebben voor elkaar, rechtvaardigheid, plichtsbesef, eerlijkheid, hulpvaardigheid en tolerantie.
Samenwerkend leren heeft als voordelen, leerlingen zijn meer betrokkenheid bij de leerstof, worden uitgedaagd met elkaar in gesprek te gaan en dragen meer verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces.
http://www.teamonderwijs.nl/download/actualiteit/Zelfstandig_werken_-_artikel.pdfHier

Mijn leervraag:

Welke groepsdynamische problemen kun je tegen komen?



Problemen bij zelfstandig werken

A.Het eerste gedeelte daar vind je problemen bij de school/leraar. Je kunt dit ook zien als bepaalde taken voor een leraar want dit hoort er ook bij als je leerlingen zelfstandig wil laten werken.

B.Daarnaast vind je een gedeelte problemen bij de leerlingen.

C.Ik kwam ook nog een interessant hulpmiddel tegen dus dat staat er weer na.

D.Ik kwam nog een taak voor een leraar tegen



Als je de tekst wil gebruiken: ik heb de tekst nog niet in eigen woorden beschreven want ik wist niet welk gedeelte je wilt gaan gebruiken dus kijk maar. Ik hoor graag of het oké is zo en of ik goed begrepen heb of dit de bedoeling was. Anders zoek ik namelijk nog even verder.


Problemen op de school/bij de leraar

1.De reikwijdte wordt vaak onderschat
In veel scholen worden het belang en de reikwijdte van zelfstandig werken sterk onderschat. Te weinig wordt onderkend dat zelfstandig werken door de leerlingen én door de leerkracht geleerd moet worden.

2.Complexiteit van zelfstandig werken.
Zelfstandig werken vereist niet alleen een globale bereidheid tot implementatie bij de leraar, maar ook precieze afspraken en regels waar alle leerlingen en leraren zich aan dienen te houden.
Er zal sprake moeten zijn van gelijkheid wat betreft deze afspraken binnen de school. Zelfstandig werken vereist continuïteit en regelmaat in de interne schoolorganisatie. Vaste patronen die gelden ten aanzien van zelfstandig werken moeten worden ingeslepen. Zelfstandig werken geldt voor alle leerlingen van de school. Voorbeelden van onderwijs waarbij zelfstandig werken is geïmplementeerd: jenaplan-, montessori- en daltononderwijs.

3.Verflauwing na verloop van tijd
Gemaakte afspraken in het team over frequentie, werkwijze en de te hanteren afspraken en
regels hebben de neiging snel te verflauwen. Wanneer in een klas zelfstandig werken niet
systematisch wordt onderhouden, verdwijnt het. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat zelfstandig werken enerzijds een vaardigheid is, die door de leerkracht en leerlingen, na geleerd te zijn, blijvend moet worden getraind. Anderzijds vereist zelfstandig werken een zekere discipline en een houding die constant bewaakt moet blijven. Het is de kunst zelfstandig werken blijvend in het onderwijs elke dag te realiseren.

4.Op herhaling
Zelfstandig werken is voor scholen, die echt werk willen maken van de nieuwe basisschool, een must. Maar ook voor scholen, die wat dit betreft al verder op weg zijn, is het aan te raden de hier beschreven stappen, te bestuderen en te vergelijken met de gegroeide praktijk.
Eigenlijk zouden alle scholen zeker elke twee jaar wat betreft het zelfstandig werken
systematisch op herhaling moeten. Goed onderwijs wordt onder andere gekenmerkt door het regelmatig evalueren van het onderwijs. Evaluatie in een teamgebeuren.
als schoolontwikkeling interpreteert.
5.Motivatie en openheid
Een andere belangrijke voorwaarde is dat alle betrokkenen gemotiveerd moeten zijn om met
zelfstandig werken aan de slag te gaan.
Er moet binnen het team bereidheid bestaan om open met elkaar te spreken over de ervaringen met de verschillende stappen die in het implementatieproces genomen moeten worden. Van belang is dat elke leerkracht problemen of tegenslagen op een open manier in een teambespreking durft in te brengen. Aan het open bespreken van problemen zijn veel teams nog niet gewend. Teams die dit niet doen zijn vaak te herkennen aan het feit dat in de teamvergadering alleen maar korte succesverhaaltjes worden verteld zonder dat er erg diep op de zaken wordt ingegaan.
-Leraar raakt vertrouwen kwijt Samenvatting vaardigheden zelfstandigheid

1. De leerling moet de betekenis van zelfstandig werken weten
De leerling moet weten wat het zelfstandig werken inhoud en dat hij op bepaalde momenten geen beroep kan doen op de docent. De leerling weet wat hij zelfstandig kan en dat er dingen zijn die hij niet alleen kan. De leerling weet dat hij altijd eerst zelf om een oplossing moet zoeken, maar dat hij ook hulp van anderen kan vragen als dat niet lukt.

2. De leerling moet gemotiveerd zijn om zelfstandig te werken
De leerling moet worden gemotiveerd om zelfstandig te werken. De motivatie wordt bevorderd als de leerling van jongs af aan gewend is om zonder hulp van volwassenen zelf initiatieven te nemen en zelf problemen probeert op te lossen. Wanneer de leerling waardering krijgt voor zijn zelfstandigheid, wordt de motivatie vergroot en wil de leerling steeds meer zelfstandig doen.

3. De leerling moet om kunnen gaan met uitgestelde aandacht
De leerling moet accepteren dat de docent niet direct aandacht besteed aan zijn werk als de leerling klaar is, maar dat dit op een later tijdstip gebeurt.

4. De leerling moet zich houden aan de regels en routines voor zelfstandig werken
De leerling kent de afspraken over het zelfstandig werken en houdt zich hieraan. De afspraken hebben betrekking op:
 Gedragsregels (lopen, praten en het lokaal verlaten)
 Het gebruik van materiaal
 Elkaar helpen
 Wat je doet als je klaar bent met je werk
5. De leerling moet eigen taken plannen
De leerling moet in staat zijn om een hoeveelheid werk te verdelen over de beschikbare tijd. Leerlingen leren dit door het te ervaren. Zij ervaren dat ze soms tijd over houden maar ook dat ze soms taken niet afkrijgen. Door bewust om te gaan met tijd, kunnen ze steeds beter in schatten hoeveel tijd ze voor een bepaalde taak nodig hebben. Het plannen van de taken is niet gemakkelijk en een leerling moet dit stapsgewijs leren.

6. De leerling moet zijn eigen werk controleren en registreren
De leerling moet als hij klaar is met zijn werk het werk controleren (nakijken). De leerling corrigeert het werk met behulp van een antwoordenboek. Belangrijk is dat de leerling moet weten dat het niet erg is om fouten te maken en dat je er niets aan hebt om bij het zelf nakijken te ‘smokkelen’. Op een takenformulier wordt geregistreerd welke taken de leerling heeft afgerond. Het controleren en registeren van het eigen werk vereist veel verantwoordelijkheid van de leerling. Leerlingen moeten dit stap voor stap ontwikkelen. Het werk wordt uiteindelijk wel door de docent gecontroleerd en daarbij bespreek ze met de leerling de eventuele fouten maar ook de manier waarop de leerling heeft gewerkt.

7. De leerling moet problemen zelf oplossen
De leerling moet problemen zelf kunnen oplossen. Belangrijk is dat de docent de leerling stimuleert zelf een oplossing te bedenken, ook al het misschien een minder geslaagde oplossing is. Het gaat er om dat de docent leerlingen stimuleert om zelf eerst oplossingen te bedenken. Problemen met het zelfstandig werken hebben vaak te maken met:
 Het materiaal: iets doet het niet meer, iets is op e.d.
 De taak: ik snap het niet, ik weet niet wat ik moet doen
 De overstap naar de volgende activiteit: waar moet ik mijn werk laten, wat moet ik nu doen?
 Hulp vragen: wie kan ik om hulp vragen?
8. De leerling moet andere leerlingen helpen
De leerling moet weten dat samenwerken en zelfstandig werken bij elkaar horen. En dan het vanzelfsprekend is dat leerlingen elkaar om hulp mogen vragen en elkaar helpen als zij ergens niet uitkomen. De leerling probeert eerst zelf oplossingen te bedenken, maar wanneer dit niet lukt hulp inschakelt van een andere leerling. De leerling moet ook bereid zijn om andere hulp te geven wanneer zij hierom vragen. Hulp geven door aanwijzingen te geven, niet door het antwoord te geven.

9. De leerling moet kunnen samenwerken in een groepje
De leerling moet weten hoe je in groepjes met elkaar aan een taak kunt werken. Leerlingen moeten zich betrokken voelen bij het werk en de groepsgenoten en er van bewust zijn dat je elkaar nodig hebt bij het maken en uitvoeren van de opdracht. Naar elkaar luisteren, elkaar helpen en elkaar aanmoedigen horen bij het samenwerken in groepjes.

10. De leerling moet feedback kunnen geven en ontvangen in het groepje

De leerlingen kunnen feedback geven en ontvangen.
De leerlingen die samenwerken verschillende, maar ook weer niet al te verschillende ideeën hebben en over ongeveer dezelfde intellectuele capaciteiten beschikken. Er is een gemeenschappelijke basis nodig, zodat de leerlingen elkaar zien als “peers” en kunnen samenwerken.
De leertaken moeten uitdagen om juist de (inhoudelijke) verschillen in denkbeelden van de andere leerling expliciet aan het licht te brengen. de leerlingen moeten de wil hebben om elkaar te begrijpen en hun meningsverschillen te overbruggen, hetgeen ze vooral zullen doen als ze elkaar om de één of andere reden (zakelijk of emotioneel) nodig hebben. De leeromgeving zo wordt ingericht dat er een optimale interactie ontstaat. Wat betekent dat leerlingen onderling veel (verbaal) kunnen communiceren over de leerstof, de opdrachten, hun leerproducten en hun feedback Enkele specifieke basisvaardigheden van het samenwerkend leren zijn:
•elkaars naam gebruiken
•elkaar aankijken tijdens het praten
•vriendelijk op elkaar reageren
•elkaar gelegenheid geven mee te doen
•een inbreng durven hebben
•duidelijk praten, zodat andere je verstaan
•meewerken aan de groepsopdracht
•luisteren naar elkaar
•elkaar uit laten praten
•de inbreng van een andere accepteren
•bij je groep blijven
•rustig praten en werken
•materiaal met elkaar delen
•om de beurt praten
•aan de taak doorwerken tot deze af is Bron Handboek groepsdynamica
Onderwerp: Werken met en “zonder” begeleider

Onderzoeksvraag: Wat vraagt het van de zelfstandigheid van de leerling, welke vaardigheden?
Kernbegrip
Opmerking Bron H1 Voorbeelden Vaardigheden ontwikkeling
Identiteit Vroegere en huidige groepslidmaatschappen bepalen in belangrijke mate de identiteit 13 Ouderlijk gezin, vervangende opvoedsituaties Persoonlijkheidsontwikkeling ontwikkeling ( onwaarschijnlijk zonder deze primaire groepen.)
cultuurgebonden Sociale invloeden op elk individu 13 Taal, spreken, denken en waarnemen; waarden systeem
Maatschappelijke vorming Vorming en misvorming door omgeving 14 Kind van tijd en maatschappij Vorming
invloedslijnen Omgeving heeft invloed op individu, maar ook omgekeerd 14 Invloed, beïnvloedbaar
groep Verbindende schakel individu en maatschappij 14 Relatie met omgeving
Groepsdynamica Schakel tussen psychologie en sociologie 15 Tegenstelling individu en maatschappij
Leiderschap 15 Leiderschap
Antropocentrisme Centraal stellen van zichzelf bedreiging 16 referentiekaders Zicht op groepsprocessen, gevaar te weinig aandacht voor context, er moet voldoende belangstelling wisselwerking tussen individu en groep zijn

Vrijheid en autonomie Pressie tot conformiteit kunnen bedreigend zijn. 16 Omgaan met spanning tussen individu en groep.
Mensbeeld Gesloten persoonlijkheid 18 Instaat zijn tot communicatie met anderen
Zelfervaring Individu gerichte culturen en groepsgerichte culturen 18 Ik-culturen
Zij-culturen Gedrag naar sociale situatie,
Wij culturen: respect, plicht, eergevoel, beleefdheid
Interdependentie Afhankelijkheid 19 Open persoonlijkheid afstemming op andere mensen, relatieve autonomie; afhankelijk en betrokken
Gevoelsgeladen Gevoelsrelatie is primair gegeven 19 Men moet van het geheel uitgaan om meer te snappen van de samengestelde delen.
Denken voelen Conclusie: het is dus de vaardigheid van de docent om in te schatten welke leerlingen dit aan kunnen en hoe de groepering/clustering en van leerlingen plaatsvindt.
Binnen coöperatief leren kunnen verschillen tussen leerlingen benut worden: De ’sterke’ leerlingen zijn model voor de ‘zwakkere’ leerlingen en helpen hen. Op hun beurt krijgen de ’sterke’ leerlingen meer inzicht in de leerstof door de uitleg die ze aan anderen geven. Door samen te werken, leren de leerlingen in een groep elkaar beter kennen. Er ontstaat een klimaat in de klas waarin leerlingen elkaar waarderen, begrip voor elkaar hebben en bereid zijn elkaar te helpen. bijlage niveau mbo Onderwerp: Werken zonder begeleider

Vraagstelling 1

1. Welke rol, functie of taken heeft de begeleider wanneer leerlingen zonder directe
hulp van een begeleider zelfstandig aan de slag dienen te gaan met het uitvoeren
van een opgedragen leertaak?

Ik heb deze vraagstelling uitgewerkt in een lesvoorbereidingsformulier. Dit heb ik gedaan om het voor mij inzichtelijk te maken wat de rollen, functies en taken zijn van de begeleider (docent) tijdens de verschillende fasen van een les.
Naar mijn idee begint je al voor een les met voorbereidingen dan neem je al een bepaalde rol aan en verricht je al taken die ervoor moeten zorgen dat je een krachtige leeromgeving voor de leerlingen kunt creëren.

Daarbij dien je je naar mijn mening ook naar jezelf te kijken (je eigen handelen).
Wat heb ik nog te leren / verder te ontwikkelen? (relatie met bekwaamheidseisen, persoonlijke geformuleerde leerdoelen naar aanleiding van een functioneringsgesprek.

Vraagstelling 2

1. Welke (hulp)middelen kun je zoal inzetten als je als begeleider leerlingen
zelfstandig zonder directe hulp wilt laten werken?

Wanneer leerlingen zonder directe hulp van een begeleider aan de slag dienen te gaan is het gebruik van hulpmiddelen wenselijk. Deze hulpmiddelen kunnen voor de leerlingen o.a. als handvatten dienen om een leertaak naar behoren uit te voeren.
Hulpmiddelen die ingezet kunnen worden;
-Werkkaarten (stappenplan van de uit te voeren opdracht) op papier, voorzien van pictogrammen (voor de visueel ingestelde leerling ),
-Een (onderwijs)assistent demonstreert (doet handeling voor), leerlingen doen vervolgens handeling na, assistent geeft feedback, legt indien nodig nog eens uit / demonstreert. Leerlingen gaan zelfstandig aan de slag op basis van datgene wat hun is uitgelegd / gedemonstreerd.
-Leerlingen bekijken (instructie) dvd over de uit te voeren opdracht. Dvd legt in stappen uit wat de bedoeling is. Leerlingen gaan hierna zelfstandig aan de slag op basis van datgene wat ze gezien hebben op de dvd.
-Leerlingen bekijken (instructie)dvd in stappen / onderdelen en voeren per getoonde stap / onderdeel de opdracht zelfstandig uit.
-Begeleider heeft de te volgen stappen om opdracht uit te kunnen voeren op bord genoteerd. Leerlingen kijken op bord wat ze moeten doen.
-Begeleider maakt gebruik van PowerPoint waarin de te volgen stappen worden getoond. Leerlingen bekijken PowerPoint en handelen hierna.
-Begeleider instrueert leerling over de uit te voeren opdracht, deze leerling legt de opdracht vervolgens uit aan zijn/haar groepje, waarna men aan de slag gaat. kennismaking weerstanden Problemen bij leerlingen

1.De leerling heeft moeite om zelfstandig te werken.
De leerling heeft moeite om zelfstandig met een opdracht aan de slag te gaan. Ook vindt de leerling het lastig om de opdracht te voltooien.
Deze leerlingen analyseren in eerste instantie de opdracht onvoldoende, waardoor hij/zij niet weet wat het moet doen. Ook gaat hij niet uit zichzelf op zoek naar een goede oplossingsstrategie en heeft hier al hulp bij nodig. Pas aan het einde van de opdracht vragen ze aan de leerkracht of het goed is, en dan is het eigenlijk al te laat.
2.Te beknopte uitleg gegeven door de leraar
De leeropbrengst zou sterk toenemen als de leerlingen weten wat de bedoeling is en wat er van hen verwacht wordt.

3.Onduidelijke regels en afspraken wat betreft het zelfstandig werken

4.De leerlingen weten niet wat er verwacht wordt bij het zelfstandig werken

5.Zelfstandig werken moet je leren.
Voor een deel moet je bij ieder nieuw vak opnieuw leren om zelfstandig te werken. Uiteraard ontwikkelt een leerling op een gegeven moment een set van vaardigheden in zelfstandig werken die te gebruiken zijn op allerlei verschillende vakgebieden. Maar toch: naarmate je meer een nieuweling bent op een bepaald vakgebied heb je meer hulp en steun nodig. Stel dat jij je badkamer wilt verbouwen terwijl je dat nog nooit gedaan hebt. Hoe ervaren en zelfstandig je op andere vlakken ook bent, bij jouw badkamerrenovatie zul je iemand nodig hebben die je helpt te bedenken wat je allemaal moet doen om jouw droombadkamer te realiseren. Op onderdelen heb je het misschien zelfs nodig dat iemand je voordoet hoe iets precies gaat (denk bijvoorbeeld aan tegels zetten, leidingen verleggen of elektriciteit aanleggen). Zonder die steun en hulp ben je als beginnende badkamerrenovator nergens. Dit zelfde geldt voor de leerling; die heeft jouw ervaring nodig om hem verder te helpen.
-Studievaardigheden moeten aangeleerd worden. Hoe kun je het beste omgaan met zelfstandig werken?

6.De docent verwacht dat de leerling zelfstandig kan werken, probleem hij kan het nog niet.
Zelfstandigheid ontwikkel je stap voor stap; je stuurt een kind ook niet alleen op vakantie als het zelfs nog nooit alleen op de fiets naar school is geweest. Zelfstandigheid bouw je op!

7.Motivatie bij leerlingen is er niet
-Er is frustratie omdat het niet lukt

8.Zelfstandig werken wordt genoemd maar alleen werken wordt bedoeld
Zelfstandig werken is alleen zelfstandig werken als je als leerling invloed hebt op het proces en als je fouten mag maken. Als het een invuloefening wordt waarbij er geen echte keuzes aan de leerling worden gelaten dan voelt het voor hem of haar absoluut niet als zelfstandig werken. Dit zul je onmiddellijk terug zien in de vorm van minder of geen motivatie.


Hulpmiddel

De routekaart
Als je gaat werken met een routekaart dan heb je een geweldig middel in handen om je leerlingen (steeds) zelfstandig(er) te laten werken. Een routekaart is in dit geval een plan waarin de belangrijkste stappen worden beschreven die nodig zijn om het doel te bereiken. Een doel dat je bij voorkeur met de leerling samen hebt vastgesteld. De routekaart beschrijft bovendien welke rollen en opdrachten de leerlingen op weg naar het einddoel zullen tegenkomen. Dergelijke routekaarten zorgen ervoor dat leerlingen niet in het duister tasten over wat ze moeten doen om hun doel te bereiken. Zo kunnen zij met meer plezier en minder frustratie aan de slag.

Een routekaart bevat de volgende onderdelen:
1.Het einddoel; hierbij wordt een beschrijving gegeven van het afgesproken of voorgenomen eindproduct en het te bereiken doel.
2.De stappen of fases waaruit het project/proces bestaat.
3.De vragen die beantwoord moeten worden c.q. de problemen/uitdagingen waarvoor de leerlingen gedurende het proces een oplossing moeten zien te vinden.
4.Wie wat doet; wat doe jij als docent/leerkracht, wat doet de individuele leerling en, indien wordt samengewerkt, hoe worden de taken binnen het groepje verdeeld?
5.Momenten waarop tussentijdse terugkoppeling aan de docent/leerkracht plaatsvindt. Zo zorg je ervoor dat er voldoende momenten zijn waarop jij kunt bijsturen. Jouw steun en feedback wordt zo automatisch ingebouwd in het proces zodat je voorkomt dat leerlingen pas bij je komen met een probleem als het 'te laat' is.
6.Hoe het leerproces wordt beoordeeld en door wie. Vindt de beoordeling plaats door middel van een toets, een reflectiegesprek (meest leerzaam!) of een eindproduct? En als de beoordeling niet door de leerlingen zelf plaatsvindt, waarop zal de leerkracht/docent beoordelen? Wat zijn de eindtermen precies?
Routekaarten geven jou en je leerlingen houvast bij het (leren) zelfstandig werken. En zelfstandig werken biedt leerlingen de gelegenheid om zich autonoom te voelen. Succesvol zelfstandig werken geeft daarnaast ook een groot gevoel van competentie. Waarmee je twee van de drie belangrijkste psychologische basisbehoeften die voor motivatie en welzijn zorgen, te pakken hebt!
Wat zijn jouw ervaringen met zelfstandig werken? Deel je ervaringen via een reactie op deze blog!

Taak leraar

Het is belangrijk om in gedachten te houden dat jij de expert bent in hoe je iets leert.
Jij bent de kenner op een specifiek vakgebied. Het is jouw taak die kennis over te brengen op een manier die de zelfstandigheid van je leerlingen helpt ontwikkelen.

Hierbij is van cruciaal belang dat jij goed weet wat er nodig is om een bepaald doel te bereiken.
Je kunt hierbij denken aan hoe je zinvol zoekt op Google, waar de benodigde informatie gevonden kan worden, hoe lang iemand over bepaalde onderdelen of de hele taak zal doen en wat de verschillende keuze momenten/beslissingen zijn die tijdens het proces genomen zullen moeten worden. Het is aan jou om, zeker in het begin, alle valkuilen te kennen waarin iemand kan vallen tijdens het zelfstandig werken aan een bepaalde taak. Zodat je goed kunt in schatten of je wel of niet zult willen ingrijpen om zo de motivatie van de leerling te behouden.


Bronnen:

http://alledagenpauze.typepad.com/my_weblog/2008/10/zelfstandig-werken-door-leerlingen-is-een-prachtig-streven-het-kan-een-fantastische-manier-zijn-om-aan-hun-behoefte-aan-auto.html


http://www.daltondeventer.nl/literatuur/titels/07_Levert_zelfstandig_werken_effectief_onderwijs_op.pdf kennisproduct 1: Leervraag 2
Bij de vraag van Mandy.
Coöperatief leren en het groepsproces

Ik kies voor de volgende vraag:
Hoe geef je een groep effectief feedback op het groepsproces?
Mijn uitwerking:

Let bij het geven van feedback op het volgende :

De positieve uitwerking van feedback:
-Het ondersteunt en bevordert positief gedrag, omdat dit erkend wordt
-Het corrigeert gedrag dat de betreffende persoon en de groep niet verder helpt of onvoldoende aansluit bij de eigenlijke bedoeling
-Het verduidelijkt de relaties tussen de personen en helpt om de ander beter te begrijpen

De regels voor feedback moet je meenemen:
-Feedback is beschrijvend
-Feedback is specifiek
-Feedback houdt rekening met zowel de behoeftes van de gever als van de ontvanger
-Feedback is bruikbaar
-Feedback is gewenst
-Feedback vindt plaats op het juiste moment
-Feedback is duidelijk en precies geformuleerd
-Feedback is correct

Voor de groep:
Feedback, confrontatie zal een beter effect hebben wanneer in de groep een klimaat heerst van acceptatie en vertrouwen. Feedback wordt ook beter ontvangen wanneer het past bij de doelstellingen van de groep. De groep moet beseffen dat sommige gedragsvormen heel confronterend kunnen zijn voor enkele groepsleden.
Daarbij is van belang dat er regelmatig gecheckt wordt hoe feedback wordt ontvangen. Zo kom je erachter of wat je bedoelt ook zo over komt.

Is er een mogelijkheid tot het geven van feedback in de groep dan geeft dat een positieve sfeer aan waarin er een goede groepscohesie is.
Feedback blijft echter redelijk individueel gericht.

Het geven van feedback geeft de groep de mogelijkheid het verschil tussen wensen en doelen en de realisering ervan. Alle activiteiten die gericht zijn op verkleining van het verschil tussen de nagestreefde en feitelijke toestand.


Hoe pak je dit nu aan?
Vier stappen:
1.Verzamel informatie over de feitelijke gang van zaken en of de doelen behaald worden. Hebben ze aandacht voor de taakkant en de proceskant?
2.Toetsen van de feitelijke gang van zaken aan de gewenste toestand: de doelen en de normen. Meestal wordt dit ook evaluatie genoemd.
3.Dan zoek je uit of de geconstateerde afwijkingen binnen of buiten de marges vallen… zijn ze te groot kan stap 4 aan bod komen
4.Activiteiten wijzigen of bijsturen, oftewel de doelen en normen aanpassen.



Mijn samenvatting:

Een groep functioneert het beste wanneer er een klimaat hangt waarin feedback gegeven kan worden. Wederzijds respect en hetzelfde doel voor ogen hebben zijn belangrijke items. Waar willen we heen en welke weg is het effectiefste?
Belangrijk is dat de regels voor feedback in acht genomen worden en daar op gelet wordt door alle groepsleden. Er moet geleerd worden gericht feedback te geven gelet op de taak- en proceskant. Feedback in de groep is gericht op de doelstelling en de weg ernaartoe.
De groep moet de wil hebben de weg te veranderen of bij te sturen.
Bij het geven van feedback in een groep moet wel vaker gevraagd worden hoe een en ander wordt ontvangen door iedereen afzonderlijk. Op die wijze houdt je de groep samen. Er moet namelijk groepscohesie blijven om effectief te werken. Informatieverzameling leervraag Coöperatief leren
Choon Ok Lekx

Je hebt drie verschillende vormen van coöperatief leren:

Formeel coöperatief lerenOpdrachten maken, les, eenheid, gericht op optimaliseren van de eigen leerresultaten en die van de groepsgenoten.
Informeel coöperatief lerenDe opdrachten bespreken om de onder aandacht te brengen, kennis ordenen, verwachtingen en sfeer scheppen, informatieverwerking bevorderen en samenvatten aankondigen volgende bijeenkomst, afsluiting.
Coöperatieve basisgroepenPermanent karakter. Blijven een semester, een jaar of een paar jaar bij elkaar om ervoor te zorgen dat de studievoortgang van alle groepsleden optimaal verloopt en dat zij zich cognitief en sociaal goed ontwikkelen.

Het is al docent raadzaam om:
•samen met de leerlingen te inventariseren welke sociale vaardigheden zullen helpen om de samenwerking te verbeteren;
•de leerlingen te vragen welke sociale vaardigheden zij nodig hebben om hun functioneren in een team te verbeteren;
•een lijst te maken met de leerlingen over welke sociale vaardigheden in de lessen aan de orde komen;
•te analyseren welke sociale vaardigheden nodig zijn om de opdracht te maken.

In coöperatieve groepen maakt ieder groepslid zijn of haar deel van het werk. Ook heeft coöperatief leren heeft als achterliggende doelstelling dat ieder zich ontwikkelt tot sterker individu. Dit kan worden gerealiseerd door ieder groepslid verantwoordelijk te maken voor zijn of haar eigen vorderingen, maar ook voor de vorderingen van alle andere groepsleden. Deze individuele verantwoordelijkheid zorgt ervoor dat de groepsleden zich realiseren dat zij niet kunnen meeliften op de inspanningen van anderen.

http://www.pearsoneducation.nl/johnson/pdf/Groepsdynamica_Cooperatiefleren.pdf IDe GIPS-principes garanderen actieve betrokkenheid bij het leerproces en zijn volgens Johnson & Johnson (Johnson, D.W. & Johnson, R.T. (1994). Learning together and alone: Cooperative, competitive, and individualistic learning. Boston: Allyn and Bacon.) typerend en bepalend voor coöperatief werken.

GIPS principes:
• Gelijke deelname
De didactische structuren garanderen dat elk kind van het groepje deelneemt aan de opdracht. Ook de zwakkere leerlingen leveren een waardevolle bijdrage, wat hun zelfbeeld positief beïnvloedt.
• Individuele aanspreekbaarheid
Elke leerling levert zijn bijdrage aan de opdracht en is hier verantwoordelijk voor. De bijdrage wordt op een bepaalde manier zichtbaar gemaakt. Daarnaast voelt elke leerling zich ook verantwoordelijk voor het werk van de groep als geheel, deze gedeelde verantwoordelijkheid voor het groepswerk leidt ertoe dat iedere leerling bereid is de andere leden van de groep te helpen en te ondersteunen.
• Positieve wederzijdse afhankelijkheid
Om de opdracht succesvol te kunnen uitvoeren moet elk kind zijn of haar bijdrage leveren. Lukt het een kind niet om de opdracht succesvol af te ronden, dan zullen de andere groepsleden moeten helpen en coachen. De leerling heeft dus eigenlijk twee verantwoordelijkheden: Zelf de opgegeven opdracht uitvoeren en zich ervan verzekeren dat alle leden van de groep de opgegeven opdracht uitvoeren.
• Simultane actie (samenwerkingsvaardigheden)
Samenwerkingsvaardigheden zijn de vaardigheden om samen te kunnen werken, deze kunnen worden bevorderd door coöperatief leren. Voor de leerkracht is het belangrijk om bij het toepassen van coöperatief leren expliciet aandacht te besteden aan het ontwikkelen van samenwerkingsvaardigheden.

Veenman heeft een duidelijke uiteenzetting gegeven over de effecten van coöperatief leren. Veenman gebruikt hiervoor een meta-analyse over de positieve effecten van coöperatief leren. Het gaat om de effecten op de cognitieve en sociale ontwikkeling van de leerlingen. In de meta-analyse concludeert Slavin (1995;1996) dat coöperatief leren het meest effectief is, als er naast een beloning voor de groep ook een beloning is voor de individuele leerprestaties van de leerlingen.
Goede leerlingen presteren meer als ze samenwerken met zwakke en middelmatige leerlingen dan als ze alleen werken. Zij leren nieuwe leerstrategieën door de leerstof te onderwijzen aan de andere leerlingen, doordat ze gedwongen worden de leerstof in een ander perspectief te zien en opnieuw te doordenken. Zwakke leerlingen profiteren van de samenwerking in heterogene groepen omdat ze leren van de leerstrategieën van de goede leerlingen. Studies over het interactiegedrag in de coöperatieve leergroep tonen aan dat de leerlingen die in de coöperatieve leergroep uitleg geven het meest leren.

http://www.onderwijsmaakjesamen.nl/thema/inspirerend-onderwijs/cooperatief-leren-simon-veenman-2/ Het thema

Coöperatief leren en groepsproces

Het thema werd bepaald door: Mandy

Mijn vraagstelling

Wat is het effect van coöperatief leren voor de leerlingen en voor het groepsproces?

Mijn uitwerking

Met name in de Verenigde Staten is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van coöperatief leren op de leerprestaties van leerlingen.
De diverse onderzoeken laten zien dat coöperatief leren tot betere leerprestaties leidt dan individueel leren. Daarnaast blijkt dat het een positieve bijdrage levert voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden en dat het een positieve invloed heeft op het zelfvertrouwen van de leerling.

De verklaring voor de gevonden effecten van coöperatief leren moet worden gezocht in de interacties tussen de groepsleden. De diverse onderzoeken concluderen dat met name het geven van uitleg en het ontvangen van uitleg een krachtige bijdrage levert aan de leerprestaties van de leerlingen. Leerlingen die veel uitleg geven aan groepsleden tijdens het samenwerken en leerlingen die veel uitleg ontvangen tijdens het samenwerken, leren meer dan leerlingen die weinig uitleg geven of ontvangen.

Het beoogde effect: het verbeteren van de leerprestaties van de leerlingen, blijkt in de onderwijspraktijk niet altijd goed te realiseren.

Wil coöperatief leren goed ingebed worden in de dagelijkse onderwijspraktijk, dan zullen docenten goed opgeleid of getraind moeten worden in het gebruik van coöperatief leren in het onderwijs. Wanneer dit niet het geval is dan ontstaan er verschillende problemen die het groepsproces kunnen schaden. Problemen die docenten ervaren hebben betrekking op het organiseren van groepswerk, het begeleiden van het groepswerk, onrust in de klas, ordeproblemen, samenwerkingsproblemen en meeliftgedrag. Dit beïnvloed de leerresultaten van de individuele leerlingen, als ook de resultaten vanuit groepsverband gezien. Orde problemen en dergelijke hebben een ongunstig effect op het leer en leefklimaat van de groep en daarmee ook een ongunstige werking op het groepsproces.

Uit onderzoek komt naar voren dat wanneer docenten op een systematische wijze, gedurende een langere periode getraind worden in het gebruik van coöperatief leren zij beter instaat zijn de genoemde problemen het hoofd te bieden.

Uit de onderzoeken komt navoren dat er namelijk pas gesproken kan worden van coöperatief leren als er voldaan wordt aan vijf basiskenmerken. Wanneer die door de docent in acht worden genomen en als deze allemaal toegepast worden bij het samenwerkend leren, dan kan er pas sprake zijn van coöperatief leren.

De belangrijkste randvoorwaarden (twee van de vijf basiskenmerken) zijn positieve wederzijdse afhankelijkheid en individuele verantwoordelijkheid.
Onderzoek heeft aangetoond dat wanneer de docent deze twee randvoorwaarden realiseert, de prestaties van de leerlingen het beste zijn, in andere gevallen is het beoogde resultaat minder gunstig. Leervraag 2
Bij de vraag van Mandy.
Coöperatief leren en het groepsproces

Ik kies voor de volgende vraag:
Hoe geef je een groep effectief feedback op het groepsproces?
Mijn uitwerking:

Let bij het geven van feedback op het volgende :

De positieve uitwerking van feedback:
-Het ondersteunt en bevordert positief gedrag, omdat dit erkend wordt
-Het corrigeert gedrag dat de betreffende persoon en de groep niet verder helpt of onvoldoende aansluit bij de eigenlijke bedoeling
-Het verduidelijkt de relaties tussen de personen en helpt om de ander beter te begrijpen

De regels voor feedback moet je meenemen:
-Feedback is beschrijvend
-Feedback is specifiek
-Feedback houdt rekening met zowel de behoeftes van de gever als van de ontvanger
-Feedback is bruikbaar
-Feedback is gewenst
-Feedback vindt plaats op het juiste moment
-Feedback is duidelijk en precies geformuleerd
-Feedback is correct

Voor de groep:
Feedback, confrontatie zal een beter effect hebben wanneer in de groep een klimaat heerst van acceptatie en vertrouwen. Feedback wordt ook beter ontvangen wanneer het past bij de doelstellingen van de groep. De groep moet beseffen dat sommige gedragsvormen heel confronterend kunnen zijn voor enkele groepsleden.
Daarbij is van belang dat er regelmatig gecheckt wordt hoe feedback wordt ontvangen. Zo kom je erachter of wat je bedoelt ook zo over komt.

Is er een mogelijkheid tot het geven van feedback in de groep dan geeft dat een positieve sfeer aan waarin er een goede groepscohesie is.
Feedback blijft echter redelijk individueel gericht.

Het geven van feedback geeft de groep de mogelijkheid het verschil tussen wensen en doelen en de realisering ervan. Alle activiteiten die gericht zijn op verkleining van het verschil tussen de nagestreefde en feitelijke toestand.


Hoe pak je dit nu aan?
Vier stappen:
1.Verzamel informatie over de feitelijke gang van zaken en of de doelen behaald worden. Hebben ze aandacht voor de taakkant en de proceskant?
2.Toetsen van de feitelijke gang van zaken aan de gewenste toestand: de doelen en de normen. Meestal wordt dit ook evaluatie genoemd.
3.Dan zoek je uit of de geconstateerde afwijkingen binnen of buiten de marges vallen… zijn ze te groot kan stap 4 aan bod komen
4.Activiteiten wijzigen of bijsturen, oftewel de doelen en normen aanpassen.



Mijn samenvatting:

Een groep functioneert het beste wanneer er een klimaat hangt waarin feedback gegeven kan worden. Wederzijds respect en hetzelfde doel voor ogen hebben zijn belangrijke items. Waar willen we heen en welke weg is het effectiefste?
Belangrijk is dat de regels voor feedback in acht genomen worden en daar op gelet wordt door alle groepsleden. Er moet geleerd worden gericht feedback te geven gelet op de taak- en proceskant. Feedback in de groep is gericht op de doelstelling en de weg ernaartoe.
De groep moet de wil hebben de weg te veranderen of bij te sturen.
Bij het geven van feedback in een groep moet wel vaker gevraagd worden hoe een en ander wordt ontvangen door iedereen afzonderlijk. Op die wijze houdt je de groep samen. Er moet namelijk groepscohesie blijven om effectief te werken. Thema cooperatief leren (samenwerkend leren)
Voorzitter: Mandy
Leervraag van Mariska van Minnen


Leervraag:
Hoe begin je met coöperatief leren?
-Zorg er eerst voor dat het werken in tweetallen soepel verloopt
-Laat in eerste instantie kinderen die elkaar kennen met elkaar samenwerken.
-Maak bij een vervolgactiviteit kleine, heterogene groepen waarin kinderen samenwerken die gewoonlijk nauwelijks of geen contact met elkaar hebben
-Als dat goed verloopt, kies dan een werkvorm waarbij één van de leerlingen verslag moet uitbrengen aan de groep.
-Als dat goed verloopt, dan kan de leerkracht overstappen naar drie- of viertallen, waarbij elk kind een andere rol krijgt.
-Als de vijf basisvoorwaarden goed gaan, dan kunnen de moeilijkere werkvormen ingezet worden.
Enkele tips:
1.Bereid de les voor met een collega, draag daarbij observatiepunten aan. De collega komt observeren terwijl jij les geeft. Het observeren is gelijk ook leerzaam voor je collega. Bespreek de les na evt. aan de hand van video-opnames.
2.Formuleer verbeterpunten voor de volgende les.


Ook belangrijk om te benoemen zijn de manieren waarop je een groep kunt opstarten. Remmerswaal beschrijft hiervoor 3 manieren.
1.Inhoud:
Je kan voor de benadering inhoud kiezen waarbij de focus ligt op cognitief gebied. Deze invalshoek ligt voor de hand in groepen waar kennisoverdracht of voorlichting de hoofdrol spelen.
2.Procedure:
De focus is hier handelingsgericht. Je kunt hierbij denken aan het opstellen van een contract tussen de groepsleden, opstellen verwachtingen etc. Vooral in groepen waarbij het aanleren van nieuw gedrag (sociale vaardigheden) centraal staat is deze invalshoek prima toepasbaar.
3.Relatieopbouw
Focus is hier ervaringsgericht. Het hart staat centraal, zoals in procesgroepen en ervaringsgroepen. Als groepsbegeleider wil je de interactie tussen groepsleden bevorderen, dit kan hij/zij doen door de leden uit te nodigen zich tot elkaar te richten en op elkaar te reageren. Metacommunicatie, creëren van een open sfeer en groepsklimaat.

Als laatste noem ik hierbij nog de vijf basisvoorwaarden voor coöperatief leren:

1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid. De opdracht kan alleen succesvol uitgevoerd worden als elk kind in het groepje zijn bijdrage levert. De didactische structuren zorgen ervoor dat elke leerling actief deelneemt aan de taak. Ook de bijdrage van de zwakke leerlingen is waardevol, wat een positieve invloed heeft op hun zelfbeeld.
2. Individuele verantwoordelijkheid. Elk kind is verantwoordelijk voor zijn eigen bijdrage aan het geheel van de opdracht. De leerkracht kan terugzien wat elke leerling gedaan heeft, door bijvoorbeeld met verschillende kleuren pennen te werken.
3. Directe interactie. De kinderen wisselen hun ideeën, kennis en meningen samen uit. Goede interactie is belangrijk voor het leerproces en de uitkomst van de opdracht.
4. Samenwerkingsvaardigheden. De leerkracht kiest per les een vaardigheid uit en besteedt hier vooraf bewust aandacht aan. Bij de evaluatie komt hij erop terug.
5. Evaluatie van het groepsproces. De groepsleden bespreken eerst met elkaar hoe de samenwerking ging. Daarna wordt er klassikaal geëvalueerd.

Bron: Remmerswaal groepsdynamica
wij-leren.nl Marja en David Evaluatie
Full transcript