Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Spaans: Regelmatige werkwoorden

Uitleg over de vervoeging van Spaanse regelmatige werkwoorden
by

Stedelijk College Eindhoven Aar

on 9 December 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Spaans: Regelmatige werkwoorden

Volg de stappen en je krijgt de juiste werkwoordsvorm. Regelmatige werkwoorden vervoegen Alle Spaanse werkwoorden eindigen op -AR, -ER, of IR, bijvoorbeeld hablar, beber of vivir. Dit wordt het hele werkwoord of infinitief genoemd.

Om er bijvoorbeeld een 'ik', of 'jullie' van te maken, haal je eerst van het hele werkwoord de -AR, -ER of -IR af.
Je houdt dan de stam over: habl, beb, en viv.
De stam is voor alle personen hetzelfde. Stap 1 Als je wilt aangeven om welke persoon het gaat, (oftewel je wilt het werkwoord gaan vervoegen) dan plak je achter de stam die je gemaakt hebt één of meerdere letters. Dit noemen we de uitgang.

Iedere persoon heeft zijn eigen unieke letters. Welke uitgang hoort bij welke persoon, vind je bij stap 3A, 3B en 3C. Stap 2 Stap 3A -AR werkwoorden
yo: STAM+o
tú: STAM+as
él/ella/Usted: STAM+a
nosotros: STAM+amos
vosotros: STAM+áis
ellos/ellas/Ustedes: STAM+an -ER werkwoorden
yo: STAM+o
tú: STAM+es
él/ella/Usted: STAM+e
nosotros: STAM+emos
vosotros: STAM+éis
ellos/ellas/Ustedes: STAM+en Stap 3B -IR werkwoorden
yo: STAM+o
tú: STAM+es
él/ella/Usted: STAM+e
nosotros: STAM+imos
vosotros: STAM+ís
ellos/ellas/Ustedes: STAM+en Stap 3C Enkele voorbeelden:

eten = comer
ik eet = como (comer > com+o)
jullie eten = coméis (comer > com+éis)

hablar = praten
wij praten = hablamos (hablar > habl+amos)
jij praat = hablas (hablar > habl+as)

escribir = schrijven
hij schrijft = escribe (escribir > escrib+e)
zij schrijven = escriben (escribir > escrib+en) Stap 4 Je ziet dat de woorden voor 'ik', 'hij' etc. niet gebruikt worden.
Dit komt omdat iedere uitgang anders is. Je zou kunnen zeggen dat het woord 'ik', 'jullie' etc al verstopt zit in de uitgang. Je mag het woord altijd gebruiken, alleen het hoeft daarom niet.

Succes! Opmerking:
Full transcript