Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Hechting

Presentatie over hechting, gebruikt als bijscholing voor het team.

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hechting

Hechting en autisme
Hechting?
Konrad Lorenz heeft onderzoek gedaan rond inprenting bij eenden- en kippenkuikens . Op een bepaald moment volgen kuikens het eerste bewegende object dat ze op dat moment zien. Meestal is dit de moeder.
In de jaren vijftig deed de vergelijkend psycholoog Harry Harlow onderzoek naar de gevolgen van onthouding van moederlijke zorg, door jonge resusaapjes bij de moeder weg te nemen en ze een kunstmatige moeder te geven.
De betekenis van gehechtheid is gebaseerd op de theorie van psychiater en psychotherapeut Bowlby (1969). Hechting (de vertaling van het Engelse woord ‘Attachment’) is een aangeboren behoefte. Een kind beschikt vanaf de geboorte over gedragingen die nabijheid, verzorging en bescherming uitlokken of in stand houden. Dit gedrag heeft overlevingswaarde, het zorgt voor een omgeving waarbinnen het kind praktische kennis op kan doen.
Er is een verschil tussen de alledaagse betekenis van het begrip hechting en de betekenis van deze term in de theorie.

In goed Nederlands kan iemand zich gehecht voelen aan -bijvoorbeeld- oma, de kinderen, het konijn of een sieraad.

In de wetenschappelijke betekenis van het woord kan dit niet. Daar duidt het op een deelfunctie van een relatie, namelijk die van bescherming, troost of begrip.
De betekenis van hechting
De kwaliteit van de relatie
De effecten van de kwaliteit
De internalisatie van ervaringen
Kwaliteit en continuïteit
God in zijn genade gaf kinderen drie geschenken: het vermogen de persoon die hem de borst geeft lief te hebben en te herkennen, het vermogen ‘vreugde en liefde’ te tonen voor diegenen die met hem spelen en het vermogen liefde en tederheid wakker te roepen in degenen die hem grootbrengen..

Filips van Novara c. 1200 - c. 1270

Deze presentatie is vrij te gebruiken voor wie meer wil weten of vertellen over hechting. De indeling van de presentatie is aan de hand van Mirjam Lambermon. Lambermon onderscheidt in het artikel ‘Appels en Peren’ (2000) een vijftal hoofdpunten (kernhypotheses) binnen de gehechtheidtheorie:

1) De betekenis van gehechtheid in de levensloop van een mens, gebaseerd op de theorie van psychiater en psychotherapeut Bowlby (1969).

2) De kwaliteit van de gehechtheidrelatie.

3) Het belang van continuïteit en van goede kwaliteit van zorg.

4) De effecten van de kwaliteit van gehechtheid op de verdere sociaal-emotionele ontwikkeling.

5) De internalisatie van ervaringen die zijn opgedaan.

De presentatie gaat langs deze vijf gebieden. Daarom heen staan filmpjes en teksten die kunnen worden gebruikt om de verschillende punten verder toe te lichten.
Het kinddeel van de relatie is maar de helft van het verhaal. De ouder heeft een eigen aandeel in dit proces in de vorm van het zorgverlenende gedrag (dat mede een reactie is op het hechtingsgedrag van het kind).
Een ouder kind zal geleidelijk leren zelf stress te hanteren. Dat wil niet zeggen dat volwassenen geen gehechtheidgedrag meer vertonen. Op momenten van stress zoeken ze evengoed steun bij anderen. Alleen krijgen de relaties steeds meer een wederkerig karakter.
Kinderen hechten zich ook aan ouders die slecht voor hen zorgen. Ze hechten zich doorgaans aan meer dan één persoon, al is er sprake van een hiërarchie.
In diverse empirische studies is gebleken dat een veilig patroon van gehechtheid in de eerste levensjaren samenhangt met diverse indicatoren van een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling in de latere kinderjaren.
Een kind bouwt verwachtingspatronen op over de beschikbaarheid van zijn opvoeders. Daarnaast ontwikkelt het kind een beeld van zichzelf en een beeld van zichzelf in relatie tot zijn opvoeders.
Het derde hoofdpunt betreft het belang van continuïteit en van goede kwaliteit van zorg voor
het ontwikkelen van veilige gehechtheid. Het inspelen op gehechtheidsignalen en steun
bieden op het moment dat het kind stress ervaart blijkt een belangrijk kwaliteitskenmerk te
zijn van zorggedrag. Dit wordt sensitiviteit genoemd (van der Ham gebruikt deze term in het
eerder gepresenteerde schema). Inmiddels is duidelijk sensitiviteit niet de enige factor is die
de kwaliteit van gehechtheid beïnvloedt (De Wolff & Van IJzendoorn, geciteerd door
Lambermon 2000). Verder onderzoek zal moeten uitwijzen welke andere aspecten bepalend
zijn.
In een onderzoek van Mary Ainsworth wordt de aard van de hechting bepaald aan de hand van de reactie van het kind op scheiding van de moeder. Bij dit onderzoek, de ‘Strange Situation’, wordt het kind blootgesteld aan drie verontrustende situaties; scheiding van de moeder, contact met een onbekend persoon en een onbekende omgeving. Het kind wordt door de opvoeder tijdens de testsituatie achtergelaten.

Vooral de reacties bij terugkomst van het kind zijn kenmerkend voor de verschillende gehechtheidpatronen.
De mate waarin het zorgende gedrag van de ouder is afgestemd op het kind bepaalt voor een belangrijk deel de kwaliteit van de hechtingrelatie.
Het derde hoofdpunt betreft het belang van continuïteit en van goede kwaliteit van zorg voor
het ontwikkelen van veilige gehechtheid. Het inspelen op gehechtheidsignalen en steun
bieden op het moment dat het kind stress ervaart blijkt een belangrijk kwaliteitskenmerk te
zijn van zorggedrag. Dit wordt sensitiviteit genoemd (van der Ham gebruikt deze term in het
eerder gepresenteerde schema). Inmiddels is duidelijk sensitiviteit niet de enige factor is die
de kwaliteit van gehechtheid beïnvloedt (De Wolff & Van IJzendoorn, geciteerd door
Lambermon 2000). Verder onderzoek zal moeten uitwijzen welke andere aspecten bepalend
zijn.
Helaas is er nog weinig onderzoek gedaan bij meerdere gehechtheidfiguren dan alleen de moeder. Als uitzondering noemt Lambermon een onderzoek van Van IJzendoorn, Sagi en Lambernom uit 1992 waarin de hechtingsclassificaties van de kinderen met hun vader, moeder en de professionele opvoeder van de kinderopvang waren vastgesteld. Hier bleek hoe meer onveilige gehechtheidrelaties kinderen hebben met hun opvoeders, hoe ongunstiger hun sociaal emotionele ontwikkeling verloopt. Er is dus geen ondersteuning voor de hypothese dat vooral de relatie met moeder de latere ontwikkeling zou beïnvloeden. Verder onderzoek is nodig om
deze bevinding te bevestigen en te verfijnen (Lambermon 2000).
Volledige tekst:
God in zijn genade gaf kinderen drie geschenken: het vermogen de persoon die hem de borst geeft lief te hebben en te herkennen, het vermogen ‘vreugde en liefde’ te tonen voor diegenen die met hem spelen en het vermogen liefde en tederheid wakker te roepen in degenen die hem grootbrengen ...

waarvan het laatste het belangrijkste is, want zonder dat zijn zij zo vies en vervelend dat het nauwelijks de moeite loont hen gedurende hun kinderjaren te verzorgen.

Filips van Novara
Een kind beschikt vanaf de geboorte over gedragingen die nabijheid, verzorging en bescherming uitlokken of in stand houden. Dit gedrag heeft overlevingswaarde, het zorgt vooreen veilige omgeving waarbinnen het kind praktische kennis op kan doen.
Zoekt lichamelijk en verbaal contact bij terugkomst.
Kan communiceren over de situatie en over zijn gevoelens. (Lambermon 2000)
Veilig
Ambivalent
Doet een sterk appèl op de opvoeder als deze terugkomt, maar raakt niet vlot gerustgesteld. Het blijft boos, aanhankelijk en komt niet tot spel. In een onbekende situatie lijken deze kinderen de moeder niet als vertrouwde basis te zien om op onderzoek uit te
gaan. (Lambermon 2000)
Negeert de opvoeder bij terugkomst. Lijkt ogenschijnlijk niet aangedaan door de scheiding. Dat
deze kinderen toch spanning ervaren (maar niet communiceren) blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hun
spel oppervlakkig is. (Lambermon 2000)
Vermijdend
Gedesorganiseerd
In de gehechtheidtheorie wordt de cognitieve representatie van gehechtheidrelaties ‘het interne werkmodel’ genoemd.
De reacties van de kinderen worden in vier categorieën verdeeld ->
Tegen mijn verwachtingen in reageert de geneesheer-directeur van wat nu GGZ Willibrord heet, positief op mijn verzoek om inzage in het medisch dossier van mijn opa. In een jarendertig kamer in hetzelfde gebouw waar Wouter maanden had doorgebracht, begint de psychiater met te zeggen dat mijn opa tegenwoordig nooit zou zijn opgenomen, zo ernstig was het niet met hem geweest. Maar er was wel iets aan de hand. Wouter was na de dood van zijn moeder op straat opgegroeid. Volgens de diagnose had hij daardoor nooit geleerd hoe hij zich tegenover anderen een houding moest geven, wat de wereld voor hem angstwekkend onbegrijpelijk maakte.Iemand zoals hij had grote behoefte aan regelmaat en waardering. Viel die structuur weg, dan werd de psychische nood hoog en was drinken voor hem de enige manier om zijn angsten de baas te blijven. Op dat mechanisme had zijn gestel bijna vijftig jaar geleund. Het was daarom niet zo verwonderlijk dat Wouter na zo'n abrupte ontwenningskuur buiten zinnen was geraakt; de enige - dubieuze - bodem onder zijn bestaan was in één keer weggetrokken. Wouter werd in Heiloo geplaatst in GlorieuxB, de observatieafdeling der neurotici. Zijn behandeling bestond uit rust en regelmaat, en de nieuwe arbeidstherapie om hem bezig te houden.

Terwijlik naar de psychiater luister, bedenk ik dat ditzelfde verhaal opgaat voor mijn overgrootvader Harmen die er als jongen ook alleen voor had gestaan. Dominee De Graaf had een eeuw geleden de doorsnee landloper in Veenhuizen herkend als een labiele man met een onthechte kindertijd, die psychisch alleen overeind bleef als hij vluchtte in de drank of letterlijk, door te gaan zwerven. De ingebouwde drang van zo iemand om telkens weer uit zichzelf de veilige regelmaat van de gestichten op te zoeken, paste in dat patroon. Het leek er op dat Roza, onbedoeld, een echtgenoot had gekozen die uit hetzelfde hout was gesneden als haar vader.

(uit: Het pauperparadijs - Suzanna Jansen)
Tijdens het voeden kijken moeders (en vaders natuurlijk ook, maar hier gaan uit van het voorbeeld van moeders) en baby's elkaar voortdurend in de ogen. Door dit contact vallen ze met elkaar samen; de spiegelneuronen zorgen voor immitatie die zowel moeder als baby uitwerken in hun speelse reactie op elkaar. Normaal verloopt deze actie ritmisch en flexibel. Moeder kijkt naar baby, kijkt weg en enkele ogenblikken later verbindt ze zich weer door haar blik. Baby kijkt naar moeder, hoort een geluid, draait zich om en keert weer terug. (bij blinde kinderen worden deze patronen gevormd door stemgeluid en de reactie daar op). Het is wel essentieel dat het contact weinig wordt verbroken; het zijn korte ervaringen van geringe stress en afstand, waar snel een eind aan komt door hereniging. De stressresponssystemen worden door deze korte pauzes gevormd en uiteindelijk leren ze omgaan met kleine, herhaalde doses van stressactivatie zonder te overreageren.

Stress op zich is niet verkeerd; bij het leren komt altijd een geringe hoeveelheid stress kijken omdat daar blootstelling aan iets nieuws en onbekends voor nodig is.

(uit: Het liefdevolee brein - Maia Szalavitz & Bruce D. Perry)
Full transcript