Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

2B H4 Burgers en stoommachines

2 B
by

Rients Anne de Vries

on 10 March 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 2B H4 Burgers en stoommachines

Burgers en stoommachines
1
2
3
4
5
Industriele revolutie
A De kracht van stroom
Grondige veranderingen
Op het platteland
Vanaf 1800 begon de moderne tijd met snelle veranderingen in het maatschappelijke leven.
Voor 1800 : - eeuwen lang werd er te voet gereisd, te paard een
trekschuit of met een zeilschip;
- het werk gebeurde met de handen;
- de meeste mensen leefden op en van het land;
- na zonsondergang werd het pikdonker.
Vanaf 1900
: - mensen reisden met de trein, tram en stoommachine;
- mensen werkten in fabrieken aan stoommachines;
- mensen leefden in steden.
- 's avonds was er licht.
Oorzaak : de industriele revolutie.
In het industriele tijdperk vanaf de 19e eeuw
namen machines het handwerk over.
Machines werkten op stoom, gas en elektriciteit.
voor 1500
: kleine boeren op gemeenschapsgrond
hadden weinig opbrengsten.
Van 1500 tot 1750
; verdubbeling van de bevolkingsgroei
in Engeland doordat boeren op eigen grond meer produceerden.
Britse boeren produceerden meer voedsel door betere werktuigen, sterkere graansoorten en meer mest.
De extra verdiensten staken de Engelse boeren in nieuwe verbeteringen.
enclosures = landbegrenzing
In de textielnijverheid werd het spinnewiel
vervangen door spinmachines met water als energiebron..

1769 : James Watt vindt de stoommachine uit
. Rond 1800 waren er al velen.
Stoom leverde veel meer energie op. De stoommachine dreef andere machines aan.
Stoom ontstond door water met steenkool te verhitten.
Voor de stoommachines waren steenkoolmijnen (als energiebron), ijzerfabrieken en machinefabrieken nodig.
De stoommachine werd de basis van de industrie. Zo werd de stoomtrein in gebruik genomen met grote gevolgen.
1830 : Opkomst van de stoomtrein en stoomtram in Engeland :
- sneller transport in grote hoeveelheden;
- sneller en beter vervoer van producent naar consument;
- aanleg van spoorlijnen en stations;
- extra groei van mijnbouw, ijzer- en machinefabrieken.
De stoommachine
1.06 min.
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20081124_stoommachine01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
1770 : John Hargreaves vond de 'spinning jenny ' uit. Een spinmachine die werd aangedreven door waterkracht.
Deze spin- en weefmachines stonden daarom in een watermolen met snel stromend water als energiebron.
Een wereld vol machines
Stoom en staal
Grote bedrijven hadden eigen laboratoria met technici en wetenschappers voor het maken van nieuwe producten.
B Electriciteit en olie
Licht en energie
Een nieuwe grondstof
1883 : Edison kon electriciteit veilig doorgeven via koperdraden, om zo zijn uitvinding van de gloeilamp te gebruiken. De mogelijkheden van electriciteits draad waren eindeloos :
- stroom in huizen, fabrieken en treinen;
- stroom voor uitvindingen als telegraaf, telefoon en radio
Karl Benz bouwde een auto op benzine.
Rudolf Diesel bouwde een motor op aardolie.
Vanaf 1900 werd aardolie een van de
belangrijkste grondstoffen van de industrie.
Zeker toen er ook plastic van gemaakt kon worden.
Tot 1850 : Groot-Brittannie had een grote voorsprong op industrieel gebied.
De sociale kwestie
A Overvolle steden
De trek naar de stad
Een veranderde samenleving
De stinkende stad
Door de mechanisatie in de landbouw trokken veel arme boeren en arbeiders naar de fabrieken. De steden groeiden enorm.
Door de industrialisatie ontstond de verstedelijking.
Door de industrialisatie ontstonden steden als Liverpool, Londen, Luik en Eindhoven.
De rokende schoorstenen door de steenkoolverbranding
zorgde voor enorme luchtvervuiling.
1900 : Meer dan 50 % van de Britten werkte in de industrie sector .
Nog maar 9 % in de landbouw sector.
Door uitbreiding van de handel en het transport groeide ook de diensten sector,
zoals doktoren, ambtenaren en leraren.
Door de industrialisatie groeiden de steden en de bevolking enorm.
Arme arbeiders leefden in krotten zonder riolering.
Overal stonk het, er was lawaai en vuile lucht.
tyfus
cholera
virus in de darmen
Besmettelijke ziektes, zoals cholera en tyfus verspreidden zich snel onder de bevolking, veroorzaakt door de slechte hygiene :
de hele familie woonde in een vochtige kamer; bedden op kale vochtige vloer; of mensen liggen op stro op de grond.
De sociale woningbouw 1.00

http://www.schooltv.nl/beeldbank
/clip/20050614_economie04
B Afgematte arbeiders
Arm en rijk
Kinderarbeid
Door de industriele revolutie ontstonden grote steden. Daar woonden veel arme mensen dicht bij elkaar. Daardoor werd de armoede zo zichtbaar.
De armoede onder de ongeschoolde arbeiders was groot.
Voor de Franse Revolutie :
de standenmaatschappij
1e stand : de geestelijken
2e stand : de adel
3e stand : de burgers en de boeren, die de lasten droegen
In de industriele revolutie :
de klassenmaatschappij
De rijke burgers (bourgeoisie), zoals fabriekseigenaren, werden door de industrialisatie steeds rijker.
Onder de bovenlaag stond de middenklasse, zoals advocaten, winkeliers en onderwijzers.
De arbeiders waren de onderste klasse.
kapitalisten en arbeiders
burger
en
ondernemer
In de fabrieken bestond geen persoonlijke band tussen werkgever en werknemer.
De werkgever wilde veel winst door veel productie. De werknemer was een productiemiddel die zo min mogelijk moet kosten. Dit noem je kapitalisme.
Arbeiders moesten zoveel mogelijk produceren tegen lage lonen. Vrouwen en kinderen moesten ook meewerken; ze verdienden nog minder.
Rond 1850 was een werkdag van 14 uur heel normaal.
Tegen deze slechte werkomstandigheden konden arbeiders staken.
Maar dan stonden ze snel op straat; er waren genoeg andere arbeiders.
De arbeiders begrepen dat ze iets konden bereiken door samen te werken. Eind 19e eeuw gingen arbeiders zich verenigen in vakbonden.
Ouders moesten hun kinderen laten werken om te kunnen eten.
Kinderen vanaf 5 jaar moesten werken van 6 uur in de ochtend tot
7 uur in de avond.
5 uur in de ochtend :
"Wakker worden".
Met vader naar het werk tot 's avonds 7 uur.
Critici vonden kinderarbeid in de industrie te ongezond.
Kinderen waren te speels en te onvoorzichtig om tussen machines te werken. Er gebeurden veel ongelukken.
Sociale wetten
Samuel
van
Houten
Verbod op kinderarbeid onder 12 jaar
in fabrieken en werkplaatsen.
1900 : leerplichtwet
- Einde van de kinderarbeid.
- Loonstijging zorgde voor minder
noodzaak van kinderarbeid.
- Onderwijs als voorwaarde om mee te
kunnen draaien in de maatschappij.
Parlementsleden, journalisten, leraren en priesters bespraken en beschreven de situatie van de arbeiders. Ze noemden het de sociale kwestie. Er moesten sociale wetten komen om deze kwestie op te lossen.
1874
Kinderwet van
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20040224_kinderarbeid01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Kinderarbeid 2.12 min.
Politieke stromingen
A Liberalen en socialisten
Vrijheid
1815 Congres van Wenen
Na de nederlaag van Napoleon kwamen de oude machthebbers bij elkaar in Wenen. In veel West Europese steden kwamen koningen, edelen en regenten weer aan de macht. De meeste landen hadden een constitutionele monarchie, maar het volk het parlement hadden nog niets te vertellen.
koningen en adel verdelen de macht in west Europa
Liberalen
: - kwamen op voor burgerlijke en economische vrijheid.
Veel individuele vrijheid en weinig regels : vrijheid in
beroepskeuze, in ondernemen en in geloof.
- Liberalen kwamen op voor een parlementaire stelsel :
burgers kiezen hun eigen regering en het parlement controleert de regering. Liberalen waren vanaf 1848 lang aan de macht.
1776 : Adam Smith schreef
'Rijkdom der Volken '.
Als mensen vrij zijn om eigen keuzes te maken
dan ontstaat er vanzelf rijkdom. Want ieder kiest
het beste voor zichzelf.
Wie het goed heeft kiest uit zichzelf om armen te helpen, om opstanden te voorkomen.
Rond 1825 : Er ontstonden 2 politieke stromingen uit de
idealen van de Verlichting :
- De liberalen : vrijheid in denken en ondernemen
- De socialisten : gelijkheid van rechten voor iedereen (arbeiders)
Gelijkheid
Socialisme
: meer gelijkheid tussen de mensen.
Minder verschil tussen armen en rijken.
Vanaf 1870
: socialisme werd een massabeweging door de
industrialisatie en de armoede van de arbeiders.

Socialisme
Karl Marx schreef in 1867 "het Kapitaal":

"Arbeiders, verenigt u en maak u sterk.
U doet het werk, u maakt de producten".

Socialisme door middel van de revolutie
De arbeiders moesten de productiemiddelen ( kapitaal - fabriek - grondstoffen en machines) van de bourgeoisie (rijke ondernemers) afpakken en de leiding nemen.
Gematigde socialisten na 1900
:
- zij kwamen ook op voor de arbeiders;
- zij eisten sociale wetten voor de armen, zoals
een woningwet of een ziektewet
- zij wilden algemeen kiesrecht, zodat arbeiders
op de socialistische partij konden stemmen.
De geschiedenis van de vakbond
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20100317_geschiedenisvakbond02" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Leider : Pieter Jelles Troelstra
1.13 min.
B Confessionelen en feministen
Voor God en vaderland
Strijd voor vrouwenrechten
Confessionelen
zijn mensen die bij een kerk horen :
boeren, arbeiders en middenstanders.
In de Bijbel stond (volgens de gelovigen in die tijd) ;
- dat iedereen zijn plaats had gekregen
- gelovigen de armen moesten helpen uit naastenliefde.
- De protestanten en de katholieken stelden het geloof voorop in de politiek.
- Ze wilden vrijheid in de economie (net als de liberalen).
- Ze wilden sociale wetten (net als de gematigde socialisten)
- ze wilden uitbreiding van het kiesrecht, maar alleen voor gezinshoofden en niet voor vrouwen.
Abraham Kuyper
leider van de protestanten
Herman Schaepman
leider van de katholieken
1870 : de confessionelen
1879 : Kuyper stichtte de eerste landelijke politieke partij :
de
A
nti
R
evolutionaire
P
artij.
- Politiek op basis van de Bijbel
- oprichten van protestantse (bijzondere) scholen
- gelijke behandeling van bijzondere scholen
- Getrouwde vrouwen moesten hun man gehoorzamen.
- Getrouwde vrouwen zorgden voor huishouden en gezin.
- Voor burgerdames was werken een schande.
- Burgermeisjes gingen naar school om zich voor te bereiden op het huwelijk.

19e eeuw
Vrouwen hadden
niet veel rechten
Feministen : zij streden voor de emancipatie van de vrouw zoals
- toelating tot de middelbare school en de universiteit
- kiesrecht voor vrouwen.
Aletta Jacobs
1871 : Als eerste meisje toegelaten tot de universiteit.
Ze streed voor het kiesrecht voor vrouwen.
1919 : Algemeen vrouwenkiesrecht werd ingevoerd.
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20040317_aletta01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Aletta Jacobs : de eerste vrouwelijke student
1.53 min.
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20090706_kiesrecht01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Kiesrecht voor man en vrouw
4 min.
4.4 A
Democratie in Nederland
A De grondwet van 1848
Het koninkrijk der Nederlanden
De nieuwe grondwet
De oude machthebbers van koningen, adel en geestelijken verdelen Europa.
1813 : Nederland en Belgie werden samengevoegd tot het koninkrijk der Nederlanden. De overwinnaars van Napoleon wilden een sterk land ten noorden van Frankrijk.
Koning werd de zoon van stadhouder Willem V : koning Willem I.
NL. werd een constitutionele monarchie.
NL. kreeg een grondwet en een parlement (Staten-Generaal).
Dit bestond uit een 1e en 2e Kamer. De koning benoemde de leden van de 1e Kamer en de regenten die van de 2e Kamer.
Koning Willem I : 1813 - 1840
De koning had alle macht, want hij was
staatshoofd en regeringsleider:
- hij koos de ministers van zijn kabinet
- hij was de legerleider
- hij bepaalde de buitenlandse politiek
- hij regeerde over de kolonien
- hij beheerde de schatkist.
1830 : Opstand
De zuidelijke Nederlanden kwam in opstand tegen koning Willem I en vormde een eigen staat : Belgie.
Onrust in 1848
1840 : Willem II volgt zijn vader op.
De liberalen, o.l.v. Thorbecke, eisten een sterk parlement, die de koning en zijn regering kon controleren.
Willem II wilde geen sterk kabinet, want dan verloor hij zijn macht. Het volk werd onrustig, ook door de
aardappelziektes en mislukte graanoogsten.
1848 : opstand in Parijs.
In Parijs kwam het volk in opstand tegen de koning.
De koning moest vluchten en Frankrijk werd een republiek.
1848 : oproer in Berlijn
In veel west Europese steden braken opstanden uit.
Ook in Den Haag en Amsterdam. Willem II werd bang dat hij
net als de koning van Frankrijk moest vluchten.
Daarom keurde hij de grondwet van Thorbecke in 1848 goed.
Vanaf 1848 : het parlementaire stelsel
- Het parlement moet wetten goedkeuren om ze geldig te maken.
- het parlement controleert de regering.
- De koning werd onschendbaar en verloor zijn macht.
- De ministers zijn verantwoordelijk.
- het volk kiest de leden van de 2e kamer. De provinciale staten
kiest de leden van de 1e Kamer.
- De grondwet garandeert de burgerlijke vrijheden, zoals
vrijheid van mening en vrijheid van godsdienst.
?
De grondwet 4.17 min.
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20090706_grondwet01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Koning Willem I 5.22 min
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20090706_koninkrijk01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
1848 : een nieuwe grondwet, maar
Nederland was nog geen echte democratie.
Volgens het censuskiesrecht mochten alleen mannen die genoeg belasting betaalden stemmen.
Dat was 3% van de bevolking : de liberalen.
De socialisten
Ze eisten algemeen mannen kiesrecht, want dan mochten arbeiders stemmen
op hun eigen volksvertegenwoordigers. in de 2e Kamer.
1896 : kiesrecht uitbreiding tot de helft
van de volwassen mannen.
De socialisten waren niet tevreden en protesteerden.
De feministen eisten vrouwen kiesrecht
1917 : algemeen mannen kiesrecht
1919 : algemeen vrouwen kiesrecht
Nederland was een democratie geworden.
Tot 1917 : arbeiders mochten niet stemmen.
Alleen mensen die genoeg belasting betaalden.
Volgens de grondwet van 1848
mochten arbeiders wel vergaderen.
Arbeiders gingen demonstraties voorbereiden.
De straat op !
4.4 B
B De kiesrechtstrijd
Geen democratie
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20101104_democratie01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Scheiding der machten 3.15 min.
4.5 A
Europese wereldrijken
A Nationalisme in Europa
Trots op je land
Nieuwe landen
Duitse eenheid
4.5 B
B Modern imperialisme
een wereldrijk veroveren
Nederlands-Indie
Imperialisme in Afrika
1851 : Vol trots opende koningin Victoria de eerste wereldtentoonstelling in Londen.
Het enorme gebouw bestond uit staal en glas.
De Britten toonden met dit gebouw hun voorsprong op industrieel gebied.
Chrystal Palace
Eiffeltoren
1887 : Wereldtentoonstelling in Parijs.
Gustave Eiffel bouwde een 300 mtr. hoge stalen toren. De trots van Parijs.
Nationalisme
: trots zijn op je eigen land.
Dat ontstond in de 19e eeuw.
Vroeger : mensen voelden zich verbonden met eigen
stand en de eigen stad of streek.
Na Napoleons nederlaag in 1815 waren 5 landen de baas in Europa :
Groot-brittann, Rusland, Frankrijk, Oostenrijk en Pruisen.
Europa in 1870
Na Napoleons nederlaag in 1815 waren ook veel volkeren verdeeld over verschillende landen.
Door het nationalisme ontstonden in de 19e eeuw eenheidsstaten zoals :
Griekenland, Belgie, Italie, Servie en Roemenie.
Keizerrijk Duitsland vanaf 1871
Onder leiding van rijkskanselier Bismarck en de Pruisische koning Wilhelm I werden de vele Duitse staatjes verenigd tot de machtige eenheidsstaat Duitsland.
Dat gebeurde door oorlogen tussen het Pruisische leger met Denemarken, Oostenrijk en Frankrijk.
In Versailles werd de Pruisische koning uitgeroepen tot keizer Wilhelm I.
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20070918_fransduitseoorlog02" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Duitse oorlogen in de 19e eeuw
2 min.
Versailles 1871
Imperialisme in de 19e eeuw
: Europese landen bouwden een wereldrijk op d.m.v. kolonialisme. De Britten bestuurden heel India en noemden het Brits-Indie.
Waarom imperialisme ? - de industrieen hadden grondstoffen nodig, zoals rubber, koper en olie;
- de industriele producten konden verkocht worden in de kolonies;
- Europese landen geloofden dat ze een betere cultuur hadden dan andere volken;
die cultuur moesten ze verspreiden over de wereld.
Nederlands-Indie vanaf 1800
: Toen de VOC in 1799 werd opgeheven nam de Nederlandse regering de koloniale bezittingen over. Nederland bezat niet veel meer dan java en de Molukken.
Sumatra
java
Borneo
Celebes
Molukken
Nieuw
Guinea
Atjeh oorlog 1870-1900

Atjehse piraten maakten de handelsroute over zee onveilig.
Het leidde tot een bloedige guerrilla oorlog die 30 jaar duurde.
Vanaf 1880 : veroveringen in Afrika.
Vooral Frankrijk en Groot-Brittannie veroverden
zoveel mogelijk land op het continent Afrika.
Rond 1900 was Afrika verdeeld onder de Europese machten.
<iframe src="http://www.schooltv.nl/beeldbank/embedded.jsp?clip=20040224_nederlandsindie01" width="350" height="198" marginheight="0" marginwidth="0" frameborder="0" scrolling="no"></iframe>
Nederlands-Indie 2.10 min.
Hoofdstuk 4
De stoommachine van James Watt

Full transcript