Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Aardrijkskunde H2

No description
by

Mia van Wermeskerken

on 6 March 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Aardrijkskunde H2

Landschappen
In de hoge bergen kan je van alles tegen komen. Koude regen, sneeuw, afbrokkelende stenen en nog veel meer. Al die hoge bergen kunnen zelfs worden verbrokkelt tot zand. Hoe dat zand ontstaat en nog meer, word uitgelegd in deze Prezi
Verwering
Er zijn 4 manieren waarop een bergtop kan verbrokkelen. Deze manier heet verwering.

Tussen rotsen kunnen spleten zitten en daar kunnen plantenwortels tussen groeien. Als deze wortels dikker worden dan kan de rots afbreken.
Verwering
's Nachts vriest het in de bergen. Maar overdag kan het heel warm worden. Als het warm word zetten de rotsen uit en als het koud krimpen de rotsen in. Als dat lang doorgaat zal het afbrokkelen.
Verwering
En dan zijn er ook nog gesteenten die oplossen in water. Bijvoorbeeld kalkstenen.
Erosie
Stenen vallen dus vanwege verwering naar beneden en vallen dan in de rivieren. De stenen die in de rivieren zijn gevallen schaven lang elkaar en veranderen in grind. Grind zakt naar de rivierbedding en schuurt de rivier breder. Dit heet erosie.
Erosie kan ook worden veroorzaakt door gletsjers. Die gletsjers worden veroorzaakt door sneeuw dat zich ophoopt in de bergen. Het opgehoopte sneeuw schuift langzaam naar beneden. Het schuurt over het gesteente dat daar ligt. Dan ontstaan er gepolijste, harde en ronde stenen. Hierdoor kan een dal ontstaan. Je hebt 2 soorten dalen: V-dal & U-dal.


Inhoud
Inleiding Landschappen
Verwering (meerdere dia's)
Erosie
Sedimentatie
Delta's
Stranden
Duinen
Sedimentgesteente
Verwering
In gesteente kunnen spleten zitten. Als het regent, valt er water in de spleten. In de hoge bergen vriest het 's nachts. Het water in die spleten zal uitzetten en dus groter worden. Daardoor word het gesteente aan beide kanten uitelkaar geduwd. Als dat vaak gebeurd zal het afbreken na een tijd.
Sedimentatie
Het gevolg van erosie en verwering is zand, grind en klei. Dat neemt de rivier mee de berg uit. In de benedenloop van de berg word het neergelegd in de rivieren. Dat heet sedimentatie. Sedimentatie gebeurt als er te veel water word vervoert dan eigenlijk kan. Het water wat te veel is stroomt over bij de gebieden waar het vlak is. Het water stroomt hier heel langzaam. Daardoor blijft er grind, zand en klei achter.
Aardrijkskunde H2
Landschappen

Inleiding
U-Dal
V-Dal
Korrels die je met het blote oog kan zien heten zand en grind. Als je een microscoop nodig hebt, heet het klei.
Delta's
Als het proces van sedimentatie in de zee lang genoeg door gaat ontstaat er een delta.
Delta's zijn nieuwe landen in zee die ontstaan door sedimentatie waar een rivier uitmondt.

Delta
Rivier met zand grind, klei.
Strand
Zandbanken ontstaan door zandkorrels die naar beneden vallen als de stroming word afgeremd. Ze hopen op en zullen dan veranderen in zandbanken. Op die zandbanken komen stranden voor. Een zandbank is dus een stuk ondiep zee. Elke keer als er een golf strand aan de kust laat de golf een beetje zand achter. Maar neemt ook weer een beetje zand mee. Maar er blijft meer zand liggen dan er word mee genomen, zo word het strand telkens een stukje hoger.
Kalksteen
Duinen
Duinen ontstaan door stukken hout of planten helmgras. Als de wind opsteekt vliegt er zand rond. Dat zand hoopt zich dan op rond de stukken hout of helmgras. Na een hele tijd zijn de stukken hout of helmgras helemaal bedekt. Dan is het een duin.
Sedimentgesteente
Verbrokkeling en sedimentatie van gesteente is al heel lang aan de gang. De laagvlaktes bestaan al uit kilometers dikke lagen zand en klei. Daarom worden de zand en klei korreltjes samengeperst. Zo veranderen ze in steen. Het zand in zandsteen. Het klei in schalie en schelpen in kalksteen. Het is samengeperst sediment. Sedimentgesteente. Fossielen worden soms nog gevonden tijdens een boring. Fossielen zijn overblijfselen of afdrukken van planten en dieren.
zand
zandsteen
schalie
schelpen
klei
kalksteen
Inhoud 2
Jonge en oude gebergten
Zeebodem wordt een berg
Stollingsgesteente
Nederlands landschap
Hoog-Nederland (Stuwwallen en zwerfstenen)
Laag-Nederland
Jonge en oude gebergten
De Alpen zijn een jong gebergten. Dat kan je zien aan de hoge, scherpe bergtoppen. De slijtage is dus nog volop aan de gang. Het duurt nog heel lang voordat de Alpen zijn versleten. Maar de Ardennen zijn juist een heel oud gebergte. Er zijn geen scherpe toppen meer. En de slijtage is dus al veel langer bezig.
Alpen
Ardennen
Zeebodem wordt een berg
In hoge gebergte kan je schelpen en fossielen tegen komen. Dat komt omdat de zeebodem een berg kan worden. Dat gebeurd doordat aardkorst platen bewegen en botsen. Het sedimentgesteente word in de verdrukking omhoog geduwd. En dan ontstaat er een berg.
Stollingsgesteente
Door de enorme krachten in de Alpen komt er soms op sommige plekken vloeibaar materiaal uit de aardmantel. Het vloeibare materiaal heet magma. Het is onder de grond gestold. Hierbij ontstaat onregelmatige gevlekte stollingsgesteente.
Graniet
Nederlands landschap
Veel rivieren uit Noordwest-Europa stromen naar zee via Nederland. Die rivieren nemen sediment mee. Dat is goed want Nederland zakt langzaam weg. Maar er komen ook steeds nieuwe lagen erbij. Zo blijft Nederland boven de zee uitsteken.
Hoog-Nederland
Stuwwallen
Het oostelijke deel van Nederland is Hoog-Nederland. Hoog-Nederland is sterk beïnvloedt door de gletsjers uit Scandinavië. Die gletsjers zijn tot halverwege Nederland geschoven. De gletsjers hebben de grond om zich heen omhoog geschoven. Na het smelten van het ijs zijn die heuvels blijven liggen. Deze heuvels heten stuwwallen.
stuwwal
Hoog-Nederland
Zwerfstenen
Ten noorden van grote rivieren in Hoog-Nederland kan je grote keien vinden. Dit zijn enorme keien met soms een doorsnede van 1 meter! Die enorme keien zijn door het ijs van de gletsjers naar Nederland gevoerd, vanuit Noorwegen en Zweden. Deze keien heten zwerfstenen.
Laag-Nederland
Waddenzeeën en moerassen.
Het westelijke deel van Nederland is laag. De zeespiegel is gestegen sinds het einde van de laatste koude tijd. 10 000 jaar geleden. Daardoor zijn er veel soorten grondsoorten ontstaan.
Dijken
Rond 1100 na Chr. zijn mensen van de Nederlandse kustgebieden dijken gaan aanleggen. De akkers en weilanden waren nu beschermd tegen water. Terpen waren niet meer nodig. Want alleen aan de buitendijkse kant ging de sedimentatie door. Als men weer een stuk land nodig had dan werd er een deel van het buitendijkse gebied van een nieuwe dijk voorzien. Zo zijn de polders ontstaan.
Zandgronden
Hoog-Nederland bestaat dus uit zandgronden.
Dat was een groot probleem voor de eerste jagers. Want zand is niet vruchtbaar. Maar daarvoor hadden ze al een oplossing. Mest. Schapen poep. De schapen graasden over de heiden. Later kwam er kunstmest beschikbaar. En de schapen verdwenen en veranderde de heide in bos.
Full transcript