Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

ANW Begrippen H.1 t/m H.15

Hier staan alle begrippen voor de ANW toets zo kort, maar toch nog zo begrijpelijk mogelijk, uitgelegd. We raden aan om hem te 're-usen' zodat je makkelijk de tekst erin kan kopiëren, indien je dat wilt en dan heb je hem sowieso bij je. Succes!!!
by

Johannes Hazenberg

on 23 January 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of ANW Begrippen H.1 t/m H.15

H.1 Hoe bouw je een heelal
ANW begrippen H.1 t/m H.15
Proton
= een positief geladen deeltje van een atoom.

Singulariteit
= een puntje met een oneindig klein volume en een oneindig grote massa; zeg maar het ei van het universum.

Oerknal
= populaire benaming van de kosmologische theorie die op basis van de algemene relativiteitstheorie veronderstelt dat 13,7 miljard jaar geleden het heelal ontstond uit een enorm heet punt, met een oneindig grote dichtheid, oftewel een singulariteit

Penzias en Wilson
= deze twee kosmologen hebben met behulp van een radiotelescoop kosmische achtergrondstraling ontdekt.

Notatiesystemen
= veel getallen zijn heel groot, met heel veel nullen, daarom is er een notatiesysteem: superscript. 1000 = 10^3

Inflatietheorie
= deze theorie zegt eigenlijk dat de oerknal geen explosie was, maar dat puntje (singulariteit) dat heel snel uitdijde. Alsof je een ballon opblaast, maar dan veel sneller.

Goudlokje-effect
= Het goudlokje-effect wil eigenlijk zeggen dat het universum perfect is, zoals het nu is.
H.2 Welkom in het zonnestelsel
Kuipergordel
= Een ring van galactisch puin (ruimtezooi) aan de rand van het melkwegstelsel.

Ontdekking Pluto
= Pluto is ontdekt door Clyde Tombaugh, die in dienst was van het Lowell Observatory

Percival Lowell
= Deze man heeft Pluto voorspeld, helaas heeft hij zich een beetje verrekend, wat ervoor zorgde dat iedereen een hele grote planeet zocht, terwijl Pluto heel klein is. Ook geloofde Percival in kanalen op mars gemaakt door marsmannetjes.

Melkwegstelsel
= Het sterrenstelsel waarin ons zonnestelsel zich bevindt.

Pluto een planeet?
= Omdat Pluto heel erg klein is, is de discussie: "Is Pluto nou wel, of niet een planeet?" ontstaan. Tegenwoordig is pluto een dwergplaneet

Grootte zonnestelsel
=
Mercurius= 0,4 AE Saturnus= 9,5 AE
Venus= 0,7 AE Uranus= 19 AE
Aarde= 1 AE (0,983 AE) Neptunus= 30 AE
Mars= 1,5 AE (Pluto= 39 AE)
Jupiter= 5,2 AE Kuipergordel= 50 AE

1 AE = +/- 150.000.000 km
1 AE = Ned. voor 1 AU
Supernova
= Een stervende ster. Zodra een ster sterft, wordt hij eerst heel groot en spat na een tijdje uit elkaar. Hier komt een hele hoop kosmische straling en energie bij vrij.

Zwicky en Baade=
Zwicky heeft supernova's 'ontdekt', Baade deed het rekenwerk. Samen hebben ze bedacht dat supernova's neutronensterren zijn.

Neutronenster=
Het eindstadium van een ster, bestaat volledig uit neutronen, want de elektronen zitten in de protonen.

Vorming zwaardere elementen
= Sommige elementen, waren te zwaar om gemaakt te worden tijden de oerknal. deze elementen, zoals koolstof, werden gemaakt door een supernova.

Fred Hoyle
= Deze man ontdekte dat zwaardere elementen gevormd zijn in supernova's

Donkere materie=
Donkere materie is bedacht om de bewegingssnelheid van sterrenstelsels te verklaren, want voor deze snelheid is er te weinig massa. Donkere materie verklaart het op een manier die consistent is met de zwaartekrachttheorie en met de relativiteitstheorie.

Proxima Centauri=
Onze dichtstbijzijnde ster (naast de zon)

Vorming maan=
Planeet ter grootte van Mars botste met de Aarde, het afval vormde de maan.

Big Bang vs Steady State theory=
Big Bang: Heelal zet uit, maar er was een 'scheppingsmoment', of beginmoment.
Steady state theory: heelal was er altijd al, en zal blijven uitdijen. maar er wordt nieuwe materie gevormd.
H.3 Het heelal van de eerwaarde Evans
H.4 De maat der dingen
De belangrijkste weddenschap aller tijden?
= Wrem daagde Halley en Hooke uit: Wie het eerste met een antwoord kwam op waarom planeten een ellips volgen, kreeg 40 shilling (€2,40).

Edmond Halley
= Een Engelse sterrenkundige. Hij vond de weerkaart en de statische tabel uit, kwam met plannen om de ouderdom van de aarde en haar afstand tot de zon te bepalen (via Venusovergangen)

Isaac Newton=
Natuurkundige, Wiskundige, astronoom, alchemist, enz. Wet van de zwaartekracht en de drie wetten van Newton.

De aarde is niet (helemaal) rond
= Door de rotatiesnelheid is de aarde een beetje dikker bij de evenaar en wat afgeplat bij de polen. Dit was ook het antwoord op de vraag van Wren.

Driehoeksmeting
= Als je van een driehoek een zijde en twee aanliggende hoeken weet, kun je de lengtes van de andere zijden en de andere hoek berekenen. Hiermee wilden ze de lengte van een graad van de meridiaan opmeten.

Meridianen
= Denkbeeldige lijn over het aardoppervlak van pool tot pool,

Richard Norwood
= Norwood mat de afstand tussen York en Londen, doormiddel van een koordje te spannen, en zo de lengte van 1 graad van de meridiaan te meten. Hij zat er maar 500 meter naast!

Maskelyne
= Deze Engelse sterrenkundige probeerde door middel van de aantrekkingskracht van een berg de massa van de aarde te bepalen.

Charles Hutton
= Een wiskundige die bij Maskelyne in dienst was, hij heeft de hoogtelijnen uitgevonden.

Hoogtelijnen
= Lijnen op en kaart die punten van dezelfde hoogte met elkaar verbinden, waardoor de hoogtes veel overzichtelijker worden.

Cavendish
= Een geniale, maar bijzonder teruggetrokken man. Met een toestel heeft hij de massa van de aarde berekend. In het midden twee loden ballen van 150 kilo, met daarnaast twee kleinere ballen. Door de afbuiging te meten kwam hij er op dat de aarde zes miljard maal een biljoen ton weegt.

Gewicht van de aarde
= 5,972 * 10^24 kg

Royal Society
= Een academie voor Britse wetenschappen.
Charles Lyell
= Een Britse geoloog en paleontoloog, schreef "Principles of Geology", de op een na belangrijkste aanhanger van de uniformitarianismetheorie. Zorgde voor veel publiciteit.

James Hutton
= De eerste modern-wetenschappelijke geoloog, bedenker van de univormitarianismetheorie en van het plutonisme. Hij kreeg niet veel aandacht.

William Thomson, Lord Kelvin
= Een 'Victoriaanse superman', bedenker van: absolute temperatuurschaal, versterkingsapparatuur voor telegrammen, verbeteringen op gebied van scheepsvaart.

Vraag leeftijd aarde als drijvende kracht
= Veel mensen hielden zich bezig met de leeftijd van de aarde. Kelvin: 20-400 miljoen jaar oud, Comte de Buffon: 75000-168000 jaar oud. De correcte leeftijd: 4,54 miljard jaar

Geologie
= De wetenschap die de Aarde, haar geschiedenis en de processen die haar vormen en gevormd hebben, bestudeert.

Z
eefossielen in de bergen
= Plutonisten dachten door vulkanen en aardbevingen, neptunisten dachten door ruizen en dalen van de zeespiegel.

Neptunisme vs plutonisme
= Neptunisten denken dat de aarde is veranderd door rijzen en dalen van de zeespiegel, plutonisten denken dat het komt door beweging van aardplaten.

Catastrofetheorie vs uniformitarianismetheorie
= Catastrofetheorie: wereld veranderd door catastrofale gebeurtenissen, voornamelijk overstromingen. Uniformitarianismetheorie: alles gebeurt geleidelijk.

Darwins belang
= Voor Darwin was het belangrijk dat de wereld heel oud is, anders kon zijn evolutietheorie niet kloppen.

Georges-Louis Leclerc, Comte de Buffon
= Verhitte bollen tot ze witheet waren, en door de uitstraling te meten en die te vergelijken met de uitstraling van de aarde schatte hij de leeftijd van de aarde tussen de 75000 en 168000

Tijdschalen en hun naamgeving
= Veel namen zijn afgeleid van Britse volken en plaatsen. Hieronder een eenvoudige tabel, een volledige, en heel uitgebreide staat op Wikipedia.
H.5 De Steenbrekers
H.6 Wetenschappelijke strijd om leven en dood.
Belang van fossielen voor determinatie gesteenten
= Als je in een gesteentelaag een fossiel tegen komt, je gaat naar de andere kant van de wereld en vindt daar het zelfde soort fossiel, kun je zeggen dat beide lagen even oud zijn.

Mary Anning
= Dit is een eerste fossielzoekers, drie heel belangrijke vondsten en nog veel andere.

De positie van vrouwen in de wetenschap in het algemeen
= Geen enkele vrouwelijke wetenschapper werd serieus genomen in die tijd.

Gideon Mantell
= Gideon Mantel was ook een fossielzoeker, Hij was geinspireerd door Mary Anning, en heeft het fossiel van de Iguanodon gevonden.

Iguanodon
= Het dier waarvan Mrs. Mantell de tand vond, hij heeft deze naam gekregen door Gideon Mantell en het is een plantenetende dinosauriër.

George Cuvier
= Een getalenteerde paleontoloog die rond 1796 de uitroeiingsteorie schreef. Hij was ervan overtuigd dat de aarde van tijd tot tijd wereldwijde rampen meemaakte waarbij hele diersoorten werden uitgeroeid.

Dino's
= 'Verschrikkelijke hagedis', deze term is bedacht door Richard Owen.

Amerika vs Europa
= In de 18 de eeuw waren Europa en Amerika niet de beste vriendjes. Dit kwam doordat Comte de Buffon (Franse natuuronderzoeker) zei dat alles in Amerika zwak was vergeleken met Europa. Thomas Jefferson pikte dat niet.

Owen
= Heeft veel dinosaurus fossielen onderzocht en benoemd, wordt ervan beschuldigd werk van anderen niet te erkennen of onder eigen naam te zetten, zoals werk van Mantell.

Charles Marsh
= Een Amerikaanse paleontoloog, heeft zowat alle dinosauriërs wel een naam gegeven., Had na een vriendschap een heftige ruzie met Cope, en bekritiseerde al Cope zijn vondsten.

Edward Cope
= Pleontoloog die ook zowat alle dinosauriërs een naam heeft gegeven, nog meer dan Marsh, ookal hadden ze veel dezelfde.

Bone cabin quarry
= Een plek in het midden van de Verenigde Staten, waar heel veel botten zijn gevonden. zoveel dat er complete huizen uit gebouwd werden. (Bot Hut Steengroeve)

Laaghartigheid de voornaamste drijvende kracht in wetenschappelijke vooruitgang
.= Gemeenheid. Veel wetenschappers uit dit hoofdstuk waren erg gemeen en kwamen vooral met de ontdekkingen zodat ze met de eer konden strijken en beter waren dan anderen.
Inleiding
Deze prezi is als hulpmiddel voor de ANW toets over H.1 t/m H.15 van het boek "Een kleine geschiedenis van bijna alles" geschreven door Bill Bryson. De makers van deze Prezi zijn niet verantwoordelijk voor fouten in deze prezi of lage cijfers op de toets. Veel succes met leren!!!

PS. Als je een fout tegenkomt, wel graag melden in de reacties, dan kunnen we het veranderen.
4 era’s
(Precambrium, Paleozoicum, Mesozoicum en Cenozoicum)

12 tot 20 subgroepen
(Krijt, Jura, Trias, Siluur enz.)

Lyells tijdperken
(Pleistoceen, Mioceen enz.)

10-tallen fijnere tijdsneden
(illinoium, Desmoinium, Croixinium, Kimmeridgium enz.)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Geologische_tijdschaal
H.7 Elementaire zaken
Carl Scheele en urine
= Eerder werd fosfor gemaakt uit urine, maar Scheele vond een manier om het op een andere manier te ontwikkelen. Scheele heeft acht elementen ontdekt: Chloor, fluor, mangaan, barium, molybdeen, wolfraam, stikstof en zuurstof.

Antoine-Laurent de Lavoisier
= Hij heeft, samen met zijn vrouw, voor heel veel elementen de toepassing bedacht, ze zorgden samen voor nauwkeurigheid, helderheid en systematiek in de scheikunde. Ook heeft hij ontdekt dat er bij reacties geen gewicht verloren gaat.

Jean-Paul Mane
t= Deze jongen wetenschapper heeft een nieuwe theorie over het verbrandingsproces voorgelegd aan de Academie Royale des Sciences. Lavoisier sprak hier minachtend over, en dat heeft in de lange termijn voor Lavoisier zijn dood gezorgd
.

Benjamin Thopson, graaf von Rumford
= Uitvinder van het ouderwetse koffiezetapparaat, thermisch ondergoed, de Rumford-haard, enz. Getrouwd met madame Lavoisier(dezelfde). Oprichter van het Royal Institution.

Lorenzo Romano Amadeo Carlo Avogadro
= Bedenker van de wet dat als twee gelijke hoeveelheden gas, willekeurig welke, bewaard worden onder dezelfde druk en temperatuur, ze een gelijk aantal moleculen bevatten.

Browne beweging
= De plantkundige Robert Brown ontdekte de actieve aard van moleculen, doordat hij zag dat korreltjes stuifmeel in het water eindeloos in beweging blijven.

Atoomnummer
= Het aantal protonen in de kern van een atoom.

Dmitri Ivanovitsj Mendelejev
= Deze man ontdekte een nieuwe manier om de elementen te ordenen. Hij zag dat op atoomnummer volgorde, elk achtste atoom eigenschappen gelijk hadden.

Periodiek systeem der elementen
= De rangschikking van de elementen op de manier van Mendelejev.

Henri Bequerel
= Bequerel ontdekte per toeval radioactiviteit,
door een pakje uraniumzout dat op een gevoelige plaat had gelegen voor enige tijd. Hierdoor vonden ze uit dat uraniumzout een soort stralen uitzendt.

Radioactiviteit
= Het uitzenden van ioniserende straling, doordat protonen of neutronen vervallen.

Curies
= Marie Currie, en haar man Pierre Currie onderzochten radioactiviteit, en ze hebben de elementen Polium en Radium ontdekt. Bijde zijn ze overleden aan een te grote stralingsdosis die voor leukemie zorgde.

Ernest Rutherford
= Hij ontdekte dat radioactieve elementen tot andere elementen vervallen, en heeft de halfwaardetijd ontdekt.

Halfwaardetijd
=Voor elk willekeurig monster van radioactief materiaal, is voor het verval van de helft van het monster altijd even veel tijd nodig. Dat is de halfwaardetijd.
Max Planck=
Een Duitse Natuurkundige die de Kwantumtheorie heeft ontwikkeld.

Kwantumtheorie
= Theorie die stelt dat energie geen continuüm is, maar dat er op een gegeven moment geen energie meer is.

Michelsons experiment
= Albert Michelson en Edward Morley hebben ontdekt dat licht even snel gaat als de aarde naar de zon toe beweegt, als dat het gaat als de aarde van de zon af beweegt.

Ether
= Een hypothetisch medium tussen alles in, waarvan men dacht dat licht zich er in zou voortplanten.

Albert Einstein
= Geniale natuurkundige die beide relativiteitstheorieën heeft bedacht.

E=mc²
=Dit is de speciale relativiteitstheorie, die zegt dat in elk voorwerp veel potentiële energie zit. E staat voor energie, m voor massa en c² voor lichtsnelheid in het kwadraat.

Relativiteit
= Dat tijd een relatief begrip is, dat als je beweegt, je eigenlijk een beetje tegen de tijd ingaat. Vlieg over de Verenigde Staten en je verlaat het vliegtuig een fractie van een seconde jonger dan degenen die je achterliet.

Russels trein-voorbeeld
= Bertrand Russel heeft geprobeerd de relativiteit geprobeerd uit te leggen. Een honderd meter lange trein die met 60% van de lichtsnelheid reist, zal vanaf het perron tachtig meter lang lijken, en de mensen in de trein vreemd samengedrukt. Maar voor de mensen in de trein lijken de mensen buiten de trein juist vreemd samengedrukt.

Platlanders=
Er wordt gezegd dat er ook een vierde dimensie bestaat die wij niet kunnen zien. Dat wordt uitgelegd met de hulp van platlanders, die leven in een tweedimensionale ruimte, en kunnen geen derde dimensie zien. Als er dan iemand vertelt over een derde dimensie, begrijpen zij hem niet.

Percival Lowell
= Op Percival Lowell zijn observatorium werkte
Vesto Slipher
, die heeft ontdekt dat licht dat zich van ons af beweegt naar het rode eind van het spectrum verschuift en licht dat naar ons toe beweegt naar het blauwe verschuift.

Henrietta Swan Leavitt
= Deze vrouw heeft ontdekt dat de helderheid van een bepaald soort sterren evenredig afneemt met het kwadraat van de afstand. Zo kon je de relatieve afstand tot sterren berekenen.

Edwin Hubble
= Astronoom die heeft bewezen dat er heel veel sterrenstelsels bestaan, door middel van Leavits meetlat en Slipher zijn roodverschuiving verafgelegen punten te meten. Ook heeft hij ontdekt dat er een verband bestaat tussen de roodverschuiving en de afstand tot de aarde,
H.8 Einsteins universum
H.9 Het machtige atoom
Atomen en de structuur ervan
= Een atoom is het kleinste deel van een scheikundig element wat nog de eigenschappen van dat element heeft. Atomen bestaan uit neutronen en protonen in de kern, met een wolk elektronen er om heen.

Neutronen
= Een subatomair deeltje zonder elektrische lading dat voorkomt in atoomkernen.

Protonen
= Een subatomair deeltje met een lading van 1+ dat voorkomt in atoomkernen.

Elektronen, en hun plaats, baan en richting
= Een negatief geladen atomair deeltje, dat zicht rond de atoomkern beweegt, in een grote wolk. Zijn weegt niets in vergelijking met protonen en neutronen.

John Dalton
= De eerste die zich ervan bewust werd van de drie belangrijkste eigenschappen van een atoom: duurzaamheid, aantal en grootte.

Ernest Rutherford
= Natuur- en scheikundige die heeft ontdekt dat atomen uit een zeer geconcentreerde kern bestaat met daaromheen een wolk van elektronen in de ijle ruimte. Ook heeft hij ontdekt dat er neutronen in de kern zitten.

Niels Bohr
= Deense wetenschapper die stelt dat elektronen rondcirkelen rondom de atoomkern, en dat zij zich in bepaalde banen met eigen energieniveaus bevinden. Ook stelde hij dat elektronen tussen twee banen kunnen wisselen, zonder de daartussen liggende ruimte te bezoeken.

Heisenberg
= Duitse natuurkundige, grondlegger van de matrixmechanica, een formulering die het Bohr-model uitbreidde, door te beschrijven hoe kwantumovergangen optreden. Een jaar later kwam hij met de Heisenbergrelatie

Heisenbergrelatie
= Deze relatie stelt dat je van elektronen nooit met zekerheid kan zeggen waar ze zijn en zullen zijn. Of je weet waar ze zijn, of je weet waar hun impuls is, niet beide.

Sterke en zwakke kernkracht
= De sterke kernkracht bindt quarks samen zodat ze protonen en neutronen kunnen vormen, en op grotere schaal houdt ze de atoomkernen bij elkaar.
De zwakke kernkracht houdt controle over radioactief verval.

Theorie van alles?
= Er zijn twee theorieën, de kwantumtheorie voor het hele kleine, en de relativiteitstheorie voor het grotere.
H.10 Weg met het lood
Koolstofdatering (c14)
= Een dateringsmethode die ervan gebruik maakt dat het licht radioactieve isotoop koolstof-14 er altijd zo'n 5736 jaar voor nodig heeft voordat de helft van de koolstof-14 is vervallen tot stikstof-14, wat wel stabiel is. Vanaf de dood komt er geen nieuwe koolstof-14 in het lichaam, en je kunt dus bepalen hou lang geleden iets dood ging door de hoeveelheid koolstof-14 te meten. Wel is er snel vervuiling en verschilt het aantal C-14 in de lucht nog wel eens.

Halfwaardetijd
= De tijd die nodig is om de helft van een element te laten vervallen tot een ander element.

Thomas Midgley Jr.
= Een Amerikaanse uitvinder, die tetraethyllood heeft toegevoegd aan benzine, om motorklop te verminderen. Lood is een zenuwgif, als je er te veel van inneemt beschadigen je zenuwen, en dus ook je hersenen. Ook heeft hij Cfk's uitgevonden.

Motorklop
= Het trillen, of kloppen van motoren.

Cfk
= Chloorfluorkoolwaterstof is veel gebruikt in koelkasten en in spuitbussen, maar het heeft een zeer slecht effect op de ozonlaag, Het blijft ook lang in de lucht zitten, en versterkt het broeikaseffect ook ernstig!

Ozon
= O3, ofwel zuurstof met drie zuurstof atomen in plaats van twee. Het zit in een zeer dunne laag rond de aarde, en het zorgt ervoor dat veel schadelijke straling afkomstig van de zon ons niet bereikt.

Clair Patterson
= Een Amerikaanse geochemicus, die de leeftijd van de aarde correct heeft gemeten. Ook was hij een fel strijder tegen loodvervuiling, hij heeft voor de Clean Air Act of 1970 gezorgd, waardoor er veel minder lood wordt gebruikt.

Loodisotopen
= Door het tempo te meten van hoe uranium in loodisotopen veranderd, kun je meten hoe oud de aarde is.

Leeftijd aarde definitief (hoe?)
= Patterson heeft via meteorieten gemeten hoeveel uranium in loodisotopen is veranderd, en vanwege zijn juiste onderstelling dat meteorieten ruimteafval zijn, en dus even oud als de aarde. Zijn resultaten worden nog steeds gebruikt: 4,550 miljard jaar (plus of min 70 miljoen jaar)
H.15 Gevaarlijke schoonheid
Yellowstone=
Een groot natuurpark in de Verenigde Staten, Het hele park is een grote vulkaan.

Caldeira=
Als ik het woord 'vulkaan' zeg, dan denkt iedereen aan een holle berg met magma, een Caldeira is ook een vulkaan, maar in plan een berg is het eigenlijk een groot gat. Yellowstone is zo'n vulkaan, met een diameter van 65 km!

Risico's=
Yellowstone is een prachtig natuurgebied. Helaas niet ongevaarlijk. Per jaar zijn er zo'n 1000 aardbevingen! Ook zijn er kokend hete geisers, daar wil je niet in vallen.

Alternatieve vormen van leven (hyperthermofile bacterie)=
Thermo= warmte. Deze bacterie kan zo goed tegen warmte dat hij makkelijk in de kokendhete geisers van Yellowstone kan 'zwemmen'.


H.14 Het vuur onder onze voeten
Mt St. Helens=
een mooi voorbeeld van een onvoorspelbare vulkaan. deze barste toch uit ondaks dat vulkanologen zeiden van niet.

Aardkorst=
De Aarde is (als je hem doormidden snijd als een sinaasappel) opgebouwd uit drie lagen. de kern (ijzer), de mantel (vloeibaar gesteen) en de aardkorst (massief gesteen). Wij leven op de laatste laag. Deze is niet overal even dik. Op sommige plekken maar 2 km!

Schaal van Richter=
Dit is een manier om de sterkte van aardbevingen te vergelijken. Dit gebeurd exponentieel, dus niet dat wanneer China 6,3 heeft en Taiwan 7,3, Taiwan 1 sterker is, nee dat Taiwan is 50 keer zo sterk is.

Convectie en magnetisme=
Van de mantel wordt veelal aangenomen dat deze stil ligt. Was dat maar zo, dan waren er geen aardbevingen. Nee, het binnenste van de aarde is in beweging en dit zorgt ervoor dat de platen aardkorst ook mee bewegen. Dit gebeurd door convectie. Het binnenste van de aarde zorgt ook voor magnetisme.

Convectie=
Warme magma stijgt op vanuit het midden van de aarde en de magma daalt weer wanneer deze afkoelt. Hierdoor komen er een soort van 'in Aardse stromingen'. Deze zorgen ervoor dat de Aardkorstplaten bewegen.

Magnetisme=
Doordat de kern van de aarde uit ijzer is, hebben wij een 'magnetisch veld om ons heen. dit zorgt ervoor dat wij niet dood gaan aan teveel kosmische straling. Andere planeten zoals Mars hebben geen kern uit ijzer, en dus ook geen magneetveld. Wat betekend dat wij nooit zonder bescherming tegen koschmische straling op mars kunnen lopen.

Controverse=
Een heftig meningsverschil, een twistpunt voor de wetenschap.
H.13 BOEM!
Gerard Kuiper=
Een Nederlandse wetenschapper naar wie de Kuipergordel is vernoemd (zie H.2)

Meteorieten=
Stukjes stof die in de Aardatmosfeer verbranden en een streep achterlaten.

Asteroïden=
Stokjes stof, rots en ijs die zijn overgebleven van botsingen van planeten. Deze zweven door het Universum. Zodra ze de Aardatmosfeer raken heten ze meteorieten.

Alvarez=
Zo vader zo zoon, samen hebben ze bedacht dat de KT-grens (geologische grens tussen Krijt en Tertiar) zo'n mooie lijn had omdat er toen een meteoriet is ingeslagen. Dit konden ze meten door het iridium uit de meteoriet.

Waarom duidt dat iridium op een grote BOEM?=
Het iridium dat de laag tussen het Krijt en het Tertiar vormt, komt uit een meteoriet. Overal is iridium te vinden, maar bij de KT-grens heel erg veel. Wat betekend dat er een erg grote meteoriet was toen. Metoeriet= boem. Dit bevestigt de theorie dat de dino's zijn uitgestorven door Meteorietinslagen.

Manson Iowa=
Dit is de krater waar de wetenschappers uit die tijd vermoeden dat daar de meteoriet was ingeslagen. Dit klopte helaas niet want de krater is te klein en te oud.

Yucatán=
Dit is de plek waar de meteoriet die de KT-grens markeerd is ingeslagen. De meteoriet is ingeslagen op het mexicaanse schiereiland Yucatán.

Inslag=
Op het moment dat ergens een meteoriet neerstort noem men de plek waar de meteoriet is neergestort de inslagplek.

Uitsterven dino's?=
Door de inslag van de KT-meteoriet zijn hoogstwaarschijnlijk de dino's uitgestorven. De inslag had zoveel impact dat er enorme tsunami's ontstonden en werd er zo veel stof de lucht in gejaagd dat de zon een hele tijd niet meer heeft geschenen. Dat is waarschijnlijk de reden dat de dino's zijn uitgestorven. Aan een kettingreactie.
H.11 Quarks voor Muster Mark
CERN Geneve
= Europees Centrum voor Nucleair Onderzoek is een organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes.

www.
= Het World Wide Web is ook uitgevonden bij CERN

Quarks
= Onderdelen van protonen en neutronen, lading van -1/3 of +2/3. Paars in de
tabel hiernaast. Groen zijn leptonen, die zitten in neutrinos. En ijkbosonen zijn rood en
geven de kracht tussen atoomdeeltjes weer. De quarks hebben een superpositie,
ze hebben op hetzelfde moment zowel positie als beweging. Je kunt niet beide zeggen.
Denk aan een geluidsgolf, je kunt of zeggen waar hij is, of waar hij naartoe gaat, nooit allebei.

Neutrinos
= Deze deeltjes komen van de zon hiernaartoe, en zijn zeer lastig te 'vangen', want ze kunnen overal doorheen.

Higgs boson ontdekking
= Door Peter Higgs is dit deeltje al theoretisch voorspelt, het draagt de massa van atomen, in 2012 is het echt ontdekt bij CERN, door een deeltjesversneller.

Complexiteit van de begrippen zoals snaartheorie (niet uitleggen, veel te moeilijk)
= Deze zeer ingewikkelde theorie zegt dat er voor de elementen van atomen 11 dimensies zouden zijn die als snaren opgepropt zitten en zo subatomaire ‘deeltjes’ vormen. Heel ingewikkeld.

Roodverschuiving
= Sterren bewegen weg van ons en door het doppler effect van licht lijken ze rood dus roodverschuiving.

Wet en constante van Hubble
= Door roodverschuiving wist Hubble dat alle sterrenstelsels van ons af bewegen. Met deze informatie heeft hij een formule bedacht, de wet van Hubble: H0=V/D
V-> snelheid, D-> afstand vanaf ons gezien. Dit houdt in dat hoe verder het van ons afstaat, hoe sneller het beweegt. De constante van Hubble is H0, voor de 0 kun je andere getallen invullen, en zo probeerden ze de leeftijd van de aarde te berekenen. Het enige probleem is dat ze niet zeker weten wat ze voor 0 moeten invullen.

Parsec
= Een sterrenkundige eenheid die gelijk staat aan 3,26 lichtjaar.

WIMPS en MACHO’s
= We denken dat er zwarte materie is, maar we weten niet waar het uit bestaat, en daar hebben natuurkundigen en sterrenkundigen verschillende theorieën over.
De sterrenkundigen hebben
MAssive Compact Halo Objects
of MACHO’s en in gewone taal noemen we het wel zwarte gaten en bruine dwergen.
De natuurkundigen gaan voor een verklaring als de
Weakly Interactive Massive Particles
of WIMPs die gerelateerd zouden moet zijn aan oerknal deeltjes.


Of toch DUNNOS
= Dark Unknown Nonreflective Nondetectable Objects Somewhere, een ander woord voor WIMPs, omdat ze nog nooit gevonden zijn.
H.12 De Aarde is in beroering
Holmes=
Deze man Was eerst vooral bezig met het bepalen van de leeftijd van de aarde, maar hij was de eerste wetenschapper die begreep wat convectiestromingen veroorzaakte (H.14 Het vuur onder onze voeten).

Tectoniek=
Platentectoniek is het bewegen van de Aardplaten door de convectiestromingen.

Alfred Wegener=
Deze meteoroloog kwam er achter dat de aarde er een paar milioen jaar geleden heel anders uit zag. Er was namelijk een groot continent genaamd Pangaea. Dit heeft hij ondekt door fosielen te bestuderen.

Convectie=
(Zie H.14 Het vuur onder onze voeten).

Hess en Guyots oceaanbodemonderzoek=
Door de oceaanbodem te onderzoeken kwamen deze oceaanbodemonderzoekers erachter dat de grootste berg ter wereld onder water ligt. Onderwater vulkaanen werden Guyuots genoemd.

Oceanische spreiding=
Het feit dat er ook platentectoniek onder water is verklaard waarom de oceaanbodem steeds vernieuwd wordt.

Magnetisch veld van de aarde=
(Zie H.14 Het vuur onder onze voeten).

Pangaea=
Een paar milioen jaar geleden was er het 'supercontinent' Pangaea. Als je alle tegenwoordige continenten als een legpuzel in elkaar zou schuiven zou je weer Pangaea kunnen vormen.

Continenten=
De aarde is in beweging en zo dus ook de daaropliggende continenten. Vroeger (heel lang geleden) zag de Aarde er heel anders uit. De tegenwoordige continenten zijn eigenlijk de 'puzzelstukjes' van vroegere continenten.
Succes met de toets!!!
Je weet nu alles :D
Hopen we!
Full transcript