Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

maxim arnoldy en vwo 1 in de Middeleeuwen

vwo 1 h5 en h6
by

Maxim Arnoldy

on 14 June 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of maxim arnoldy en vwo 1 in de Middeleeuwen

De Middeleeuwen
H5 en H6
Woon en Werk plaats
De Machtige kerk & De Macht van de Koning
H5 par 4&5
Opkomst van de Islam: veroveringen
H6 par 5:
De Kruistochten
H5 par 4
De opkomst van de Islam
einde van het Romeinse Rijk
H5 par 2
Christelijk Europa
H5 par 1
Leenheren en Leenmannen
H5
Monniken en Ridders
Rond +/- 500 nch einde van het West Romeinse Rijk
Komt door:
Romeinse generaals voeren oorlog om keizer te worden. Hierdoor is het leger verdeeld
Er zijn misoogsten en daardoor hongersnood. veel mensen komen in opstand
Romeinen laten de grenzen verdedigen door bondgenoten, zij zijn minder streng voor hun eigen volk
Volksverhuizingen: de Hunnen trekken naar de Germaanse grens. Germaanse volken vluchten het Romeinse rijk binnen en gaan plunderen
Romiens bestuur vlucht naar Oost Romeinse Rijk. (Byzansium hier blijft alle kennis van de Romeinen bewaart)
In West Romeinse rijk komen de Germanen aan de macht. Kennis verdwijnt, recht van de sterkste geld
Einde van het West Romeinse rijk
Enige dat overblijft is het Christendom
West Europa +/-500 t/m 1000 nch
Veel oorlog tussen koningen die de macht willen
te onveilig om te reizen
Einde van de handel
Steden worden minder belangrijk
meeste mensen leven van de landbouw
Arabisch schiereiland
Arabische stammen zijn polytheïstisch
Arabische stammen zijn nomaden
trekken rond in de woestijn/ handels karavanen
570 geboorte van Mohammed
Mohammed trekt rond met de karavanen
door de reizen komt hij in contact met Joden en Christenen (zijn Monotheïstisch)
610 Mohammed krijgt visioen van een nieuwe monotheïstische godsdienst
622 Mohammed moet vluchten uit Mekka (iedereen is daar polytheïstisch)
Vlucht naar Medina
Begin van de Islamitische jaartelling
622 Medina is Islamitisch
Mohammed wil heel het Arabisch schiereiland Islamitisch maken--> begint met veroveringen
630 Mohammed veroverd Mekka en het Arabisch schiereiland
632 Mohammed overlijd
Opvolger van Mohammed is een kalief
Een kalief is de leider van het Islamitischrijk en de geestelijk leider van de Islam
+/- 1000nch Turken (Seldsjoeken) veroveren Arabische gebieden
Arabieren waren tolerant naar andere volken en geloven
Seldsjoeken zijn streng islamitisch
Niet tolerant naar andere volken geloven
1095 veroveren Byzantijnse rijk op de Arabieren
Byzantijnse keizer is bang dat christendom verboden word
Seldsjoeken veroveren Jeruzalem
verbieden de pelgrimstochten voor christenen
Keizer roept de hulp in van de paus
Paus roept op tot kruistocht/ heilige tocht om Jeruzalem te bevrijden
1095 op roep tot 1e kruistocht
1096 1e kruistocht
Karel de Grote
Veroverd veel gebied (Noord- Duitsland t/m Spanje en Italië)
Heeft een sterk leger te paard (cavalerie)
Christelijke kerk heeft het zwaar (meeste Germanen/ Franken zijn heidenen)
De Paus (Leo III) vraagt Karel om bescherming in ruil voor Keizers kroning
Karel beschermt de kerk en de Kerk geeft hem de steun van God/ alle christenen moeten hem dan steunen
800 nch Karel de Grote helpt de kerk en wordt Keizer
Het bestuur van Karel de Grote:
Karel regeerde niet van uit 1 plek maar moest rondreizen
Liet op verschillende plaatsen kastelen bouwen
Waar hij verbleef werd tijdelijk de hoofdstad
Karel had hulp nodig bij het bestuur en bij het verdedigen van zijn land
Leenstelsel: De koning/ keizer leent land en boeren aan ridders/ (graven/hertogen). De ridders zweren trouw aan de koning (raad en daad/ advies bij bestuur en hulp bij oorlog)
Ridders worden van Adel (door God aangewezen om het land te verdedigen)
Adel zijn word erfelijk/ gaat van vadeop zoon
Later in de middeleeuwen mocht je alleen Ridder worden als je van Adel was (dus afstamde van d eerste ridders)
In tijden van vrede regeren zij hun gebied, houden steekspelen en toernooien
Na Romeinse rijk:
Na de val van het romeinse rijk heeft de christelijke kerk het zwaar
De romeinse gebieden zijn in handen van heidenen/ mensen die niet christen zijn
Germanen en Franken zijn polytheïstisch en hebben andere gewoonte en gebruiken
Als de christelijk kerk wil over leven moeten zij de heidenen bekeren/Kerstenen (christelijk maken)
Bestuur van de christelijke kerk:
De Paus is de leider van de kerk in Rome en alle christenen
Kardinalen helpen de Paus
Aartsbisschoppen besturen de alle bisdommen
Bisschoppen besturen de kerk provisies (bisdommen)
priesters/ pastoor besturen de plaatselijke kerk
monniken en nonnen werken in de kloosters/ schrijven Bijbels over om te kunnen verspreiden/ verzorgen de zieken
Kerstening:
Missionarissen en zendelingen moeten de heidenen (Germanen/ Franken/ Friezen bekeren/ kerstenen
Dit is erg gevaarlijk
Vaak werden ze vermoord
De kerk weet dat ze de heidenen alleen over kunnen halen als zij hun eigen cultuur mogen behouden
de Missionarissen richten zich vooral op de leiders van de heidenen
als de leider christen word volgt zijn volk vanzelf
Er ontstaat een vermenging van de cultuur:
Christendom vermengt zich met de Germaans/Frankisch/ Friese cultuur
De dagen van de week/ maanden (Germaanse goden/ Romeins Goden)
De Rust dag van God (sabbat, zaterdag) verschuift naar de zondag (dag dat de Germanen de zon vereerde)
Kerstmis en Zonnewende feest (geboorte van Jezus en langer licht einde van de donkere dagen)
Sinterklaas en Wodan (belonen van goed straffen van kwaad)
Lentefeest en Pasen (geboorte,vruchtbaarheid en de wederopstanding)
Halloween en alle heiligen
H5 par 3
Machtige Heren, half vrije boeren
Leenstelsel:
De Koning/leenheer leent land en boeren uit aan ridders/ leenmannen
Inruil voor trouw van de ridder.
De ridder/leenman mag een gedeelte van de opbrengst hebben en regeren over het stukje land
Hij moet de Leenheer helpen met het bestuur en in tijden van oorlog (raad en daad)
Het land blijft van de koning/leenheer
Later worden de ridders/ leenmannen van adel en wordt de leen (het geleende stuk land) erfelijk (het gaat verder van vader op zoon)
Hofstelsel:
Onderdeel van het Leenstelsel (feodale stelsel)
De Leenman krijgt land en boeren
het hofstelsel is hoe de leenman en de boeren met elkaar leven
Het land dat de Leenman krijgt heet een domein
De leenman is dan voor de boeren de domeinheer/ rentmeester
de boeren werken op het land voor de domeinheer
het domein is autarkisch/ zelfvoorzienend. Er is geen hulp van buiten het domein nodig alles is binnen het domein aanwezig
De domeinheer/ rentmeester beschermt het domein
vrije boeren moeten helpen met het beschermen van het domein en betalen belasting
boeren die geen belasting kunnen betalen of die niet willen helpen met het beschermen worden horigen
Horigen zijn onvrije boeren: werken op het land/ doen klusjes(herendiensten)/ mogen niet weg van het domein
Standen maatschappij:
1e stand: geestelijkheid (alle mensen die werken voor de kerk)
2e stand: Adel (alle edelen die het land beschermen)
3e stand: boeren (doen al het werk en betalen belasting)

De 1e en 2e stand hebben privileges, zij hebben speciale voorrechten: besturen en hoeven geen belasting te betalen
3e stand heeft geen rechten
622 Mohammed sticht, in Mekka, de Islam
Er is 1 God (Allah)
Mohammed is zijn profeet
volgers heten moslims of islamieten
heilige boek is de Koran
Heilige tempel is een moskee
5 zuilen van de Islam zijn de 5 regels waar iedere moslim zich aan moet houden (er is maar 1 god en Mohammed is zijn profeet/pelgrims tocht naar mekka/ Ramadan/ 5 x per dag bidden/ armen helpen)
Afbeeldingen van personen en dieren in de moskee zijn verboden
leiden de aandacht af van het geloof in God
teksten worden dan de kunstvorm
Mohammed veroverd het gehele schiereiland en alle Arabische stammen worden Islamitisch
Mohammed overlijd begin strijd om wie hem opvolgt
Ali (neef van) volgers vinden dat de opvolger familie moet zijn/ Sjiieten
Abu Bakr (schoonvader) volgers vinden dat de beste de opvolger moet zijn/ Soennieten
Begin van conflict binnen de Islam (nu nog steeds)
Opvolgers van Mohammed verspreiden de Islam door verovering
Een opvolger/ leider noemt zich zelf een kalief
zij stichten kalifaten
636 Arabieren veroveren Byzantijnse Rijk (Oost- Romeinse Rijk)
Arabieren gaan van nomadisch woestijn leven naar Stads leven met veel luxe en toegang van wetenschap
650 Arabieren veroveren veel gebieden: Heel het Midden Oosten, Egypte, Noord- Afrika
711 moslimleger veroverd Spanje en Portugal
Succes van de Arabische strijders komt door:
goed leger te paard (cavalerie)
gehard door het woestijn leven
Jihad--> iedere moslim heeft de heilige plicht heidenen te bekeren tot de Islam
720 Arabische Rijk strekt zich uit van Portugal tot India
Hoofdstad is Bagdad
Arabisch taal en schrift wordt gebruikt
Veel verschillende volken
Meeste mensen zijn Moslim
Christendom en Jodendom zijn toegestaan maar moeten wel extra belasting betalen
polytheïsme is verboden (heidens)
er is veel wetenschap, kunst en architectuur uit de Romeinse tijd
Arabische beschaving en cultuur word verspreid
711-718 Arabieren veroveren Spanje en Portugal
Spanje wordt Islamitisch
Arabische cultuur en wetenschap zorgt voor meer kennis in Europa
Economische bloei in Spanje
Culturele ontmoetingsplaats tussen oost en west
vanaf +/- 1000 proberen de Christenen Spanje en Portugal terug te veroveren
reconquista (herovering)
Spaanse koning en Koningin Isabella veroveren een groot gebied
1492 Christenen veroveren Granada
Spanje en Portugal zijn weer Christelijk
1099 Jerusalem wordt veroverd door de christenen
Inwoners worden afgeslacht
Er komen christelijke gebieden/ staten
Grootste gedeelte is in handen van de moslims
nieuwe kruistochten worden georganiseerd om de staten te steunen
komt steeds meer contact tussen kruistocht ridders en plaatselijke bevolking
meer handel
christen herontdekken de kennis en wetenschap van de Romeinen en Grieken (was daar bewaart gebleven)
Kennis in Europa neemt toe
ontdekking van nieuwe luxe producten (specerijen)
1291 Moslims heroveren alle gebieden
einde kruistochten
Steden en Staten
H6 par 1/2/3/5
H6 par 1
+/- 1000 nch minder oorlog in Europa
Samenwerking bij waterbeheer zorgt voor meer overleg (poldermodel)
Uitvinding van het 3 slagstelsel: Land word in 3 delen verdeeld , 2 delen worden verbouwd 1 deel ligt braak
Opbrengst gaat omhoog/ meer eten/ voedsel overschot/ voedsel word opgeslagen/ voedsel word verhandeld
Land ontginnen (klaar maken van woeste grond voor landbouw)
Gevolg: er is genoeg voedsel/ niet iedereen hoeft boer te zijn
Mensen gaan zich specializeren
Er ontstaan nieuwe beroepen: Ambachten
Ambachtslieden en handelaars gaan bij elkaar in de buurt wonen in de steden
nieuwe steden ontstaan in de buurt van: kruispunten van handelswegen/ kruispunt van rivieren/ in de buurt van een kasteel of klooster (veilig)
Economie en handel word weer belangrijk
Steden worden dus belangrijker
+/- 1250- 1500: Tijd van Steden en Staten
In de Steden is de handel het belangrijkste
De boeren en ambachtslieden verkopen hun spullen op de markt
vraag en aanbod bepalen de prijs
Handelaren kopen de producten en verkopen het weer in andere steden
De kwaliteit van de producten zijn belangrijk voor de stad
Hoe beter de kwaliteit hoe rijker de stad word
Gilden= groep ambachtslieden van het zelfde beroep die samenwerken
Gilden maken afspraken om de kwaliteit van een product hoog te houden
Gilden hebben daarom veel macht in de stad

Om de handel makkelijk te maken wordt er weer geld gebruikt
Er ontstaan banken die geld lenen voor handels reizen
Giro en wisselbrief zorgt er voor dat handelaars niet met veel geld opzak hoeven te reizen
Zelfstandige Burgers
De steden worden steeds belangrijker
Steden zijn belangrijk voor de handel en economie
rijke stede betalen veel belasting
Koning blij met de steden
inwoners van de steden heten burgers/ de burgerij
burgers willen zelfstandigheid
willen stadsrechten
de adel wil geld
De adel verkoop privileges/ stadsrechten aan de steden
stadsrechten:
iedere burger is vrij
stadsbestuur eigen wetten maken/ stads bestuur waren de burgemeester en de schepenen
rechtspraak, steden mogen zelf straffen geven in de schepenbank (rechtbank)
mogen zich besturen met een muur
kerk en staat:
De Kerk en de Koning hebben beide veel macht
De Kerk en de Koning (de staat) hebben elkaar nodig
De kerk krijgt bescherming en de koning de steun van God
De Koning en de kerk hebben wel concurrentie om wie de meeste macht heeft (investituur strijd)
De Kerk:
Na het Romeinse rijk blijft het christendom over
Christendom belangrijkste godsdienst in Europa
Kerk geeft leiding aan alle gelovigen
Kerk heeft dus veel macht/ zij bepalen wie er naar de hemel mag
burgers betalen veel belasting aan de kerk
Kerk laat kerken en kathedralen bouwen van steen
teken van rijkdom en is extra veilig
De kerk maakt kerk regels die streng na geleefd moeten worden
gelovigen die zich niet aan de regels houden worden streng gestraft
worden ketters en heksen genoemd
kerk rechtbank de inquisitie ondervraagt/ martelt ketters en heksen
de kerk/ mensen zijn erg bijgelovig
zoeken een zonde bok als iets fout gaat: Joden/ ketters/ heksen
De kerk word ook gevreest
De kerk heeft veel macht
De Koning:
Koning = de staat/het land
regeert het land
bestuurt alle mensen die in zijn gebied leven
De koningen proberen hun gebied tot een eenheidsstaat te maken: burgers voelen zich verbonden met de staat/ koning
koning kan dan beter besturen: overal dezelfde wetten en dezelfde belasting
Centralisatie en staatsvorming:
De koning bestuurt zijn gebied vanuit een hoofdstad met behulp van ambtenaren
einde van het feodale systeem
Edelen worden minder belangrijk
Burgers in de steden zijn rijk krijgen meer te zeggen (ambtenaren)
Koning heeft de adel niet meer nodig voor het leger/ hij huurt een leger
3 standen: geestelijkheid/ adel/ burgerij
adviseren de koning in de Staten- Generaal
Full transcript