Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Compo klas 1 Klimaatgebieden

No description
by

Pieter Schell

on 6 November 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Compo klas 1 Klimaatgebieden

2,3
Hoe ontstaat Neerslag?

- Warme lucht dat veel waterdamp kan vasthouden stijgt op.

- De warme lucht koelt af.

- Waterdamp condenseert 'ontstaan waterdruppeltjes'

- Al deze druppeltjes vormen wolken die wij kunnen zien.

- Er ontstaat neerslag
paragraaf 2.4
2.2
De zee zorgt ervoor dat het in de zomer minder warm en in de winter minder koud wordt. We noemen dat een matigend effect.

Hoe dichter een gebied bij de zee ligt, hoe kleiner de verschillen tussen de temperatuur in de winter en de temperatuur in de zomer.
Paragraaf 2,1
-Het weer beschrijft de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en op een bepaalde plaats. Belangrijk hierbij zijn de neerslag en de temperatuur het weer is elke dag anders!

-Het klimaat dat is het gemiddelde weer over dertig jaar of langer. ‘In Nederland regent het veel’ en ‘in de Sahara is het droog’ zijn uitspraken over het klimaat.
paragraaf 1.1
Compo voorbereiding
Het compo bestaat uit 17 vragen

Paragraaf 1.1, 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, en 2.5
Gebruik een blauwe of zwarte pen
Om de aarde heen ligt de atmosfeer (dampkring): een laag van gassen rond de aarde. Een van die gassen is zuurstof, dat we nodig hebben om te ademen. De atmosfeer zorgt er ook voor dat het overdag niet te warm wordt en ’s nachts niet te koud.
Invalshoek zonnestralen

Hoe schuiner zonnestralen invallen, hoe minder energie en dus warmte ze afgeven. Daar zijn twee oorzaken voor:

-De zonnestralen die schuin invallen, worden verdeeld over een groter gebied. Dat komt door de bolle vorm van de aarde.

-Zonnestralen die schuin invallen, leggen een langere weg door de atmosfeer af. Wolken, gassen en stofdeeltjes in de atmosfeer houden een deel van de zonnestralen tegen.

Dag en nacht

De aarde draait in 24 uur van west naar oost.
Het is dag naar de kant van de aarde die naar de zon in gekeerd. Aan de andere kant is het dus nacht.
Winter en zomer

De aardas staat schuin ten opzichte van de baan die de aarde rond de zon beschrijft.

In december is het zuidelijk halfrond naar de zon gekeerd en het noordelijk halfrond van de zon af.

In juni is het precies andersom. Dan wijst het noordelijk halfrond richting de zon. Het zuidelijk halfrond is dan van de zon afgekeerd.
Waarom stijgt lucht op?
Er zijn drie oorzaken voor het opstijgen van lucht en het ontstaan van neerslag:

Lucht kan als wind tegen een berg botsen en omhoog gestuwd worden. Aan die kant van de berg, de loefzijde, ontstaan regenwolken uit de opstijgende en afkoelende lucht. De neerslag die hieruit valt, noemen we
stuwingsneerslag.
Aan de andere kant van de berg, de lijzijde, daalt de lucht weer en regent het bijna niet. Het droge gebied aan de lijzijde ligt in de
regenschaduw
.

Wind kan ervoor zorgen dat koude lucht op warme lucht botst, of andersom. Bij zo’n botsing wordt de lichtere, warme lucht naar boven geduwd. Deze warme lucht koelt daardoor af en er ontstaat neerslag. Dit noemen we
frontale neerslag
.

Warme lucht is lichter dan koude lucht. Als lucht dicht bij het aardoppervlak verwarmd wordt, kan die dus opstijgen. Normaal gesproken komt aan deze stijging snel een eind, omdat de lucht direct uitzet en weer afkoelt. Maar als de lucht warm genoeg is, kan die tot grote hoogte stijgen. De hevige buien die daardoor ontstaan, vallen vooral in de tropen. We noemen dit
stijgingsneerslag
.

Paragraaf 2.5
Bij de A-, C- en D-klimaten geeft een tweede, kleine letter aan wanneer de droge periode is:

s (van het Duitse woord voor sommer trocken): de droge periode valt in de zomer.
w (wintertrocken): de droge periode valt in de winter.
f (fehlt, Duits voor ‘ontbreekt’, of van ‘feucht’, Duits voor ‘vocht’): er is geen droge periode.


Bij het B-klimaat geeft een tweede hoofdletter aan hoe droog het is:
BS-klimaat of steppeklimaat. Voor bomen is het hier te droog, maar je vindt er wel uitgestrekte grasvlakten.
BW-klimaat of woestijnklimaat. Hier is het zelfs te droog voor gras. Er groeit bijna niets.


Ook bij de E-klimaten geeft een tweede hoofdletter meer informatie:
EF-klimaat of sneeuwklimaat. Er ligt het hele jaar sneeuw en er is geen begroeiing.
EH-klimaat of hooggebergteklimaat. Hetzelfde klimaat als het EF-klimaat, maar dan op grote hoogte.
ET-klimaat of toendraklimaat. De bodem is bevroren. Maar een deel van het jaar ontdooit alleen het bovenste deel van de bodem. Dat heet permafrost: de ondergrond ontdooit nooit helemaal. Er groeien mossen en wat planten.
Full transcript