Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Ontleden ng

No description
by

Marlieke Vink

on 29 September 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Ontleden ng

Ontleden
1 pv
3 ond
4 gez
ng
wwg
5 lv
6 mv
7 bwb
5 bwb
persoonsvorm
tijdproef
getalproef
zin vragend maken
2 zinsdelen
persoonsvorm
tijdproef
getalproef
zin vragend maken
Ik heb hem gisteren mijn huiswerk laten zien.
Ik had hem gisteren mijn huiswerk laten zien.
Wij hebben hem gisteren ons huiswerk laten zien.
Heb ik hem gisteren mijn huiswerk laten zien?
tijdproef:
getalproef:
vragend:
Zinsdelen
Zet zinsdeelstrepen om de pv. Kijk welke woorden of woordgroepen
vóór de pv kunnen staan, zonder dat de betekenis verandert.
Ik / heb / hem gisteren mijn huiswerk laten zien.
Hem / heb / ik gisteren mijn huiswerk laten zien.
Gisteren / heb / ik hem mijn huiswerk laten zien.
Mijn huiswerk / heb / ik hem gisteren laten zien.
dus: Ik / heb / hem / gisteren / mijn huiswerk / laten zien.
Onderwerp
Wie of wat + pv?
Ik / heb / hem / gisteren / mijn huiswerk / laten zien.
Wie of wat heeft? Ik heb.
Ik / heb / hem / gisteren / mijn huiswerk / laten zien.
pv
pv
o
Gezegde
Werkwoordelijk of naamwoordelijk?
geen kww = wwg
kww = ng
Ik / heb / hem / gisteren / mijn huiswerk / laten zien.
alle werkwoorden: heb, laten, zien
geen koppelwerkwoorden = wwg
Lijdend voorwerp
Wie of wat + wwg + ond?
Ik / heb / hem / gisteren / mijn huiswerk / laten zien.
Wie of wat heb ik laten zien?
mijn huiswerk
ond
pv
wwg
wwg
lv
Meewerkend voorwerp
Ik / heb / hem / gisteren / mijn huiswerk / laten zien.
ond
pv
wwg
wwg
lv
Alleen als er een lv in de zin staat!
Aan/voor wie of wat + wwg + ond + lv?
Aan/voor wie of wat heb ik mijn huiswerk laten zien?
hem
mv
Bijwoordelijke bepaling
Wat er overblijft als je alle zinsdelen hebt ontleed.
Bwb geven antwoorden op vragen als bijvoorbeeld wanneer en waar.
Er kunnen meerdere bwb in een zin staan.
Ik / heb / hem / gisteren / mijn huiswerk / laten zien.
ond
pv
wwg
wwg
lv
mv
bwb
koppelwerkwoord = geweest = ng
Hij is altijd sportief geworden/gebleven.
alle werkwoorden: is geweest (mogelijke koppelwerkwoorden)
Hij / is / altijd / heel sportief / geweest.
pv
ond
Hoe of wat is hij geweest?
Hoe of wat + alle ww + ond?
Heel sportief.
ng: is heel sportief geweest
ng
ng
ng
Bijwoordelijke bepaling
Wat er overblijft als je alle zinsdelen hebt ontleed.
Bwb geven antwoorden op vragen als bijvoorbeeld wanneer en waar.
Er kunnen meerdere bwb in een zin staan.
Hij / is / altijd / heel sportief / geweest.
pv
ond
ng
ng
ng
bwb
Koppelwerkwoorden
Zijn - Worden - Blijven - Blijken - Lijken - Schijnen
Zwobbels
Iedere zin heeft een zww of een kww.
1. Noteer of onderstreep alle werkwoorden uit de zin
2. Kijk of er ww tussen zitten die kww zouden kunnen zijn
! let op: bij meerdere werkwoorden in een zin staat het koppelwerkwoord ergens achteraan
3. Kijk of je het kww door zijn, worden en/of blijven kunt verwisselen.
Ga op zoek naar een kww.
Full transcript