Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Domein Wereld Vwo6

VWO 6 CE Domein: Wereld
by

Maurice Willemsen

on 23 March 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Domein Wereld Vwo6

Patronen: Verschillen in
welvaart en welzijn
centrum - semiperiferie - periferie
Globalisering
Patronen: demografisch, cultureel, politiek
Domein:

Handige filmpjes:

http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1112109

http://www.youtube.com/playlist?list=PLl3GWEx4ezuv2p2CG_rfFSvPGHWPzSpdT
Grootstedelijke gebieden in de VS
Welvaart
Bruto Nationaal Product
(BNP) per inwoner
Nadelen:
- verschil in koopkracht
- informele sector telt niet mee
- regionale en sociale ongelijkheid
Beroepsbevolking
Nationaal schaalniveau
Regel: naarmate het economische ontwikkelingspeil van een land hoger is, werkt een kleiner deel van de beroepsbevolking in de landbouw en een groot deel in de formele dienstensector
Internationaal schaalniveau
Arme landen: levering goedkope arbeid + grondstoffen (nadeel: prijzen fluctueren, oogsten kunnen mislukken)

Steeds meer: uitschuiving goederen/ diensten van centrum naar (semi)periferie
Welzijn
VN-welzijnsdindex
- analfabetisme
- koopkracht
- levensverwachting
Demografisch
Spreiding verklaard
- natuurlijke mogelijkheden
(klimaat, rivieren, kust)
- ligging (tov andere gebieden)
- koloniaal verleden (kustzone)
Bevolkingsdichtheid kan veranderen door:
Geboorteoverschot
Arme landen hoog geboortecijfer door:
- demografisch: jonge leeftijdsopbouw en hoge kindersterfte
- sociaal: relatie opleidingsniveau <>vruchtbaarheid
- cultureel: relatie geloof <> vruchtbaarheid
- economisch: relatie welvaart <> vruchtbaarheid
- geografisch: verstedelijkingtempo hoog, - graad laag
Vestigingsoverschot
Internationaal: arm naar rijk (arbeidsmigranten)

Nationaal:
- urbanisatie in arme landen door
1. trek platteland naar stad
2. opslokken omliggende plaatsen door groeiende steden
3. hoog geboortecijfers in steden (jonge bevolking)
- suburbanisatie in rijke landen
Cultureel
Cultuurgebieden beïnvloed van buitenaf door diffusie (verspreiding cultuurelementen). Aanpassen aan ontvangende cultuur = acculturatie
Politiek
Nationaal:
Politieke stelsels in soevereine staten:
- democratisch (toename na 1989)
- beperkt democratisch
- dictatoriaal (geen mensenrechten)
Internationaal:
Na uiteenvallen SU, nieuwe wereldorde
> VS als hegemoniale staat
Kenmerken
Vervlechting op wereldschaal: global village

Tijd-ruimtecompressie: relatieve afstand kleiner,
relatieve ligging verandert
Transporttechnologie
1. sneller/ groter vervoer
2. infrastructuur is verbeterd
3. grenzen verdwijnen
Uitwisseling van goederen en mensen pas op gang als
Interactietheorie Ullman

1. complementariteit: gebieden vullen elkaar aan
2. transporteerbaarheid (politiek + economisch)
3. afwezigheid tussenliggende mogelijkheden
Informatietechnologie
Richting en intensiteit communicatie tussen gebieden wordt beïnvloed door:
1. economisch: vooral in triade
2. sociaal-geografisch: afstandsverval
3. Cultureel: taal/ cultuur
Soorten
Economische
Mno's: hele wereld is productie- en afzetmarkt

Gevolgen opdelen productieketen
- nieuwe internationale arbeidsverdeling
- groei wereldhandel
- handels- en kapitaalstromen vooral binnen triade (opkomst semiperiferie)
- eenwording maar ook verbrokkeling: 'groeiers' en 'niet meedoen'. Gevolg toename regionale en sociale ongelijkheid
Culturele
1. homogenisering: verwestering en amerikanisering (bijv. lingua franca: Engels).

2. heterogenisering: transnationale culturen (vooral in westerse steden)
Politieke
Deel van de macht van soevereine staat overgenomen door:
- supranationale organisaties (VN, WTO, EU)
- ngo's: Oxfam, Rode Kruis
- lokale en regionale overheden
Steeds vaker samenwerkingsverbanden
Tegenstand
Regionalisme: bij politieke besluitvorming of bij verlies culturele identiteit

Andersglobalisten: willen betere en duurzame wereld
Ontstaan
Kolonialisme (1500 - 1950)
Europeanen vanaf circa 1500 naar andere gebieden voor agrarische grondstoffen
(= europeanisering)
Handelskolonies (1500-1800)
Vooral in Noord- en Zuid-Amerika

Door bevolkingsgroei in Europa behoefte aan agrarische grondstoffen.

Hegemoniale staten: Portugal/ Spanje
Exploitatiekolonies (1800-1950)
Vooral in Afrika en Azië

door industriële revolutie behoefte aan industriële grondstoffen (imperialisme)

Hegemoniale staten: GB/ Frankrijk
Na 1950
Dekolonisatie na WOII

Na WOII: VS nieuwe macht op het wereldtoneel

Na ineenstorting SU, positie VS nog dominanter. Gevolg: markteconomie in grote delen vd wereld
Na 1980
- internationale oriëntatie financiele markten (eurocrisis)
- samenhangende productieketens
- communicatie- en informatietechnologie
- opkomst semiperiferie (NIC's)

Ruimtelijke gevolgen:
- door uitschuiving naar semiperiferie: nieuwe
internationale arbeidsverdeling
- doorschuiven delen van mno's (gestimuleerd door
EPZ's)
- fragmentarische modernisering: fast world/ slow world
Toekomst
Global shift: verschuiving economisch zwaartepunt naar Pacific Rim

Gevolgen:
1. economisch: naast uitschuiving laagwaardige industrie ook hoogwaardige + diensten. Arbeidsmarkten wereldwijd verbonden
2. Politiek: multipolaire wereld (of verschuiving naar Azië?)
3. Geografisch: relatieve ligging verandert
Gevolgen
Voorbeeld: sub-sahara

Verliezers, want?
1. grondstofleverancier (levert niet veel op
2. zwak bestuur + cultuurverschillen binnen land > conflicten
3. afhankelijk van internationale hulporganisaties + schulden bij Wereldbank en IMF

Toch ontwikkeling is sommige landen door:
- vraag naar grondstoffen
vanuit China
- beter bestuur
- jonge bevolking
Kenmerken wereldstad
Economische kenmerken:
1. internationaal knooppunt van vervoer en transport (hubs in hub-spoke netwerk).
2. internationale bedrijven en beurzen (mondiale financiele markt)


Sociaal-culturele kenmerken:
1. internationale migratie naar wereldsteden
2. grootstedelijke levenstijl: kosmopolitisme
3. creatieve stad met innovaties
Politieke kenmerken:
1. hoofdkantoren internationale organisaties (bijv. VN)
2. hoofdkantoren internationale ngo's (bijv, greenpeace)
Groei Amerikaanse stad
Tot 1790: grens stad/ platteland.
1790 - 1870: opkomst industrie, migranten vanuit Europa
1870-1920: verdere industriële groei steden: compacte stad met overgangszone rond stadscentrum
1920-1970: mobiliteit neemt toe (auto's) > ontstaan suburbs aan rand vd stad > stedelijke gebieden en -netwerken
1970-2010: nog meer verstedelijking: metropolen (ook metropolissen). ook suburbanisatie naar edge-cities (groeikernen buiten stedelijk gebied)
Opbouw Amerikaanse stad
Voorbeelden Amerikaanse steden
Los Angeles
film en entertainment
economische grootmacht

Veel migranten: Afro-Amerikanen en Hispanics

Ruimtelijke segregatie en sociale polarisatie
> laaggeschoolde migranten rond CBD, rijken aan de rand in hoogwaardige woonwijken (Beverly Hills)

Gevolg: onveiligheidsgevoel bij rijken
> gated communities
Washington DC
Politiek
Nationaal: regering + denktanks
Internationaal: Werelbank, IMF, NGO’s

Clustering (face-to-face)

Ook ruimtelijke segregatie en sociale
polarisatie (hoog- en laag opgeleiden,
verschillende etnische groepen)



New York
Mainport door gunstige geografische ligging: Europa, diep vaarwater

Gunstig achterland

Economisch, financieel en culturele wereldstad
Hoofdkantoor VN
Clustering



Wereld
VWO 6
Full transcript