Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Pluriforme Samenleving

No description
by

Bas Olijerhoek

on 30 May 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Pluriforme Samenleving

PLURIFORME SAMENLEVING 1. Wat zijn Waarden
en wat zijn Normen? 2. Bedenk een aantal waarden en formuleer daar een norm bij. 3. Wat is CULTUUR? Cultuur is alles wat er in een
samenleving wordt voortgebracht. 5. Leg uit waarom je CULTUUR tegenover NATUUR kunt zetten. 4. Geef een aantal voorbeelden! in onze samenleving is er een duidelijk
verschil te zien tussen de
dominante culturen en subculturen. Dominante cultuur : cultuur met de meeste invloed op de bevolking. Deze cultuur is vaak ook die van de grootste groep. Subcultuur : cultuur die in bepaalde opzichten afwijkt van de dominante cultuur met eigen kenmerken. 6. Noem een aantal voorbeelden
van subculturen in onze samenleving. Integratie en assimilatie Integratie : wanneer een cultuur binnen de dominante cultuur geen achterstandspositie meer heeft, terwijl het wel de eigen cultuur- eigenschappen kan behouden. Letterlijk betekent het “het maken tot of opnemen in een groter geheel.” Integreren is dus 1 geheel of eenheid vormen. BV : inburgeringscursussen Assimilatie : wanneer een cultuur alle eigenschappen verliest en totaal opgaat in de dominante cultuur. Functies van cultuur in samenleving 1. Ideële dimensie : de visie die mensen hebben over de maatschappij, opvattingen over goed en kwaad of mooi en lelijk. 2. Normerende dimensie : gedragsregels;normen en wetten die voortkomen uit het ideële kenmerk. 3. Materiële dimensie : hoe zie je de cultuur terug in de samenleving. (kunst, kleding, architectuur, etc) Uit de normerende
kenmerken v/e cultuur
kan worden afgeleid
wat aanvaardbaar is
en wat geen aanvaardbaar
gedrag is Als mensen afwijkend gedrag vertonen van wat normaal is binnen een dominante cultuur, heet dat deviant gedrag. De controle wordt door mensen in de samenleving zelf gedaan. Dus de samenleving controleert de eigen leden van de groep. (sociale controle!) 7. Verzin een voorbeeld van deviant gedrag en hoe de sociale controle eruit zou zien hierop. kijken naar cultuurverschillen 1. Cultuurrelativisme : mensen stellen zich neutraal op en kijken niet door hun eigen bril, maar staan open voor alle verschillen.
2. Universalisme : mensen vinden dat er algemene waarden zouden moeten zijn die voor iedereen gelden, ongeacht welke cultuur. Onderling kunnen culturen elkaar beïnvloeden of van elkaar leren. Soms bewust, maar vaker onbewust. Daardoor zijn culturen continu aan verandering onderhevig:

Acculturatie

8. Noem een aantal voorbeelden. Socialisatie:

proces waarbij mensen
de cultuur
leren door erin
op te groeien. Internalisatie:

cultuur die er met de paplepel is ingegoten. Kinderen worden helemaal geinternaliseerd in hun cultuur, ze nemen de cultuur volledig over als hun eigen cultuur. Etniciteit is het gevoel van eenheid en verbondenheid dat leden van een etnische groep hebben op grond van een gemeenschappelijke afstamming, cultuur en geschiedenis. Soms is het behoren bij zo’n groep al voldoende om een bepaalde etnische identiteit te voelen. Migratiemotieven : 1.economische/ecologische motieven (bv door werkloosheid of honger)
2.politieke situatie (vluchten voor vervolging of gevangenis, angst)
3.persoonlijke situatie (gezinshereniging of gezinsvormende migratie) 9. Wat is het verschil tussen ‘push’ en ‘pull’ factoren? Pullfactoren : aantrekkelijke kenmerken van een land waar de migrant naartoe wil. (werkgelegenheid/veiligheid/voldoende voedsel/vrijheid/rijkdom)

Pushfactoren : negatieve kenmerken van een land die zorgen dat migrant het land wil verlaten. (armoede/honger/oorlog/geen werk/angst voor vervolging) Benamingen : 1. allochtoon
2. nieuwe Nederlander
3. buitenlander
4. vluchteling
5. gastarbeider
6. migranten 10. Zoek op waar deze termen voor staan en waar ze in verschillen! Eerste generatie allochtonen :
Als de persoon zelf in het buitenland geboren
is en ten minste 1 ouder in het buitenland
geboren is.

Tweede generatie allochtonen :
Als de persoon zelf in NL is geboren en ten
minste 1 ouder in het buitenland geboren is. Negatieve beeldvorming, waarom?

Het socialisatieproces (welke
stereotiepe beelden krijgt iemand
mee tijdens zijn opvoeding over
andere groepen? - naaste omgeving
- massamedia Groepsproces en het individu daarin
(een individu of groep wil graag een
positief zelfbeeld hebben. Versterken
door andere groepen een
negatief imago te geven) Angst voor het onbekende en vreemde
XENOFOBIE Het verdwijnen van de vanzelfsprekendheid
van de eigen cultuur
Full transcript