Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

De geschiedenis van de geografie

No description
by

Donald Duck

on 29 January 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of De geschiedenis van de geografie

1812: Cuvier Spreekt van een tijd voor de mensheid
Alles ontstaan door geologische rampen. Alles plotsing -> uitsterven van soorten ook snel. -> niet te verklaren met huidige werkende krachten. “Catastrofentheorie”
grote en verschrikkelijke gebeurtenissen, niet te verklaren door tegenwoordig aan het aardoppervlak werkende krachten 1785: James Hutton (1726 – 1797) Theory of the earth
moeilijk taalgebruik dus boek slaat niet aan.
Wordt na studie medicijnen boer op groot stuk land. Ontdekt discortantie: Lagen die scheef liggen ten opzichte van lagen die horizontaal liggen. Granieten gestolde magma -> kwam tot een kringloop van gesteente.
“Zijn” discordantie in Schotland: Siccar Point, beschreven en correct geinterpreteerd in 1795
Granieten zijn volgens Hutton diep in de aardkorst gestolde magma’s. Ussher 1581 - 1656 Creationisten: 4004 jr voor Chr. Buffon 1707 - 1788 Een achtiende eeuwse Franse bioloogHet ontstaan van de aarde in fasen:Begint als een van de zon losgeschoten stuk materie, stolling binnenzijde duurt 2.936 jaarGeheel gestold/afgekoeld na 35.000 jaarNa condensatie ontstaan de oceanen, die het gehele aardoppervlak bedekken. Fossielen en sedimenten over de hele aardkorst
Water van de oceanen verdwijnt gedeeltelijk in onderaardse ruimten, waardoor de zeespiegel daalt
Er komt vulkanisme
In eerste instantie komt hij tot een ontstaansgeschiedenis van circa 75.000 jaar, later maakt hij daar 1.000.000 jaar van Werner 1749 - 1819 Achtiende eeuwse docent aan de mijnschool te Freiburg, een echte “Neptunist”, alle gesteenten zijn een chemisch neerslag van/uit een de aarde omvattende oceaan.
Neerslagvolgorde van hoog naar laag, bij een dalende zeespiegelGranieten, gneisen en glimmerschistenKalksteen, gips, bazalt en zandsteenGrind, zand, klei en veenVulkanische gesteenten
Leidde de volgorde af van wat hij vond in de Harz Von Buch (1774 -1822) Was een echte reiziger / veldgeoloog
Bestudeerde de vulkanische gesteenten, de bazalten van de Auvergne en kwam tot conclusie dat de neptunistische verklaring van bazalt door Werner niet houdbaar blijkt.

Magmaintrusies William Smith (1769 – 1839) Groef kanalen en zag de gelaagdheid en vindt fossielen. Kon lagen karakteriseren. Maakte eerste stratografische kaart van Engeland. => superpositie!
Gebruikt fossielen om lagen te karakteriseren en te herkennen 1799 : “Card of the English strata” John Playfair 1748 - 1819 John Playfair populariseerde de ideeen van Hutton. Die boeken sloegen aan. Uniforme Huttonialisme: Processen hebben altijd op dezelfde manier gebeurt. Langzaam door de tijd heen. Unuformitaristisch Charles Lyell (1797 – 1875) Boek “Principles of geology”
Het eerste handboek
Het actualisme van Hutton wordt toegepast en het catastrofisme wordt verworpen
Voor het eerst wordt er gesproken van een
geschiedenis van de aarde van: miljoenen jaren
Uniformitarianisme: present is key to the past. Procesgang is van belang.

Maar: De omstandigheden zijn niet uniform geweest in de geschiedenis dus uniformitarialisme werkt daar niet. Bv in glaciaal weinig sedimentatie door rijn doordat er geen begroeiing was. C14 in atmosfeer is steeds verschillend geweest. -> probleem voor archeologie. C14 moet worden gecorrigeerd.
In een deel van het Precambrium was er geen vrije zuurstof
Voor het Devoon geen planten / kalkVan 225 – 55 miljoen jaar was het warm en was de aarde ijsvrijC 14 gehalte atmosfeer (geologische/archeologische problemen)Pleistocene ijstijden en interglacialen Prof B.G. Escher (1885 – 1967) Schrijft eerste nederlandse handboek over geologie:
“De gedaanteveranderingen onzer aarde” 1916De zevende volledig herziene druk krijgt de titel“ Grondslagen der Algemene Geologie” Paradigmaverandering Insteek verandert bv dat gletsers bewegen, wegener wordt vervangen door platentectoniek. Wegener dacht aan drijvende continenten (in de zee) vs platentectoniek die uit gaat van totaalbeeld van platen die tegen elkaar aan schuiven, etc. Ook leeftijd van Eifelvulkanisme. Geomorfologie in Nederland (20e eeuw) Professoren:
C. M. Kan Wis-, natuur- en staatkundige geografie 1877
Dubois (GU): fysische geografie is geomorfologie, fysisch geografen zijn geomorfologenOestreich (UU): geomorfoloog van de Davisiaanse schoolBakker (GU): fysische geografie geeft in eerste instantie een verklaring voor de vormen op aardeJacoba Hol: noemt ook klimatologie en oceanografie “oereigen” onderdelen van de fysische geografieEdelman (Wageningen): bodemkunde, glaciale, periglaciale en holocene morfologieJ.I.S. Zonneveld (UU): maakt van een klein instituut een instituut met twintig wetenschappers en een goed uitgerust laboratorium. Kwartairgeologie en landschapecologie worden speerpunten, naast nog steeds geomorfologie Materiaalonderzoek Pollenanalyse
Bodemvormende processn
Grondmechanische technieken
Grindtellingen
Sedimentaire structuren
Nieuwe technieken (van Moutik)OSL (hoe lang de zandkorrel geen licht heeft gezien). Spanningsmethode in platen (Govers) Synthese Van monothematisch naar synthetiserend
Landschapsecologie, de sythese mogelijkheid voor de fysisch geografisch deeldiciplines. Sociale geografie De sociaal geograaf richt zich op de mens als bewoner van de aardse ruimte en maatschappelijke structuren en processen.De fysisch geograaf richt zich op de natuurlijke samenhangen in die ruimte, de woonplaats van de mens.Er zijn vele gevallen, waarin de samenhangen in de ruimte alleen begrepen kunnen worden wanneer men de relatie tussen de bewoner en zijn woonplaats niet uit het oog verliest!
De sociale geografie: bestudeert de mens als bewoner van de aarde De fysische geografie: bestudeert de aarde als woonplaats van de mens 4,6 miljard jaar aarde Mexico 6 februari 1969Meteoriet 4,566 miljoen jaarRadiometrische datering4,567 miljoen jaar is meest gangbare aanname
Tijden -> leven, afkoelen van de atmosfeer, etc. Regelmatig massaextincties. Ijstijden tijdens Pleistoceen: 52 cycli. Louis Agazzis bedenkt het ijstijdenconcept Het Hadeicum 4.555 – 3.800 miljoen jaar
Geboorte van een planeet (Hades is onderwereld)Oudste mineraal, Zirkoon kristal, in Australische Craton ,4.404 miljoen jaar
Oudste gesteente, de Acasta Gneiss in het Canadese Craton, 4.280 miljoen jaar Het Fanerozoïcum (542 miljoen jaar – heden)(zichtbaar leven)Het Proterozoïcum (2.500 – 542 miljoen jaar) (primitieve leven)Het Archeïcum (3.800 – 2.500 miljoen jaar) (antieke leven) Baan om een ster, de ZonVoldoende massa voor een hydrostatisch evenwicht: de bolvormHeeft de hele omgeving , zijn baan om de Zon ,“schoon geveegd” : accretie (circa 100 miljoen jaar) Waarschijnlijk “snelle” afkoeling van de aardeEerste continenten en oceanenPlatentectoniek met relatief kleine platen, snelle beweging door heftige convectie Er was ook al ompoling (gesteenten in cratons) Rustige tijd
Huidige vorm begint te ontstaan
Kernen, cratons, van huidige continenten bestaan
Begin huidige platentectoniek (ofiolieten/blauwschisten)
Stromatolieten
Supercontinent “Rodinia”
Eind Proterozoïcum: “sneeuwbal aarde” 488 miljoen jaar: Cambrische explosie
36 nieuwe soorten Groei en Massaexstincties 488 miljoen jaar: Cambrische explosie450/440 miljoen jaar: 57% sterft uit (glaciatie?)375/360 miljoen jaar: 50% sterft uit (zuurstofgebrek oceanen door vloedbazalten?)251 miljoen jaar: “great dying”, 96% zee- en 70% landleven sterft uit65 miljoen jaar K/T grens, asteroïde Yucatan 52 cycli ontdekt: ijstijden / tussenijstijden Louis Agazzis (1807 – 1873) brengt in 1840 het ijstijden concept Dansgaardgebeurtenissen(interglacialen): zeer korte, snelle opwarming (5 – 10 graden) tijdens ijstijden Heinrichgebeurtenissen(stadialen): snelle afkoeling (3 – 6 graden) Geologie 1564 Abraham Ortelius (Antwerpen) 1915 Alfred Wegener 1934 Felix Vening Meinesz 1939 Analoog labmodel platentectoniek Jaren '50: Geosynclinaal-theorie 1966 Dietz over geosynclinaal Zwaartekrachtmetingen bij Indonesië Bergen ontstaan doordat dikke sedimentpaketten. In een geul ontstaat door diepteverschillen een verschil in sedimentpakketdikte. Bij samendrukking ontstonden bergen. Dit kon nergens terug te vinden. Het ophioliet verklaarde hij als basalitisch lava die langzaam stolde onder zeeniveau. 1957 W de Roever Ophiolieten uit de mantel kwamen die door tektonische bewegingen naar de oppervlakte waren gekomen. een alternatief voor geosynclinaal: doordat aan de rand van continent sedimenten worden afgezet in de shelf. Actualistisch concept dus nu terug te vinden. Gebergte zijn dus gedeformeerde gebergteranden. Cyprus voorbeeld van fragmenten van oceaankorst en periotiten van de mantel er onder. 1970 Wilson Hij noemde voor het eerst de lithosfeer en asthenosfeer. Plaat en de zwakkere laag er onder (glijlaag) Lithisfeer is volgens hem bovenste 100 km met op de platen de continenten. Dankzij seimologie was deze laag al zichtbaar geworden: seismische lagesnelheid laag. Hij noemde al de convergente en divergente platen. Daar voegde hij ook nog transforme breuken. San anderasbreuk, maar de belangrijkste langs de midoceanische ruggen. 1957 B. Heezen Bracht de oceaanbodem in kaart om Russen te kunnen vinden in de diepzee. Maakte een wandkaart van de Atlantische oceaan (zonder cijfers) zodat voor het eerst het beeld van de grote bergketens in de oceanen duidelijk werd voor geologen. Na 1970 kwam er meer duidelijkheid over platentektoniek -> continentale platen liggen op lithosfeer. Continenten botsen omdat ze niet subductie kennen. Plaat blijft lang koud als deze door subductie naar onder gaat. Daardoor lang heel en daardoor aardbevingen. 1951 J. Hospers ontdekte geomagnetisme en dat deze veranderde door de tijd heen. Onderzoek in IJsland zag hij de polariteit veranderen. Hierdoor kon men magnetische factoren die waren vastgelegd kon gebruiken om de bewegingen van platen te reconstrueren. Polen zijn vaak gewisseld. In de oceaanbodem ontstaat een gestreept patroon met afwisselend noord en zuid oriëntatie. Oudste oceaanbodem is maar 180 miljoen jaar oud. 1984 werd utrahogedruk metamorfose ontdekt Continenten drijven op mantel en kan niet subduceren. Er werd echter in continentaal gesteente kristallen gevonden die onder grote druk zijn ontstaan. Dat kan alleen als continenten tot 100 – 200 km kunnen subduceren. Druk moet hoog zijn voor coesite (2 GPa;) diamant dubbel zo sterke druk. Continentkorst kan een stuk mee gaan naar onder, maar zal doordat het lichter is toch weer terugkomen via hetzelfde subductiekanaal. Kristalrooster verandert dan. Continent verdwijnt dus stuk naar onder, maar komt terug. 1980 KT-grens KT grens: laag met afzetting van meteoorstof. Ontdekt in 1980. Aantal grote uitsterfperioden. 65 milj jr geleden inslag 10 km grote meteoriet. In boorkernen over de hele wereld is er een laag Ejecta (neergeregend stof) met ronde druppels van materiaal dat bij de impact is uitgeworpen; direct gestold in druppeltjes en wereldwijd verspreid. Maan 7 landingen -> veel geleerd over de vroege geschiedenis van de aarde. Maanstenen konden gedateerd worden mbv radioactiviteit. Dichtbekraterde oppervlakte is oudste veldspaat is lichtgekleurt gesteente en 4,5 miljard jaar oud. Ontstaan vanuit basaltisch magma. Veldspaat kristaliseerde vanuit de magma en was lichter dan de rest van het magma en bleef daardoor drijven op de magma. Er zit veel europium in. Europium komt voor als 2 en als 3waardig element. Lijkt erg op calsium. Bewijst dat het gekristaliseert is vanuit een vloeistof: Europium is ingevangen in de kristallen van het Veldspaat. Magmaoceaan moet zijn ontstaan vanuit veel energie -> botsing moet hebben plaatsgevonden. Planeet ter grote van Mars moet op de aarde gebotst zijn. => delen de ruimt in geworpen. Fragmenten klonteren samen tot de maan. Er zijn veel aanwijzingen dat er botsingen zijn geweest. 1993 artikel in Nature over opbouw continenten Verschillende soorten scherven van materialen die in honderden miljoenen jaren bijeen geveegd worden. Continenten zijn dus ook weer opgebouwd uit verschillende stukjes. Complexe puzzels. Wij zitten scherf avalonië 2001 Koppeling klimaat en tektoniek Na 2001 werd er een verband gelegd tussen de endogene krachten en de exogene krachten. Veel erosie door moessonregen aan zuidkant van de Himalaya -> enorm veel sediment verdwijnt daar. Het (halfgestolde) gesteente onder Tibet vloeit hierdoor naar de plaats waar het verdwijnt. Daar is het helemaal uitgekristalliseerd. Komen als een soort ronde structuren uit de voet van de bergen.
Ook te vinden in Scandinavië. Ronde, gesloten structuren komen aan de oppervlakte doordat buisplooien zijn ontstaan doordat materiaal redelijk vloeibaar was. Wordt naar buiten geperst. Dit vind je op alle schaalniveaus terug. 1997: seismische tomografie Modern convectiemodel: Kern verhit de mantel. Daar zit verschil in zodat pluimen ontstaan. Koude platen zakken naar beneden tot op de kern buitengrens. Daar ligt het een tijd totdat het opgewarmd is. Basaltplateau’s ontstaan doordat mantelpluim boven komt -> branden weg naar boven en deponeren plaat basalt. Dekan in India lagen basalt-> plateau. De platen bewegen niet aan de hand van de onderliggende convectiestromen, maar onderinvloed van de dichtheidsverschillen. 2007 Water in de aardkorst => smelten is mogelijk Invloed van water op aarde -> zonder water geen graniet, geen oceanen en continenten. Er is water IN de aarde die de wording van gesteente beïnvloed.
Warmtetransport door de platen heen gaat niet zo goed. Volgens temperatuurverloop zou mantel niet vloeibaar kunnen zijn. Mineralen worden onder invloed van water veranderd van samenstelling. Er kan water worden opgelost in mantelmineralen. Dat is heel weinig (0,1 %) Neemt naar de diepte eerst af; daarna weer toe. In de seismische lowvelosityzone is er een minimum. Daar blijft dus water onopgelost. De smeltcurve van gesteente neemt af door het opgeloste water. Wel met 200 graden. Droge mantel dus niet gesmolten, mantel met water wel gesmolten. In die zwakke laag begint het gesteente te smelten met behulp van het water. Zonder water dus geen asthenosfeer! In de mantel zit een oceaan aan water opgelost. 1840 IJstijdenconcept Louis Agazzis
Full transcript