Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Staatsinrichting 4TL

Hoofdstuk 1
by

Willem Naus

on 9 November 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Staatsinrichting 4TL

Staatsinrichting
van Nederland

Het koninkrijk
der Nederlanden

1813
2014
Vertrek van stadhouder Willem V in 1795 vanaf het strand van Scheveningen.
Aankomst koning Willem I in 1813
op het strand van Scheveningen.
30 november 2013
(200 jaar Koninkrijk der Nederlanden)
KONINKRIJK?
Nederland was in de 17e en 18e eeuw al een republiek!
republiek = staat zonder erfelijk staatshoofd
monarchie
prinsdom
koninkrijk
keizerrijk

Republieken hebben tegenwoordig een president.


Wij hadden geen president, maar stadhouder!


Deze werd geleverd door de familie Van Oranje.


De stadhouder was een belangrijk bestuurder en o.a. opperbevelhebber van leger en vloot.
Koning Willem I is eigenlijk niet
helemaal onze eerste koning.....
Napoleon stelde zijn broer Lodewijk Napoleon aan als eerste koning van het koninkrijk Holland (1806-1810).
Napoleon
Lodewijk
Napoleon
In 1813 werd het koninkrijk der Nederlanden gesticht.

maar......
Koning Willem I kreeg niet de
absolute (onbeperkte) macht!
Er kwam een grondwet (constitutie)!





Hierin staan alle rechten en plichten
voor de burgers en het bestuur.

Dus...... ook de bevoegdheden van de koning!

Nederland werd een constitutionele monarchie.
koning Willem I
http://www.schooltv.nl/video/koning-willem-i-onze-eerste-oranje-koning/#q=willem%20I
Koning Willem I moest de macht
delen met een parlement.
Staten Generaal
(Eerste en Tweede Kamer)
De leden van de Eerste kamer
werden aangewezen door de koning.
De leden van de Tweede Kamer werden aangewezen door de Provinciale Staten.
(bestuur van de provincies)
Dus.....
Het parlement was geen echte
volksvertegenwoordiging!!
Ook al was er voor het eerst een grondwet,
de koning had toch te veel macht.

Hij kon ministers van zijn kabinet ontslaan en kon gewoon geld uitgeven....
Regering: koning + ministers


Kabinet: ministers en staatssecretarissen
(besturen het land)


Parlement: controleert kabinet/regering

Parlement=Staten Generaal=Eerste en Tweede Kamer=volksvertegenwoordiging
Rond 1825 ontstonden politieke stromingen bv. het liberalisme.

Politiek = alles wat met besturen
te maken heeft

Liberalen wilden burgerlijke vrijheden
(meningsuiting, persvrijheid, godsdienstvrijheid).

Liberalen wilden ook economische vrijheid en dat de burgers hun eigen bestuur kiezen.


De meeste liberalen waren welvarende burgers. Deze hoge burgerij kreeg steeds meer invloed.

Nadat bleek dat koning Willem I veel te veel geld had uitgegeven, kwam er in 1840 een
nieuwe grondwet.
Koning Willem I trad af!
Nieuwe koning: Willem II
Koning Willem II wilde net als
zijn vader machtig blijven, maar.....


Vanaf 1845 heerste er in heel Europa
bittere armoede. Er ontstond hongersnood!


Het volk werd onrustig en opstandig.
REVOLUTIEJAAR 1848
Ook in Nederland werd het onrustig.
In Amsterdam en Den Haag waren demonstraties.


Volksoproer in Amsterdam, 1848
De liberale leider Thorbecke mocht
een nieuwe grondwet schrijven!
J.R. Thorbecke
grondwet 1848
Er kwamen grote veranderingen:
- De macht van de koning werd behoorlijk beperkt.
(de macht ging naar het parlement)

- De ministers waren niet langer dienaren van de koning.

- Er kwam ministeriële verantwoordelijkheid.

- De koning werd onschendbaar.
Verder kwam er ook:
Censuskiesrecht!

De grondwet bepaalde dat er voor de Tweede Kamer rechtstreekse verkiezingen kwamen
(directe verkiezingen).
MAAR......

Politiek was een mannenzaak, dus vrouwen kregen niets te zeggen!

En alleen wie een flink bedrag aan belastingen betaalde, mocht stemmen.
1815
De Eerste kamer werd voortaan gekozen door de Provinciale Staten, die zelf weer rechtstreeks werden gekozen door de inwoners van de provincies
(indirecte verkiezingen).
Vanaf 1848
Het parlement kreeg:

controlerende bevoegdheden:
rechten die het parlement helpen om de regering/kabinet te controleren.

wetgevende bevoegdheden:
rechten waardoor het parlement samen met de regering wetten kan maken.
De Tweede Kamer kreeg de volgende rechten:
recht van amendement:
recht om wetten te veranderen

recht van initiatief:
recht om zelf wetten voor te stellen



Beide kamers (Eerste en Tweede) kregen:
budgetrecht: recht om de begroting van de overheid goed te keuren of af te wijzen


recht van enquête:
recht om onderzoek te doen


recht van interpellatie: recht om een minister te ondervragen en om antwoord te krijgen
Eerste Kamer
Tweede Kamer
Belangrijke grondrechten werden in 1848 in de grondwet vastgelegd
(klassieke grondrechten)
.
- vrijheid van drukpers
- recht van vereniging en vergadering
- vrijheid van godsdienst
- vrijheid van onderwijs

oprichting van bijzondere scholen
Nederland werd ook een rechtsstaat!
Een land waarin alle burgers
en de

overheid
zich moeten houden aan de wet.

De rechten en plichten zijn immers vastgelegd in de grondwet.
Er is onafhankelijke rechtspraak
(onafhankelijke rechters).
Vrouwe Justitia
Burgers kunnen bij een conflict met de overheid ook naar de
Nationale

Ombudsman
! Die onderzoekt of de overheid zich wel netjes gedraagt.
Alleen het
Openbaar Ministerie (Justitie)
mag vervolging instellen. Een
officier van justitie
leidt dan het politieonderzoek.
Als er genoeg bewijs is, treedt de officier op als openbare aanklager.
De aanklager probeert de schuld te bewijzen en eist een straf.

De verdachte heeft wel recht op een advocaat.

De rechter velt uiteindelijk een vonnis.




Het ministerie of de advocaat kunnen in hoger beroep gaan bij hogere rechtbank.




De grondrechten uit 1848 worden ook wel klassieke grondrechten of vrijheidsrechten genoemd. Deze grondrechten zijn later verder uitgebreid.

vrijheden van burgers zijn gegarandeerd!


Recht van vereniging en vergadering is ook uitgebreid.
recht om vakbonden op te richten en te staken
recht op betoging (demonstreren)
botsende rechten!
artikel 1 van de grondwet:

"Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan."
vrijheid van meningsuiting?
Vrijheidsrechten/Klassieke grondrechten
geven bescherming
tegen
de overheid.

Sociale grondrechten geven bescherming
door
de overheid (vanaf 1983).
-recht op bestaanszekerheid
-recht op onderwijs
-recht op gezondheidszorg
-recht op woongelegenheid
-recht op bewoonbaar land
-recht op werk
-recht op rechtsbijstand

Mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, moeten geholpen worden.
sociale wetten
(bv. werkloosheidswet -> uitkering!)
Vanaf 2001:
raadgevend referendum


Volksraadpleging over een wet(svoorstel),
maar deze is niet bindend!

Nederland heeft (nog) geen
correctief referendum
, maar dit wordt door de Eerste Kamer in behandeling genomen.
Politieke stromingen
In 1848 was Nederland nog geen parlementaire democratie!

Er was wel een parlementair stelsel, maar nog geen algemeen kiesrecht.
In de politiek hadden vooral de liberalen het voor het zeggen, maar vanaf 1870 kwamen nieuwe politieke stromingen op.

Deze kwamen op voor groepen mensen die nog niet meetelden:
emancipatie
.
De meeste Nederlanders waren protestants, maar...

niet bij iedereen was het geloof even sterk!

Velen namen de
Bijbel
niet altijd letterlijk meer.
Vooral hogere protestantse burgers waren wat vrijzinniger en kwamen onder invloed van
Charles

Darwin
.
Er waren natuurlijk ook
orthodoxe

protestanten
of
gereformeerden
. Veel van deze mensen kwamen uit de lagere middenklasse (kleine luyden).


Zij geloofden alles uit de Bijbel en walgen van moderne ideeën.
Ongeveer een derde van de bevolking was
katholiek
. Veel liberalen vonden ook dit helemaal niets.

In
1878
voerden zij een
nieuwe schoolwet
in. Op openbare scholen moesten de leerlingen voortaan ook kennismaken met moderne westerse ideeën.
De gereformeerden (protestanten) en katholieken kwamen in verzet tegen deze nieuwe schoolwet. Zij hadden
bijzondere scholen
opgericht maar kregen geen geld van de overheid.




Alleen
openbare scholen
werden door de overheid betaald. Zo hoopte de liberalen dat de ouders hun kinderen naar de gratis openbare scholen stuurden.
De gereformeerden en katholieken werkten samen in de
schoolstrijd
!
De liberalen vonden dat je bij het maken van wetten uit moest gaan van het
verstand
en de
wetenschap
.








De leider van de gereformeerden (protestanten) dominee
Abraham Kuyper
vond juist dat de mens zich ondergeschikt moet maken aan
God
. Politici moesten zich gehoorzamen aan de
Bijbel
.
In
1879
stichtte Abraham Kuyper de eerste politieke partij van Nederland:
Anti-Revolutionaire Partij (ARP)
.
Om de ARP te bestrijden vormden de liberalen ook een politieke partij:
Liberale Unie (1885)
.
Behalve de gereformeerden begonnen ook de katholieken na 1870 te emanciperen. Ook zij richten aparte organisaties op.
De gereformeerden kregen hun eigen universiteiten, kranten, jeugdorganisaties, vakbonden etc. op.



De katholieke leider
Herman Schaepman
wilde zoveel mogelijk samenwerken met de antirevolutionairen/protestanten/gereformeerden in de strijd tegen de ongelovigen (liberalen).






De katholieken en antirevolutionairen waren verbonden in het christelijke geloof. Ze waren allebei
confessionelen
.
Rond 1825 was ook het
socialisme
ontstaan,
maar pas aan het einde van de 19e eeuw ontstonden grote socialistische partijen.
Gelijkheid!
De samenleving veranderde snel. Steeds meer arbeiders werkten onder extreem
zware omstandigheden
.
- lage lonen
- onveilig
- ongezond
- kans op ontslag
- lange werkdagen

Slechte woonomstandigheden!
Er werden
vakbonden
opgericht.

Dit zijn organisaties van
werknemers
die proberen de werkomstandigheden te verbeteren. Men probeerde met de
werkgevers
te onderhandelen en anders....

STAKEN?
Veel arbeiders sloten zich aan bij een socialistische partij, maar de socialisten waren verdeeld.

In
1881
werd de
SDB
(Sociaal Democratische Bond) opgericht) met als leider
Ferdinand Domela Nieuwenhuis
. Hij werd in 1888 als eerste socialist gekozen als Tweede Kamerlid.
Ferdinand Domela Nieuwenhuis was steeds meer voor
REVOLUTIE
! Alle grote bedrijven in handen van de Nederlandse staat.

Gematigde socialisten
wilde met kleine hervormingen de situatie van de arbeiders verbeteren bv. door de invoering van
Algemeen Kiesrecht
.
In
1894
werd de
SDAP
opgericht (Sociaal Democratische Arbeiderspartij) met als leider
Pieter Jelles Troelstra
.
Het socialisme was in twee
kampen uit elkaar gevallen:

-revolutionaire socialisten =
communisten

-gematigde socialisten =
sociaal-democraten
Rond 1890 kwam nog een emancipatiebeweging op:
het
feminisme
. Zij kwamen op voor gelijke rechten van de vrouw.
Burgerdames en meisjes mochten niet werken, arbeidersvrouwen en boerinnen moesten wel!

Daarnaast moesten zij seksueel passief zijn. Seksuele uitspattingen konden de mannen op de vrouwen uit lagere milieus uitleven.
De eerste keer dat vrouwen op kwamen voor hun rechten, wordt de
Eerste Feministische Golf
genoemd.
De
Vrije Vrouwenvereniging (VVV)
, opgericht in 1889, eiste toen al volledige gelijkheid van man en vrouw. De leider van deze vereniging,
Wilhelmina

Drucker
ging voor die tijd erg ver!
Zelfs de meeste feministen vonden dit te ver gaan.
Wilhelmina Drucker werkte ook samen met de meest bekende Nederlandse feministe:
Aletta Jacobs
. In 1894 werd de
Vereniging voor Vrouwenkiesrecht (VVvK)
opgericht.
http://www.entoen.nu/alettajacobs/beeld-en-geluid/kaaskoppen--waterlanders#beeld
WELK WOORD WEG?
+ WAAROM?

- Thorbecke
- 1848
- SDAP
- liberalen

- 1894
- SDB
- Troelstra
- socialisten

- confessionelen
- ARP
- Schaepman
- Kuijper

- Jacobs
- VVV
- 1894
- VVvK

- gelijkheid
- kiesrecht
- confessionelen
- socialisten

- feministen
- liberalen
- socialisten
- confessionelen

- Liberale Unie
- SDAP
- VVvK
- ARP

Rond 1880 waren de liberalen verdeeld over de
uitbreiding van kiesrecht
.

-Sommigen wilden niets veranderen. Eerst moest er
meer beschaving
worden bijgebracht door goed openbaar onderwijs.

-De meesten wilden wel uitbreiding om niet te veel van het volk te vervreemden.
In 1887 werd het kiesrecht uitgebreid.
Kwart van de mannen had nu kiesrecht!
Vooral de
confessionelen
profiteerden hiervan en kregen de
meerderheid
.
Na de uitbreiding van het kiesrecht in 1895 kregen de socialisten (SDAP) steeds meer stemmen.
De liberalen en confessionelen kregen
geen kamermeerderheid
meer!
Mede door (de WOI en) de inzet van bv.
Cort van der Linden
werd in 1917 de schoolstrijd en de kiesrechtkwestie eindelijk opgelost!
nieuwe grondwet!
Nederland kreeg in 1917
algemeen mannenkiesrecht
! Vrouwen kregen alleen
passief kiesrecht
. Zij konden wel worden gekozen, maar mochten zelf niet stemmen.
In 1918 werd er voor het eerst een vrouw in de Tweede Kamer gekozen:
Suze Groeneweg
.
In 1919 kregen vrouwen ook actief kiesrecht. Nederland werd een
parlementaire democratie
!
In 1917 werd ook het
kiesstelsel
veranderd.

Nederland had sinds 1848 het
districtenstelsel
. Per district werden de kamerleden gekozen. Dit werd afgeschaft!

Er kwam een stelsel van
evenredige vertegenwoordiging
.
Voor een
zetel
(plaats) in het parlement moet een partij minimaal de
kiesdeler
halen.


Alle uitgebrachte stemmen gedeeld door het aantal kamerzetels (150).
De grondwet van 1917 regelde ook de
financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs
.
= einde schoolstrijd!
Na tientallen jaren van "oorlog" over het kiesrecht en het onderwijs werd de vrede in de politiek eindelijk hersteld.


Pacificatie van 1917
verzuiling!
Verzuiling!
Nederland raakte opgedeeld in
4 bevolkingsgroepen
met elk een duidelijke eigen identiteit:


- protestantse

- katholieke

- socialistische

- liberale
Iedereen bleef zo veel mogelijk binnen zijn eigen zuil!
Na 1917 ging de verzuiling gewoon verder.
Iedere zuil kreeg zijn eigen
omroep
.
Eerst radio en later ook televisie.
Politiek in Nederland
en Europa

Voor WOII waren er al verschillende confessionele politieke partijen:



- 1879: ARP
- 1909: CHU
- 1918: SGP
- 1926 RKSP
Na 1945 stichtten de katholieken, socialisten en liberalen nieuwe partijen:
- KVP Katholieke Volkspartij

- PvdA Partij van de Arbeid

- VVD Volkspartij voor Vrijheid en
Democratie
In 1946 kwam er een
rooms-rood kabinet
.
(KVP en PvdA tot 1958)
Willem Drees 1886-1988
http://www.schooltv.nl/video/willem-drees-de-beste-minister-president-van-de-afgelopen-100-jaar/#q=Drees
Vanaf de jaren '60 kreeg Nederland te maken met
ontzuiling
. De zuilen raakten verouderd en mensen gingen steeds minder vaak naar de kerk.
(ontkerkelijking)
In 1966 ontstond weer een nieuwe politieke partij:
Democraten '66 (D'66)
D'66 wil(de) meer democratie: gekozen minister-president, burgemeester en een referendum.
In
1977
gingen de confessionele KVP, ARP en de CHU samen:
Christen-Democratisch Appl
(CDA)
Door
polarisatie
stonden met name de PvdA en de VVD fel tegenover elkaar, maar in 1994 ontstond er toch een
paars Kabinet
(D'66, PvdA, VVD).
Fel tegenstander het paarse kabinet was
Pim Fortuyn
. Hij kwam met een eigen partij:
Lijst Pim Fortuyn (LPF)
.
Fortuyn was zeer populair, maar werd voor de verkiezingen
vermoord op 6 mei 2002
.
In
2006
kwam de
Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders
. Zijn partijprogramma lijkt wat op die van de LPF.
De Tweede Kamerverkiezingen vinden minstens één keer per vier jaar plaats.
kieslijst
Op de kieslijst kun je aangeven op welke partij je stemt, maar ook op wie. Meestal brengen de mensen een stem uit op de
lijsttrekker
.
De meeste stemmen gelden, dus de mensen op de kieslijst met de meeste stemmen komen in de Tweede Kamer en vormen daar een
fractie
, geleid door de
fractievoorzitter
.
Na de verkiezingen wordt er een nieuw kabinet gevormd. Deze bestaat uit een
coalitie
van minimaal 2 partijen.


Hoe lang duurt een
kabinetsformatie
?

Eerst gaan alle fractievoorzitters naar de koning (staatshoofd) voor advies.

De koning wijst vervolgens een
informateur
aan, die met alle fractievoorzitters gaat praten.
De informateur praat uiteindelijk verder met de fractievoorzitters, waarvan hij/zij denkt afspraken te kunnen maken.
regeerakkoord
(plannen van het nieuwe kabinet)
De Tweede Kamerfracties van deze fractievoorzitters moeten het akkoord wel steunen. Pas dan kan er een definitief een kabinet worden gevormd met de toekomstige
regeringspartijen
.

De koning wijst een
formateur
aan die komt met
ministers
en
staatssecretarissen
. Zelf wordt hij/zij de nieuwe
minister-president/premier
.
En dan met zijn allen op de foto met het staatshoofd...
Een kabinet kan vroegtijdig vallen, door bv. een
kabinetscrisis
. Dit kan door grote meningsverschillen komen tussen de coalitiepartijen en/of door een
motie van wantrouwen
vanuit de Eerste of Tweede kamer. Overigens kan ook een
individu
binnen het kabinet en motie van wantrouwen krijgen!
Vaak gaan de
oppositiepartijen
tegen de
coalitiepartijen
in. Daar komt dan bv. zo'n motie van wantrouwen vandaan. Maar....
je hebt wel de meerderheid nodig, dus dan zullen er leden van de coalitiepartijen ook deze motie moeten steunen!!

Overigens kan er nog een lijmpoging plaats vinden en dat gaat het kabinet "gewoon"door.
Hoe komt een wet tot stand?
Regering en parlement hebben
wetgevende macht
.
- wetsvoorstel (minister of Tweede Kamer)
- besproken binnen het kabinet
- voor akkoord naar Tweede Kamer
- voor akkoord naar Eerste Kamer
- handtekening staatshoofd + minister(s)
- wetsvoorstel = wet geworden
De macht is verdeeld!

-
wetgevende macht
(regering+Tweede Kamer)

-
uitvoerende macht
(regering/kabinet)


-
rechtsprekende macht

(rechter)
Na WOII is Nederland steeds meer gaan samenwerken met andere Europese landen.
In
1951
ontstond de
EGKS
:
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
(West-Dtl., Fr., Ned., Be., It. en Lux.)
Door deze samenwerking zouden
oude vijanden
bondgenoten worden. Hierdoor moest een nieuwe oorlog in de toekomst worden voorkomen.

Daarnaast moest deze samenwerking ook
economisch voordeel
opleveren.
De samenwerking was zo succesvol dat deze in
1958
verder werd uitgebreid:

Europese Economische Gemeenschap
(EEG)

Er kwam
vrijhandel
en er werden vele handelsafspraken gemaakt, met name afspraken over de landbouw.
Steeds meer landen wilden lid worden In 1973 kwam Groot-Brittannië er bij.

In 1991 waren er inmiddels 12
lidstaten
.

Europese Unie (EU)
2014: 28 lidstaten!
Er is niet alleen sprake van samenwerking, maar de lidstaten moeten zoveel mogelijk een
eenheid
vormen. Er komen steeds meer
Europese regels
. Daarnaast mag iedereen zich vrij vestigen, dus overal wonen en werken binnen de EU. De
grenscontroles
zijn afgeschaft!
Er kwam ook een
monetaire unie
. In
2002
kwam de
Euro
. Vele nationale munten verdwenen, zoals de gulden!
Het bestuur van Europa
Het
Europees parlement
wordt om de vijf jaar gekozen (785 leden uit 28 landen). Het aantal zetels per land is afhankelijk van het aantal inwoners.
en Straatsburg...
Het Europarlement in Brussel
Het Europarlement heeft niet dezelfde rechten als de Tweede Kamer in Nederland. De
europarlementariërs
mogen bv. geen wetsvoorstellen doen.

De
Raad van Ministers
heeft dat recht wel! De samenstelling van deze raad is afhankelijk van het onderwerp.
Afhankelijk van de situatie is er minimaal 2 keer per jaar een
Europese top
met alle regeringsleiders.
Na de Europese verkiezingen wijst iedere lidstaat een commissaris aan. Deze
eurocommissarissen
zitten samen in de Europese commissie. Ook wordt een
voorzitter
gekozen.



Deze commissie maakt
wetsvoorstellen
, die vervolgens bij het Europarlement en de ministers terecht komen.
De Europese Commissie controleert of iedereen alle
Europese regels
naleeft, zoals landen of bedrijven.




Bij overtreding volgen flinke boetes!

Het Europarlement controleert de Europese Commissie.
Met 28 landen is het vaak moeilijk tot een besluit te komen door het
vetorecht
. Landen zijn uiteindelijk onafhankelijk en kiezen vaak voor hun eigen belang....

Velen zijn bang voor een soort van "Verenigde Staten van Europa" in de toekomst en bang hun
identiteit
steeds meer te verliezen!
Full transcript