Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

CULTUURPARTICIPATIE

No description
by

dieter vranckx

on 30 November 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of CULTUURPARTICIPATIE

CULTUURPARTICIPATIE
Belang van cultuurparticipatie
o autonomie bevorderen,
contact met andersdenkenden;
o Cultuur bevordert vermogen om keuzes te maken;
o Cultuur bevrijden van de
vanzelfsprekendheid van de eigen ideeën;
o Deelname kan talenten verwerkelijken.

Deelaspecten
1. cultuur en het individu: bron van:
• zelfontplooiing
• levensverrijking
• esthetisch welzijn
• openheid voor nieuwe ideeën
• ontspanning
• creativiteit
“Cultuurparticipatie verrijkt een persoon en draagt bij tot grotere persoonlijke keuzevrijheid.”


The Way out
1. Wat is cultuurparticipatie
Actieve cultuurparticipatie: maken
Receptieve cultuurparticipatie: smaken
• uithuizige cultuurparticipatie: …
• inhuizige cultuurparticipatie:
Mediale cultuurparticipatie: .
• patrimoniale

1. cultuur en het individu: bron van:
• zelfontplooiing
• levensverrijking
• esthetisch welzijn
• openheid voor nieuwe ideeën
• ontspanning
• creativiteit
“Cultuurparticipatie verrijkt een persoon en draagt bij tot grotere persoonlijke keuzevrijheid.”


Deelaspecten
1.
Informatieverwerkingstheorie (Ganzeboom ...)
Ongelijkheid in cultuurdeelname is een gevolg van verschillen in informatieverwerkingscapaciteit tussen individuen. Cultuuraanbod wordt hier opgevat als complexe informatie. Deze theorie legt een verband tussen:
• de complexiteit van aanbod
• de ordening in dit aanbod,
• de bij de waarnemer teweeggebrachte activering
• en de op basis daarvan ontstane gevoelens van esthetische waardering.

2. Distinctietheorie (Bourdieu, Ganzeboom ...)
Ongelijkheid in cultuurdeelname is een gevolg van sociale ongelijkheid: mensen bevestigen hun sociale status ten opzichte van anderen door op een bepaald niveau aan cultuur deel te nemen. Cultuurdeelname is daarmee een distinctie –of onderscheidingsattribuut van sociale klassen.

Het opbouwen van cultureel kapitaal blijkt een van de meest verborgen en sociaal meest doorslaggevende (educatieve) investeringen te zijn. De verwerving daarvan vindt voornamelijk plaats op jonge leeftijd in de huiselijke kring.

3. Consumptietheorie (Olson, Knulst en Abbing.)
Ongelijkheid in cultuurdeelname is een gevolg van een consumentenmarkt, want cultuurdeelname kost tijd en geld en kunstconsumenten kiezen uit welbegrepen eigenbelang uit het kunstaanbod. Overigens stimuleert een lage kostprijs alleen niet tot grotere deelname. Veel mensen weigeren gebruik te maken van culturele diensten vanwege lage verwachtingen van het genoegen en de sociale beloningen die zij daarvan zullen hebben. Bij kunstconsumptie is sprake van een ‘pretdimensie’ (amusement) en een ‘kunstdimensie’ (kennis, inzicht en vorming).

4. Sociaal-geografische theorie (Coenen en Verhoeff.)
Ongelijkheid in cultuurdeelname is een gevolg van de geografische spreiding van culturele voorzieningen.


5. Sociaalhistorische theorie (o.a. Foucault.)
Ongelijkheid in cultuurdeelname is een historisch gegeven, voortkomend uit differentiatie naar sociale klasse.

Ongelijkheid in cultuurdeelname is daarmee dus een door een bepaalde bevolkingsgroep geconstrueerde werkelijkheid

Verlichting en het socialisme. In tegenstelling tot daaraan voorafgaande perioden, werd de burgerlijke cultuur door de stand der burgers actief uitgedragen als een algemeen deugdzame cultuur, nastrevenswaardig voor alle standen of rangen.

6. Sociale mobiliteitstheorie
(Ganzeboom en Van der Kamp.)
Ongelijkheid in cultuurdeelname kan worden gezien in het perspectief van individuele levenslopen en de sociale mobiliteit die daarin kan worden waargenomen. Doordat mensen, meer dan vroeger, op de sociale ladder kunnen stijgen, onder andere doordat het opleidingsniveau hoger wordt, zal de ongelijkheid in cultuurdeelname steeds kleiner worden. Leereffecten van deelname staan in deze theorie centraal.

7. Jeugdcultuurtheorie(Centre for Contemporary Cultural Studies (CCCS), Willis)
Ongelijkheid in cultuurdeelname is het gevolg van pogingen van jongeren om een eigen culturele identiteit te ontwikkelen,

ongelijkheid is daarmee een gevolg van socialisatie: het proces van overdracht van kennisinhouden, normen, waarden en gedragsregels.

Jongeren verzetten zich tegen de waarden en normen van de oudere generatie.

cultuureducatie

parsons: 5 stappen
Bril 1: associatie (verschillende dingen met elkaar in verband brengen)

In dit stadium zie je vooral dat wat een associatie oproept, iets dat je uit je dagelijkse leven of omgeving herkent, of iets dat je je herinnert. Je kunt hierbij goed de vraag vertel maar wat je ziet stellen. Het is hierbij niet belangrijk wat een object voorstelt, maar je let meer op gevoelens, ervaringen en herinneringen. Wat een beeld voorstelt, herken je wel, maar dat vind je in dit stadium niet belangrijk. In dit stadium heb je nog geen interesse in de mening van anderen.
Bril 2: voorstelling

In dit stadium moet het beeld iets voorstellen. Je wilt er iets in zien. Later in dit stadium ga je het ook belangrijk vinden hoe iets is weergegeven. Je weet dat anderen een andere mening kunnen hebben, maar dat begrijp je nog niet.
Bril 3: expressie

In dit stadium moet het beeld emoties bij je opwekken. Een doel van kunst is het overdragen van gevoelens, daar zijn geen algemeen geldende normen vorm. Elke individuele beschouwer moet de betekenis van het beeld zien te achterhalen. Voor iedereen is deze betekenis anders, door eigen ervaringen en gevoelens die je op dat moment hebt. Het heeft hierdoor geen zin om met elkaar over de kwaliteit, de betekenis van het object of de gevoelens bij een beeld te praten en elkaar te overtuigen van jouw mening.
Bril 4: leerbaar

In dit stadium besef je dat een beeld een sociale functie heeft. Het laat iets zen van een bepaalde tijd, een bepaald land of de cultuur waarin het beeld gemaakt is. Tradities, technische moeilijkheden en functie van het beeld bepalen mee hoe het beeld eruit ziet. Er kan daarom gepraat worden over wat het beeld voorstelt, de materialen en de manier waarop het gemaakt is. In dit stadium vind je het zinvol om uit te wisselen waarom je een beeld waardeert en welke mening je erover he
Bril 5: eigen mening

Als je door de vijfde bril kunt kijken, weet je dat je een waardeoordeel kunt stellen op basis van je eigen smaak en inzicht. Dat oordeel kan afwijken van andere en misschien meer gangbare meningen. Je eigen oordeel wordt door je eigen omgeving, cultuur en tijd bepaald. Je gaat steeds kritischer naar je eigen oordeel kijken en reflecteert hierop. Je toetst je mening geregels aan die van anderen om zo een oprecht oordeel te krijgen.

cultuurparticipatie
WAT?
deelname aan een willekeurige vorm van cultuur. We kenmerken het ook als het deel uitmaken van een cultuur en deze cultuur dan ook levendig nabootsen (Lievens, 2005).
Actieve cultuurparticipatie: maken
Receptieve cultuurparticipatie: smaken


1. Wat is cultuurparticipatie
Full transcript