Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Hemostase deel 2

No description
by

Myra Huijs

on 9 June 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hemostase deel 2

HEMOSTASE
Primaire hemostase
Primaire hemostase
Fibrinolyse
Plasminogeen-aktivatoren:
plasminogeen
plasmine
o.a. - tissue plasminogeen activator ( TPA )
- urokinase

fibrine
fibrinedegradatieproducten
( F.D.P's = D-dimeren )
+
_
anti-aktivatoren
_
anti-plasmines:
alfa 2 -antiplasmine
alfa 2 -macroglobuline
Centrale rol van TROMBINE
TROMBINE
Bloedplaatjes
protrombine
fibrinogeen
fibrine
FXIII
FXIIIa
onoplosbaar
fibrine
antitrombine= AT III
proteïne C
proteïne S ( cofactor )
APC
APS
_
_
FV, FVIII, FXI
FIBRINOLYSE
Dit is een natuurlijk proces
Stijging FDP 's = D-dimeren
Deze zijn aantoonbaar m.b.v. D-dimeertest
na trombose
bij D.I.S.
(Diffuse Intravasale Stolling)
Versnelde fibrinolyse:
TROMBOSE
Verschillende soorten trombose:
Een trombus bestaat uit fibrine + trombocyten
Veneuze trombose:
Doorstroming is niet goed
pijn en zwelling
Vaak in benen
Diepe veneuze trombose = ver van het hart
Risico op embolie
Arteriële trombose
Komt minder vaak voor, bv artherosclerose*
Risico op embolie met als gevolg
orgaanbeschadiging (hersen/hartinfarct)
Trombose in het hart
Door ontstoken hartklep (streptococ)
Door kunstklep (vreemd oppervlak)
Trombus blijft meestal in het hart
Risico zie arteriële trombose
RISICO'S
Voor alle vormen van trombose
1. Immobiliteit
2. Roken
3. Stress
4. FV Leiden
5. De pil
6. Hoge bloeddruk
7. Diabetes mellitus
Socrative Vragen
2.Welk risico loopt een patiënt met een tekort
aan natuurlijke stollingsremmers in het bloed?

a. Bloedingsneigingen
b. Trombose
c. Embolie
4. Welke stoffen remmen de fibrinolyse?

a. alfa 2 antiplasmine en ATIII
b. alfa 2 antiplasmine en alfa 2 macroglobuline
c. alfa 2 macroglobuline en plasmine
d. alle stoffen onder a, b en c remmen de fibrinolyse
niet
1. Een tekort aan protrombine zal zich op de
volgende wijze uiten:

a. Beide stollingswegen verkort.
b. Beide stollingswegen verlengd.
c. Extrinsieke stollingsweg verkort.
d. Extrinsieke stollingsweg verlengd.
e. Intrinsieke stollingsweg verkort.
f. Intrinsieke stollingsweg verlengd.
HEMOSTASE
1. Wat zijn trombocyten?

a.Granolucyten.
b.Kernloze celfragmenten.
c.Megakaryocyten.
d.Stamcellen.
3.Wat verstaan we onder een
trombocytopathie?

a.Een afwijking aan de trombocyten.
b.Een tekort aan trombine.
c.Een tekort aan trombocyten.
d.Een trombocytenconcentraat.
2. Waardoor behoudt een normale
trombocyt zijn vorm?

a. Een buizenstelsel.
b. De celmembraan.
c. De celwand
d. Microtubuli.
4.. Wat geldt voor de volgende beweringen?
I. Bij het in contact komen van de trombocyten met
bindweefsel geven zij een stof af die de trombocytenaggregatie
bevordert.
II. Wanneer er niet voldoende Vitamine K aanwezig is kunnen
bepaalde stollingsfactoren niet worden aangemaakt.

a. I. en II. zijn juist.
b. Alleen I. is juist.
c. Alleen II. is juist.
d. I. en II. zijn niet juist.
SOCRATIVE VRAGEN
+
+
http://www.bioplek.org/animaties/bloed/atherosclerose.html#start
Artherosclerose
Fibrinolyse
D.V.T.
5. FDP's of D-dimeren zijn afbraakprodukten van:

a. Fibrinogeen
b. Plasminogeen
c. Fibrine
d. Plasmine
Deel 2
* http://www.bioplek.org/animaties/bloed/atherosclerose.html#start
www.socrative.com
Inloggen als student
roomnumber: 835165
APC breekt FVa en FVIIIa af
Met welke stollingsfactor(en) hangt APC resistentie samen?

a. FVa
b. FVIIIa
c. Met FVa en FVIIIa
Diffuse Intravasale Stolling
D.I.S
Geactiveerde stolling door het hele lichaam m.a.g. overal vorming van fibrinedraden
Klinische verschijnselen
1. Ernstige bloedingen door:
tekort aan stollingsfactoren
trombopenie
geactiveerde fibrinolyse
2. Fibrinestolsels:
functiestoornissen in organen
in kleine haarvaatjes: afsluiting en vaatbeschadiging
3. Hemolyse:
ery's slaan stuk tegen fibrinedraden
1. Welke van onderstaande aandoeningen veroorzaakt trombose:
a. FV Leiden
b. Hemofilie A
c. Ziekte van von Willebrand
2. Welke risicofactor heeft geen invloed op de vaatwand?
a. Roken
b. Stress
c. FV Leiden
d. Hoge bloeddruk
3. Welke stelling is waar:

I : Bij D.I.S is de APTT en de PT verlengd
II: Bij D.I.S is de APTT en de PT normaal
III: Bij D.I.S zijn de D-dimeren zijn sterk verhoogd

a. I is waar
b. II is waar
c. III is waar
d. I en III is waar
e. II en III is waar
m.a.g. geen trombinevorming ( F IIa ) meer
3.
Laboratoriumtesten
Trombocyten: laag
PT : verlengd
APTT: verlengd
D-dimeren: verhoogd
Full transcript