Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Vwo 1 H6 De middeleeuwen

No description
by

Dion Beusen

on 2 October 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Vwo 1 H6 De middeleeuwen

De Middeleeuwen
De middeleeuwen 500-1500
Periode na uiteenvallen West-Romeinse rijk noemen we de middeleeuwen

Geleerden uit 15e eeuw bedachten deze naam

Middeleeuwen bestaan uit de Vroege en Late middeleeuwen

Vroege Middeleeuwen, 500-1100
Late Middeleeuwen 1100-1500
De Germanen
Stichting Rome
Laatste West-Romeinse keizer afgezet
Middeleeuwen
500-1500
753 v. Chr.
476
1500
Vroege Middeleeuwen
Late
Middeleeuwen
Germaanse volken hadden elk hun eigen staat.

Maar ook veel gemeenschappelijk:
-Taal

- Manier van leven

- Samenleving gelaagd, (3e) slaven, (2e) vrijgelatenen en (1e) vrije mannen

- Verschillende stammen

- Vergadering van vrije mannen had meeste macht
Karel de Grote
742-814
Een Frankische koning

Opende vele kerken, kloosters en scholen

Bestudeerde Griekse en Romeinse
schriften

Verenigde West-Europa en
verspreidde christendom

Werd in 800 tot keizer gekroond
Huiswerk donderdag 18-06-12

- Opdracht 21.1 --> werkboekje

2 De samenleving in de Vroege Middeleeuwen
Waar leven de mensen in de middeleeuwen?

- In de stad (weinig mensen, vooral dankzij de geestelijkheid)

- Op een domein (op het platteland in een dorp met omgeving
Een Domein
Een domein is een dorp met omgeving en alles wat daarbij hoort aan land en goederen.

Bestuurd door een edelman, bisschop of klooster.
Samenleving Middeleeuwen
Bestond uit:

- Vrije boeren en horigen

- Edelen

- Geestelijken
Vrije boeren en horigen
Ruim 90% van de bevolking werkte op een domein.

Vrije boeren (hadden eigen grond met personeel, erg weinig mensen)

Horigen (onvrije mensen, de meeste mensen)
Horigen
Horigen zijn onvrije mensen (boeren), in ruil voor bescherming en een stukje grond van een heer hadden zij allerlei verplichtingen aan deze heer.
Edelen
Edelen waren de eigenaren van
de grond

Zij bestuurden hun domein(en),
spraken recht en voerden oorlog

Er was een hoge en lage adel

Lage adel (maar één of enkele domeinen, klein kasteel)

Hoge adel (Beheerden honderden domeinen, woonden in grote luxe)
Leenstelsel
De koning had weinig macht. Hij leende domeinen uit aan de hoge edelen

Deze hoge edelen op hun beurt leende één of enkele domeinen uit aan de lage edelen

Dit in verband met het moeilijk te beschermen grote gebied

Leenheer: de koning of hoge adel die één of meerdere domeinen in leen gaven (uitleenden)

Leenman: de edelen die één of meerdere gebieden leenden
Leenstelsel
Leenstelsel is het in leen geven van gebieden in ruil voor steun
Koning
In de vroege middeleeuwen hadden koningen weinig macht

De meeste van hun domeinen hadden zij in leen gegeven van hoge edelen (zie leenstelsel)
Geestelijken
De derde belangrijke groep in middeleeuwse samenleving
Seculiere geestelijken
De paus, de bisschoppen en de priesters

Leven onder de mensen

Onderaan stond de dorpspriester, leider van een parochie (een groep gelovigen bijv. uit een domein)

Daarboven stond de bisschop, hield toezicht op parochies in zijn bisdom

Leider van de kerk was de paus
- stond aan het hoofd van de geestelijken
- mocht de regels maken
- mocht alle bisschoppen bijeen roepen voor een kerkvergadering (een concilie)
Reguliere geestelijken
Monniken en nonnen, zij leven in afzondering in kloosters

Aan het hoofd van een klooster staat en abt of abdis

Zij zijn lid van een kloosterorde, een organisatie van een groep monniken of nonnen die volgens dezelfde regels leven
Taken monniken en nonnen
- Het verbreiden van het christelijk geloof
- verzorgen zieken
- bouwen van kerken en kloosters
- het geven van voedsel aan hongerigen
- schrijven van belangrijke boeken
- onderdak bieden aan pelgrims (gelovigen die een reis maken om godsdienstige plaatsen te bezoeken)
- en nog veel meer
Invloed van kerk en de geestelijkheid op de samenleving
Invloed was groot door:

- Iedereen was lid van dezelfde kerk

- Tot in de late Middeleeuwen konden bijna alleen geestelijken lezen en schrijven, koningen hadden hen dus nodig

- Mensen geloofden dat het leven op aarde een voorbereiding was op het eeuwige leven na de dood

-De Kerk was heel rijk (1/10 inkomsten gingen naar de kerk + andere giften)

- Geleerden hielden zich vooral bezig met wat voor de godsdienst belangrijk was

- Paus kon iedereen in de ban doen
Twee soorten geestelijken
Seculiere geestelijken
Reguliere geestelijken
Mogelijkheden om te wisselen van bevolkingslaag
Bij je geboorte lag vast of je boer of edelman werd

Je kon hier alleen uitkomen als je geestelijke werd

Edelen kwamen zelden of nooit in andere bevolkingsgroep terecht
3 De opkomst van de Middeleeuwse stad
In de Late Middeleeuwen komt de stad weer op

Dit kwam met name door de opleving van de handel
Waardoor handel in de Vroege Middeleeuwen bijna verdwijnt
Sinds de 5e eeuw handel bijna verdwenen door:

- Bijna iedereen leefde op een domein op het platteland

- Handel drijven was gevaarlijk

- Handel drijven was lastig over de slechte wegen

- Handel drijven was duur door tol

- Handel drijven was lastig met verschillende munten
Waardoor de handel herleeft in de Late Middeleeuwen
In de 11de en 12de eeuw werden deze hindernissen overwonnen:
- Kooplieden gingen samenwerken in gilden (een vereniging van mensen met hetzelfde beroep)
bijv. door elkaar te beschermen op reizen

- Kooplieden gingen samenwerken met kooplieden in andere steden

- Ook steden in Noord-Europa gingen vanaf de tweede helft van de 13de eeuw samenwerken in de Hanze

- En ook koningen gingen de kooplieden helpen
Hanze steden
Hanze steden hadden afspraken gemaakt over:

- dezelfde munten

- dezelfde maten en gewichten

- Kooplieden vervoerden handelswaar op één schip
Oude steden groeien, nieuwe steden ontstaan
Voor handel zijn steden nodig

Nieuwe steden ontstonden op goed gelegen plaatsen en oude steden konden weer groeien

Er was veel werk in de steden

Met name edelen zonder land en horigen die de vrijheid zochten kwamen naar de stad
Paragraaf 2
Paragraaf 3
Paragraaf 1
Proefwerk
- H6 paragraaf 1 t/m 3
- Begrippen paragraaf 1 t/m 3
https://quizlet.com/53339437/havovwo-1-h6-begrippen-flash-cards/
(Let op Quizlet zijn de begrippen paragraaf 1 t/m 6)
- Leerboek blz. 96 t/m 110


- Werkboek samenvattingen 1 t/m3

Stedelingen krijgen stadsrechten
Elke stad lag op het grondgebied van een domein van een edelman of klooster
Stedelingen hadden dus plichten aan de heer

Veel stedelingen konden dit moeilijk combineren met hun werk
vragen de koning om meer vrijheid
Zij vroegen om stadsrechten:
het betalen van belasting als enige verplichting aan de heer en de vorst
het zelf mogen regelen van het bestuur
Voordeel koning: meer macht en geld --> koning steunt dus de eis van stedelingen

De Steden werden bestuurd door stadsraden
bestonden veelal uit leden van koopliedegilde
De gelaagdheid in de stedelijke samenleving
In een stad met stadsrechten waren alle burgers iedereen vrij maar...
niet gelijk

Er ontstonden verschillende bevolkingslagen:
bovenste laag: meester van de gilden van kooplieden en andere ambachten
onder deze laag: hogere personeel gildemeesters
derde laag: knechten
armste groep: zwervers en bedelaars
Ambachtslieden en arbeiders komen in opstand
In de steden waren veel ambachtslieden

Zij betaalden belasting maar hadden geen inspraak in het bestuur
kooplieden wilden de macht niet delen
daartegen kwamen de ambachtslieden in opstand
Vrije mannen
vrijgelatenen
Slaven
http://www.entoen.nu/kareldegrote/beeld-en-geluid/klokhuis-karel-de-grote#beeld
Karolingische minuskel
Rijk wordt verdeeld onder zijn opvolgers
Verschillen onder horigen:
- verschil in hoeveelheid land
- verschil in diensten voor de heer
- verschil in afstaan pacht
(belasting in de vorm van oogst)

Vorst
Baas over een groot gebied. Hoe hierover de macht te houden?
Land
(Hoge) edelen kregen land in leen van de vorst

Tegenprestatie:
steunen vorst
bijstaan met daad, vechten voor de vorst
bijstaan met raad, advies geven aan de vorst
rechtspreken volgens richtlijnen leenheer
Leenstelsel
Land vorst
Land van graaf of hertog
Konden het gebied niet alleen besturen
kregen hulp van:
- plaatsvervangers
- raadgevers
- onderaanvoeders

Beloning was een stuk land in leen
- ontstaan achterleenmannen
Leenstelsel
Land in leen van leenmannen,
Hoge adel (graven, hertogen)
Land in leen van achterleenmannen,
Lage adel (heren)
Huiswerk maandag 22-06

Lezen paragraaf 2
Maken opdr. 21.2
Huiswerk donderdag 25-06
Lezen paragraaf 3
Maken opdr. 21.3
Full transcript