Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Leesbevordering

Jeugdliteratuur in de basisschool Pabo meppel Stenden hogeschool
by

Patruschka Hetterschij

on 29 March 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Leesbevordering

Cl
Jeugdliteratuur en leesbevordering
Bemiddelaars/ beoordelaars
http://www.leesplein.nl goed om als start te gebruiken. Doorlinken naar allerlei andere boekensites biedt veel informatie
http://www.mijnstempel.nl boekbesprekingen door kinderen. Te raadplegen als je een idee van voorkeuren van de kinderen zelf wilt krijgen
www.kinderboekenweek.nl
http://www.lezen.nl site van de Stichting Lezen. Een ‘must’
http://www.dbnl.org de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren. Ook m.b.t. jeugdliteratuur zeer veel achtergrondinformatie. complete teksten te downloaden
http://www.boekenzoeker.org bestemd voor kinderen om een gerichte keuze naar onderwerp of emotie te kunnen maken
http://www.villakakelbont.be/html/index_home.asp voor kinderen van 0 tot 8 jaar
http://www.taalonderwijs.nl/ Het Expertisecentrum Nederlands levert een bijdrage aan de verbetering van taalonderwijs op basisscholen. Uitgangspunt hierbij is interactief taalonderwijs.
http://www.levendeboeken.nl/nln/klassetv/ herhaling is enorm belangrijk voor kinderen die moeite hebben met het verhaal en met nieuwe woorden...het prentenboek zelf is belangrijk voor de boekoriëntatie, het verkennen van het verhaal, het ontwikkelen van letterkennis en het stimuleren van leesplezier..
http://www.cpnb.nl/index2.html
http://www.jeugdbibliotheek.nl/
http://www.leesvirus.nl/
http://www.taalvormingentaaldrukken.nl
Nuttige websites
Jan van Coillie, Leesbeesten en boekenfeesten, Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken?, Davidfonds/Infodok, Leuven, 1999
Jan van Coillie, Joke Linders e.a. ( Red.), Encyclopedie van de Jeugdliteratuur, Baarn/Groningen, 2004
Tonny Meelis-voorma, Petra Moolenaar, Harry Overmeijer, Jeugdliteratuur voor de beroepspraktijk, Noordhoff, 2008
Kemmeren, C., e.a., Aan de slag met kinderboeken, een programma leesbevordering ten behoeve van Pabostudenten, Stichting Lezen,SLO, Biblion, DenHaag 2001
Christiane Nieuwmeijer: Het prentenboek als invalshoek. Werken met prentenboeken in het basisonderwijs
Literatuur
www.symbaloo.com
Voorbeelden
Aan het einde van de les weet je hoe je jeugdliteratuur kunt beoordelen
Je weet waarom jeugdliteratuur belangrijk is in de klas
Je weet waar nuttige websites zijn te vinden op dit gebied
Boek Leesbeesten en boekenfeesten
Doel van deze les
Jeugdliteratuur analyse
Leesbeesten boekenfeesten


Sommige boeken proef je,
Andere verslind je
En slechts enkele kauw je
En verteer je helemaal.

Humor
* Wat maakt iets grappig?
* Belang van humor
* Ontwikkeling van humor
* Vormen van humor


Thema
Onderwerp
 Motieven
Thema, onderwerp en motieven
Round/flat characters
maakt een ontwikkeling door of niet
Levensecht en geloofwaardig?
Personages
Hier-en-nu- verhaal
Historisch verhaal
Detectiveverhaal
Sprookje
Griezelverhaal
Dierenverhaal
Prentenboek
Stripverhaal
Informatief boek
Poëzie
Genres
Een manier om zelf te beoordelen: verhaalanalyse
Genres, functies, personages, humor, spanning, illustraties etc.

Wat is goede jeugdliteratuur?
Rol, verhouding met tekst, eigen stijl, gebruikte techniek?
http://www.youtube.com/watch?v=PrmMFFpKxgw
Illustraties
Hoe is het boek vormgegeven en wat
kun je hieruit afleiden?
Titel/ondertitel – waarom heeft de
schrijver voor deze titel gekozen?
Voorwoord, flaptekst, rug, formaat/
omvang, materiaal, lettertype,
lettergrootte
Vormgeving
Ontspannende functie
Creatieve functie
Emotionele functie
Informatieve functie
Opvoedende functie
Esthetische functie
Functies
Wanneer is iets spannend?
is er sprake van detectiespanning, situatiespanning of psychologische spanning?
Spanning
Stap in de magische wereld van het kinderboek
Komt tegemoet aan de behoefte om te ontspannen, is vaak de belangrijkste leesbehoefte van kinderen:
* Humor
* Spanning en spanningontlading> kan helpem om angsten te verwerken
* Voorbeeld Dahl: humor en spanning vermengd
- Komt tegemoet aan de behoefte zich dingen te kunnen verbeelden en te fantaseren.
- Kan de lezer ertoe aanzetten creatief met de wereld en de taal om te gaan.
- Werken vaak wensvervullend.
- Wrikt de lezer los uit vaste patronen en hangt samen met het verrassende, onverwachte, out-of-the-box
- Lezer gaat eigen gevoelens anders ervaren, vanzelfsprekende van normen en waarden in twijfel trekken of kennis in een ander licht zien



Emotieve functie
Boeken kunnen gevoelens aanspreken en oproepen zoals vreugde, verdriet, woede of angst. Ze spelen dus in op de behoefte aan emotioneel welbevinden.
- Lezers kunnen zich identificeren met de hoofdpersoon en zo zekerheid verwerven, gevoelens verwerken, nieuwe emoties verkennen, begrip voor gevoelens van anderen
- geeft opluchting, troost, relativeren
- humor geeft ook verlichting bij angsten etc.


Komt tegemoet aan behoefte aan kennis, aan de nieuwsgierigheid van jonge lezers.
- Kan kinderen wijzer maken en bijdragen in hun ontwikkeling
- Peuterboeken, non-fictie, historische verhalen, culturele verhalen, realistisch dierenverhaal, probleemboeken



Zingevende of opvoedende functie
- komt tegemoet aan zingeving en moreel houvast
- kan vragen oproepen, doen nadenken wat echt belangrijk is
- geeft normen en waarden mee


- historische verschuiving van opvoedend en antwoorden gevend (kwade overwint altijd) naar zelf standpunt innemen (vragen staan centraal)

Esthetische functie
- komt tegemoet aan een behoefte aan schoonheid
- vestigt de aandacht op de woorden of de illustraties zelf
- bijvoorbeeld poëzie

Door wie wordt het verhaal verteld:
a)Door een
ik-verteller
binnen het verhaal? Is de ik-verteller hoofdfiguur of bijfiguur?
> ik verteller heeft zeer subjectieve kijk
belevend ik= drukt direct uit wat hij beleeft
retrospectief standpunt= blikt terug in de tijd
b)Door een verteller buiten het verhaal die het verhaal vertelt vanuit één van de personages:
hij/zij perspectief of personaal-perspectief
. Is er een neutraal vertelstandpunt of is het eenzijdig vanuit één van de personages?

c) Door een verteller buiten het verhaal die zich direct tot de lezer richt:
auctoriale of alwetende verteller
d) Is er sprake van perspectiefwisseling?een meervoudige vertelsituatie in
personaal
perspectief? kan ook in ik-perspectief.

Wat doet het vertelstandpunt met de lezer? Welk effect heeft het vertelstandpunt op het begrip/de identificatie/de inzichten van de lezer?

Vertelstandpunt en perspectief
Opbouw
Hoe is de tekst opgebouwd? Hoe is de indeling in delen en/ of hoofdstukken? Is het een verzameling losse verhalen?
Hoe is het verhaal opgebouwd? Hoe complex is de opbouw? Hoeveel verhaaldraden zijn er en hoe ingewikkeld zijn ze met elkaar verweven? Is er een inleiding - kern – slot? Is het een gesloten/open einde?

Ruimte
Waar speelt het verhaal zich af? Hoe wordt dat duidelijk? Zijn er meerdere ruimtes? Wat betekent de plaats waar het zich afspeelt voor het verhaal? Heeft de ruimte een symbolische waarde? Draagt het bij tot spanning of sfeer?
Tijd
Wanneer speelt het verhaal zich af en binnen hoeveel tijd? Wat is de verhouding tussen vertelde tijd (tijdsduur binnen het verhaal) en verteltijd (de tijd die nodig is om het verhaal voor te lezen)? Zijn er versnellingen/ vertragingen? Wordt het verhaal chronologisch verteld of juist niet? Zijn er sprongen in de tijd: flashbacks/flashforwards?
> ongerijmdheid (niet-passend, onverwacht etc)
> superioriteit (negatief: er is een slachtoffer het doelwit,bijvoorbeeld ironie positief: bv bij raadselgrappen dat jij het antwoord wel weet of bij voorpret
running gag is terugkerende grap, bv bard in asterix
spanning ontladen,
grenzen aftasten,
problemen verlichten (relativeren), creativiteit prikkelen (fantasie)
sociale vaardigheden bevorderen
Tot 3 jaar:
alleen lachen in vertrouwde en veilige context. Lachen om ongerijmdheden (mama die gek doet)
Vanaf 2,5 jaar lachen om verkeerd benoemen (poes die hond heet)
3-6 jaar:
alleen uiterlijke verschijningen die ongerijmd zijn.
overdrijving en vertekening worden populair (bv overdreven grote oren)
herhaling is leuk
poep en plas ook (kleine mol)
7-12 jaar:
woordspelingen, taalhumor, kattenkwaad, neerhalen van autoriteit, taboedoorbreking
Vanaf 12 jaar:
Individuele verschillen zijn nu belangrijker. Satire kan nu ook (hekelt personen of wantoestanden) en ironie (het tegenovergestelde bedoelen dan je zegt, voedt zich vaak met vervelende situaties)




Situatiehumor
gebaseerd op allerlei gekke toestanden als blunders, valpartijen en tegenslagen, excentrieke personages, etc
> Overdrijving en contrast (GVR)
> Herhaling, opeenstapeling en (anti) climax (pippi langkous)
> Taboedoorbreking (kleine mol)

Taalhumor
> Versprekingen en kromtaal (GVR zeg webbelkousen, lariekul etc)
>Klankspel en rijm
> Grappige namen
> Ongerijmde beeldspraak (ironie, spot, sarcasme )
> Overdrijving: hyperbool (=opblazen, bv het bloed stolde in haar aderen tot ijs)
en understatement (=zwakker uitdrukken)
> Herhaling (bv stopwoorden), opeenstapeling
> Taboedoorbreking (taboewoorden)

Humor in illustraties (visuele humor)

> kan versterken bv
Detectiespanning: vraag aan het begin die pas aan het einde wordt opgelost
Situatiespanning: tussendoor spanning oproepen als 'wie is die mysterieuze figuur? hoe komt die deur open?
Dreiging: lezer weet al iets, personage nog niet
Geheim: personage weet iets, wat lezer niet weet (bv brief waarvan de inhoud niet bekend is)
Raadsel: lezer en personage weten het niet
Vooruitwijzingen: bv voorspellingen, dromen , auctoriale verteller, etc.
Motieven: bv een raam dat steeds openstaat, litteken van Harry dat pijn doet
Cliffhanger: achterhouden van informatie
Tempo vertragen of versnellen



* Pedagogische bemiddelaars: Ouders,leerkrachten en bibiothecarissen
> willen kinderen in contact brengen met goede boeken die knnen bijdragen tot de (literaire, sociale, emotionele) opvoeding
* Leeftijdsgenoten: helpen bij de keuze voor een boek
* Beoordelaars:
1. Pedagogisch (voor 1980) vonden vooraldat boeken opvoedkundig waardevol moesten zijn
2. Maatschappij-kritisch vonden vooral dat boeken moesten voorbereiden op de realiteit
3. Literair-esthetisch vinden vooral dat boeken goed geschreven moeten zijn
Fasen
1. Babyfase (0-1):
meer speelgoed, 1 ding per pagina, stevig materiaal, centrale figuur bv nijntje, rijmpjes
2. Peuterfase (1-3 ):
aanwijsboeken, later prentenboeken, versjes
3. Kleuterfase (3-6): mensen spelen verschillende rollen (bv moeder-juf), symbolisch denken (fantasie), magisch denken (geen onderscheid tussen realiteit en fantasie) , antropomorfisme (dingen om hen heen zijn levend), animisme (praten met dieren etc), finalisme (alles heeft een bedoeling, dus daarom de vele waarom vragen.
Sprookjes zijn belangrijk, want daarin verwerkt het kind angsten en emoties en wordt het kwade altijd bestraft.
prentenboeken, humor en spanning,
ontluikende geletterdheid: geschreven woorden dragen betekenis, pseudo-lezen, verhaalbegrip, etc.
4. Schoolkindfase (6-12): nog steeds magisch denken, maar fantasiewereld wordt gescheiden van realistische wereld. Vanaf 9 jaar vaak niet meer fantasie.Gaat steeds meer over leeftijdsgenoten. morele problemen, steeds meer verschillen tussen jongens en meisjes,
5. Adolescentiefase (12-18) vooral probleemboeken, vanaf 15 ook boeken voor volwassenen


Vraag in het begin, antwoord pas aan het einde
Kan zelfs over meerdere delen van een serie uitstrekken (Harry/ Voldemort)
Vragen tussendoor die spanning opwekken:
'Wie heeft de deur opengedaan?'
'Hoe zal het gevecht aflopen?'
Psychologische spanning:
'Waarom gedraagt deze figuur zich ... (raar, vreemd, pesterig etc. '
Dreiging:
Als de lezer iets weet en de hoofdpersoon niet
Ook in griezelverhalen
Full transcript