Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Zakelijk lezen Havo 2

Havo 2, zakelijk lezen.
by

petra Willemsen

on 21 August 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Zakelijk lezen Havo 2

Toetsen
zakelijk lezen
Periode 1:
hoofdstuk 1. pagina 6 t/m 12
hoofdstuk 2. pagina 49 t/m 54
Periode 2
hoofdstuk 3. pagina 90 t/m 96
+hfdst 1 en 2
Periode 3
hoofdstuk 4. pagina 133 t/m 138 + hfdst 1,2 en 3
Periode 4
: hoofdstuk 5. pagina 175 t/m 180
hoofdstuk 6. pagina 217 t/m 222 +
hoofdstuk 1,2,3, en 4
Leesstrategie
onderwerp vinden: oriënterend lezen
:
titel, eerste alinea, tussenkopjes, vetgedrukte woorden, illustratie.
onderwerp van de tekst ( 1 of 2 woorden): waar gaat de tekst over.
bron
: waar komt het artikel vandaan (krant, internet, tijdschrift)
naar
: dan heeft de schrijver iets verandert aan het oorspronkelijke artikel.


deelonderwerpen vinden: globaal lezen
:
eerste en laatste zin van de alinea's lezen -> kernzin zoeken
bepaal welke alinea's over dezelfde aspecten gaan ->
dat zijn de deelonderwerpen.

hoofdgedachte vinden: globaal lezen
lees inleiding en slot, daar staat meestal in wat er precies over het onderwerp gezegd wordt. Dat is de hoofdgedachte.
LET OP: het boek zegt wat anders.

precies lezen
:
alle zinnen in een alinea lezen:
als je bijvoorbeeld een vraag over de inhoud moet beantwoorden
als je de betekenis van een woord uit de context (zinnen eromheen) moet halen.
opbouw van een tekst
alinea's: kleine stukjes tekst die bij elkaar horen.

Inleiding
: (1-2 alinea's, heel soms 3 alinea's)
aandachttrekker: waarom deze tekst lezen?
hoofdgedachte: (1 zin) samenvatting wat er over het onderwerp wordt gezegd. (Soms zelf zin van maken)

Middenstuk
: (meer alinea's)
verschillende aspecten (kanten) van onderwerp ->
deelonderwerpen

Let op: soms heeft deelonderwerp meer alinea's: voorbeeld of uitwerking: dat zijn dan
bijzaken

Slot
: (1 of 2 alinea's)
samenvatting, soms naar de toekomst gekeken
in nieuwsberichten in de krant zit er geen slot
Hoofd- bijzaken, kernzin, samenvatten
Hoofdzaak
: belangrijke info (hoofdgedachte en kernzinnen)

Bijzaak
: voorbeelden, uitleg, minder belangrijk

Kernzin
: belangrijkste zin in een alinea.
Andere zinnen geven uitleg, voorbeeld, toelichting op de kernzin.
Zinnen en alinea's hebben verband met elkaar.

Samenvatten
:
hoofdgedachte + kernzinnen.
lopend verhaal van maken.
verband tussen zinnen en alinea's
signaalwoorden
geven verband aan

Chronologisch
:Tijdvolgorde. Signaalwoorden:vroeger, later, nu, eerst, daarna, vervolgens, nadat, terwijl dadelijk, intussen.
voorbeeld: Eerst zet je saldo op je ov-chip, daarna activeer je je kaart, vervolgens kun je inchecken

Opsommend
: Signaalwoorden: ten eerste (tweede, derde),om te beginnen, ook, bovendien, verder, ten slotte, en, niet alleen...(maar) ook. *,-, 1,2,3
voorbeeld: Nederlands is interessant. Om te beginnen leer je teksten beter begrijpen. Ook leer je beter je mening te formuleren. Ten slotte leer je goed spellen.

Tegenstellend
: tegenovergestelde zaken worden genoemd: Signaalwoord: maar, daarentegen, echter, integendeel, enerzijds-anderzijds, daar staat tegenover.
voorbeeld: Het zou mooi weer worden, maar het regent.

Toelichtend (voorbeeld)
:extra info geven. Signaalwoorden: bijvoorbeeld, zo, zoals, denk aan, neem nou...
voorbeeld: Marco is een natuurtalent in balsporten zoals voetbal, tennis en golf.

Voorwaardelijk
: onder welke voorwaarden gebeurt iets: als (dan), indien, tenzij, wanneer.
voorbeeld: als ik mijn huiswerk af heb, dan mag ik mee naar de film

Redengevend
: waarom iemand iets doet of vindt
uit eigen beweging
: (omdat, daarom, dus, want)
voorbeeld: omdat het glad is, loop ik heel voorzichtig


Oorzakelijk (oorzaak-gevolg)
: waarom iemand iets doet
buiten zijn eigen wi
l : doordat, daardoor, het gevolg is, dus, dankzij
voorbeeld: doordat het glad is, gaan veel fietsers onderuit.

concluderend
: er wordt een conclusie getrokken: dus, daarom, dat houdt in, kortom, concluderend
voorbeeld: hij heeft de hele dag gewerkt en daarna
Feiten, meningen, argumenten
Feit
:
waar of onwaar
kun je controleren

Mening of standpunt:

eens of oneens
ik vind....
moet ondersteund worden met

Argumenten (redenen waarom)
herkenbaar aan: want, omdat, namelijk, immers

Tekst en publiek
Voor wie is de tekst bedoeld?
let op
onderwerp: jeugdpuistjes vs pensioen

bron: 7days vs NRC Handelsblad

taalgebruik: korte zinnen, niet te moeilijke woorden vs lange zinnen en moeilijke woorden
jongerentaal vs jargon (vaktaal)

lay-out: kleurig, plaatjes vs 'saaie' letter
Full transcript