Introducing
Your new presentation assistant.
Refine, enhance, and tailor your content, source relevant images, and edit visuals quicker than ever before.
Trending searches
je kent bouw en functie van de verschillende verschijningsvormen van DNA
je weet hoe de nucleïnebasenvolgorde in DNA is te bepalen
je kent de termen die voorkennis worden beschouwd
je kent het verschil tussen RNA en DNA
je kunt beschrijven hoe uit DNA een eiwit wordt gevormd
je kunt beschrijven hoe de verschillende organellen betrokken zijn bij eiwitsynthese
je kunt verschillen en overeenkomsten benoemen tussen DNA-replicatie en eiwitsynthese
je bent bekend met de termen die voorkennis worden geacht:
mitochondriën, DNA, RNA, nucleotiden, startcodon, stopcodon, gen, regelgen, genoom, allel, mutatie, chromosoom, genetische modificatie, gentherapie, transgene organismen, epigenetica
je kunt de bouw en functie van DNA beschrijven
Noteer de woorden op een A3. Denk na hoe woorden met elkaar samenhangen. Associeer bij elk woord. Wat weet je erover? Maak verbindingen.
je weet wanneer DNA replicatie plaatsvindt
je kunt uitleggen hoe DNA replicatie in zijn werk gaat
je kunt uitleggen hoe specifieke genen kunnen worden gekloneerd
je kunt uitleggen hoe DNA kunstmatig kan worden vermeerderd
je kunt uitleggen hoe de nucleïnebasenvolgorde in DNA is te bepalen
transfer
Beschrijf wat hier gebeurt.
Gebruik het woord DNA-polymerase.
van vreemd DNA
een cel in
het plaatje in het boek is onduidelijk!
vind ik
hoe het werkt
Waar komt die negativiteit vandaan?
reagens
waarvoor je ze kan gebruiken
korte electronische puls
celmembraan verandert van structuur
er ontstaan poriën
snel oscillerende probe
er ontstaan poriën
Neem de tekening over en schrijf erbij waar het '5 einde is van elke streng, en waar het '3 einde.
Beschrijf in het kort wat er tijdens de drie stappen gebeurt.
animatie op bioplek!
operator
af te lezen gen
promoter
regulator gen
repressor
je kunt uitleggen hoe de expressie van genen kan worden geregeld bij prokaryoten
je kunt dit ook uitleggen voor eukaryoten
je weet wat epigenetica is
RNA polymerase
repressor
Tryptofaan neem je op uit je eten. Bacteriën maken het zelf.
Leg uit welk effect tryptofaan heeft op de expressie van genen.
Waarvoor codeert het gen, wat op deze wijze gereguleerd wordt?
3 promotor
4 operator
1 RNA polymerase
2 repressor
5 lactose
6 / 7 / 8 lactase genen
je kunt DNA replicatie beschrijven
je kent de verschillende soorten mutaties
je kunt uitleggen hoe DNA moleculen verkort worden
boven: Lactose afwezig. De repressor is actief en bindt aan de operator. Het gen wordt niet afgelezen.
onder: Lactose is aanwezig, bindt aan de repressor. Die laat de operator los. Het gen wordt afgelezen. Lactase wordt gemaakt.
Dit kan lactose verteren.
Schrijf een bijschrift bij dit plaatje.
a) Waarvoor staan de cijfers? Schrijf de namen op.
b) Welk proces vindt er plaats? Beschrijf de stappen.
je kan uitleggen hoe de aminozuurvolgorde de bouw en werking van het eiwit bepaalt
de vorming en transport van eiwitten door de cel beschrijven
uitleggen dat pH en temperatuur invloed hebben op de molecuulstructuur van eiwitten en nucleïnezuren
Maak je eigen schema.
Wat is een prion?
Geef in een zestal stappen aan wat hier gebeurt.
Beschrijf wat er bij stap 1 - 3 gebeurt.
Hier ook.
pro
makkie
proteine
fosforylering
coderende streng
activatie
inhibitie
2.40 min
8 min
14 min
Je doet beide onderdelen.
Lees goed door en maak een planning.
Maak opdracht 1 t/m 7 en gebruik dit bij het maken van een verslag.
* inleiding
* resultaten
* conclusie / discussie
* planning en taakverdeling toegevoegd als bijlage
over twee weken
op SOM