Water
- In de rest van Egypte regent het niet vaak.
- Hier werd het water voor de akkers via kanaaltjes aangevoerd.
- Dit noemen we irrigatielandbouw.
- De oogst werd hierdoor en door de slib groter.
Het bestuur
- De Farao was de leider van Egypte.
- Hij was de koning van Egypte.
- Zijn ambtenaren hielpen hem:
Taken van de ambtenaar:
- Controleren of de wetten werden gevolgd.
- Toezicht houden op dijken en kanalen.
Beroepen
- Omdat er genoeg oogst was, hoefde niet iedereen boer te zijn.
- Er ontstaan ambachten:
- Beroepen waarbij men iets met de hand maakt.
Natuurgodsdienst
- Zoals pottenbakker, meubel maker, timmerman of mandenvlechter.
Sociale verschillen
- De natuur stond centraal:
Farao +
Familie
Edelen, priesters
en hoge ambtenaren
Lage ambtenaren, ambachtslieden en handelaren
Boeren
Slaven
Alles opschrijven
- Ze gebruikten het hierogliefenschrift.
- Goden werden vaak afgebeeld met het hoofd van een dier:
- Papier gemaakt van een waterplant.
Hulp voor de Farao
De Farao werd geholpen door :
- Zij konden lezen, schrijven en rekenen.
De rol van de farao
Egyptische goden
- Egypte bestond uit twee delen:
- de voedselopbrengst was groot
- Menes wordt Farao van heel Egypte.
- Landbouwoverschot werd geruild voor:
- Spullen van ambachtslieden
- Goud werd een belangrijk ruilmiddel.
Isis
Osiris
Amon- Re
Horus
Zonnegod
Hemelgod
Heerser van het dodenrijk
Godin van de
vruchtbaarheid
Leven langs de Nijl
- 4000 v. Chr. Boeren vestigen zich naar de Nijl.
- Ieder jaar stroomde de Nijl over.
- Vruchtbare slib bleef achter.
Godsdienst
Polytheïstisch :
- bv Egyptenaren, Grieken, Romeinen, hindoeïsme.
Monotheïstisch :
- bv. Christendom, Islam, Jodendom.
1.5
Egypte:
Geschenk van de Nijl