Introducing
Your new presentation assistant.
Refine, enhance, and tailor your content, source relevant images, and edit visuals quicker than ever before.
Trending searches
Voorwaarts of achterwaarts
Voorwaartse samentrekking:
Het gezamenlijke deel wordt in het eerste deel van de samentrekking genoemd en verderop weggelaten.
vb: een mooie serie en een slechte (-).
Achterwaartse samentrekking:
Het gezamenlijke deel wordt in het laatste deel van de samentrekking genoemd en daarvoor weggelaten.
vb: koffie- en theekopjes
Als een woorddeel, een woord of een zinsdeel ook ergens anders in de zin voorkomt, kan deze weggelaten worden. Dit heet samentrekking. Zo kan je korter formuleren.
Niveaus
Woordniveau:
Op de plaats van het samengetrokken woorddeel wordt een streepje geschreven.
Woordgroepsniveau:
Binnen een woordgroep worden een of meer hele woorden weggelaten.
Zinsniveau:
een of meer zinsdelen, die twee keer voorkomen worden weggelaten.
Verwijswoorden verwijzen meestal naar een woord dat al eerder genoemd is of wijzen vooruit naar een woord dat nog genoemd gaat worden. Dat woord wordt ook wel het antecedent genoemd.
Verwijswoorden kunnen voornaamwoorden of bijwoorden zijn.
In de volgende gevallen gebruik je het betrekkelijk voornaamwoord wat:
* Na onbepaalde voornaamwoorden: alles, iets, niets, veel, het enige
Alles wat hij wist, schreef hij op.
* Na een overtreffende trap: het mooiste, het aardigste, het grootste
Het mooiste wat ik gelezen heb, zal ik je vertellen.
* Als je wat kunt vervangen door datgene wat
Wat ik niet vergeten ben, zal ik noteren
* als wat terugverwijst naar een voorafgaande zin.
Hij zei toen iets totaal anders, wat me irriteerde.
Bijwoorden
Bijwoorden als hierop, eraan, waarop, daarover, enz. verwijzen naar woorden of woordgroepen.
Hij is toch gekomen; hierop hadden we niet gerekend.
We waren eraan gewend dat hij niet kwam
Deze bijwoorden kun je splitsen.
Roken is schadelijk voor je gezondheid; daarvan zal je spijt krijgen.
Roken is schadelijk voor je gezondheid; daar zal je spijt van krijgen.
Onzijdige woorden:
Het-woorden zijn altijd onzijdig. Net als namen van landen, provincies, steden, clubs en verkleinwoorden.
Vrouwelijke woorden:
De-woorden die vrouwelijke personen of dieren betreffen. Directrice of wolvin
De woorden op de volgende uitgangen:
-heid (waarheid)
-nis (droefenis)
-ing (viering)
-schap (vriendschap)
-st (vondst – ww-vorm + st)
-te (verte)
-de (methode)
-ie (televisie)
-ij (partij)
-iek (fabriek)
-theek (mediatheek)
-teit (kwaliteit)
-tuur (cultuur)
Alle andere de-woorden zijn mannelijk of mag je beschouwen
als mannelijk.
Om te oefenen klik:
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-de-of-het/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-de-of-het-2/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-3-de-of-het/
Naar meervoudswoorden verwijs je met zij, ze, hen of hun.
Hen: lijdend voorwerp en na een voorzetsel (bij, voor, aan, van etc.)
Hun: meewerkend voorwerp zonder voorzetsel aan of voor.
Ik geef hun een compliment.
(Ik geef aan hen een compliment)
Mijn vader schenkt hun een glas cola in.
(Mijn vader schenkt voor hen een glas cola in)
Nepal is hun te ver.
(Nepal is voor hen te ver)
Oefenen met hen of hun:
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-1-hun-of-hen/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-2-hun-of-hen-2/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-3-hun-of-hen/
Verwijsfouten
Verwijswoorden
Normaal heeft een bijzin een onderwerp (ow) en een persoonsvorm (pv). Een bijzin zonder ow en pv heet een beknopte bijzin.
Bij een beknopte bijzin wordt het ow en de pv weggelaten om een zin korter en/of makkelijker te maken. Het verzwegen ow kun je meestal uit de hoofdzin halen.
I.p.v. een pv heeft de beknopte bijzin:
* een voltooid deelwoord; de actie is afgerond.
Afgeleid door een bord botste ik tegen een stilstaande auto.
* een onvoltooid deelwoord; de actie is nog gaande.
Zwaaiend naar mijn vrienden stap ik op mijn fiets.
* te + infinitief:
De docent zegt de juiste beslissing te nemen.
In een hoofdzin staat de persoonsvorm vooraan of na het eerste zinsdeel.
Voorbeelden:
Ga je mee tennissen?
Ik ga vanmiddag tennissen.
Hoofdzinnen kunnen met elkaar verbonden worden door de voegwoorden en, of, maar of want.
Voorbeelden:
Het is al laat en daarom kom ik vanavond.
Het is al laat, maar ik kom toch vanmiddag.
Ik kom vanavond want het is al laat.
Kom je vanmiddag of kom je vanavond?
Opmerking:
In een bijzin staat de persoonsvorm (bijna) achteraan.
Voorbeelden:
Hij zei dat hij vanmiddag ging tennissen.
Hij zei dat hij meer dan drie uur getennist had.
Een bijzin begint bijna altijd met een verbindingswoord.
Tip:
Vervang de bijzin door een woord en ontleed de enkelvoudige zin.
Voorbeeld:
Hij zegt dat hij het niet gedaan heeft. -> Hij zegt dat.
Het woord dat de bijzin vervangt heeft dezelfde functie als de bijzin.
Dat = lijdend voorwerp; dat hij het niet gedaan heeft = lijdend voorwerpszin
Bijzinnen kun je benoemen als zinsdelen en zinsdeelstukken, ook beknopte bijzinnen.
Voorbeelden:
Wie de wedstrijd wint, wordt clubkampioen.
wordt clubkampioen = hoofdzin
wordt clubkampioen = naamwoordelijk gezegde; wordt = werkwoordelijk deel; clubkampioen = naamwoordelijk deel; wie de wedstrijd wint = onderwerps(zin)
Zij wordt later wat haar moeder is.
zij wordt later = hoofdzin
wordt wat haar moeder is = naamwoordelijk gezegde; wordt = werkwoordelijk deel; wat haar moeder is = naamwoordelijk gezegdezin; zij = onderwerp
later = bijwoordelijke bepaling
Hij zegt dat hij het niet gedaan heeft.
Hij zegt = hoofdzin
hij = onderwerp; zegt = werkwoordelijk gezegde; dat hij het niet gedaan heeft = lijdend voorwerpszin
Wie doorrijdt, geeft hij een waarschuwing.
geeft hij een waarschuwing = hoofdzin
geeft = werkwoordelijk gezegde; hij = onderwerp; een waarschuwing = lijdend voorwerp; wie doorrijdt = meewerkend voorwerpszin
Omdat het bleef regenen, werd het kampioenschap afgelast.
werd het kampioenschap afgelast = hoofdzin
werd afgelast = werkwoordelijk gezegde; het kampioenschap = onderwerp; omdat het bleef regenen = bijwoordelijke bijzin
Deelwoorden
Deelwoorden worden in twee groepen verdeeld:
Werkwoordsvormen als gefietst, gekocht, gebeurd en verdeeld noemen we voltooide deelwoorden.
Lopend, werkend, drinkend en rollend noemen we onvoltooide deelwoorden.
Het voltooid deelwoord geeft vaak aan dat een handeling is afgerond (= voltooid). Er staat dan altijd een vorm bij van hebben, zijn of worden.
Voltooid deelwoorden kunnen eindigen op:
-en: gelopen, verdronken, gesneden.
Deze veranderen nooit, ook niet als ze bijvoeglijk worden gebruikt:
de gelopen race, het verdronken schaap, het gesneden brood
-d of -t: gered, gewit
Als je ze bijvoeglijk gebruikt, komt er een -e achter.
Je schrijft ze dan:
– zoals je ze hoort: het geredde paard, het gewitte plafon
– zo kort mogelijk: de gehate dictator, de gepote bloembollen
Het vd van zwakke werkwoorden eindigt op -d of -t. De juiste letter bepaal je net als in de verleden tijd met 'T eX-FoKSCHaaP (of 'T KoFSCHiP-X). Kijk naar de laatste letter van de stam; infinitief -en.
voorbeeld:
klaverjassen - klaverjas - klaverjaste
verwaarlozen - verwaarloz - verwaarloosde
Het onvoltooid deelwoord geeft aan dat een handeling aan de gang is (onvoltooid).
Onvoltooide deelwoorden spel je als infinitief + d(e).
Voorbeelden:
zwaaiend(e), lachend(e), fietsend(e), etc.
Ook onvoltooide deelwoorden kunnen bijvoeglijk gebruikt worden.
Voorbeelden:
De hoestende leraar, de lachende agent, het hinnikende paard
Cambiumned
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-onvoltooide-en-voltooide-deelwoorden-2/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-persoonsvormen-in-de-tegenwoordige-en-verleden-tijd-en-voltooide-deelwoorden/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-persoonsvormen-in-de-tegenwoordige-en-verleden-tijd-en-voltooide-deelwoorden-3/
Verschillende soorten bijzinnen
Beknopte bijzin