Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Het verteringstelsel

HAVO en VWO 2 - Thema 2, Voeding en Vertering
by

Stef Pluijmakers

on 21 November 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Het verteringstelsel

Voeding en Vertering
Vertering is:
Voedingsstoffen die niet door de darmwand heen in het bloed kunnen worden opgenomen, omzetten in verteringsproducten die wel in het bloed kunnen worden opgenomen.
Voedingsstoffen die NIET verteert hoeven te worden:
Water
mineralen
vitamines
glucose
Voedingsstoffen die WEL verteert moeten worden:
eiwitten
vetten
koolhydraten
bv. suiker en zetmeel
Het lichaam maakt bij de vertering gebruik van:
Organen met
verteringsklieren

Deze produceren
verteringssappen

Deze verteringssappen bevatten
enzymen
Enzymen
Enzymen zijn stofjes die scheikundige processen
(oftewel de omzettingen van stofjes)
in het lichaam sneller laten verlopen.
Het verteringsstelsel begint in de ...
En eindigt in de ...
Darmen bewegen
Darmperistaltiek =
de bewegingen van de darmen waarbij de voedselbrij wordt voortgeduwd en gekneed

Maakt gebruik van lengte- en kringspieren
Wordt geprikkeld door voedingsvezels
Verteringsklier:
speekselklieren
Verteringssap:
speeksel
Mondholte en keelholte:

Gebitselementen:

snijtanden, hoektanden en kiezen
Oppervlaktevergroting
Tandformule
5 . 1 . 2
5 . 1 . 2
2 . 1 . 5
2 . 1 . 5
linkerhelft bovenkaak
linkerhelft onderkaak
rechterhelft onderkaak
rechterhelft bovenkaak
Wisselen
van
melkgebit
naar
blijvend gebit
Verzorging van
het gebit
Functies van speeksel:
verteren van zetmeel
doden van bacteriën
verhogen van de glijbaarheid van voedsel
Vervoert de voedselbrij met peristaltische bewegingen van de mond- en keelholte naar de maag.
Waarom verteren we voedsel?
De voedingsstoffen leveren o.a. energie
Het vrijmaken van energie noemen we:
Verbranding
Formule van verbranding:
Glucose (suiker) + zuurstof koolstofdioxide + water + energie

Oftewel

C6H12O6 + O2 CO2 + H2O + energie
... Oftewel in makkelijkere taal:
Voedingsmiddelen en -stoffen dusdanig klein maken zodat de voedingsstoffen door de darmwand in het bloed kunnen worden opgenomen.
Kenmerken van enzymen:
Soort-specifiek:
ieder enzym past op een specifieke stof.

Optimale temperatuur:
iedere enzym kan optimaal functioneren bij een bepaalde temperatuur. De meeste enzymen in ons lichaam functioneren bijvoorbeeld het beste bij 37°C.

Onuitputtelijk:
een enzym raakt nooit op en kan altijd weer opnieuw gebruikt worden.
Ademhalen, slikken en verslikken:
Huig:
sluit neusholte af
Strotklepje:
sluit luchtpijp af
Maag:
Slokdarm:
Verteringsklier:
maagsapklieren in de maagwand
Verteringssap:
maagsap (maagzuur)
Maagsap bestaat uit:
water, zoutzuur en enzymen

Functies maagsap:
doden van bacteriën
verteren van eiwitten
Maagportier:
kringspier die telkens een deel van de voedselbrij doorlaat om de vertering te vervolgen.
Twaalfvingerige darm
Ontvangt:
gal
alvleessap
Gal:
Wordt opgeslagen in de galblaas.
Gaat via een buisje naar de
twaalfvingerige darm.

Functie van gal:
Emulgeert vet.
(= grote vetdruppels verdelen in kleine vetdruppels)
Dit zorgt voor
oppervlaktevergroting
.
Hierdoor kunnen meer enzymen het vet sneller verteren.
Gal wordt gemaakt in de lever
LET OP! Gal is GEEN verteringssap!
Alvleessap:
Wordt gemaakt in de alvleesklier
Gaat via hetzelfde buisje als gal naar de twaalfvingerige darm

Functies van alvleessap:
verteren van eiwitten
verteren van koolhydraten
verteren van vetten
Verteringsklier:
darmsapklieren in de

darmwand
Verteringssap:
darmsap

Functies darmsap:
verteren van eiwitten
verteren van koolhydraten
verteren van vetten
Dunne darm:
In de dunne darm:
wordt de voedselbrij gekneed.
worden voedingsstoffen opgenomen in het bloed (in de poortader).
wordt vocht opgenomen.
is ongeveer 8 meter lang.

Blinde darm
Wormvormig
aanhangsel
'appendix'
Dikke darm:
Bevat veel verteringsbacteriën.
Deze bacterien produceren een enzym dat cellulose verteert.
Cellulose =
bestanddeel van plantaardige celwanden.

De dikke darm neemt vrijwel al het resterende water op.

Is ongeveer 1,5 meter lang

Endeldarm:
Verzamel- en opslagplaats van de ingedikte, onverteerde voedselbrij.
Anus:
Eindstation van het verteringsstelsel.

De voedselbrij in de endeldarm wordt geleegd door het ontspannen van deze kringspieren.
Dit wordt
ontlasting
genoemd.
Mondholte
Keelholte
Slokdarm
Maag
Twaalfvingerige darm
gal (lever)
Alvleessap (alvleesklier)
Dunne darm
Dikke darm
Blinde darm
Wormvormig aanhangsel (appendix)
Endeldarm
Anus
Wie kent de tandformule van een melkgebit?
2 . 1 . 2
2 . 1 . 2
2 . 1 . 2
2 . 1 . 2
slechts 2 kiezen
Tandplak
=

aanslag op en tussen je tanden
Bestaat uit: bacterien, etensresten en speeksel

Bacterien zetten suikers om in zuren, deze tasten je glazuur aan

Tandsteen
= verkalkte tandplak (hard)

Planteneter = herbivoor
Ogen aan de zijkant van het hoofd.
Lang darmkanaal om cellulose te verteren.
Heeft
plooikiezen
om plantaardig voedsel te vermalen.
Vleeseter = carnivoor
Ogen naar voren gericht van het hoofd.
Kort darmkanaal (hoeft geen cellulose te verteren).
Heeft
knipkiezen
om vlees te verscheuren.
Heeft dodelijke hoektanden.
Voeding en vertering
bij zoogdieren

Alleseter = omnivoor
Ogen naar voren gericht van het hoofd.
Middellang darmkanaal.
Heeft
knobbelkiezen
(om voedsel te malen)
Kan ook dodelijke hoektanden hebben.
afkomstig uit het voedsel
Ons voedsel
Voedingsmiddelen:
Alle producten die wij eten of drinken
Voedingsstoffen:
De bruikbare bestanddelen in voedingsmiddelen
eiwitten
kool-
hydraten
vetten
water
mineralen
(zouten)
vitamines
Voedingsstoffen worden gebruikt als:
Brandstof
Bouwstof
Reservestof
Beschermende stoffen
energie
groei en herstel
opslag
tegen ziekte
bouwstof
brandstof
zit veel in
dierlijk voedsel
brandstof
bouwstof
reservestof
zit veel in
plantaardig voedsel
brandstof
bouwstof
reservestof
bouwstof
bouwstof
beschermende
stof
bouwstof
beschermende
stof
Indicator
is een aantoonstof
Een indicator
'toont aan'
dat een bepaalt stofje in een oplossing of voedingsmiddel zit.

Vaak zichtbaar door een kleurverandering!
Proefje 'indicatoren'
aangetoonde stof
indicator
kleur voor toevoeging indicator
kleur na toevoeging indicator
Vak 1:
Groente en fruit
Vitamines en vezels
Vak 2:
Brood, pasta en aardappelen
Veel zetmeel
Koolhydraten, plantaardige eiwitten, vitamines, mineralen en vezels
Vak 3:
Vocht
Vak 4:
Een beetje vet!
Plantaardig vet (vloeibaar) is gezonder dan dierlijk vet (vast)
Vak 5:
Dierlijke producten en vleesvervangers
(Dierlijke) eiwitten, vitamines en mineralen
Energie
Een maat om energie weer te geven, is de
calorie
1 calorie (cal)
=
de energie die nodig is om 1 gram water met 1°C te verwarmen
1 kilocalorie (Kcal)
=
de energie die nodig is om 1000 gram water met 1°C te verwarmen
('kilo' betekent 1000)
80 Kcal
140 Kcal
Iedereen heeft energie nodig!
Maar niet iedereen verbruikt evenveel energie per dag...
De energiebehoefte is afhankelijk van:
geslacht
leeftijd
lichaamsgrootte
lichamelijke inspanning
Eet je meer calorieën dan je verbrandt?
Dan bewaart je lichaam deze als reserve in de vorm van vet en neemt het lichaamsgewicht toe.
Eet je minder calorieën dan je nodig hebt?
Dan leidt dit tot
ondervoeding
, omdat je lichaam onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt
Verhoogd risico op hart- en vaatziekten
Te weinig eiwitten en vitamines leiden o.a. tot:
te moe om te werken/leren
ziektes
achterstallige groei en ontwikkeling
hersenbeschadiging
'hongerbuikjes' (hongeroedeem)
B
ody
M
ass
I
ndex
Een methode om te bepalen of je een goed gewicht hebt.
Formule:
BMI = Gewicht in kg : (lengte in m x lengte in m)
Gezond BMI = tussen de 20 en 25
http://www.voedingscentrum.nl/nl/mijn-gewicht/heb-ik-een-gezond-gewicht/bmi-meter.aspx
Samen oefenen
Wat staat er op het menu van een eekhoorntje?
Full transcript