Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Waarneming en Regeling

HAVO en VWO 2/3 - Thema 4, Waarneming en Regeling
by

Stef Pluijmakers

on 6 June 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Waarneming en Regeling

THEMA 4 - WAARNEMING EN REGELING
THEMA 4 - WAARNEMING EN REGELING
THEMA 4 - WAARNEMING EN REGELING
Onze zintuigen:
Voelen
Proeven
Ruiken
Horen
Zien
Warmtezintuig
prikkel: hoge temp.
Koudezintuig
prikkel: lage temp.
Drukzintuig
prikkel: druk
Tastzintuig
prikkel: lichte aanraking
Tastknopjes
prikkel: hoe iets aanvoelt
Pijnpunten
Smaakzintuig
prikkel: smaak
Reukzintuig
prikkel: geurstoffen
Gehoorzintuig
prikkel: trillingen
Evenwichtszintuig
prikkel: zwaartekracht
Staafjes en kegeltjes
prikkel: licht
Zintuigcellen reageren op prikkels

Prikkels =

invloeden uit de omgeving

Adequate prikkel =

een invloed uit de omgeving waar een bepaalde zintuigcel gevoelig voor is. (specifiek)
(bv. hoge temperatuur voor een warmtezintuigcel)
Zintuigcellen zijn aangesloten aan zenuwen.

Als
zintuigcellen
een
prikkel
ontvangen, sturen ze een
impuls
(elektrisch seintje) via de
zenuwen
naar de
hersenen
.

In de hersenen wordt je
bewust
van je omgeving. Je hersenen sturen een impuls via zenuwen naar je
spieren
. Zo kun je ergens op
reageren
door een beweging.
Prikkel zintuigcel impuls

zenuw hersenen (bewust)

impuls zenuw spieren (reactie)
Een zintuigcel stuurt niet altijd een impuls naar de hersenen.
De prikkel moet een drempelwaarde overschrijden.
De prikkel moet adequaat zijn
(andere zintuigcellen kunnen ook niet-adequate prikkels waarnemen maar de drempelwaarde is dan veel hoger).
Gewenning =
Wanneer een prikkel enige tijd aan houdt, ontstaan er in de zintuigcellen minder impulsen

Motivatie =
Hoe meer aandacht je ergens aan besteed, hoe lager de drempelwaarde voor een bepaalde prikkel
Het zenuwstelsel
bestaat uit:
Het centrale zenuwstelsel (CZS) en uit zenuwen

CZS = hersenen + ruggenmerg
Het zenuwstelsel regelt ook de werking van spieren en klieren
grote hersenen
kleine hersenen
hersenstam
De huid
Functies van de huid:

Prikkels waarnemen
Beschermt het lichaam tegen invloeden van buiten, zoals:
- Beschadigingen
- Infecties door ziekteverwekkers
- UV-straling (zon)
- Uitdroging (tegengaan van verdamping)

De huid bestaat uit:
Hoornlaag
(dode verhoornde cellen)
Kiemlaag
(levende, delende kiemlaagcellen)
1. Opperhuid
2. Lederhuid
bloedvaten
zenuwen
zintuigcellen
pijnpunten
tastknopjes
haarspiertjes
zweetkliertjes
Bevat:
Op sommige plaatsen kunnen verdikte delen met verhoornde cellen voorkomen. Dit is
eelt
.
De
haren
steken door de opperhuid.
Het
haarzakje
en de
talgkliertjes
liggen als uitstulpingen van de kiemlaag in de lederhuid.
3. Onderhuids bindweefsel
Hierin wordt vet opgeslagen.
Dit dient als reservevoedsel en isolatielaag
Gevoelszenuwcel
(= sensorische zenuwcel):
Geleid impulsen van zintuigcel naar het CZS

Bewegingszenuwcel
(= motorische zenuwcel):
Geleid impulsen van CZS naar spieren of klieren

Schakelcel:
Liggen in het CZS en geleiden impulsen van bewegingszenuwcellen en sensorische zenuwcellen
Er zijn drie soorten zenuwcellen:
Prikkel zintuigcel impuls

sensorische zenuwcel schakelcel

hersenen (bewust) impuls schakelcel

motorische zenuwcel spieren (reactie)

Versimpeld:
Het echte werk:
De neus
Functies van de neus:

Spoort feromonen op (geschikte partner vinden)
Belangrijke geheugensteun: je onthoudt geuren!
Deze koppel je aan een bepaalde ervaring (positief of negatief).
Spoort voedsel op.
'Keurt' de lucht:
Beschermt je voor gevaren, zoals
- giftige gassen
- brand
- onveilig voedsel
- roofdieren
De neusholte is van binnen bekleed met neusslijmvlies. In het bovenste deel van het vlies liggen zintuigcellen met reukharen.
De tong
Functies van de tong:

Helpt bij het slikken/zuigen
Helpt bij het vormen van klanken
Smaak waarnemen (zoet, zout, zuur, bitter)

De tong werkt nauw samen met het reukorgaan. Door geur wordt een grote variatie aan smaken gecreëerd, anders zou alles alleen maar zoet, zout, zuur of bitter kunnen smaken.
zoet
zout
zuur
bitter
Over de tong lopen fijne groefjes. Aan de zijkanten van die groefjes liggen
smaakknopjes
. Deze smaakknopjes zijn gevoelig voor een bepaalde smaak.
De tong bevat ook tast- en drukzintuigen, pijnpunten en temperatuur-zintuigen.
De oren
Functies van de oren:

Geluiden herkennen en 'keuren'.
Helpt bij de communicatie met andere organismen.
Beschermen voor gevaren in de omgeving (harde klappen)
In de oren zit het evenwichtsorgaan, dit helpt bij de instandhouding van het evenwicht (in stilstand en in beweging).
Samenwerking tussen de neus en de tong.
De bouw van het oor
De buis van Eustachius:

Is verbonden met de keelholte en regelt de hoeveelheid lucht die van de trommelholte naar de keelholte verplaatst wordt, of omgekeerd. Dit is afhankelijk van het luchtdrukverschil in de trommelholte ten opzichte van het buitenoor.

De buis kan geopend worden met bepaalde bewegingen, zoals gapen, slikken of kauwen.
oorschelp
oorlel
schedel
gehoorgang
met oorsmeerkliertjes
trommelvlies
gehoorzenuw
evenwichtsorgaan
gehoor-
beentjes
slakkenhuis
buis van Eustachius
trommelholte
De weg van trillingen:
hamer
aambeeld
stijgbeugel
Met je gehoorzintuig neem je geluiden waar.

Geluiden zijn trillingen.


Toonhoogte wordt aangegeven met Hertz

Hertz = het aantal trillingen van een geluid per seconde

Hoe meer Hertz, hoe hoger de toon
Hoe minder Hertz, hoe lager de toon

De mens hoort tussen
de 20 en 20.000 Hertz

Frequentiecheck:

De sterkte van geluiden (volume)
wordt uitgedrukt in Decibel

Te harde geluiden
(vanaf 80 Decibel) beschadigen
de trilhaartjes in het slakkenhuis!
http://www.oorcheck.nl/index/53/hoe-hoog-kom-jij-raquo-test
venster
binnenoor
buitenoor
De kanalen in het slakkenhuis zijn gevuld met een
vloeistof
die gaat trillen.

Deze trillingen worden doorgegeven aan kleine
trilhaartjes
(zintuigcellen).

Deze geven weer een
impuls
aan
sensorische zenuwcellen
.
De ogen
Gezichtsbedrog
LET OP!

dit filmpje leidt tot korte 'hallucinaties'
LET OP!

dit filmpje leidt tot korte 'hallucinaties'
Functies van de ogen:

Kleuren waarnemen
Licht en donker waarnemen
Diepte waarnemen
Gevaren/voedsel/soortgenoten herkennen
Patronen scheppen
traanklier
wenkbrauw
wimpers
traanbuis
Wenkbrauwen leiden zweet van de ogen weg.

Wimpers beschermen tegen vuil en fel licht.

Traanklier produceert traanvocht.

Traanvocht beschermt tegen uitdroging en reinigt de ogen.

Oogleden verspreiden het traanvocht.

Traanbuizen voeren overtollig traanvocht af richting de neusholte.
(wanneer deze overstromen huil je)
afvoer richting de neusholte
iris
pupil
hoornvlies
lens
oogspier
gele vlek
blinde vlek
oogzenuw
glasachtig lichaam
De bouw van het oog
het licht valt in deze volgorde door het oog:

hoornvlies
pupil
lens
glasachtig lichaam
netvlies
harde
oogvlies
vaatvlies
netvlies
Op de
gele vlek
liggen veel staafjes en kegeltjes.
Dit is het punt recht achter de iris waar het meeste licht op het netvlies valt.

De
staafjes
zijn de zintuigcellen die gevoelig zijn voor het contrast tussen licht en donker.

De
kegeltjes
zijn de zintuigcellen die kleuren waarnemen.
De blinde vlek is de plaats op het netvlies waar de oogzenuw (sensorische zenuwcel) het oog verlaat.

Hier bevinden zich
geen
zintuigcellen.
(staafjes en kegeltjes)
bevat bloedvaatjes
bevat zintuigcellen (staafjes en kegeltjes)
De pupilreflex:
Wordt geregeld door spieren in de iris.
Kleine pupillen:
- bij fel licht
- kringspieren trekken samen

Grote pupillen:
- bij weinig licht
- straalsgewijs lopende spieren trekken samen
kringspiertjes
straalsgewijs lopende spiertjes
beschermt de oogbol
De tong bevat ook tast- en drukzintuigen, pijnpunten en temperatuur-zintuigen.
Samenwerking tussen de neus en de tong.
Het zenuwstelsel
Bestaat uit miljoenen zenuwcellen.

Zenuwcellen
bestaan uit:

Een cellichaam

hierin bevindt zich de celkern.
Een of meerdere uitlopers
deze geleiden de impulsen.
Een isolerend laagje (myelineschede)

deze scheidt de uitlopers van een zenuwcel
van die van andere zenuwcellen in de zenuw.

Een
zenuw
bestaat uit:

Een
bundel van duizenden uitlopers
van zenuwcellen
Deze is omgeven door een
stevige laag
die bescherming biedt
Gevoelszenuwcel
(sensorische zenuwcel)
Geleiden impulsen van zintuigcellen naar schakelcellen
Cellichaam ligt
vlak bij
het CZS
Heeft één lange uitloper, deze geleidt impulsen
richting het cellichaam
Bewegingszenuwcel
(motorische zenuwcel)
Geleiden impulsen van schakelcellen naar spieren of klieren
Cellichaam ligt
in
het CZS
Heeft één lange uitloper, deze geleidt impulsen
van het cellichaam af
Schakelcel
Geleidt impulsen binnen het CZS
De
hele cel ligt in
het CZS
Verbindt de uitlopers van gevoels- en beweginszenuwcellen
Reflex
Is een vaste, snelle, onbewuste reactie op een bepaalde prikkel

Ken jij voorbeelden van een reflex?
Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een reflex?

De schakelcellen sturen gelijktijdig een impuls naar de bewegingszenuwcellen en naar de hersenen. De weg naar de hersenen duurt langer dus je wordt pas na de reactie bewust.
Reflexboog = de weg die impulsen afleggen bij een reflex.

Functie van een reflex:

Beschermen tegen beschadiging.
Handhaven van houdingen van het lichaam.
Coördineren van bewegingen.

Genotmiddelen
Alcohol
A party in your stomach...
Algemene effecten van genotmiddelen op langere termijn:
Gewenning:
Het lichaam heeft steeds meer van het middel nodig om hetzelfde effect te krijgen.

Geestelijke verslaving:
Men is in gedachte voortdurend bezig om weer te gebruiken. Dit kan veel spanning geven. Andere levensbehoeften worden vaak verwaarloosd.

Lichamelijke verslaving:
Het lichaam gaat hevig protesteren wanneer je het gebruik opeens stopt. Er ontstaan ontwenningsverschijnselen, zoals zweten, trillen, hoofdpijn, irritatie en rusteloosheid.
Redenen om te drinken:

erbij horen
verveling
nieuwsgierigheid
ontspanning
gezelligheid
problemen vergeten
Zuivere alcohol (ethanol) is een heldere, kleur- en smaakloze vloeistof.

Beïnvloed de werking van het zenuwstelsel
(met name de grote- en de kleine hersenen)

Wordt meteen door de maag- en darmwand opgenomen in het bloed (het hoeft dus niet verteerd te worden)
Alcohol
Redenen om niet te drinken
zie ook..
Slecht voor de gezondheid
Geld
Sociaal isolement
Verminderde controle over gedrag
Geloof (Islam)
Bier
5% alcohol
250ml in glas
Wijn
12% alcohol
100ml in glas
Sterke drank
35% alcohol
35ml in glas
Mixdrankjes
5-30% alcohol

Indien de dranken in de juiste hoeveelheden zijn geschonken, bevatten ze ongeveer evenveel alcohol: 12ml
Gevolgen van alcohol:
Korte termijn:

Loskomen:
vrij en vrolijk gevoel

Aangeschoten:
groot zelfvertrouwen, minder goed waarnemen, minder goede coördinatie

Dronken:
lichamelijke controle verslechterd en bewustzijn neemt af

Kater:
Hoofdpijn, misselijk en dorst

Lange termijn:

Gewenning

Geestelijke afhankelijkheid

Lichamelijke afhankelijkheid

Lever vervetting (levercirrose)

Hart-, maag/darm- en hersenklachten

Sociaal isolement

Geldproblemen

Alcohol en de wet
Beperkte reclame

Campagnes en voorlichting

Verkoopverbod

Verkeer (blaas- of bloedtest)
alcoholgehalte < 0,5 promille voor bestuurders
Drugs
Opiumwet
Hard- en soft drugs
Hierin staan de meeste drugs beschreven.
De Opiumwet bestaat uit
Lijst I
en
Lijst II
Middelen op Lijst I zijn gevaarlijker dan Lijst II.
Heroïne, cocaïne, XTC en GHB zijn voorbeelden van middelen op Lijst I. Cannabis en paddo's staan op Lijst II.
Op Lijst I staan 'harddrugs'
Slaap- en kalmeringsmiddelen staan op Lijst II, maar vallen over het algemeen buiten de indelinge 'hard- en softdrugs'. Ze nemen een uitzonderingspositie in omdat ze meestal op recept, als geneesmiddel, worden uitgeschreven
Wat zijn de gevolgen van verslaving?
Lichamelijke problemen
Hersenen:
beperkte ontwikkeling + psychische problemen (schizofrenie en psychoses)
Gebit:
rotting en uit vallende tanden
Huid:
veroudering en wonden
Longen:
schade en beschadiging door het roken van cannabis, heroïne en cocaïne
Hart:
belasting hart en bloedvaten. hartinfarct bij combinatie alcohol en cocaïne
Lever:
heeft de taak van de ontgifting. Via naalden en 'snuifbuisjes' ontstaan veel infectieziekten
Maag/darm:
vergrootte kans op

kanker
Psychische problemen
Gedragsverandering
Psychose
Schizofrenie
Sociale problemen
Fixatie op de trip
Depressies
Angstaanvallen
Sociale problemen
Drugs zijn belangrijker dan vrienden en familie
Gedragsverandering
Werkloosheid
De verslaving is heilig en staat boven alles!
Agressiviteit
Geld problemen
Door het slecht functioneren kan iemand zijn/haar baan verliezen
Al het beschikbare geld wordt besteed om de verslaving te voeden.

Deze honger wordt niet snel gestild dus een dure hobby, zeker als iemand niet vies is van een grammetje cocaïne
Zonder schuldgevoel geld 'lenen' van vrienden en bekenden.
Diefstal
Contact met de politie
Uitputting
Door drugsgebruik merken mensen vermoeidheid, pijn en honger minder snel op.
Gevolgen:
gewichtsverlies
oververmoeidheid
hoofdpijn
grote kans op (infectie)ziekten
door verminderde weerstand
slecht gehumeurd omdat het lichaam niet zelf meer in staat is om het 'geluksstofje' te maken
De werking van drugs op de hersenen
Een verdeling van 3 categorieën:
Verdovend
Stimulerend
Bewustzijnveranderend
Verdovend
Kalmerend en ontspannend effect.

Minder prettige dingen en problemen kunnen zo vergeten worden.

Verdovende middelen zijn o.a.
cannabis, heroïne, alcohol en slaapmiddelen
Stimulerend
(opwekkend/oppeppend)
Geven meer energie en verhogen de alertheid.

Stimulerende middelen zijn o.a.
cocaïne, speed (amfetamine), tabak en koffie
Bewustzijnveranderend
(hallucinerend/tripmiddelen)
De wereld gaat er heel anders uitzien.
Het gebruik beinvloed de stemming en de waarneming

Hallucinerende middelen zijn o.a.
LSD, paddo's, XTC, cannabis
Prikkel zintuigcellen

gevoelszenuwcellen schakelcellen in CZS
Reflexboog:
Bewegingszenuwcellen Gevoelscentra
in grote hersenen


Spieren (reactie) Bewust
Prikkel zintuigcel impuls sensorische zenuwcel

schakelcel in CZS gevoelscentra grote hersenen (bewust)

beweginscentra grote hersenen impuls schakelcel in CZS

motorische zenuwcel spieren (reactie)

Een bewuste reactie:
Glad spierweefsel
Langwerpige spiercellen met elk een celkern

Komt voor in de huid en in de wand van buisvormige of holle organen.

De samentrekking verloopt traag, maar de spiercellen raken niet snel vermoeid
Dwarsgestreept spierweefsel
Spiervezels
= versmelting van vele spiercellen, dus veel celkernen

Skeletspieren en huidspieren (tong)

De samentrekking verloopt snel, maar de spiervezels raken snel vermoeid
Spierspanning
is de kracht die een spier uitoefent op de aanhechtingsplaats van een spier.
De mate van de spierspanning is afhankelijk van de hoeveelheid spiervezels die worden geactiveerd door motorische zenuwcellen (= motorische eenheid)
Grove beweging:
Veel spiervezels aangesloten aan een motorische zenuwcel
Fijne/precieze beweging:
Weinig spiervezels aangesloten aan een motorische zenuwcel
Spieren zitten aan botten vast met pezen.
De plaats waar de spier aan het bot vast zit heet 'aanhechtingsplaats'

Als een spier samentrekt wordt hij KORTER en DIKKER
Samenwerkende spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft (bijv. buigen en strekken), noemen we
antagonisten
.

De triceps en de biceps zijn voorbeelden van antagonisten.
De spieren worden zwaarder en er worden meer spiervezels aangemaakt.

Spiermassa wordt aangemaakt bij korte, trage herhalingen op maximale kracht.
Krachttraining
Duurtraining
De spieren worden niet zwaarder maar de doorbloeding van de spieren neemt toe.

Hierdoor neemt het uithoudingsvermogen toe.


Anabole steroïden
Vergelijkbaar met het mannelijk geslachtshormoon testosteron.

eiwitproductie, spiergroei en bloedcelproductie gaan omhoog

Gaat gepaard met de nodige nadelen...
Doping
Prestatie verhogende middelen of methodes die (vaak) worden gehanteerd door topsporters
Full transcript