Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Hfst 8 Tijd van burgers en stoommachines

No description
by

Jos de Boer

on 9 June 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hfst 8 Tijd van burgers en stoommachines

Hfst 8 Tijd van burgers en stoommachines
1800-1900

Lees blz. 218
economische motieven: grondstoffen en afzetgebieden.
politieke motieven: macht en aanzien
culturele/ideologische motieven:blanke volk/ras superieur (sociaal darwinisten)-> inheemse bevolking in de kolonie opvoeden
8.3 Nationalisme en de Duitse eenwording
urbanisatie, slechte behuizing
geen verlichting, stromend water of goede riolering,

8.1 de Industriële Revolutie
Kern: Industrie start in Engeland na 1770
overgang van textielnijverheid naar de fabriek
Van spierkracht en waterrad naar machines op stoom

Industriële samenleving ontstaat

Conclusie: wat beïnvloed wat op welke manier?






Agrarische revolutie

Transportrevolutie

Industriële revolutie

Massale trek naar
nieuwe steden:
Industriële samenleving

Gevolgen industriële
revolutie in Engeland





Steenkool gebruiken om ijzererts te smelten

Thomas Newcomen (1663-1729)


Leegpompen steenkoolmijnen


Tot 1775 Landbouwstedelijke samenleving

1712 Eerste stoommachine


Blücher

Goedkoop en snel vervoeren van mensen,
grondstoffen en eindproducten

Transportrevolutie en agrarische revolutie dragen bij aan de industriële revolutie

Transportrevolutie (1790-nu)

1790 Begin aanleg kanalen in Engeland

1809 Eerste stoomboot

1814 Eerste stoomlocomotief

1830 Eerste spoorweg tussen steden
(Liverpool en Manchester)

Overal inzetbaar!

Stijging productie textielnijverheid

James Hargreaves


Industriële revolutie (1775-1840)

Ontstaat in Engeland

1764 Spinning Jenny



1780 Nieuwe stoommachine
Waterframe van Arkwright



Gevolg: productie schiet omhoog, prijzen dalen

1733 schietspoel van John Kay
waterframe
spinning Jenny
waterframe
gevolgen Industrialisatie

Huisnijverheid-> fabrieken
wonen op platteland-> urbanisatie
spierkracht/water en wind-> machines

stoommachine
Vroegmoderne tijd:
1. landbouw
2. autarkisch
3.Gilden:ambachtslieden (meester+gezellen) in steden
deze gilden kregen het monopolie en fungeerden als sociaal vangnet X huisnijverheid via een ondernemer
1. wat zijn de kenmerken van de industriële revolutie
2 Wat is het verschil tussen de eerste en de tweede industriële revolutie
3. Hoe week Nederland af van de omringende landen?
lees : een nieuwe samenleving blz. 222-224
Eerste Industrialisatie: steenkool
- productie kapitaalgoederen
Tweede Industrialisatie: na 1850
- elektriciteit
- aardolie
- chemische industrie
- productie consumptiegoederen
8.2 Modern imperialisme
kolonisatie rond 1800
modern imperialisme
Verschil met kolonialisme
-veroveringen en intensiever bestuur van koloniën-> Brits-Indië en Nederlands-Indië
-grondigere exploitatie van de koloniën-> kopererts,goud,katoen, jute en rubber
-alleen in Azië en Afrika, want Zuid-Amerikaanse landen werden zelfstandig
-nieuwe landen gaan koloniën veroveren ->naast Engeland, Nederland en Frankrijk nu ook Duitsland en Italië. Wedloop om Afrika.
Congo: 19de eeuw Kongo-Vrijstaat-> privé kolonie van de Belgische koning Leopold II-> verzamelde er eerst ivoor, daarna werd er rubber gevonden. De vraag ernaar was groot.
Leopold werd er rijk van. De bevolking werd gedwongen de rubber te verkrijgen
nationalisme:
Voorliefde voor eigen volk en de eigen natie
Cultuur
politiek
*een eigen taal maakt een volk
tot een eenheid
*ieder volk heeft een eigen cultuur
*eigen geschiedenis is belangrijk
(filosoof Herder)
ieder volk heeft recht op een eigen
natiestaat
Na Napoleon werd Europa opnieuw ingedeeld
tijdens het Wener Congres
In deze tijd ontstonden de nationalistische gevoelens in "Duitsland" en tevens de Romantiek
als tegenhanger van het rationalisme.

inspiratie uit de geschiedenis cultuur en van eigen volk
vraag: wat is de Groot-Duitse gedachte en wat de Klein-Duitse gedachte? Welke ideeën hingen zij aan?
Eenheid door oorlog:
de Pruisische Otto von Bismarck (met militaire en lutherse tradities->Untertanen Geist) wilde een Duits Keizerrijk en Oostenrijk en Frankrijk uitschakelen.
Hij bevocht verschillende landen en breidde zijn gebied uit.
1870-'71 Pruisen was het grootste gebied. Nu alleen nog Frankrijk-> Frans-Duitse oorlog. Duitsland wint-> willen schadevergoeding en Elzas-Lotharingen (mijnbouw). Gevolg anti-Duitse gevoelens in Frankrijk
1871: Duitse eenwording-> Keizer Wilhelm I
een militaire en economische macht->sterke industriële groei.
1888 Keizer Wilhelm II volgt op-> zeer militaristisch en
anti-Rusland. het was uit met de "rust"
Geen eenheid door overleg
Pruisen
Groot-Duitse gedachte->Duitstalige gebieden in heel Donau gebied bij het rijk voegen(Oostenrijk)
Klein-Duitse gedachte->Donau gebied hoort er niet bij. Laatste werd in het Frankfurter parlement beslist
1815-1866 Duitse Bond->losse statenbond van Duitse staten. Gevormd door het Wener Congres.
1866: de Pruisen en 22 bondgenoten vormen de Noord-Duitse Bond.
Pas in 1870-'71 in de oorlog tegen Frankrijk werd
ook Zuid-Duitsland vrijwillig bondgenoot van het Noorden en uiteindelijk werd het 1 Duitsland
8.4 De sociale kwestie
bevolkingsgroei
kinder- en vrouwenarbeid
onveiligheid
geen sociale wetgeving, geen werk,
geen geld, geen stakingsrecht etc.

gegoede burgerij trok zich het lot van de arbeiders aan
publiciteit-> zwengelen de discussie aan over de
sociale kwestie. Na 1850 werd dit een politiek
thema

Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP): opgericht in 1894
door Troelstra
gematigd marxistisch: reformisme
Doel: geleidelijke verbetering van positie van de arbeiders via
het parlement


1870: economische crisis treft voornamelijk de arbeidersklasse
Sociale kwestie: slechte leef- en werkomstandigheden +
achtergestelde positie van de arbeiders
Liberalen: overheid mag de economische vrijheid niet beperken
(laissez-faire)
Socialisme komt op voor belangen van de arbeidersklasse

Opkomst socialisme in Nederland

Doel
Ideale, klasseloze samenleving waarin particulier bezit
is afgeschaft en de productiemiddelen gedeeld worden.

Productiemiddelen grond & kapitaal in bezit van de
bourgeoisie, factor arbeid wordt uitgebuit


Sociaal Democratische Bond (SDB): opgericht in 1881 o.l.v. Ferdinand
Domela Nieuwenhuis
1e Marxistische partij in de Tweede Kamer
Radicalisering na 1892: anarchistisch, anti-democratisch
Acties en stakingen om revolutie te ontketenen

Socialisme in praktijk

Middel
Marx voorspelt dat het proletariaat uit armoede en
ellende in opstand zal komen tegen de bourgeoisie:
Omverwerping kapitalisme, proletariërs grijpen de macht
Bezit afgeschaft, productiemiddelen in handen van de
staat
Klassenloze maatschappij


Tegenstelling
proletariaat: arbeidersklasse, arm en zonder bezit
Bourgeoisie: rijke bezittende klasse


Socialisme (marxisme) in theorie

Karl Marx en Friedrich Engels

Grondleggers

Karl Marx & Friedrich Engels: Communistisch Manifest (1848),
Das Kapital (1867).
Ideologie: politieke ideeën of filosofie, vastgelegd in geschriften
Verbeteren van de positie van de arbeidersklasse door een revolutie
te beginnen


Ontstaan en ontwikkeling van een politieke stroming

HET SOCIALISME

Ontwikkeling van het socialisme

De burgerij probeerde de sociale kwestie onder andere op te lossen met een ‘beschavingsoffensief’
Er ontstonden liefdadigheidsverenigingen die de armen steunden
Er kwamen discussies over het economisch liberalisme en met name over kinderarbeid
In 1874 kwam de eerste sociale wet tot stand: het kinderwetje van Van Houten (= verbod op het in dienst nemen van kinderen onder de twaalf jaar in fabrieken).

De burgerij en de sociale kwestie

Albert Hahn, De Notenkraker, 15 december 1907.
Onderschrift: ‘Een fabriekseigenaar in Krommenie staat arbeiders niet toe lid te worden van een vakbond’

Rond 1870 ontstond grootschalige arbeidsonrust:
Arbeiders hebben niet kunnen profiteren van economische groei in
de de 19e eeuw
Ambachtelijke werklieden kwamen in moeilijkheden als gevolg van de industrialisatie en richtten vakbonden op
Industrialisatie leidde tot verharding / verscherpen van sociale tegenstellingen

De sociale kwestie

Parlementaire enquête naar arbeidsomstandigheden in fabrieken
brengt misstanden aan het licht (Regout)
Gevolgen:
Arbeidswet (1889): werkdag voor vrouwen en jongeren max. 11 uur + verbod op nachtwerk
Ongevallenwet (1901): uitkering bij arbeidsongeschiktheid
Woningwet (1901): bevorderen van de bouw van volkswoningen

Sociale wetgeving

Vergadering van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen

Het ‘Nut’ was een burgerlijke organisatie die zich in de negentiende eeuw vooral inzette voor opvoedkundige
kwesties en onderwijs voor de volksklasse.

Albert Hahn in Het Volk, 25-2-1906
Onderschrift:
‘Tweeërlei nachtarbeid in Limburg’

De industrie gaat voor

Albert Hahn in de Notenkraker, 24-5-1908
De fabrikant: 'De vorige maand heb je vijf volle dagen vrij gehad om te bevallen, nou moet je al weer
een dag weg om het jong onder den grond te stoppen, waar gaat het op die manier met mijn zaken heen?'

Opkomst socialisme in Nederland

1880: economische crisis treft voornamelijk de arbeidersklasse
Sociale kwestie: slechte leef- en werkomstandigheden +
achtergestelde positie van de arbeiders
Liberalen: overheid mag de economische vrijheid niet beperken
(laissez-faire) / dient zelfredzaamheid te bevorderen (“sociale
wetgeving werkt afhankelijkheid en luiheid in de hand”)
Socialisme komt op voor belangen van de arbeidersklasse

Over de arbeidersklasse in Nederland

DE SOCIALE KWESTIE

Volkshuisvesting in Zuilen
De Lessepsstraat
Zicht op de Lessepsstraat




Volkshuisvesting

Het Volk, 15-11-1903
Titel: Een versje
Onderschrift:
Wij zitten vreselijk in den nood, Mijn jongste zusje is bijna dood.
Dat geeft een mondje minder weer Hoe goed toch is onze lieve Heer!

Albert Hahn over de sociale kwestie

Macht aan het parlement: Tweede Kamer direct gekozen, Eerste Kamer via Provinciale Staten
Ministeriele verantwoordelijkheid: ministers moeten verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer
Koning ‘onschendbaar’: ministers aansprakelijk voor handelen van de vorst
Klassieke grondrechten: vrijheid van godsdienst, mening, pers, ereniging en vergadering
NB: geen algemeen, maar censuskiesrecht
=> ‘politiek is voorbehouden aan het verlichte, vermogende deel der natie’



Grondwet 1848


Als het revolutie gevaar is geweken proberen Willem II en de regenten
de macht te herstellen, maar Willem II overlijdt in 1849 => opvolger Willem III is niet in staat om wijzigingen terug te draaien => positie van de Tweede Kamer blijft onomstreden

Slot

Liberaal politicus, hoogleraar geschiedenis
Progressieve ideeën:
1. Beperking politieke invloed vd koning
2. Macht aan het parlement
3. Voorstander van politiek debat
Tegenstand: koning, adel, (conservatieve) regenten

=> 1848: machthebbers doen concessies aan liberalen om erger te voorkomen

Johan Rudolf Thorbecke

Februari 1848: revoluties in Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland, Italië, enz.
=>Volksopstanden gericht tegen bestaande, conservatieve politiek als gevolg van
crisis (hongersnood, ziekte)
13 maart ‘48: Koning Willem II vreest voor revolutie in Nederland
=> “Ik ben in 24 uur van zeer conservatief zeer liberaal geworden”.
Willem II staakt verzet tegen bestuurlijke hervormingen, geeft Thorbecke opdracht
tot grondwets-wijziging

Revolutiejaar 1848

RECHTSSTAAT en DEMOCRATIE

DE GRONDWET VAN 1848

Kapitalist
bourgeoisie
proletariërs
kapitalist
proletariërs
2.Verelendung
3.revolutie
1.klassen
4. dictatuur van het proletariaat
5. Heilstaat
Tegen: Kerk.Koning, kroeg,Kapitaal
Bram van Oijk
8.5 een nieuwe grondwet
1830:de Belgische opstand: Zuidelijke Nederlanden vonden de koning autoritair, katholieken werden achtergesteld, veel Franstalige mensen, teveel belasting betalen. 1839 België wordt onafhankelijk
8.6 Emancipatie en politieke strijd
gelijke rechten voor:
arbeiders
vrouwen
confessionelen
Brits kiesstelsel aangepast
de chartisten
feministen (komt op na 1870)
openbaar of bijzonder onderwijs?
politieke strijdbijl begraven
de Kern
politieke rechten,
via politiek
Invloed vd koning beperkt->Brits parlement moest wetten/hervormingen goedkeuren
Hogerhuis Lagerhuis
(House of Lords) (House of Commons)

aristocraten gekozen leden via
districten stelsel (2 per district)
19de eeuw: door industrialisatie veranderde het aantal inwoners per district, bv Lancashire kreeg veel inwoners, maar niet meer leden, terwijl andere districten leeg liepen. Grootgrondbezitters kregen de macht-> fabrikanten willen hervorming kiesstelsel, maar moeten
wel met de arbeiders samenwerken
1832 na opstanden de Reform Act!-> daardoor kregen meer mannen kiesrecht
van People's Charter= 'handvest"
opgesteld in 1838 door William Lovett
*algemeen kiesrecht voor mannen
*geheime verkiezingen
*passief kiesrecht uitbreiden
* gekozen parlementsleden moeten vergoeding krijgen
*nieuwe indeling van districten
olv F. O'Connor werden de chartisten een grote beweging en deze verdween door hervormingen. Succesvolle acties dus
Nederland werd pas laat in de 19de eeuw geïndustrialiseerd. De man was kostwinner, de vrouw verzorgde het gezin en het huis. Arbeidersvrouwen moesten werken anders hadden ze geen inkomen. De vrouwen uit de bourgeoisie zaten thuis. Deze laatste groep vond de ondergeschikte positie van de vrouw maar niets
belangrijkste feministen in Nederland: Wilhelmina Drucker (1892) en Aletta Jacobs ( eerste vrouwelijk arts)
Engeland: Emmelie Pankhorst en de suffragettes
allen komen op voor kiesrecht voor vrouwen, zodat de positie van vrouwen via parlementaire weg verbeterd kon worden
opdracht:Beschrijf de schoolstrijd
a. Wat is de schoolstrijd
b. welke groepen confessionelen streden in de schoolstrijd
c. voor cq tegenstanders
d. welke partijen zijn aan de confessionelen te koppelen
e. welke lijsttrekkers behoren bij deze partijen
f. wat zijn de verschillen tussen de twee protestantse
partijen op godsdienstig gebied
g. wanneer begon en eindigde de schoolstrijd
h. hoe kwam het dat de confessionelen steun kregen van
de socialistische partij
de Savornin Lohman
1908
A. Kuyper
,1878
Schaepman
Domela Nieuwenhuis
1882
Troelstra
WOI-> 4 zuilen gaan samenwerken door crisis:
-werkloosheid
-voedsel op rantsoen
gevolg: gevoel nationale eenheid
door deze eenheid konden de kwesties van de schoolstrijd en het kiesrecht opgelost worden. De confessionelen wilden in 1917 nog niet aan het vrouwenkiesrecht, maar dit kwam in 1919
alsnog
confessionelen
1918: SGP
Full transcript