Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Poëzie: Beeldspraak & Stijlfiguren

No description
by

Arnoud Kuijpers

on 4 March 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Poëzie: Beeldspraak & Stijlfiguren

BEELDSPRAAK
Vergelijking
Bv. Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken?
Bv. Je gezicht is zo rood als een tomaat
Bv. Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken
Met of zonder punt van vergelijking
Dmv. het woordje (ZO)ALS
Hij is als een reus
2 dingen worden met elkaar in verband gebracht
Metafoor
Een vergelijking
zonder (zo)als
enkel het beeld blijft,
niet de werkelijkheid!
1 opvallende gelijkenis tussen de 2 dingen is voldoende
ZIE p. 26
Personificatie
Symboliek
Metonymie
De kleine huisjes hurkten in het landschap
Het gras wuifde me een goede dag
Vaak een opvallende eigenschap
Beeld en werkelijkheid worden niet vergeleken, maar er is een ander verband:
Bv. De Bril is op reis
Ze LIJKT niet op een bril,
... maar ze
HEEFT een
opvallende bril!
Dieren of voorwerpen krijgen menselijke eigenschappen
Een vorm van beeldspraak waarbij ergens naar verwezen wordt
Jaargetijden
Leeuw
De Roos
Het kruis
Kleuren
Poëzie
Beeldspraak
&
Stijlfiguren

Haar huid is zo wit als sneeuw.
Wat een lui varken.
De auto kwam hoestend en proestend op gang.
Het gevaar lag op de loer.
STIJLFIGUREN
Tegenstelling
Paradox
Climax
Retorisch
Vraag
Cliché
Herhaling
Opsomming
Hyperbool
Ironie
Woorden, zinnen of nog grotere tekstgedeelten zijn tegengesteld aan elkaar
Een woord of een groepje woorden
wordt vrijwel ongewijzigd herhaald.
een schijnbare tegenstelling
waarbij twee tegenstelde begrippen
met elkaar verbonden worden.
opsomming van een
aantal namen, feiten.
Sterke overdrijving:
ik sta al eeuwen op je te wachten
Een woord wordt zo vaak genoemd dat het 'versleten' is geraakt: dom blondje
Opsomming in stijgende lijn, voert naar een hoogtepunt
Een vraag waarin het antwoord al in de vraag besloten ligt
"Prima gedaan"
Asyndetische vergelijking
Verbindingswoord wordt weglaten
Kom, leg uw hand
op dit papier;
mijn huid.
Allegorie
De tekst is één lange uitgewerkte metafoor.
De beelden die worden gebruikt, staan met elkaar in verband
Enkele
schelpen
luid van het zuiver ruischen
Van de oneindige
zee
van uw doden hartstocht
Hier waar naar den dorst van het
zanden hoogland
Nimmer de
vloed
stijgt.
Enkele
schelpen
luid van het zuiver ruischen
Van de oneindige
zee
van uw doden hartstocht
Hier waar naar den dorst van het
zanden hoogland
Nimmer de
vloed
stijgt.
De gebruikte metafoor ‘schelpen’ hangt sterk samen met andere daarmee verwante metaforen als ‘zee’, ‘zanden hoogland’ en ‘vloed.

Let op: Er is ook sprake van een allegorie, wanneer een reeks personificaties bij elkaar horen.
Synesthesie
Een bijzondere vorm van de METAFOOR, waarbij verschillende zintuigen met elkaar worden gecombineerd
Warme stem
(heeft betrekking op gevoel en gehoor)
Bittere woorden
(heeft betrekking op smaak en gehoor)
Schreeuwende kleuren
(gehoor – gezicht)
Het geurende gras
(reuk – gezicht)
Homerische vergelijking
Een hele uitgebreide vergelijking
Zoals in het begin van de lente Apollo voortgaat over de bergruggen bij het eiland Delos en de reidansen opnieuw instudeert, zo ging Aenas zelf.
(a = zonder)
(syn = met)
Typografie:

de uiterlijke presentatie, de manier waarop een tekst afgedrukt staat.
IK BEN LEKKER STOUT
Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in m'n leven!
Ik hou m'n handen op m'n rug
en ik zeg lekker niks terug!

Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
Ik wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!

En heel hard stampen in een plas
en dan m'n tong uitsteken
en morsen op m'n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

- - - - - - - - - - - - -- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
uit: 'Ik ben lekker stout' van Annie M.G. Schmidt (1911-1995)
Strofen:


De versregels die in een gedicht bij elkaar staan. Een gedicht kan uit of meerdere strofen bestaan.
Je kunt strofen benoemen naar het aantal versregels:
Ik ken geen schoner kleuren
Dan die van 't Hollands bos
In bruine najaarsdos;
Ik ken geen zoeter geuren,
Dan die uit droge mos,
Uit geelrode eikenbladeren
En varenkruid dat bloeit,
Mij op het koeltje naderen,
Dat met mijn lokken stoeit.

Ik ken geen schoner zangen
Dan vink en lijster slaakt,
Bij 't morgenlicht ontwaakt,
Eer hen de strikken vangen,
Door al wat zingt gewraakt:
De wildzang uit de twijgen
Met vochtig rag omstrikt,
Dat, als de dampen stijgen,
Met parels blijft bestikt.

Ik ken geen schoner luchten
Dan waar de herfst mee praalt,
Als 't zonlicht nederdaalt
En dorpen en gehuchten
In goud en kleuren maalt.
Dan rijzen blanke rotsen
En donkre bergen op,
Begroeid met ruige bossen,
Verguld aan rand en top.

Dan spelen alle verven
Dooreen met stille pracht,
Tot dat ze, schoon en zacht,
Versmelten en versterven,
En zeggen: ‘Het wordt nacht!
Weer is een dag vervlogen;
Welhaast een jaargetij:
Een jaar gaat voor uwe ogen,
Gelijk een damp voorbij.’

Schrijver: Nicolaas Beets
Sonnet:
Sonnet
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor 't heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.

-- En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb're leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar 'k niet langer woorden vond.

Willem Kloos (1859 - 1938)
Enjambement
't Is de verwezenlijking van
het lieflijk droombeeld, dat
zijn ziel zich had geschapen, die
daar in dien wagen zat

P. Paaltjes
Stijlfiguren:


Zijn bepaalde, vaste formules die gebruikt worden om een zeker effect te bereiken.

Voorbeelden:
Tegenstelling
: woorden, zinnen of nog grotere tekstgedeelten zijn tegengesteld aan elkaar
Herhaling:
Een woord of een groepje woorden wordt vrijwel ongewijzigd herhaald.
Paradox:
een schijnbare tegenstelling waarbij twee tegenstelde begrippen met elkaar verbonden worden.
Opsomming:
opsomming van een aantal namen, feiten.
Parallellisme:
terugkeer van dezelfde woordvolgorde; eenzelfde grammaticale constructie.
Pleonasme:
een vanzelfsprekende eigenschap van het begrip wordt nog eens extra verwoord: rood bloed.
Tautologie:
een begrip wordt meermalen met synoniemen uitgedrukt: Ik ben blij en verheugd.
Hyperbool:
sterke overdrijving: ik sta al eeuwen op je te wachten
Eufemisme:
een verhullende omschrijving met de bedoeling de gevoelens van anderen te sparen: inslapen voor sterven.
Beeldspraak:



Als een vrome tulp bloemt de lampvlam op de tafel...


(Felix Timmermans)
Verschillende vormen van beeldspraak:
1. Vergelijking met als:
een kerel (object) als een boom (beeld)
2. Vergelijking zonder als:
de jongen eendjes (object), donzen balletjes (beeld), zwommen weg
3. Metafoor:
Voetbal is oorlog. Mijn ouderlijk huis is nog steeds een veilige haven voor mij.
4. Metonymia:
Even de neuzen tellen of wij hebben een Herman Brood boven de bank
5. Personificatie:
levenloze voorwerpen of abstracties worden als levend voorgesteld.
Bijvoorbeeld: Het gevaar loerde op elke
straathoek.
De bomen fluisteren zachtjes haar naam.
Theorie
NAJAARSLIED
Twee regels: distichon
Drie regels: terzine of terzet
Vier regels: kwatrijn
Vijf regels: kwintet
Zes regels: sextet
Zeven regels: septet
Acht regels: Octaaf
- 4 strofen
- 14 versregels
- Twee kwatrijnen (octaaf)
- Twee terzetten (sextet)).
Een kunstgreep die door dichters wordt toegepast.

Een versregel wordt (soms midden in een woord) afgebroken op een plaats waar geen vanzelfsprekende pauze in de zin is.

Het gevolg is dat de woorden voor en na het afbreken extra nadruk krijgen.
Bij beeldspraak is sprake van figuurlijk of overdrachtelijk taalgebruik.

Een bepaald onderwerp wordt aangeduid of uitgedrukt met een woord of woorden die op de een of andere manier met het onderwerp zijn verbonden.

Object, dat wat letterlijk bedoeld wordt, wordt door een beeld, figuurlijk beschreven.
Full transcript