Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Verslaving deskundigheid

Een WORK(!)-file waarin ik verzamel wat in verslavingsdeskundigheid aan bod komt (tot het te groot wordt om in één file te passen) Aanvullingen of opmerkingen of positieve kritiek wordt op prijs gesteld (info@helpdisk.nl)
by

Hans West

on 15 February 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Verslaving deskundigheid

Misbruik
Een patroon van het onaangepast gebruik van een middel dat signigicante beperkingen of lijden veroorzaakt, zoals een in een periode van twaalf maanden blijkt uit ten minste één (of meer) van de volgende critieria:
Herhaaldelijk gebruik met gevolg: het in belangrijke mate niet meer kunnen voldoen aan verplichtingen
Herhaaldelijk gebruik in situaties waarin het fysiek gevaarlijk is
Herhaaldelijk in aanraking komen met justitie, in samenhang met het middel
Voortdurend gebruik ondanks aanhoudende en terugkerende problemen op sociaal of intermenselijk terrein veroorzaakt of verergerd door de effecten van het middel
Deze verschijnselen hoeven nooit voldaan te hebben aan de criteria van afhankelijkheid van een middel uit deze groep middelen
Verslaving
Een patroon van onaangepast gebruik van een middel dat significante beperkingen of lijden veroorzaakt zoals blijkt uit drie (of meer) van de volgende criteria die zich op een willekeurig moment in dezelfde periode van twaalf maanden voordoen
(bij voorbeeld alcoholafhankelijkheid)

Een sterk verlangen of drang om alcohol te gebruiken
Moeite met het controleren van het drinken wat betreft het moment van aanvang, het moment waarop gestopt wordt, en de hoeveelheid alcohol die genuttigd wordt
Fysiologische ontwenning als het alcoholgebruik wordt geminderd of gestopt (beven, zweten, snelle hartslag, ongerustheid, slapeloosheid, of – minder gebruikelijk – epilepsie-aanvallen, desoriëntatie of hallucinaties), of drankgebruik om ontwenningstekens tegen te gaan of te voorkomen
Bewijs van tolerantie: grotere hoeveelheden alcohol zijn nodig om dezelfde effecten te verkrijgen
Progressieve verwaarlozing van alternatieve ontspanning of interesses door het drinken en de verhoogde tijd die nodig is voor het verkrijgen of nuttigen van alcohol of om te herstellen van de effecten
Volhouden van het alcoholgebruik ondanks een besef van duidelijk schadelijke gevolgen, zoals schade aan de lever, depressie na periodes van hevig drinken, of alcohol-gerelateerde aantasting van de cognitieve functies
Mensen ervaren vaak een soort "vriendschap" met hun middel
Afhankelijkheid
Lichamelijke afhankelijkheid
Psychologische afhankelijkheid
Tolerantie
De tolerantie voor een bepaalde stof wordt minder door te stoppen met het gebruik ervan. Maar de 'honger' in het genotcentrum (en daarmee dus de maximaal gevoelde "trek") blijft vaak gelijk over jaren. Die trek in een bepaalde hoeveelheid stof kon zich ook zo ontwikkelen omdat er toen nog een hogere tolerantie was.
Als dus na een abstinentie (waardoor de tolerantie verminderde) na verloop van tijd het gebruik van het middel weer wordt opgestart op basis van de trek die iemand voelt, dan loopt iemand daardoor een behoorlijk risico om zichzelf een overdosis te geven.

Bijvoorbeeld na een periode van detentie is dood door overdosis veel voorkomend en niet verklaarbaar door suïcidale gedachten. Een aantal mensen overlijdt door een alcoholvergiftiging, een paar maanden of een jaar na detoxificatie, wederom niet verklaarbaar door depressieve gevoelens maar zeer waarschijnlijk omdat zij een hoeveelheid drank innamen die gebaseerd was op de trek en niet op het effect.
Onthouding
Schadelijkheid
the most harmful drugs to individuals
crack cocaine (37)
heroin (34)
metamfetamine (32)
... alcohol (26) (=72-46)
Copyright: Hans West
Verslaving is:
Verslaving is een hersenziekte, een chronische hersenziekte op basis van een genetische kwetsbaarheid; een biologisch risico dat natuurlijk niet tot uiting hoeft te komen als er geen chemische 'belasting' is (lees: gebruik van dat middel).
Psychologische en emotionele stress gekoppeld met een tekort aan (andere) copingstrategieën kan gebruik in de hand werken.
Een sociale kwetsbaarheid (of zelfs het afwezig zijn van sociale bescherming), en een biologische genetische kwetsbaarheid kunnen daar voor een 'vruchtbare' bodem leggen.
Mensen met een verslaving komen soms in een soort evenwicht met controlerende invloeden. Voorbeelden van mensen met sociale probleem die dat wegwerken gedurende vele jaren, netjes gekanaliseerd door een huwelijk. En als er dan door ouderdomssuikerziekte ineens gestopt moet worden met alcohol, dan komt ineens de sociale fobie weer bovendrijven. Of als door ziekte of dood van de partner de controle wegvalt, loopt ineens de verslaving uit de hand.
Biologische verslaving is een chronische aandoening die niet kan genezen.
Je kunt wèl herstellen van een exacerbatie.
Je kunt maximaal in remissie zijn en dat kan een leven lang duren. Maar het kan nooit van je As 1 (op de DSM 4) verdwijnen (zoals bijvoorbeeld de depressies of psychoses als gevolg van druggebruik dat wèl kunnen doen)
Klachten onstaan door:
Uppers
Downers
Trippers
benzo's
opiaten
remmend / dempend
stimulerend
/opwekkend
bewustzijnsveranderend
LSD
paddo's
speed
cocaïne
XTC
alcohol
cannabis
Werking:
Alcohol werkt op veel verschillende manieren in op het brein.
Het verhoogt ook de dopamine in de VTA-NA as, maar minder direct dan opioïden, stimulantia of cannabis dat doen.
= benzodiazepinen
Psychoanaleptica - stimulerende werking op het CZS
Psychodysleptica - verstorende werking op cognitie (hallucinogenen)
Psycholeptica - dempende of hypnotiserende werking
mescaline
pyslocybine
Acute werking v/d stof en wijze van toedienen
Ontwenning (biologisch/psychologisch)
Chronische werking van de stof
Verslavingsgedrag
Tolerantie voor een stof treedt op bij verslavingen of bij medicijngebruik. Het houdt in dat iemand steeds meer van een medicijn of drug moet gebruiken om hetzelfde gewenste resultaat te bereiken.
Bij een verslaving treed tolerantie op als een persoon minder voelt of niet het gewenste resultaat bereikt bij dezelfde hoeveelheid van een verslavend middel als voorheen, en dus steeds meer moet gebruiken om dezelfde kick te krijgen.

Zoals de gevoeligheid om een verslaving te ontwikkelen erfelijk is, zo blijkt ook tolerantie erfelijk. Bij alcoholische ouders heeft het kind meest een aangeboren hogere tolerantie tegen alcohol
Onthouding geeft ontrekkingsverschijnselen:

Het biologische evenwicht dat was ontstaan met behulp van het middel wordt verstoord door de onthouding.


Onrust ontstaat door:
-acute werking van uppers of
-ontwenning downers

Ontremming doordat:
de remming wordt geremd (de normale remming van bezig zijn met decorum en met vermoeidheid -prefrontale cortex-)

Dit kan complicerend werken. Bij voorbeeld: de onthouding van cocaïne geeft een ADHD-achtig beeld maar het heeft niet op die manier bestaan in de jeugd (differentiaal met ADHD).
GHB
GHB is niet zo ingewikkeld te maken, lijkt het, met wat gootsteenontstopper, velgen cleaner en gedemineraliseerd water. Toch zijn er verontreinigingen in de slecht uitgeruste laboratoria die GHB produceren met soms ernstige verontreinigingen.
GHB-Werkt op GABAsysteem en werkt sterk dempend
-Geeft heftige onthouding (mensen merken dat zij alleen nog maar kunnen slapen als GHB werkzaaam is. Werkzaamheid duurt maximaal uur maar door de tolerantie wordt men na 2 à 3 uur wakker => uitgeputte mensen door gebriken slaap)
-Heel fors delirant als men stopt
=onthouding verschijnselen in de war psychotisch geaggiteerd
-GHB-afkick reageert maar nauwelijks op benzo's, eigenlijk het enige dat (momenteel) lijkt te werken is een afbouwschema van... GHB
Cannabinoide receptoren zijn wijdverspreid in de hersenen. Bij bezetting ervan is het effect een vermindering van prikkelbaarheid van de neuronen.

In het VTA hebben de GABA-neuronen wel cannabinoide receptoren en de dopaminerge neuronen niet.

De GABA-neuronen worden dus geremd en kunnen de dopaminerge neuronen minder remmen.
Gevolgen van chronisch gebruik cannabis: depressie, depersonalisatie, psychose, geheugenstoornissen
opium
heroïne
Gevolgen van chronisch gebruik Heroine: depressie
morfine
methadon
Gevolgen van chronisch gebruik Methadon: depressie, angststoornis,slapeloosheid
Gevolgen van chronisch gebruik Cocaine: angst, depressie, psychose, slapeloosheid
Cocaïne remt de re-uptake van dopamine.

Het verhoogt daardoor sterk de dopaminerge overdracht in VTA en NA.
Gevolgen van chronisch gebruik alcohol: angststoornissen, depressie, psychose
Gevolgen van chronisch gebruik Benzodiazepinen: depressie, angststoornissen, slapeloosheid, geheugenstoornissen
Gevolgen van chronisch gebruik speed:angst, depressie, psychose, slapeloosheid
Cocaine: angst, depressie, psychose, slapeloosheid. Wordt ook makkelijk aangezien voor bipolair (depri tijdens de crash)
Speed: angst, depressie, psychose, slapeloosheid
Cannabis: angststoornis (paniek hyperventilatie) depressie, depersonalisatie, psychose, geheugenstoornissen
Alcohol: angststoornissen, depressie, psychose
GHB: depersonalisatie, psychose, slaapstoornissen
Benzodiazepinen: depressie, angststoornissen, slapeloosheid, geheugenstoornissen
Heroine: depressie
Methadon: depressie, angststoornis, slapeloosheid
Repeated reward laat op hersenstam niveau een intentional bias ontstaan die de drugs gerelatieerde waarnemingen een enorme voorsprong geeft.

Dat geeft een zekere cue-reactivity die duidelijk verschoven is in de richting van aandacht voor cues die op gebruik wijzen en dus op laag niveau in het brein een neiging om in die richting te reageren als die niet van wordt geremd.

Vervolgens hebben veel mensen met een verslaving een verminderde detection treshold waardoor iemand zijn planning niet kan aanpassen, waardoor de situatie ongestoord verder oploopt en craving al gaan ontstaan.

Verder is iemand niet zo in staat om conflict te registreren bij zichzelf (omdat het conflict zelf als egodystoon wordt ervaren waardoor de druk oploopt tot het moment van disinhibitie waarin er geen controle meer bestaat op de lagere delen van het brein en een relapse (terugval) niet tegen te houden is
Verslavende Stoffen:
CRAVING
- stoffen waar mensen als ze ze eenmaal hebben gehad bij voortduring aan moeten denken
CONTROLEVERLIES
- stoffen waar sommige mensen als ze het eenmaal kennen niet meer vanaf kunnen blijven
EUFORIE
- stoffen met een belonend karakter, dwz stoffen die je een goed/aangenaam gevoel geven
benzo's dient een arts eigenlijk alleen te gebruiken bij angststoornissen die niet op SSRI's reageerden
Misbruik is niet hetzelfde als Verslaving
...en is m.i. ook niet hetzelfde als Afhankelijkheid. Hoewel de term verslaving en afhankelijkheid meestal door elkaar gebruikt worden... Het één kan wel tot het ander leiden.
Misbruik is niet Verslaving, negatieve consequenties zijn vaak incidenteler. Voorbeelden: verkeerd gebruik van middel: onder invloed rijden. medicatie diefstal, huiselijk geweld onder invloed van enz.
Asociaal of zelfs anti-sociaal gedrag en diagnose
gevolgen van chronisch gebruik (stoornis dóór middel -DSM4-) o.a.:
Het asociale gedrag van de verslaafde is vaak gedrag om te overleven in een wereld die het gebruik afkeurt.
Het hoeft niet in te houden dat iemand een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft terwijl er wel heel duidelijk antisociaal gedrag is.
Psychiatrische diagnostiek volgens het DSM 4 model vindt plaats vanuit 5 gezichtspunten of 'diagnostische assen':

1. primaire symptomatologie, (de 'psychiatrische ziekte')
(een klinisch syndroom, ziektebeeld dat niet altijd aanwezig of geweest is, of voorbijgaand is, de zogenaamde acute pathologie)

2. achterliggende persoonlijkheidsstoornissen
(en de specifieke ontwikkelingsstoornissen, kenmerken die blijvend zijn),

3. (bijkomende) somatische ziekten
(lichamelijke ziekten die psychische ziektebeelden geven) (een wisselende schildklierwerking kan bijvoorbeeld lijden tot depressie, bij te lage werking, of anorexia, bij te hoge werking),

4. psychosociale en uitlokkende factoren
(de intensiteit van de psychologische stressor, bijvoorbeeld alleen gaan wonen na een scheiding zal een ander effect hebben dan samenwonen na een scheiding),

5. niveau van functioneren
(op een schaal van 1 tot 100, waarbij 100 perfect is en 1 vrijwel nihil) in de vorm van GAF-score of Global Assessment of Functioning-schaal, de mate waarin men zich weet aan te passen aan de omgeving, waarbij 0 betekent dat men geen duidelijke informatie heeft. Deze schaal is belangrijk voor de therapieplanning.
MCDA modelling
De grootte van het probleem
Er zijn 40.000 drugsverslaafden in nederland maar er zijn een miljoen alcohol verslaafden in Nederland
harmful to others
alcohol (46)
heroin (21)
crack cocaine (17)

most harmful drug
alcohol (overall harm score 72)
heroin (55)
crack cocaine (54)
erkenning van de ziekte
Ontkenning
je dient niet alleen te stoppen met de ontkenning vande psychologische afhankelijkheid.. Je dient ook een (minstens sociale) handicap te erkennen
Het moeilijke van een niet-gelijkmatig verlopende chronische aandoening is het zelfbeeld dat je hebt. Wanneer je dat niet los laat dan kan je niet reageren op de dagelijks veranderende realiteit.
erkenning van de afhankelijkheid
Wanneer je over jaren niet hebt hoeven kijken naar bepaalde aspecten van je leven omdat je meende er een goede en werkzame oplossing voor te hebben, dan valt het ernstig tegen om onder ogen te moeten zien dat jouw omgeving voor een deel gelijk had toen zij jouw oplossing als probleem zagen...
Daarnaast verlies je een belangrijk controle mechanisme en verlies van controle geeft extra stress (en stress triggert 'trek')
from risk to uncertainty...
< + + >
< + >
< ± >
< - >
< -- >
< † >
Geen gebruik
Experimenteel gebruik
Recreatief gebruik
Gewoonte gebruik
Overmatig gebruik
Afhankelijk gebruik
experiëntieel gebruik ( + + ) / recreatief gebruik
-het draait omde ervaring van het middel, gebruik als uiting van levens kwaliteit dat voelt als ”er naast”, ”er bij”, ”extra” (op gebied van plezier - kicks - rust)

gericht gebruik ( + )
-gebruik om ”je goed te kunnen voelen” of speciale dingen te kunnen doen (in specifieke situaties)

algemeen gebruik ( ± )
-gebruik om ”normaal te kunnen functioneren”, om te kunnen slapen, om buitenshuis te komen of de familie onder ogen te komen (NB heb aandacht voor het gewenste functieniveau of de stress die moet worden uitgehouden)

verslaafd gebruik ( - )
-gebruik om ”je niet beroerd en insufficiënt te voelen”, en niet te falen.
curatieve behandeling is nog net mogelijk (gecontroleerd gebruik/abstinentie?)

ernstig verslaafd gebruik ( - - )
- gebruik om ”je niet doodziek te voelen”
behandeling meest palliatief (vaak medicatie ter ondersteuning)

einde ( † )
- verslaving is een chronische aandoening met potentieel een dodelijk verloop (NB niet altijd primair door gebruik maar vooral door ongelukken en de bijkomende ziektes en sopciale verarming -buren reageren niet meer op het geluid-)
Het middel als brace:
Je hebt ooit geleerd te lopen en kunt dat ook nog op de meeste terreinen
impulscontrole kan geoefend worden (onderwerpen: keuzen en doelen in het leven, andere genietingen, acceptatie van beperking)


Het middel als kruk.
Haal je het weg dan ontstaan gebrek en insufficiëntie gevoel.
impulscontrole oefeningen zijn mogelijk (doel: blijvende abstinentie of andere afhankelijkheid, behandel verlatingsangst / dreigende depressie)


Het middel als rolstoel
een bescherming van prikkels van binnen of van buiten (soms bescherming tegen vroege ontwikkelingsstoornis of traumatische herinneringen -o.a. door gebruik/scene-) ongedempte spanning geeft doodsangst;
impulscontrole oefening heeft weinig kans van slagen (paniek slaat toe voor je tot 10 kunt tellen). beschermende handelingen (bezig blijven) is nog de beste optie



Bron: Gerard M. Schippers, Bijzonder Hoogleraar Verslavingsgedrag en Zorgevaluatie
de valkuilen van het middel zijn de “glazen plafonds” van het herstel

of

de dingen die je afleerde op weg naar beneden zijn de lessen voor de weg naar boven.
Craving
Het middel haakt aan in het 'can do'-centrum van het brein. Anders gezegd: het "motivationeel circuit" of het "beloningsysteem" wordt 'gekaapt'.
eten, drinken, sex, zorg voor de kinderen zijn levensvoorwaarden die wij doen omdat de behoefte het brain reward system, het 'can do'-centrum in ons basale brein sttimuleert.
Het zorgt voor het gevoel dat het heel bevredigend zal zijn om een bepaald gedrag te hebben. Daarbij gaat het eerder om het gedrag dan primair om het lichameliijke evenwicht (homeostase).

Dat zien we duidelijk bij een tekort aan suikers in ons brein (honger) dat een gevoel van trek laat ontstaan.
-Het brain reward system zorgt voor een prikkel tot eetgedrag nog vóór je ècht fysiek uit evenwicht bent.
-Die trek (honger die je voelt) wordt door slikbewegingen en ook een volle maag bevredigd, nog voor de suikers in het bloed zijn opgenomen
-Die maakt dat alle broodjes zaken en na verloop van tijd zelfs halve frietzakjes in het oog springen
Controleverlies
< + + >
< + >
< ± >
< - >
< -- >
< † >
Nuanceringen binnen verslaving
Klassieke indeling
Integratieve benadering
Michael J Fox
-over zijn eigen Parkinsonisme-

To be able to accept a chronic illness, the first thing you gotta let go of is your vanity...
Het motivationeel circuit raakt niet alleen hypersensitief voor drugs, maar ook voor drug gerelateerde stimuli.

Ook aan die drug gerelateerde stimuli wordt extra aantrekkingskracht toegekend door het hypersensitief motivationeel circuit.
(bijvoorbeeld: de plaats waar drugs meestal gebruikt worden, gezelschap, vloei en aansteker, spiegel of in tijd: na het werk, na het eten…)
besluitvormingsbalans:
Cognitief (beslissingsmatrix)
Emotioneel / Affectief (hoop, vertrouwen & gunnen)
Gedragsmatig (actie, voorwaarden en tijdsplanning)

reminder: Alternatieven of Afscheid van de "waarom wèl redenen"
Positieve werking:
* Energiek
* Blij gevoel
* Contact willen maken met anderen, minder geremd
* Opgaan in muziek, lekker kunnen dansen
* Zin om te knuffelen

Negatieve werking:
* Misselijkheid
* Stijf gevoel in armen en benen
* Malen met de kaken. Knarsen
* Hartkloppingen
* Verkeerd voelen of "out gaan"
de werkzame stof zou MDMA moeten zijn maar dat is lang niet altijd zo...
XTC stimuleert de afgifte van een aantal stoffen in de hersenen waardoor je stemming verandert: je voelt je blij en wil contact met anderen (serotonine).
Je voelt je actief (adrenaline).

Een andere stof, dopamine, zorgt voor het genotsgevoel. Als je je hoofdzakelijk opgepept voelt en het bewustzijnsveranderende effect nauwelijks optreedt, is er te weinig serotonine. Bijslikken heeft vanwege het tekort aan serotonine geen zin.
XTC begint na een half uur tot een uur te werken.
Na 3 tot 6 uur is het uitgewerkt.

XTC is 24-72 uur aantoonbaar in de urine.
XTC stimuleert de afgifte van een aantal stoffen in de hersenen waardoor je stemming verandert: je voelt je blij en wil contact met anderen (serotonine).
Je voelt je actief (adrenaline).

Een andere stof, dopamine, zorgt voor het genotsgevoel. Als je je hoofdzakelijk opgepept voelt en het bewustzijnsveranderende effect nauwelijks optreedt, is er te weinig serotonine. Bijslikken heeft vanwege het tekort aan serotonine geen zin.
Prevalentie Dubbele diagnose
Amerika:
Middelenmisbruik/-afhankelijkheid in de algemene bevolking: 16%
Middelenmisbruik/-afhankelijkheid bij populatie met psychiatrische stoornis: 29%
Middelenmisbruik/-afhankelijkheid bij schizofrenie 47% (bipolaire stoornis: 56%)

Persoonlijkheidsstoornissen bij alcoholisten: 44%
Persoonlijkheidsstoornissen bij cocaïneverslaafden: 70%
Persoonlijkheidsstoornissen bij heroïneverslaafden: 79%

NB: met name in de beschrijving van de problematiek bij borderline en antisociale persoonlijkheidsstoornis is vaak afhankelijkheid al genoemd .

Verslaafden hebben vaak meerdere persoonlijkheidsstoornissen:
Alcoholisten gemiddeld 1,8 persoonlijkheidsstoornissen
Polydruggebruikers gemiddeld 4 persoonlijkheidsstoornissen

Nederland (schatting):
20-50% van de GGz-populatie kampt met verslavingsproblemen
60-80% van de patiënten in de verslavingszorg heeft psychiatrische problemen
Behandeling
Psychiatrische complicaties
daar onder liggen vaak:
Dubbele diagnose:
Wanneer in de diagnose niet alleen een verslaving wordt gevonden maar naast (! -en dus niet "door"-) de verslaving ook andere psychiatrische problematiek een rol speelt in het leven van die patiënt.
craving:
Euforie (of sociale druk) heb je nodig om aan een middel te beginnen (waarom zou je anders experimenteren)

Met name de stijging in de vrijgekomen dopamine bepaalt het gevoel van 'rush'. Dit wordt mede bepaalt door de manier van inname die het effect bepaalt doordat de moleculen langzaam of ineens hun werking laten gelden. (basecoke: het roken van één "plofje" komt via de longslagaders nog sneller in brein dan intraveneus spuiten)
Het gevoel ontstaat via verschillende hersengebieden
Het gevoel van ‘craving’ of ‘wanting’ verloopt via het motivationeel circuit en sensitisatie ervan
‘wanting’ bij herhaald druggebruik (i.e. craving)
‘liking’ loopt niet via motivationeel circuit, daar is geen sensitisatie maar er ontstaat wel vaak vaak tolerantie!
Neurotransmitters zijn chemische stoffen waarmee hersencellen met elkaar communiceren. In ons zenuwstelsel bevinden zich veel verschillende soorten neurotransmitters die ieder op hun eigen plaats een andere functie hebben.

Drugs lijken in hun chemische structuur vaak op neurotransmitters en daardoor beïnvloeden zij de werking van de verschillende neurotransmitters.
Serotonine
is een neurotransmitter die vooral een rol speelt bij de stemming, het geheugen en de concentratie, impulsiviteit en ook het regelen van de lichaamstemperatuur.

Dopamine
speelt enerzijds een rol bij beweging, lichamelijke activiteit en elders met name een belangrijke rol in het beloningscircuit van de hersenen (ook wel genaamd het motivationeel circuit -genotcentrum-). Als het beloningscircuit van de hersenen geprikkeld wordt, krijg je een lekker, voldaan en euforisch gevoel.

Noradrenaline
is belangrijk bij de zogenaamde vecht / vlucht/vriezen-reactie (fight-fight-freeze). Als je in gevaar bent of je ondervindt stress dan komt er noradrenaline vrij. Je krijgt een hogere hartfrequentie, je bloeddruk stijgt, je krijgt een verhoogde zweetsecretie, bent alert en je pupillen verwijden zich.

Acetylcholine
geheugen en beweging (spierniveau)

Glutamaat
stimulerende werking

GABA
remmende werking
Neurotransmitters
Toedieningswijze heeft grote invloed:
hoe snel komt het in de liquor van de hersenen
(hoe snel komt de stof door de blood-brain barrier)
roken
NB basecoke roken geeft heftiger (steiler) effect dan spuiten:
roken nog sneller in brein dan intraveneus
intraveneus
slijmvliezen
spijsvertering
rectaal
o.h.a.. snuiven of onder de tong (zelfs ook oog)
risico verbrand darmepitheel
tragere opname
ook verlies van de stof door spijsverteringssappen
NB psychologisch effect van bereidheid tot beschadiging
Psychiatrie faciliteert verslaving
Verslaving faciliteert psychopathologie
Beiden kunnen ontstaan vanuit een gemeenschappelijke, al-dan-niet genetische kwetsbaarheid
Beiden beïnvloeden en versterken elkaar in de loop van een verslavingscarrière

Nota Bene
DE FACTOREN DIE EEN VERSLAVING IN GANG ZETTEN ZIJN NIET DEZELFDE ALS DIE EEN VERSLAVING IN STAND HOUDEN
Geschiedenis van verslavingsbehandeling

Morele model (wilszwakte & heropvoeding) -kerk en communisme/ kerker en kerk-
Farmacologische model (“het middel is uiteindelijk iedereen de baas dus leg het land maar droog” -Amerika-)
Psychoanalytische model (er is een onderliggende persoonlijkheid-sziekte-)
Ziektemodel (er is een verschil in verslavingsgevoeligheid, er zijn verschillende samenhangende etiologische factoren, er is sprake van een ontregeld [gekaapt] beloningssysteem).
Het voelen van trek komt voort uit een combinatie van hersenactiviteit in het geheugen en het beloningssysteem.
Je herinnert je eerdere goede ervaringen met het middel; die herinnering prikkelt je beloningssysteem een beetje: “voorpret”. Dat doet verlangen naar meer: dat is trek.
Trek komt vooral op bij aanleidingen (“cues”) en bij stress.


De samenwerking van de Nucleus Accumbens (het beloningssysteem) en ingesleten geheugenpaden stimuleert het gedrag tot gebruik: impuls om te gebruiken.
In de Pre Frontale Cortex (PFC) zit ons verstand. Van daar uit kunnen we overwegingen maken en besluiten bepaalde impulsen niet om te zetten in gedrag.
de Stof: beschikbaarheid, prijs, snelheid en duur van effect, invloed op het brein
de Omgeving: omstandigheden, peergroup, cultuur, sociale instabiliteit, leeftijd eerste contact.
de Persoon: psychobiologische kwetsbaarheid (genetisch, vroege traumatische ervaringen, stressgevoeligheid), copingstijlen, psychiatrische co-morbiditeit, gender, leeftijd.
De cirkel van gedragsverandering
classificatie probleem: is het dan nog wel DUBBELE diagnose?
2 - contemplatie
Kenmerken:
Ambivalentie, gedrag heeft voor- en nadelen.
Verandering wordt overwogen.
Doelen:
Ambivalentie oplossen, tot een besluit komen
Interventies (motiverende interventies):
Exploratie ambivalentie,
Voor- en nadelen afwegen: laat de balans doorslaan: vergroot de redenen van de klant voor het veranderen en heb aandacht voor de reëele risico’s van het niet-veranderen
Self efficacy verhogen en hoop op veranderbaarheid vergroten.
Contemplatie
1 - pre-contemplatie
Interventies:
motiverende interventies, géén verander interventies
beperk ambivalente gevoelens graag tot het gebruik of redenen voor het gebruik
geef neutrale feedback over leefstijl (pas op voor het gevoel veroordeeld te worden)
geef neutrale informatie over gebruik en risico’s maar verhelder de negatieve effecten (N.B. lange termijn)
betrek de omgeving erbij
twijfel zaaien en vergroten bezorgdheid (NB overschatting wilskracht)
Doelen:
Het laten ontstaan van ambivalente gevoelens over het gebruik
Vergroten probleembesef,
Bewustzijn van negatieve aspecten vergroten.
Kenmerken:
Geen of beperkt probleembesef.
Positieve kanten wegen zwaarder dan negatieve kanten.
Precontemplatie
Interventies:
Help de klant verder door te gaan met het veranderproces, zonder gedemoraliseerd te raken door terugval
Motivatie op peil houden bij, en preventie van verder terugvallen,
Coaching bij verandering leefstijl,
Behandeling additionele problematiek.
(rouwen om het achterlaten van verlaten wereldbeeld/zelfbeeld)
Terugval
Kenmerken:
de pijnlijkheid van veranderen komt op de voorgrond.
Doelen:
Chroniciteit (h)erkennen & leren hanteren.
Voorkomen van wegglijden
In de Motivational Enhancement Therapy herkennen wij in ieder veranderingsproces een aantal fasen in motivatie.

Deze stadia zijn:
de Voorbeschouwing (1) Precontemplatie
Dan vier stadia van toenemende verandering tot de uiteindelijk blijvende gedragsverandering.
Het overwegen (2) Contemplatie
Het beslissen(3) Preparatie Beslissing
Het uitvoeren (4) Actieve verandering
Het volhouden (5) Consolidatie
Met als laatste fase de (bij chronische aandoeningen) realistisch te verwachten:
Het Terugvallen (6) (Re)lapse


Dit proces is een dynamisch proces en meerdere fases kunnen soms in een enkele behandeling doorlopen worden. Je kunt altijd terugvallen naar een eerdere stadium of volledig terugvallen.
Dit proces wordt ook vaak meerdere malen doorlopen voordat er sprake is van een nieuw stabiel evenwicht (lees: de patiënt zelf en door zijn omgeveing ervaren als een stabiele blijvende verandering)

Meestal plaatst men dit in een cirkel (bekend als onder de naam "motivatie cirkel/fasen van gedragsverandering van Prochaska en DiClemente") waarbij de verschillende fases van een motivatieproces kloksgewijs over de 360 graden zijn verdeeld.
1ste stadium: voorstadium of voorbeschouwing

Wanneer de patiënt zich in deze fase bevindt, is hij (zij) zich nog niet echt bewust van het feit dat er een probleem bestaat. Men herkent dit stadium er ook juist aan omdat de cliënt nog geen probleem ervaart. Of de cliënt ervaart het probleem als veel minder ernstig in vergelijking met de omgeving. De patiënt is er in elk geval niet van overtuigd dat hij/zij zelf moet veranderen. Soms vindt de patiënt dat anderen moeten veranderen. Zij stellen wel eisen aan anderen en niet aan zichzelf.
De patiënt reageert verbaasd of voelt zich onbegrepen door anderen,zoals partner, werkgever, huisarts, vrienden. Deze anderen vinden dat er wel een ernstig probleem is en dat de patiënt moet veranderen. In dit stadium komt de patiënt niet zelfstandig met een hulpvraag. Hij komt vaak omdat anderen het willen en nodig vinden.
2de stadium: overwegen

In dit stadium begint de patiënt in te zien hij/zij een probleem heeft en dat zijn/haar probleem opgelost moet worden. Men begint ook mogelijke ideeën te overwegen om van het probleem af te komen. Het blijft bij overwegen, er wordt nog geen beslissing genomen om te veranderen.
Dit stadium is vooral te herkennen aan de twijfel en ambivalent gedrag. Iedere gedachte tot verandering wordt ook weer verworpen. Vaak klinkt er een “ja maar”. Ze willen wel maar….
De voor en nadelen van het ongewenst gedrag worden overwogen. Het verdringen van de nadelen van het ongewenste gedrag wordt lastiger. De nadelen van het veranderen zijn echter ook nog groot. Veranderen wordt overwogen, maar is nog te moeilijk. Men komt vaak in dit stadium om hulp vragen.
3de stadium; beslissen
In dit stadium valt een veranderbeslissing. Dit kan betekenen dat men beslist om daadwerkelijk blijvend te veranderen. Het kan ook betekenen dat men besluit om niet te veranderen en alles wat daartussen beweegt. Maar er wordt wel een keuze gemaakt
Het gebeurt vaak dat het slechts een voorlopige en niet een definitieve beslissing betekent waar men later op terugkomt of die later bijgesteld moet worden.
Wanneer men beslist te veranderen, kan dit stadium een kortdurende overgang van stadium 2 (het overwegen) naar stadium 4 (het uitvoeren van de beslissing) zijn. Soms duurt het ook erg lang voordat tot de concrete uitvoering wordt overgegaan.
Een beslissing tot veranderen hoeft soms zelfs helemaal niet te betekenen dat de verandering ooit zal worden uitgevoerd. Sommige mensen lopen jaren rond met het idee dat veranderen absoluut noodzakelijk is en stellen zichzelf gerust met de gedachte "dat zij het ooit zullen doen" terwijl er hier-en- nu geen enkele poging of voorbereiding wordt gedaan. Het dagelijks leven loopt automatisch door en verandering wordt uitgesteld.
4de stadium: uitvoeren
In dit stadium voert men de beslissing uit. Als men besloten heeft om te veranderen dan zet men zich actief in om een verandering daadwerkelijk te bewerkstelligen. Eventueel met of zonder professionele hulp. Patiënten die besloten hebben niet te veranderen en wel hulp willen zullen binnen de hulpverlening veel blijven verwachten van de therapeut maar niet van zichzelf. Dit zijn vaak de patiënten die bijvoorbeeld in de fysiotherapie alleen gemasseerd willen worden. Een actieve oefentherapie accepteren zij niet. Als de therapeut hier geen gehoor aan geeft gaan zij “medical shoppen” tot zij een therapeut vinden die wèl de door hun gewenste passieve therapie aanbiedt.
Als men besloten heeft wel te veranderen dan is een goed begin een daalder waard. Als het lukt om in deze fase aan het begin al een paar positieve resultaten te ervaren, dan is het een belangrijke stimulans om door te blijven gaan. Als het begin erg moeilijk is en positieve resultaent laten lang op zich wachten, dan is terugval te verwachten.
Er is dan géén positieve feedback op de gedane inspanningen.
De omgeving heeft een belangrijke rol in dit proces. Oog voor de taaiheid van het werkelijk veranderen en positieve reacties zijn vaak een wezenlijke steun in de rug. Tijdens deze fase is er vaak en terugval. Leren van de terugval en eventueel het veranderplan of de uitvoering bijstellen is noodzakelijk. In deze fase komt men er vaak achter dat men het niet alleen kan en hulp nodig heeft. Hun vraag is dan meestal: ik wil wel maar ik weet niet hoe.
5de stadium: volhouden
In dit stadium probeert men de verandering te handhaven en vol te houden. Want veranderen is iets compleet anders dan veranderd blijven(!).
Bij de meeste chronische aandoeningen is terugval een blijvende mogelijkheid. Iemand die gestopt is met onhandig gedrag, die heeft het risico dat hij zichzelf blijft zien als iemand die nu "iets niet doet". Belangrijker is het om te kijken naar wat men wèl doet zodat terugval niet 'nodig' gaat voelen.

Het is belangrijk om chroniciteit te (h)erkennen en te weten dat terugval altijd mogelijk zal zijn. Juist als men daar niet bang is dan is het risico van een totaal onverwachte terugval vaak heel erg groot.
Door de nadelige uitwerking van stress op ons vermogen te oordelen en onze 'wilskracht' hebben mensen vaak een terugval in stress-situaties. Terugvalpreventie en terugvalinterventie zijn een wezenlijk onderdeel van de begeleiding van chronische patiënten waar bij voorbaat rekening mee moet houden.
Het herkennen van risico momenten en 'nood'-plannen bij lapse en relapse zijn een wezenlijk onderdeel van de behandeling van chronische patiënten.
6a - Terugval
(lapse)
oorspronkelijk (stabiel) evenwicht
3 - preparatie / beslissing
4 - actieve verandering
5 - consolidatie/nieuw (labiel) evenwicht
Gaandeweg steeds stabieler door inmiddels ontstane automatismen maar, zeker aanvankelijk, een minder stabiel evenwicht dan het oorspronkelijk evenwicht.
6b - Terugval
(relapse)
Motivatie fasen in een veranderingsproces
In de Motivational Enhancement Therapy herkennen wij in in veranderingsprocessen de fasen in motivatie uit de "motivatie cirkel van Prochaska en DiClemente":

de Voorbeschouwing (1) Precontemplatie
Het overwegen (2) Contemplatie
Het beslissen(3) Preparatie Beslissing
Het uitvoeren (4) Actieve verandering
Het volhouden (5) Consolidatie
Het Terugvallen (6) (Re)lapse

Vaak plaatst men deze in een cirkel waarbij de verschillende fases van een motivatieproces kloksgewijs over de 360 graden zijn verdeeld. Persoonlijk kijk ik liever naar motivatie als een boog (en laat ik nou mijn hand aan de boog los of mijn hand aan de pijl?). Vergelijkbaar met het stressmodel van Flach die de nadruk legt op niveaus van functioneren (een stress-periode -indien geïntegreerd- maakt het mogelijk om een nieuw evenwicht te vinden op een hoger niveau)

Het geheel start met een relatief stabiel evenwicht in de eerste fase van precontemplatie. Naar het stress model van Flach komt er een nieuw niveau van functioneren en een nieuw evenwicht.
Dit hele proces heeft een dynamisch karakter en hoeft ook niet perse in de beschreven volgorde te verlopen. Men kan terugkeren naar een vorig stadium of volledig terugvallen.
Dit proces wordt ook vaak meerdere malen opgestart op verschillende niveaus voordat er sprake is van een nieuw, aanvankelijk labiel, later stabiel evenwicht (dat vaak -niet altijd terecht- door de omgeving ervaren als een stabiele blijvende verandering
(het is nieuw, en dus per definitie is het een labiel evenwicht dat actief gezocht moet worden -aandacht & energie zijn vereist-)
(NB dit is een beslissing voor een bepaalde strategie)
honger
trek
mogelijkheid
aanwezigheid
contrôle
extern
intern
Hoofdkenmerken van verslaving
Ervaren van een roes / kick / buzz bij het middel of de activiteit
Hunkering / trek / craving naar het middel of de activiteit die die roes veroorzaakt
Controleverlies over het gebruik van dat middel of het doen van die activiteit

Secundaire kenmerken van een verslaving
‘Salience’: herhaald gebruik met een roes zorgt voor verhoogde betekenisgeving (‘increased salience’) aan zaken en mensen die geassocieerd zijn met gebruik.
‘Cues’: deze betekenisvolle zaken en mensen worden sterk in het geheugen ingesleten. Wanneer de verslaafde hen tegenkomt, dan wordt trek uitgelokt.

Tertiaire kenmerken van verslaving
Tolerantie: je hebt steeds meer nodig voor eenzelfde effect
Onthoudingsverschijnselen bij stoppen
Zoek- en jachtgedrag
Verwaarlozen van normale levensgebieden en rollen (als partner, werknemer, student, familielid, etc.)
Herkomst:
*Antabus en Refusal (merknamen van) disulfiram (werkzame stof) tabletten
Werking: Disulfiram zorgt ervoor dat bij de afbraak van alcohol in het lichaam acetaldehyde ontstaat. Deze stof veroorzaakt onaangename lichamelijke effecten. Dit moet mensen weerhouden alcohol te gebruiken. Men start met disulfiram na stoppen met het gebruik van alcohol.

Mensen met een matig IQ doen het soms juist heel erg goed op de Refusal

Omdat Antabus (=400mg Disulfiram) bijbetaald dient te worden door de patient en Refusal (=250mg Disulfiram) niet direct oplost heeft Regenboog Apotheek in samenwerking met artsen van de verslavingszorg Disulfiram 200mg soluble tabletten ontwikkeld. Deze oplostabletten tabletten vallen direct uiteen in water en worden volledig vergoed door alle zorgverzekeraars.

De overstap van Refusal naar Antabus
Dit betekent dus dat mensen een half tablet Antabus, daarvan moeten slikken als ze voorheen een heel tablet refusal slikten. Antabus moet worden opgelost in water (daarmee kunnen ze ook minder goed stiekem het tablet weer uitspugen) maar moet wel een paar euro op bijbetaald worden per maand.


*Campral (merknaam van) acamprosaat (werkzame stof)
Werking: Acamprosaat vermindert enigszins behoefte aan alcohol. Een op de vijf mensen met een alcoholverslaving kan hierdoor met succes van zijn verslaving afkomen. Hoe de werking tot stand komt, is niet precies bekend. Men start met acamprosaat na stoppen met het gebruik van alcohol, dus vaak kort voor het einde of na een ontwenningskuur. (mogelijke protectieve werking bij overmatig alcoholgebruik)


*ReVia (merknaam van) naltrexon (werkzame stof)
Werking: Naltrexon vermindert het gelukzalige gevoel dat alcohol en opiaten geven, en kan ook de hunkering naar deze stoffen verminderen in situaties die men ermee associeert. Hierdoor is het gemakkelijker te stoppen na het (toch) gebruiken van het verslavende middel. N.B. Morfineachtige pijnstillers of opiaten hebben minder effect gedurende ongeveer drie dagen na inname van de laatste tablet


*Baclofen /Lioresal (merknaam van) Baclofen (werkzame stof) tabletten en infuus
Werking: spierverslapper, wel experimenteel ingezet asl anti-craving bij cocaïne verslaving


Psychische stoornissen en gedragsstoornissen door gebruik van alcohol

*acamprosaat N07BB03 (Middelen bij de behandeling van verslavingsziekten)
-Campral


*clorazepinezuur N05BA05 (Benzodiazepinen)
- Clorazepaat Capsules
- Tranxène


*diazepam N05BA01 (Benzodiazepinen)
- Diazemuls
- Diazepam Injecties/Rectiolen/Tabletten
- Stesolid


*disulfiram N07BB01 (Middelen bij de behandeling van verslavingsziekten)
- Antabus
- Refusal


*naltrexon N07BB04 (Middelen bij de behandeling van verslavingsziekten)
- Nalorex
- Naltrexon
- Revia


*oxazepam N05BA04 (Benzodiazepinen)
- Oxazepam Tabletten
- Seresta

Psychische stoornissen en gedragsstoornissen door meervoudig-druggebruik en gebruik van andere psychoactieve middelen; Afhankelijkheidssyndroom

*naloxon V03AB15 (Antidota)
- Naloxon
Robert West (2006) - Verslaving is:
Impaired control over a reward-seeking behaviour, from which harm ensues.

Chronic condition of the motivational system in which there is an abnormally and damagingly high priority is given to a particular activity.

Drie basistypen van motivationele pathologie
a. niet direct aan verslaving gebonden (bijv. comorbiditeit)
b aan verslaving gebonden (bijv. neuroadaptatie)
c. aan sociale factoren gebonden (bijv. bepaalde subculturen)
MOTIVATIE
staat
centraal in verslavingsbehandeling
Motivatie is NIET:
Een persoonlijkheidstrek
Stabiel over de tijd

Maar, motivatie is:
De mate van bereidheid tot verandering
Variabel per moment en situatie
Een resultante van de interactie tussen therapeut en client.
Is een doel voor de client... en een doel voor de therapeut...
"Verslavingsgedrag":
1. Spelletjes spelen.
2. Het middel is het centrale punt.
3. Interesse verlies
5. Middel zoekend gedrag.
4. Isolement.
6. Ontkenning/ bagatelliseren.
8. Vervagen van waarden en normen.
9. Verantwoording niet dragen.
7. Liegen/ bedriegen/ smoesjes.
16. Zwart – wit denken.
10. Uitstellen/ afstellen.
11. Vluchten/ dempen
14. Gemakkelijk omgaan met tijd, mensen, geld.
12. Manipuleren.
13. Controle verlies/ grenzeloos gedrag.
15. Herkenning (van het middel).
17. Conflict vermijdend gedrag.
18. Subassertiviteit.
19. Apathie/ agressie.
20. Negatief zelfbeeld.
een nogal veroordelende manier om te zeggen dat contact maken nogal moeilijk is (als het je niet lukt om te doen wat je hebt -toe-gezegd)
Wanneer we (een nieuwe) honger hebben dan wordt het steeds mogelijker om te letten op andere dingen dan het eten dat ons 'trekt'...
Zie: -2-
(het middel trekt alle aandacht.)
Zie: -1-
(contact maken is nogal moeilijk)
een wat veroordelende manier om te zeggen dat het middel zulke aantrekkelijke kanten heeft dat de negatieve aspecten kleiner lijken
een wat veroordelende manier om te zeggen dat contact maken nogal moeilijk is
(het middel trekt alle aandacht.) +
(contact maken is nogal moeilijk)
Een veroordelende manier om het vorige punt te herhalen?
Kan iemand mij uitleggen wat het verschil is met het vorige punt?
inderdaad de uitwerking van het middel...
(en waarom is dat aantrekkelijk?)
Een veroordelende manier om punt -1- te herhalen?
-a- inderdaad het kernpunt van het ervaren van "verslaving"
-b- het effect daarvan op het vermogen te beheersen
een wat oordelende manier om het gedrag te beschrijven dat een gevolg is van -13- en moeizaam contact
een direct gevolg van -2- (het gekaapte motivationeel circuit)
Een gevolg van het "overleven" in plaats van "leven"
Gedrag dat nogal te maken heeft met het volgende punt...
een herhaling van 17- en waarschijnlijk veel te maken met 20...
niet zelden het gevolg van het verlies van hoop...
Niet onlogisch in een maatschappij die dit denkt over "verslaafden" (en een behandelaar die het voorgaand rijtje uit z'n hoofd geleerd heeft)
Zie: -2-
(het middel trekt alle aandacht.)
iedereen heeft het over mijn drinken, niemand heeft het over mijn dorst
(ook ik niet)
de grootste angst van zoogdieren is waarschijnlijk de angst om uitgesloten te worden uit de groep...
en kritiek op deze term, die nogal losjes gebruikt wordt in veel verslavingszorg
een kritiek op de term
Besluitvormingsbalans
Attitude
Voorwaarden voor verandering:

Willen:
belang van verandering
positiever verwachting van resultaat.
Kunnen:
vertrouwen in verandering
self-efficacy
Prioriteit geven aan
iemand kan bereid zijn tot veranderen,
... in staat zijn tot veranderen
... maar er niet klaar voor zijn.
Precontemplatie
Contemplatie
Preparatie / beslissing
Actieve verandering
Consolidatie
Doelen:
Versterken commitment en
plan maken (wanneer, hoe?)
(implementatie-intenties)
Kenmerken:
Ambivalentie is opgelost,
er is intentie tot gedragsverandering.
Interventies:
Motivatie om gericht tot actie over te gaan versterken.
Coaching bij ontwikkelen veranderplan
Doelen:
Commitment op peil houden,
Coping met moeilijke situaties (craving, risicosituaties)
Kenmerken:
Actief bezig zijn met gedragsverandering
Toepassen veranderingsstrategieën.
Interventies:
Motivatieversterking,
Competentiebesef versterken,
Analyse risicosituaties en bedenken,
aanleren en toepassen copingtechnieken.
Steun bieden en in eigen netwerk organiseren.
Preparatie / beslissing
Kenmerken:
Volhouden van verandering op de lange termijn.
Consolidatie
Doelen:
Gemotiveerd blijven.
Leren hanteren incidentele terugval
Afscheid nemen van middel/activiteit, “rouw”.
Aanpassen van leefstijl.
Aanpak additionele problematiek.
Interventies:
Motivatie op peil houden bij, en preventie van terugval,
Coaching bij verandering leefstijl,
Behandeling additionele problematiek.
Actieve verandering
(Re)lapse
6de stadium: terugvallen-a- (de lapse)

Wanneer men er niet in slaagt om de ingestelde gedragsverandering te handhaven, vervalt iemand weer in het oude probleemgedrag. Dit soort terugvallen kunnen voorkomen vanaf het moment dat men begint met verandering.
Het is van belang dat de patiënt zelf, de mensen uit de omgeving en de professionele hulpverleners realistisch met terugval omgaan.

Na een 'lapse', een uitglijder hoeft met niet "helemaal"overnieuw te begionnen. Een aantal dingen is goed gedaan en dat er iets is misgegaan betekent dat er aan een onderdeel van het veranderplen nog gesleuteld moet worden, het is onterecht om te verwachten dat het hele plan als foutief moet worden weggezet.
Vaak was de veranderstrategie ook niet haalbaar op de lange termijn -zéér regelmatig wordt de kracht van de wil overschat-
Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de hoop op de haalbaarheid van een verandering. Als men de moed opgeeft glij je weg naar een relapse en dan zal je, met alle extra kosten van dien, vaak weer behoorlijk "opnieuw moeten starten".
Wanneer terugval beschouwd wordt als normale gebeurtenis tijdens een veranderingsproces kan e.e.a. beperkt worden tot een uitglijer, een misstap of een slippertje (een 'lapse').

"het is niet dom om te vallen, het is jammer om te blijven liggen"

Het is belangrijk is om van de terugval te leren, dan krijgt de terugval zin (een les) die kan leiden naar voortschrijden van het omgaan met de chronische aandoening.

Dit proces wordt soms ook wel genoemd een Prolapse:
een terugval waarvan men leert, een stimulans om aandacht te besteden aan de eigenlijke wensen en behoeften van dit leven, die ervoor zorgt deze pro-actiever te verzorgen voor jezelf
Voorbeeld:
- De nerveuze patiënt zal kunnen beslissen om iets te doen aan zijn nerveus gedrag. Hij zal van alles kunnen beslissen
zoals bijvoorbeeld: ontspanningstherapie, een sport erbij als afleiding en om zijn spanningen te kunnen uiten tot het kiezen van een nieuwe baan of het gewoon bij het oude laten.
· De patiënt met rugklachten kan beslissen dat hij actief zal optreden tegen zijn rugklachten, hij kan beslissen om actief
mee te doen met een rugscholingsprogramma waarbij hij zich houdt aan het doen van de oefeningen thuis. Hij kan ook beslissen om het bij et oude te laten.
· De patiënt met hartklachten en een verhoogde bloeddruk kan beslissen om actief een preventie programma te volgen om hartklachten te voorkomen. Voor hem betekent dit een dieet volgen niet roken en veel bewegen. Deze patiënt kan ook beslissen dat hij van het leven zal genieten zo lang het nog kan
Voorbeeld verslaving:
De gokkende cliënt die 18.000 Euro schuld heeft en merkt dat hij niet meer bij zijn vader kan lenen. "ik ben niet gek maar soms denk ik misschien niet helemaal 100%?"
Voorbeeld verslaving
De patiënt die zonder ... nog @@@fmaken
Praktische aandachtspunten bij bespreken van Functe Analyse:
Geen rationale vooraf hebben (oordeel), allereerst info verzamelen (inzicht krijgen in risicosituaties en moeilijke momenten zodat een gericht plan bedacht kan worden om het probleem onder controle te krijgen).
Vraag specifieke incidenten uit, veralgemeniseer later en zorg dat je het als een filmpje voor je gaat zien.
Laat patiënt evt. imaginair naar situatie terug gaan als men achteraf “niks voelt”.
Besteed aandacht aan de persoonlijke ervaring van craving (hoe sterk is het op schaal van 0-10, hoe voelt het lijfelijk, wordt het als oncontroleerbaar ervaren)
Is er maar één vorm van trek en moet ik op iedere vorm van trek op dezelfde manier reageren?
Houd ook rekening met niet-fysiologische, meer symbolische vormen van bekrachtiging (bijv. doen waar jezelf zin in hebt, passieve uiting van agressie, erbij horen, stoer zijn, onuitgesproken boodschappen naar ouders of partners etc. )
Functie Analyse
Risicofactoren
stress (+) & (-)
de functie van een genotcentrum is:
het zet aan tot actief (zoek)gedrag gericht op bevrediging
het geeft positief motiverend gevoel van "trek in" als er honger(s) is en kans op bevrediging
alléén al het herinneren, het denken aan, het zien van, en zeker het DOEN van die bevrediging geeft een "echt goed"-gevoel dat de richting van het denken stuurt
het geeft een attentional bias (oogkleppen) waardoor andere dingen als "minder belangrijk" worden ervaren
het kan een rol spelen bij de voorbereidende reacties waardoor tolerantie kan ontstaan
effecten van een 'gekaapt'
genotcentrum
Probleem: één woord voor een erg grote variabiliteit:

de onderwijzer met alcohol en Korsakow
de arts met een te grote behoefte aan de medicatie waar hij zo makkelijk bij kan
de huisvrouw met benzoverslaving en depressie
de heroineprostiutuee met PTSS en HIV
de schizofreniepatient met cannabisgebruik
de zwakbegaafde adolescent met XTC en dakloosheid
de junkie, net uit detentie, met ADHD en cocaïnemisbruik

in het leven van allen speelt "verslaving"... dat compliceert de (h)erkenning nogal
Vroegere theorieën
Tolerantie: er is steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken.
Daarom is steeds meer gebruik nodig voor (hetzelfde) effect..
echter (t.a.v. tolerantie)
tolerantieverhaal
De plezierige effecten nemen vaak af met de tijd en na een tijdje is de drug zelfs helemaal niet meer zo werkzaam.
... en toch bestaat er verslaving
Ontwenningsverschijnselen zijn de (korte termijn) motivatie om door op de lange termijn door te blijven gaan met druggebruik.
echter (t.a.v. ontwenning)
ontwenningsverhaal
De eerste keren van gebruik zijn er lang niet altijd veel aangename, soms zelfs onaangename effecten (bijv. misselijkheid bij opium en heroïne)
en toch bestaat er verslaving...
Verslaving blijkt eigenlijk niet effectief behandeld te kunnen worden door alleen de ontwenningsverschijnselen te verlichten
(ook al doet dit het goed in de media en onder verslaafden die tegen de afkick opzien)
(t.a.v. biologie)
Relatief nieuwe theorie: potentieel verslavende stoffen oefenen eigenlijk allemaal hun effect uit op een specifiek gebiedje in de hersenen
en dan ontstaat verslaving
rol van biologie bij verslaving
Verschillende drugs hebben invloed op verschillende neurotransmittersystemen waardoor er specifieke effecten ontstaan.

Maar verslavende drugs hebben ook als (direct of indirect) effect dat zij dopamine spiegel verhogen in de nucleus accumbens (onderdeel van het motivationeel circuit -pleasure centre-)...
Question:
How did the first animals know that pebbles would not truly satisfy its hunger?..

Answer:
the feeling of craving!
hedonistisch verhaal
Gebruik geeft een prettige, aangename, euforische staat.
Zó prettig dat de gebruiker niet meer zonder wil...
Het effect van drugs is niet altijd geweldig maar die drugs zijn soms wel verslavend (bijv. nicotine)
echter (t.a.v. hedonie)
De eerste keren van gebruik zijn er lang niet altijd aangename effecten (bijv. misselijkheid bij opium en heroïne)
en toch bestaat er verslaving...
tegenwoordig...
De rol van dopamine in verslaving...
Dopamine is een neurotransmitter die vrijkomt bij verwachting van bevrediging of plezier. Daardoor ontstaat het gevoel dat dit wenselijk is. Om deze wens te bevredigen zal iemand sterk geneigd zijn om het gedrag te herhalen dat de dopamine release de vorige keer opriep. Daarnaast wordt het gedrag dat juist aan deze stijging voorafging als belangrijker vast gelegd in het geheugen.
Dopamine wordt heropgenomen en ge-recycled door een dopamine transporter die de dopamine weer de in de cel terugpompt. Wanneer deze pomp geblokkeerd wordt (zo werkt bijvoorbeeld cocaine) dan ontstaat er een opbouw van dopamine in de synaptische spleet (omdat het wel vrij komt maar niet wordt afgevoerd.).
Dit draagt bij aan het driect ervaren plezier en het verwachte plezierige effect.
Daarnaast is er een groep van dopamine receptoren (D3) die door de aanwezigheid van sommige drugs (zoals cocaine en nicotine) verveelvoudigen. Dat maakt het voor deze drugs mogelijk om de effector zenuwcellen nog sterker te activeren. Behalve dus de verhoogde spiegel, is deze verhoogde dichtheid van receptoren een versterker van het proces.
Theorieën
Verslaving is een chronische ziekte, met een potentieel dodelijk verloop, die tot uiting komt door de neurologische veranderingen als gevolg van het gebruik van het verslavende middel (de aandoening en daarmee de ziekte -of zelfs de handicap- worden daardoor opgeroepen en onderhouden c.q. versterkt). Een erfelijke gevoeligheid voor het ontstaan van deze neurologische aandoeningen is inmiddels vrij onomstotelijk aangetoond.

Psychologische en emotionele stressoren in een leven en een tekort aan emotionele copingstrategieën kan de keuze voor het (overmatig) innemen van het verslavende middel waarschijnlijker maken. Gebrek aan zelfwaarde en andere 'self-sustaining copingstrategies' versterken waarschijnlijk dit proces.

De belangrijkste neurologisch veranderingen als gevolg van deze ziekte vinden wij in het genotcentrum dat in zijn functie 'gekaapt' wordt door het middel. In de praktijk neemt dit de vorm aan van een "nieuwe -niet-biologische- honger" met (uiteindelijk) een vergelijkbare impact als biologische hongers:
het positief motiverende gevoel van "trek in" wanneer er honger bestaat (lees: lang genoeg niet gegeten is)
het zet aan tot actief gedrag (zoekgedrag en eetgedrag) gericht op bevrediging van de onderliggende honger
zeker het zien van 'voedsel' en ook al het denken aan het bevredigend gedrag (vergelijk: eten) geeft een goed gevoel
het geeft een (hyper)focus op voedsel en deez verschoven "attentional bias" maakt dat andere dingen als "minder belangrijk" ervaren worden (oogkleppen)... dit wordt ook wel "ontkenning" genoemd in de verslavingszorg)

Het middel versterkt ook de neerslag van herinneringen aan het gedrag juist vóór het gebruik (het verkrijgen dus, vergelijk "hunting / gathering" ) waarmee deze herinneringen waarschijnlijk op zichzelf ook weer een grotere importantie krijgen.

Daarnaast worden de (biologische) voorwaarden voor het functioneren van de prefrontale cortex ondermijnd (directe invloeden zijn stressniveau & vergiftiging), alwaar de anatomische voorwaarden voor de "wil (niet)" kunnen worden gevonden. Dit alleen al vermindert de (inhibiërende) controle op de (activerende) werking van het genotscentrum en de Hoewel mogelijk de ervaren negatieve feedback (lees: teleurstelling) waarschijnlijk de hoop op zelf controle nog meer ondermijnd.
verslaving hoog
verslaving laag
psychiatrie laag
psychiatrie hoog
pv
Groep 4:
In deze groep plaatst hij patiënten met beperkte psychische problemen waarbij ook het middelengebruik minder ernstig is. Deze groep is meestal terug te vinden in het ambulante circuit. Zij worden minder beperkt door de ernst van hun aandoening en kunnen zich beter in de maatschappij handhaven. Men kan hierbij denken aan patiënten met bepaalde persoonlijkheidsstoornissen of reacties op moeilijke levensgebeurtenissen (life-events) die gecompliceerd worden door excessief middelengebruik.
pV
Groep 2:
In deze groep plaats hij patiënten met een duidelijke psychiatrische symptomatologie (geen ernstige psychiatrische aandoening) en daarnaast een ernstig middelenprobleem (misbruik of afhankelijkheid). Het betreft hier zowel mensen die psychiatrische symptomen ontwikkelen ten gevolge van excessief middelengebruik als mensen bij wie de beperkte psychiatrische stoornis verergerd wordt door het ernstig middelengebruik. Bij deze groep kan men denken aan patiënten met:angst- en stemmingsstoornissen, lichte posttraumatisch stressymptomen, impulscontrole stoornissen (geweld), symptomen rechtstreeks als gevolg van middelengebruik, sommige persoonlijkheidsstoornissen.
PV
Groep 1:
In deze categorie plaats hij patiënten die zowel een uitgesproken ernstige psychiatrische aandoening als een zeer ernstig middelenprobleem (misbruik of afhankelijkheid) hebben. Wat betreft de psychiatrische aandoeningen betreft het voornamelijk ernstige persoonlijkheidsstoornissen (zoals een uitgesproken borderline persoonlijkheidsstoornis) en bipolaire stoornissen (manisch depressiviteit).
Pv
Groep 3
In deze groep plaatst hij patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening, waarbij het middelengebruik beperkt is. Vanuit hun psychiatrische problematiek zijn zij erg kwetsbaar en gevoelig voor de effecten psychoactieve middelen. Zelfs beperkt middelengebruik kan bij deze patiënten leiden tot een snelle decompensatie van hun psychische toestand. Men kan hierbij denken aan mensen met schizofrenie of een aanverwante stoornis. Ook patiënten met een ernstige posttraumatische stress of dissociatieve stoornis vinden we hier.
erslaving
sychiatrie
erslaving
sychiatrie
erslaving
sychiatrie
sychiatrie
erslaving
De tolerantie voor een bepaalde stof wordt minder door te stoppen met het gebruik ervan. Maar de 'honger' in het genotcentrum (en daarmee dus de maximaal gevoelde "trek") blijft vaak gelijk over jaren. Die trek in een bepaalde hoeveelheid stof kon zich ook zo ontwikkelen omdat er toen nog een hogere tolerantie was.

Als dus na een abstinentie (waardoor de tolerantie verminderde) na verloop van tijd het gebruik van het middel weer wordt opgestart op basis van de trek die iemand voelt, dan loopt iemand daardoor een behoorlijk risico om zichzelf een overdosis te geven.
Bijvoorbeeld na een periode van detentie is dood door overdosis veel voorkomend en niet verklaarbaar door suïcidale gedachten. Een aantal mensen overlijdt door een alcoholvergiftiging, een paar maanden of een jaar na detoxificatie, wederom niet verklaarbaar door depressieve gevoelens maar zeer waarschijnlijk omdat zij een hoeveelheid drank innamen die gebaseerd was op de trek en niet op het effect.
Tolerantie (stof)

Bij een verslaving zal tolerantie voor de stof optreden zodat iemand minder voelt, lees: niet het gewenste resultaat bereikt, bij dezelfde hoeveelheid van dat verslavend middel als voorheen. Zoiemand moet dus steeds meer gebruiken om hetzelfde effect te krijgen.
Dit komt doordat de hersenen bij een verslaving al compensatiegedrag gaan vertonen, voordat het middel genomen is. Een drugsgebruiker neemt zijn dosis vaak in dezelfde omgeving, en doordat de hersenen deze omgeving herkennen, aan bijvoorbeeld de geur of gewoon door het te zien, verwachten ze de dosis al, en gaan tegenreacties produceren. De hersenen zijn als het ware geconditioneerd op deze omgeving. Deze tegenstoffen compenseren de werking van de gebruikelijke dosis, en hierdoor heeft de verslaafde meer nodig.
Tolerantie risico na abstinentie
Tolerantie risico na abstinentie
verslavingsdeskundigheid
Consolidatie
Kenmerken:
Volhouden van verandering op de lange termijn.
Doelen:
Gemotiveerd blijven.
Leren hanteren incidentele terugval
Afscheid nemen van middel/activiteit, “rouw”.
Aanpassen van leefstijl.
Aanpak additionele problematiek.
Kenmerken:
Volhouden van verandering op de lange termijn.
Consolidatie
Doelen:
Gemotiveerd blijven.
Leren hanteren incidentele terugval
Afscheid nemen van middel/activiteit, “rouw”.
Aanpassen van leefstijl.
Aanpak additionele problematiek.
Interventies:
Help de klant om de verandering door te zetten en om terugval aan te zien komen en strategieën klaar te hebben als dat nodig is
Motivatie op peil houden bij, en preventie van terugval,
Coaching bij verandering leefstijl,
Behandeling additionele problematiek
(rouwen om het achterlaten van het verlaten wereldbeeld/zelfbeeld)
Doelen:
versterken commitment en
plan maken (wanneer, hoe?)
(implementatie-intenties)
Kenmerken:
Ambivalentie is opgelost,
er is intentie tot gedragsverandering.
Interventies :
Help de klant te bepalen wat eigenlijk de beste strategie is om tot verandering te komen
en een haalbare startdatum te prikken
Motivatie om gericht tot actie over te gaan versterken.
Coaching bij ontwikkelen veranderplan
Preparatie / beslissing
Doelen:
Commitment op peil houden,
Coping met moeilijke situaties (craving, risicosituaties)
Kenmerken:
Actief bezig zijn met gedragsverandering
Toepassen veranderingsstrategieën.
Interventies:
Motivatieversterking,
Competentiebesef versterken,
Analyse risicosituaties en bedenken,
aanleren en toepassen copingtechnieken.
Steun bieden en in eigen netwerk organiseren.
Actieve verandering
Doelen:
Commitment op peil houden,
Coping met moeilijke situaties (craving, risicosituaties)
Kenmerken:
Actief bezig zijn met gedragsverandering
Toepassen veranderingsstrategieën.
Interventies:
Help de klant om de stappen te ondernemen die gekozen strategie ook uit te gaan voeren vanaf de gekozen startdatum
Motivatieversterking,
Competentiebesef versterken,
Analyse risicosituaties en bedenken,
aanleren en toepassen copingtechnieken.
Steun bieden en in eigen netwerk organiseren.
Actieve verandering
verschil tussen ‘wanting’ en ‘liking’
Toxiciteit
Maatschappelijke schade
Voorbeeld algemeen:
De patiënt die nerveus en gehaast is. Hij vindt zelf dat het normaal is in de omgeving waarin hij verkeert. - De mensen om hen heen ervaren echter dat de patiënt wel veel onrustiger is dan ooit.
De patiënt met a-specifieke rugklachten die bang is om te bewegen omdat bewegen pijn doet. - Er zit iets in zijn rug dat de pijn veroorzaakt hij kan er niets aan doen. Pijnstillers helpen het best
De patiënt met hartklachten en een verhoogde bloeddruk die het als een familiekwaal ziet waar toch niets aan te doen is.
6de stadium: terugvallen -b- (de Relapse)

Wanneer men er niet in slaagt om de ingeslagen weg van gedragsverandering te handhaven en men niet in staat was om een 'lapse in de hand te houden, valt men weer terug in het oude probleemgedrag (of glijdt zelfs weg naar een nog problematischer niveau).
Zelfs deze vormen van terugval kunnen horen bij een proces van verandering.
Het is belangrijk om met de patiënt zelf, en mogelijk de mensen uit de omgeving goed te kijken hoe met terugval dient te worden om gegaan.

Na een relapse begint men regelmatig weer in het stadium van het voorbeschouwing. Pas op voor de demotiverende gedachte "dat het allemaal toch geen zin heeft".
Vaak was de oorspronkelijke veranderstrategie ook niet haalbaar op de lange termijn -zéér regelmatig wordt de kracht van de wil overschat en de kracht van emoties en automatismen onderschat-
Terugval dient te worden beschouwd als een normale gebeurtenis tijdens een veranderingsproces. dat je liever zo veel mogelijk kan beperken omdat je natuurlijk uiteindelijk iets anders wilt.
Er zijn verschillende vormen van terugval:
een uitglijer, een misstap of een slippertje (een 'lapse'),
een wegglijger, een uitgesproken, massale terugval ( 'relapse').

Het is belangrijk is om van een terugval zin te geven (er een les van te leren) . Zo bezien is het een onderdeel in het opnieuw laten ontstaan van het op hoger plan omgaan met de chronische aandoening.

Dit proces wordt soms ook wel genoemd een Prolapse:
een terugval waarvan men leert, een stimulans om aandacht te besteden aan de eigenlijke wensen en behoeften van dit leven, die ervoor zorgt deze pro-actiever te verzorgen voor jezelf
Doelen:
Chroniciteit (h)erkennen & leren hanteren.
Opnieuw opstarten met zoveel mogelijk behoud van behaalde resultaten
Terugval
Interventies:
Help de klant opnieuw door dit proces te gaan, zonder gedemoraliseerd te raken door terugval
Motivatie op peil houden bij, en preventie van terugval,
Coaching bij verandering leefstijl,
Behandeling additionele problematiek.
(rouwen om het achterlaten van verlaten wereldbeeld/zelfbeeld)
Kenmerken:
de hoop op verandering was verloren
de pijnlijkheid van niet- veranderen komt op de voorgrond.
naar:
Prochaska en DiClemente
geprojecteerd op
het Stress-model van Flach
door:
Hans R.J. West / HelpDisk.nl
Een niet-veroordelende empatische houding is voorwaarde voor verslavingsbehandeling

Gezien de vrijwel altijd aanwezige schaamte bij de hulpvrager is het in de therapie, uitgerekend bij aandoeningen waarbij men zelf mede verantewoordelijk is geweest voor het ontstaan ervan, erg belangrijk om het gevoel van schaamte bij de patiënt te voorkomen waar mogelijk.
In die zin is een veroordelende en conftronterende houding niet alleen bewezen nutteloos (confronterende therapie bij verslaving is niet-werkzaam gebleken), het veroorzaakt aanpassingsgedrag dat op de lange termijn niet kan worden volgehouden en het veroorzaakt verhulingsgedrag van fouten waardoor er niet van geleerd kan worden.
Verslaving is óók (manieren van kijken)
Een (chronische) neurologische ziekte
de functie van een genotcentrum is:
het positief motiverend gevoel van "trek in" bij honger(s)
het zet aan tot actief (zoek)gedrag gericht op bevrediging
al het denken aan, en zeker het zien van bevrediging, geeft een goed gevoel
het geeft een attentional bias waardoor andere dingen als "minder belangrijk" ervaren worden
de functie van "gebruik" als emotionele copingstrategie is:
het stelt je in staat om gevoelens niet te voelen die wel bestaan -dar niet door 'gehinderd' te worden
het stelt je in staat om expressie te geven aan gevoelens die je jezelf 'normaal' niet toestaat
het geeft een ervaring van en een idee van emotionele zelfcontrole
Een emotionele copingstrategie
Een maatschappelijk probleem
de verslaafde in onze maatschappij
een kostenpost
de 'zieke' (door zijn eigen schuld)
de niet-productieve
Een hulpmiddel om te overleven
Bron: Gerard M. Schippers, Bijzonder Hoogleraar Verslavingsgedrag en Zorgevaluatie
Het middel als rolstoel
Het middel als kruk.
Het middel als brace:
de betekenis van het middel
Je hebt ooit geleerd te lopen en kunt dat ook nog op de meeste terreinen
impulscontrole zou geoefend kunnen worden
Onderwerpen: keuzen en doelen in het leven, andere genietingen, acceptatie van beperking
Haal je het weg dan ontstaan gebrek en insufficiëntie gevoel.
impulscontrole oefeningen zijn wel beperkt nog wel mogelijk
doel: blijvende abstinentie of andere afhankelijkheid, behandel verlatingsangsten dreigende depressie
Het is een bescherming van prikkels van binnen of van buiten en ongedempte spanning geeft doodsangst
controle oefening weinig kans van slagen (paniek slaat toe voor je tot 10 kunt tellen -vroege ontwikkelingsstoornis?-).
beschermende handelingen (bezig blijven) is nog de beste optie
kicken! (nou ja vroeger dan)
Voorbeeld:
De nerveuze patiënt begint in te zien dat hij de laatste tijd toch wel heel snel prikkelbaar is en slecht slaapt enz.
Hij begint ook in te zien dat als dat zo blijft zijn gezondheid aangetast zal worden.
De patiënt met rugklachten gaat langzamerhand ontdekken dat pijnstillers en rust ook niet helpen.
De patiënt met hartklachten en een verhoogde bloeddruk gaat zich realiseren dat hoewel zijn kwaal misschien wel in de familie voorkomt dat dit niet betekent dat hij helemaal niets hoeft te doen om het te voorkomen.
Reflecteren
Reflecteren komt in verschillende niveaus:
Papegaaien: de laatste woorden herhalen van de laatste zin van de cliënt. Doel: mensen te stimuleren om door te praten over hetzelfde onderwerp
Herhalingsreflectie: het geheel herhalen (eventueel met enige nuancering of taal correctie) Doel: het gevoel geven "gehoord te worden" en duidelijk krijgen waar de cliënt in zijn/haar beleveing mee bezig is
Parafraseren, door in je eigen taal te herhalen wat de klant zegt ontstaaat het gevoel dat jij luistert (en kunnen verschillen tussen jouw ideeën en die van de cliënt duidelijker worden)
Metafoor-reflectie door een metafoor te geven die de delen van de ambivalentie of de ambivalentie zelf verwoord ontstaat er vaak meer grip op de situatie omdat het metaforisch beeld vaak meer gevoelsmatige en verhalende inhoud heeft dan de platte vertelling
Versterkt reflecteren, met meer nadruk of met meer aandacht juist dàt deel van het persoonlijk verhaal herhalen wat meer onder de aandacht zou mogen komen (naar aanleiding van het gedrag of naar aanleiding van eerdere gesprekken)
Samenvatten, door de eerdere opmerkingen van de cliënt (eventueel uit eerdere behandelingen) samen te vattenin een paar zinnen. Doel: cliënt laten merken dat je luistert, de (in jouw ogen) wezenlijke aspecten vergaren (vaak gevolgd door de vraag: "vat ik dat zo goed samen?")
Reflectie van de ambivalentie, door het dubbele gevoel van de ambivalentie te benoemen wordt vaak ook het levenskwaliteitsverlies verduidelijkt. Doel: verduidelijking van het gewicht van ambivalentie en daar empatisch op reageren voor de cliënt
Reflectie van het conflict, door de twee kanten van de ambivalentie helder als tegengesteld tegenover elkaar te zetten. Doel: verduidelijking van het dilemma dat de cliënt heeft, het verduidelijken van de voor- en nadelen
Gevoelsreflectie waarin eventueel, in het gedrag zichtbare maar in het talige niet-benoemde aspecten een (emotionele) handle krijgen waardoor men meer grip krijgt op deze aspecten van het conflict
Lichamelijkheidsreflecties Doel: lichamelijke reacties, die mogelijk zinvol maar onbewust zijn, bewust maken (voorbeelden zijn: ik zie dat u bij dit onderwerp wel sneller gaat ademen, je wangen roder worden, jabeen onrustig gaat wiebelen)
Non-verbaal conflict reflecties (het teruggeven van mogelijke nonverbale uitingen van "terughouden" -vaak in vragende vorm-) Doel: het talig maken van nonverbale aspecten van het conflict (soms geheimen) Voorbeeld: "Ik zie dat je jouw hand ineens voor je mond houdt, is dat omdat je iets niet mag zeggen van jezelf /van iemand anders?"
De werking van neurotransmitters kan op verschillende manieren beïnvloed worden:

binden aan receptor en nabootsen neurotransmitter (agonisten)
bijvoorbeeld LSD, nicotine, THC, opiaten

binden aan transporter en heropname neurotransmitter blokkeren (reuptake inhibitors)
bijvoorbeeld cocaïne, MDMA, amfetamine

binden aan de receptor maar de activatie van de receptor blokkeren (antagonisten)
bijvoorbeeld ketamine, PCP

binden aan een deeltje van de receptor en de werking van de receptor moduleren
bijvoorbeeld benzodiazepines, alcohol
Voorwaarden voor verandering
Willen: belang van verandering / positiever verwachting van resultaat.Kunnen: vertrouwen in verandering self-efficacyPrioriteit er aan geveniemand kan bereid zijn tot veranderen, in staat zijn tot veranderen maar er niet klaar voor zijn.
Wat zijn “drugs”?

Wikipedia
Recreational drugs are chemical substances that affect the central nervous system, such as opioids or hallucinogens. They may be used for perceived beneficial effects on perception, consciousness, personality, and behavior.
Some drugs can cause addiction and habituation.

Van Epen (1988)
Psychotrope stoffen, ook wel drugs of (genot)middelen genoemd, worden gedefinieerd als stoffen die een verandering van het menselijk bewustzijn veroorzaken en om die reden worden gebruikt…

Broekaert & Van Hove (2005)
'Drugs' is een verzamelnaam voor alle stoffen die ene invloed uitoefenen op de manier waarop men denkt, zich gedraagt, zich voelt en de zaken om zich heen waarneemt. Traditioneel worden drugs ingedeeld in verdovende, opwekkende en geestverruimende middelen
Toxiciteit
Experimenteel gebruik
-of wel in de recratieve hoek: wat zal dit middel met mij doen? (maar na de eerste fase van het experiment start het "recreatieve gebruik" op.
-ofwel "gebruik als experiment". dit zal meestal gebruik zijn dat erop gericht is om te kijken (of te bewijzen) dat het gebruik in de hand gehouden kan worden.

Gecontroleerd gebruik
-Het gebruik van middelen die een potiëntieel verslavoingsgevaar in zich hebben maar dat in zulke gecontroleerde hoeveelheden en frequewnties gebruikt wordt dat het proces van verslaving niet (verder) uit de hand loopt.
experiment
voordien
fout
goed
nadien
nadien
Plan A
Plan B
een experiment dat moet(!) slagen is eigenlijk géén experiment (maar een strategie!) ...
en waarschijnlijk ook een beetje een beroerd geplande strategie als ie om de één-of-andere reden verkocht moet worden als 'experiment'.
Een plan van Aanpak is vaak wel belangrijk als je het omgaan met een verslaving op de lange termijn goed wilt laten gaan.
Juist de duidelijkheid helpt om de verslaving koest te houden. Trek ontstaat vaak juist als het onduidelijk is of er gebruikt gaat worden of niet (en "duidelijk zijn voor jezelf" is iets héél anders dan "hard zijn voor jezelf")
Een duidelijk Back-Up plan helpt om de lijn vast te houden. Soms alléén al omdat je geen zin hebt om dat "plan B" nodig te gaan hebben, lukt het ineens wèl om bij plan A te blijven en dat ook uit te voeren.
Een klant zei ooit eens: "Hans, ik ben een draaikont... Als ik mijn kontje niet vastschroef, dan gaat 't draaien".
Een experiment moet ook
'fout' kunnen gaan
en dan moet het ...toch nog goed gaan
Voor- nadelen balans
Status Quo
Veranderen
status quo (niet de band maar "geen verandering"):
"niets actief veranderen aan jouw gebruik"...
(dus het verloop dat loopt verder in de richting van...)
kortom de..
Nadelen van gebruik
Voordelen van gebruik
Voordelen van verandering
Nadelen van verandering
kortom de..
korte termijn
lange termijn
lange termijn
Maar ook "actief veranderen" heeft nadelen
Dan kijk je al snel naar de vóórdelen van gebruik op korte termijn
gebruik geeft steeds meer gedoe met mijn partner (kinderen)
schulden worden eigenlijk steeds maar groter
in het verloop van het gebruik wordt ik eigenlijk steeds somberder
ik wordt rustiger door gebruik
dan hoef ik met niemand te praten
dan kan ik de hele nacht doorgaan
minder problemen met doorslapen
meer tijd voor mijn hobbies/familie
minder pijn in mijn hoofd
korte termijn
alléén al dat woordje
"actief"...
;-)
mis de gezelligheid van de kroeg/casino
dan kan ik niet zo makkelijk spanning ontladen
mensen zullen mij niet meer aardig vinden
lange termijn
korte termijn
korte termijn
lange termijn
Maar als we iets verder nadenken over
de gevolgen van gebruik op lange termijn
Dan is het misschien toch wel weer goed om eens te kijken naar de voordelen van actief veranderen op korte, & lange termijn
meer (financiële) rust in mijn leven
verbeterde relaties
leukere hobbies en uitdagingen
.
.
.
.
De balans tussen de voordelen maar ook de nadelen van...
Veranderen (dus de dingen gaan doen die maken dat ik weer kan kiezen voor controleren of voor abstinentie)
Niets actief veranderen aan mijn leefstijl of aan mijn gebruik (status quo)
The data in the paper is obtained solely from questionnaire results obtained from two groups of people: the first comprised people from the UK national group of consultant psychiatrists who were on the Royal College of Psychiatrists’ register as specialists in addiction, while the second comprised of people with experience in one of the many areas of addiction, ranging from chemistry, pharmacology, and forensic science, through psychiatry and other medical specialties, including epidemiology, as well as the legal and police services; the experts are not named and were chosen by the authors.
http://www.lila.it/doc/documentazione/rdd/thelancet.pdf
Een ander onderzoek in Engeland vergelijkt de mening van experts over de schadelijkheid en de verslavingskans van drugs. Enerzijds waren dit de experts uit het gebied van (psychiatrische) verslavingsbehandeling en anderzijds experts uit de hoek van aanleunende kennisgebieden als farmacie, chemie, forensische wetenschap.

In deze grafiek zijn de kans op afhankelijkheid en de kans op lichamelijke schade door gebruik tegen elkaar uitgezet.
Evaluation criteria and their definitions

-Drug-specific mortality
Intrinsic lethality of the drug expressed as ratio of lethal dose and standard dose (for adults)

-Drug-related mortality
The extent to which life is shortened by the use of the drug (excludes drug-specific mortality)—eg, road traffic accidents, lung cancers, HIV, suicide

-Drug-specific damage
Drug-specific damage to physical health—eg, cirrhosis, seizures, strokes, cardiomyopathy, stomach ulcers

-Drug-related damage
Drug-related damage to physical health, including consequences of, for example, sexual unwanted activities and self-harm, blood-borne viruses, emphysema, and damage from cutting agents

-Dependence
The extent to which a drug creates a propensity or urge to continue to use despite adverse consequences (ICD 10 or DSM IV)

-Drug-specific impairment of mental functioning
Drug-specific impairment of mental functioning—eg, amfetamine-induced psychosis, ketamine intoxication

-Drug-related impairment of mental functioning
Drug-related impairment of mental functioning—eg, mood disorders secondary to drug-user's lifestyle or drug use

-Loss of tangibles
Extent of loss of tangible things (eg, income, housing, job, educational achievements, criminal record, imprisonment)

-Loss of relationships
Extent of loss of relationship with family and friends

-Injury
Extent to which the use of a drug increases the chance of injuries to others both directly and indirectly—eg, violence (including domestic violence), traffic accident, fetal harm, drug waste, secondary transmission of blood-borne viruses

-Crime
Extent to which the use of a drug involves or leads to an increase in volume of acquisitive crime (beyond the use-of-drug act) directly or indirectly (at the population level, not the individual level)

-Environmental damage
Extent to which the use and production of a drug causes environmental damage locally—eg, toxic waste from amfetamine factories, discarded needles

-Family adversities
Extent to which the use of a drug causes family adversities—eg, family breakdown, economic wellbeing, emotional wellbeing, future prospects of children, child neglect

-International damage
Extent to which the use of a drug in the UK contributes to damage internationally—eg, deforestation, destabilisation of countries, international crime, new markets

-Economic cost
Extent to which the use of a drug causes direct costs to the country (eg, health care, police, prisons, social services, customs, insurance, crime) and indirect costs (eg, loss of productivity, absenteeism)

-Community
Extent to which the use of a drug creates decline in social cohesion and decline in the reputation of the community

ICD 10=International Classification of Diseases, tenth revision. DSM IV=Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, fourth revision.

Scoring of the drugs on the criteria
Drugs were scored with points out of 100, with 100 assigned to the most harmful drug on a specific criterion. Zero indicated no harm. Weighting subsequently compares the drugs that scored 100 across all the criteria, thereby expressing the judgment that some drugs scoring 100 are more harmful than others.
http://topdocumentaryfilms.com/the-20-most-dangerous-drugs/in engeland

H a n s R . J . W e s t
... PraatmetHans
informatie, advies & therapie bij verslaving
@PraatMetHans
www.praatmethans.nl
HansRJWest@Gmail.com06 558 61 554
lees

schrijf
bel
Full transcript