Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Woordenschat

No description
by

Christianne Fahnenstich

on 14 February 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Woordenschat

En nu?
Woordenschat
Voeding
Viertakt van Verhallen:
* Voorbewerken
* Semantiseren
* Consolideren
* Controleren

In de praktijk lopen de 4 fases bijna altijd in elkaar over.

De uitjes:
* Uitbeelden
* Uitleggen
* Uitbreiden
* Uitproberen
Groei
* Impliciet aanbod - expliciet aanbod
* Diversiteit, netwerkopbouw
* Rijke leeromgeving

Onderwijs in woordenschat niet zien als een geïsoleerd onderdeel, maar gebiedsoverschrijdend in alle lessen en alle groepen in betekenisvolle activiteiten integreren (The national reading panel, 2000).
Welke insteek?
Na een eerste uitprobeerfase is het goed om gezamenlijk af te spreken met welke insteek er verder gewerkt wordt (Duerings et al., 2011).


In de praktijk
Modellen en routines:

* woordspin
* woordweb
* woordparaplu
* woordmonster
* woordposter
* woordkast
* woordtrap
* etc.
Waarom met woorden in de weer
* De grootte van de woordenschat op driejarige leeftijd is sterk verbonden met het latere lezen met begrip (Hart & Risley, 2003; Snow, 2002 e.a.).

* Een beperkte woordenschat leidt bijna altijd tot slechte schoolresultaten (Anderson & Nagy, 1992).

* Het ontbreken van een goede woordenschat is één van de cruciale factoren waarom kinderen uit taalarme milieus vaak mislukken in het onderwijs (o.a. Vernooy, 2008).

* Leerkrachten maken inschattingsfouten t.a.v. de taalvaardigheid van kinderen door hun verwachtingen over de betrokkenheid van (allochtone)ouders bij het onderwijs waardoor het taalaanbod op een te laag niveau plaatsvindt (Stoep, 2008).
In het kader van het onderwijsstaandebel heeft het kabinet extra middelen gereserveerd voor de tinger van schompklassen voor basisschool-leerlingen met een grote taalachterstand. Ze krijgen in een aparte klas fensitint taalonderwijs. Doel van een schompklas is de taalachterstand te vermiddelen, waardoor de kans op een succesvolle schoolcouplesse groter, en het risico van schoolkwamp kleiner wordt.


Bij lezen is het begrip ‘tekstdekking’ van belang
< 85% nauwelijks begrip
85% - 90% globaal begrip
90% - 95% redelijk begrip
> 95% goed begrip


* Nieuwe woorden, minstens 2000 per jaar, dus minstens 10 per dag, 50 per week, 200 in een maand.
* Expliciet voorbewerkt, gesemantiseerd, geconsolideerd (7 keer) en gecontroleerd.


Is dit wel haalbaar? 25 per week?


http://www.leraar24.nl/video/2136
Voorbeeld: Kikker

* Label: het woord kikker
* Concept: de betekenis van het woord kikker. Soms kunnen bij één label, bijvoorbeeld kikker, meerdere concepten horen:

1. Dier
2. Scheepvaart
3. Machine (drilboor)
4. Waterkeringsdorpel



Veel doen tot het vanzelf, zonder nadenken, gaat.
* plannen
* organiseren
* inrichten
* uitproberen
* maken
* samen doen
Zijn we tevreden over de woordenschat binnen de taalmethode?
Willen we een systematische koppeling van woordenschat aan leeswoorden binnen wo?
Willen we vooral aandacht schenken aan 'woorden vangen'?
Binnen de gekozen insteek wordt er vervolgens gewerkt met verschillende modellen, routines en coöperatieve werkvormen.
Coöperatieve werkvormen:

* zoek iemand die
* tweepraat
* twee vergelijk
* tweetal coach
* waar/niet waar
* etc.
Full transcript