Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Thema 1 Stofwisseling klas 4

No description
by

leonie joling

on 21 September 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Thema 1 Stofwisseling klas 4

Stofwisseling
thema 1




Basisstoffen 1 t/m 5
1. Stoffen worden omgezet
2. fotosynthese
3. Glucose als grondstof
4. Verbranding
5. Fotosynthese en verbranding
1. Stoffen worden omgezet
2. Fotosynthese
3. Glucose als grondstof
5. Fotosynthese en verbranding
> Eten en drinken gebruikt je lichaam als energie
> Dit moet eerst worden veranderd om te worden gebruikt.

Deze stoffen worden omgezet in andere stoffen die je lichaam wel kan gebruiken



Je lichaam bestaat uit:
organische stoffen en anorganische stoffen.
Organische stoffen:
gemaakt door organismen
zoals koolhydraten, eiwitten, vetten. Aardolie en aardgas is ook afkomstig van organismen. (plankton)
Anorganische stoffen
Zijn niet afkomstig van organismen, maar komen uit de levenloze natuur.
Water, zouten, ijzer
Reactie = Stoffen worden in andere stoffen omgezet


Hout wordt verbrand
= verbrand hout + waterdamp
Reacties vinden plaats in de cellen van een organisme.
Enzymen kunnen reacties versnellen.
een enzym is een speciaal eiwit

één enzym kan maar één reactie versnellen.
een enzym wordt zelf niet verbruikt

Alle organismen hebben zuurstof nodig
Organismen hebben ook voeding nodig
(dierlijk of plantaardig)
Planten maken hun eigen voedsel en zuurstof

Wat eet een plant dan?
Wat heeft een plant hiervoor nodig

-Zonlicht
-Water
-gas uit de lucht (koolstofdioxide)


Fotosynthese vindt plaats in de groene delen van een plant
Bij fotosynthese worden anorganische stoffen omgezet in organische stoffen.
water en CO2 = anorganisch
wordt glucose= organisch
planten kunnen
glucose
omzetten in andere
organische
stoffen.


een plant kan glucose omzetten in
zetmeel
, cellulose,
suikers, eiwitten
en
vetten.


Assimilatie= Omzetting van glucose
waarbij energierijke organische stoffen ontstaan.

hierdoor kan een plant groeien.
Assimilatie komt ook bij mensen voor.

Fotosynthese komt alleen voor bij planten.
Brandstof
Bij verbranding komt energie vrij.


>
Warmte.
Bij een kaars > licht
bij een auto > beweging
In cellen is altijd verbranding
Brandstof (glucose) reageert met zuurstof

Er komt koolstofdioxide en water vrij
(en natuurlijk energie)

Energie heb je nodig om warm te blijven en te kunnen bewegen.
Reactie van verbranding=

Glucose + zuurstof → koolstofdioxide + water + energie

extra:
(C6H12O6 +O2 → CO2+H2O + energie)
4. Verbranding
In je spieren wordt energie vrijgemaakt.
Een deel voor
energie
en een deel voor
warmte
Je spieren geven de warmte af aan het bloed, waarna deze warmte aan het hele lichaam kan worden doorgegeven.


Verbranding in je slaap?
Belangrijke processen zoals: hartslag en ademhaling hebben energie nodig!!
Stofwisseling in rust noem je
grondstofwisseling.
Dit is afhankelijk van je
leeftijd, geslacht en de temperatuur.
Heeft een plant 's nachts fotosynthese?
Is een enzym een organische stof?
Welke stoffen zitten er in het reageerbuisje?
Is er op dit plaatje fotosynthese?
wat is hier het enzym (grijs, geel of roze?)
Heeft de temperatuur invloed op fotosynthese?
Zetmeel
- opslag in bladeren en in knollen
Cellulose
- voor de opbouw van celwanden
Eiwitten
- maken van cytoplasma, opslag in zaden.
Vetten
- opgeslagen in zaden.
Bij de verbranding in een organisme reageert brandstof met zuurstof.

er ontstaat koolstofdioxide en water.
In een plant en dier is
GLUCOSE
de brandstof
Bij
assimilatie
worden
energierijke organische stoffen
gemaakt. Bijvoorbeeld
Koolhydraten, eiwitten en vetten.

Organismen (mensen) kunnen deze stof gebruiken als
brandstof
. (het gebruiken van deze stoffen noem je dissimilatie)




Als brandstof gebruikt een cel altijd
energierijke organische stof.
Bij de verbranding van deze stof komt er
energie vrij.

De verbrandingsproducten zijn altijd
anorganische stoffen
. (zoals koolstofdioxide en water)
Die geen energie meer bevatten.
Water wordt in het lichaam gemaakt bij het stofwisselingsproces dat energie vrijmaakt in de cellen.

Hoe heet het proces waarbij energie vrijkomt in de cellen?


De stofwisseling van een kangoeroerat is aangepast aan een bepaald type leefomgeving.

Is die leefomgeving droog of is die vochtig? Leg je antwoord uit met behulp van gegevens uit de afbeelding.
Een mens verliest gemiddeld per dag 2500 milliliter water, waarvan 900 milliliter door verdamping en 100 milliliter met de ontlasting.

Hoeveel procent van het waterverlies bij de mens wordt veroorzaakt door het afgeven van urine volgens bovenstaande gegevens? Leg je
antwoord uit met een berekening.
Examenvragen
Overdag

's Nachts

fotosynthese (en verbranding) Geen fotosynthese (wel verbranding)
er ontstaat zuurstof Zuurstof wordt uit de lucht gehaald.
Een klein beetje zuurstof wordt verbruikt.
voor de verbranding
Zuurstof wordt afgegeven aan de lucht
Glucose wordt gemaakt, waarvan een beetje wordt zetmeel wordt omgezet in suiker. wordt gebruikt
gebruikt voor de verbranding.
de rest van de glucose wordt omgezet in zetmeel
en opgeslagen in de bladeren.
Aan het einde van de les:
- Kun je benoemen wat stofwisseling is.
- Kun je het verschil tussen organische en anorganische stoffen benoemen en een aantal voorbeelden opnoemen.
-Kun je benoemen wat een reactie is daarbij het belang van enzymen.

Bij het maken van nieuwe stoffen en het vrijmaken van energie vindt stofwisseling plaats.
Aan het einde van de les:


1. Kun je de reactie van fotosynthese benoemen.
2. Kun je benoemen wat er nodig is voor fotosynthese
3. Kun je benoemen waarom fotosynthese belangrijk is voor planten en alle dieren (en mensen).
4. Kun je benoemen waarom huidmondjes en wortelharen belangrijk zijn bij fotosynthese.

Aan het einde van de les:


Welke stoffen maakt een plant?
Een plant kan deze
glucose veranderen (omzetten)
in andere stoffen.
- Benoem je in welke stoffen de plant de glucose kan omzetten en waarvoor dit nodig is.
- Benoem je wat assimilatie is.
Aan het einde van de les:



1. Kun je de reactie van het verbrandingsproces benoemen.
2. Benoem je wat Grondstofwisseling betekend.
3. Benoem je 3 vormen van energie

Aan het einde van de les:


1. Benoem je wanneer de plant aan verbranding doet en wanneer aan fotosynthese.
2. Benoem je het verschil tussen verbranding en fotosynthese.


Overdag

- Fotosynthese en verbranding
- glucose en zuurstof wordt veel aangemaakt.

-via huidmondjes wordt de zuurstof afgegeven aan de lucht.
- Teveel aan glucose wordt omgezet in zetmeel.
's nachts
Geen fotosynthese wel verbranding
plant heeft zuurstof en glucose nodig.
- plant neemt zuurstof uit de lucht.
-Zetmeel wordt weer omgezet in suiker.
Stofwisseling
Thema 1

Lesdoelen
testje
Waarom dit thema:

- belangrijkste proces op aarde
- maakt leven mogelijk
- nodig om verdere thema's van biologie te begrijpen.
In je lichaam vinden constant omzettingen plaats van stoffen in andere stoffen.

bijvoorbeeld:
suiker kan wordt omgezet in vet

Dit is stofwisseling
Planten doen ook aan stofwisseling
Een plant neemt water uit de grond, zonlicht en koolstofdioxide en gebruikt dit om suiker van te maken. Zo kan een plant groeien.
De plant maakt van deze stoffen:
zuurstof en glucose
Dit zijn de bladgroenkorrels
Huidmondje
wortelharen
water
Co2

Glucose
Full transcript