Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Inleiding artologie

No description
by

Margaux Jacobs

on 2 August 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Inleiding artologie

Inleiding artrologie
Beenverbindingen en gewrichten
Gewrichten zijn beenverbindingen maar niet alle beenverbindingen zijn gewrichten
Beenverbinding = JUNCTURA
Voorbeeld : mobiele gewrichten, schedelnaden, groeikraakbeenschijf
Functie : bewegen van botstukken tegenover elkaar, verbinden van botstukken
Junctura cartilaginea
= Een schijf kraakbeen dat instaat voor de verbinding tussen beiden botten

Verbinding met hyalien kraakbeen = synchondrosis
Verbinding door fibreus kraakbeen : junctura symfysialis of symphysis
Synchondrose en symphysis worden vak ligamentair overspannen
De Junctura synovialis
Meest ontwikkeld type
Essentiële kenmerken
Laag gewrichtskraakbeen op de uiteinden
Gewrichtskapsel (capsula articularis)
Gewrichtsholte (cavum articulare)
Gewrichtsvocht (synovia)
Bijkomende kenmerken
Meerdere gewrichtsbanden, ligamenten (versterken)
Meerdere slijmbeurzen of bursae
Synoniem : Diatrosen (beweegbaar)
Andere termen : Amfiatrose (weinig beweegbaar) en synartrose (niet beweegbaar)
Een aantal beenverbindingen kunnen evolueren tot synostose (beenderige vergroeiing)

De junctura fibrosa
Aanwezigheid van een fibreuze tussenstof
Tussenstof is een membraan? Syndesmosis
Voorbeeld : membrana interossea cruris (tussen tibia en fibula)

Tussenstof niet membraneus? Sutura
Voorbeeld : schedelnaden : sutura squamosa (overlappend), sutura serrata (grillige uitstulpingen) en sututra plana (rechtlijnig)
Het gewrichtskraakbeen, articulair cartilago

Gewrichtskraakbeen bestaat uit hyalien cartilago
Het is poreus en aan de oppervlakte vele malen ruwer dan de loopvlakken van de machinale gewrichten
Functie : de harde beenderige ondergrond bedekken
Hyalien cartilago
Blauwachtig wit en bestaat voor 40% uit collageenvezels (in subchondrale bot, aan de periferie staan ze parallel met loopvlak van het gewricht)
Ruimtelijke schrikking wordt bepaald door de matrix (vult de ruimte tussen kraakbeencellen (chrondrocyten) en collageenvezels)
Type collageen en aard van bindweefselmatrix bepaald hoeveel vocht het kraakbeen kan opnemen (65%-75% water)
Bij belasting : in staat te vervormen en vloeistof uit te persen (goed voor gewrichtssmering)
In sommige gewrichten is de facies articularis bedekt met fibreus kraakbeen (minder water)
Capsula articularis
Functie :
Verbonden met articulerende botstukken
Zorgt voor voeding en functionering van het gewricht
Omsluiten van cavum articulare en facies articulares
Opbouw uit 2 lagen :
Membrana fibrosa : buitenste laag (een bindweefsel die het gewricht overspant en ook een belangrijke bescherming is voor het gewricht )
Membrana synovialis : binnenste laag (rijkelijk gevasculariseerd en geinnerveerd, belangrijk voor voeding van het gewricht (productie synovia), veel bloedvaten )
Tussen 2 lagen vetweefsel (of ligamenten en spierpezen)
Junctura synchondrosis
Primaire synchondrosen : epifysairschrijven of groeikraakbeenschrijven (verdwijnen aan het einde vn de pubertijd)
Secundaire synchondrosen : een afzonderlijk hyalien kraakbeenstuk (verbinding tussen sternum en de ribben, op ouder leeftijd gaat dit verbenen)
Junctura symfysialis of symphysis
Voorbeeld : Ossa pubes
Komt vnl. voor ter hoogte van het mediosagittale vlak
Grotendeels door fibreus kraakbeen maar soms ook dunne lagen hyalien kraakbeen
Het gewrichtsvocht, synovia
Een heldere, kleurloze viscieuze stof
Bij belasting en mate van snelheid kan viscositeit van synovia wijzigen
Functie :
Voedingsstoffen worden doorgegeven via synovia (de gewrichtsmeer die in het gewrichtskapsel geproduceerd wordt)
Beschermende funcite : smeermiddel behoedt het synoviale beenverbinding tot slijtage)
Extreme belasting : loopvlakken van gewricht worden beschermd door hyaluronzuur in smeermiddel
De ligamenta
Bindweefselstructuren waarin een groot aantal collageenvezels voorkomen
Functie
Sturen van bewegingen (remmen en geleiden)
versterken van capusla articularis
Voorkomen als afzonderlijke entiteiten : extra-capsulair of intra-capsulair
Intrinsieke ligamenten:
Twee delen van eenzelfde beenstuk met elkaar verbinden (lig. transversum humeri, lig. coracoacromiale
Belastingsmogelijkheden :
niet als zeer elatische stucturen voorstellen
gescheurde ligamenten genezen moeizaam
Bursae of slijmbeuzen
In de buurt van gewrichten en kunnen met gewrichtruimte in verbinding staat
Bieden mechanische berscherming
Opgebouwd uit membrana fibrose en membrana synovialis
Ze zijn moeilijk te vasculeren op cadaverpreparaten

Vaginae synoviales of peesscheden
Opgebouwd uit membrana fibrosa en membrana synoviales
Vergemakkelijken van glijding tussen pezen en omliggende sturcturen
Tussen pees en peeskoker ligt een laagje synovia
Bewegingen in synoviale gewrichten
De junctura synovilies beantwoordt het meest aan de term gewricht (beenverbinding en mobiliteit)
Niet alle synoviale beenverbindingen zijn mobiel (Art. tibiofibularis proximales is beperkt mobiel)

Basisterminologie
Functioneel-anatomische bewegingen met frontale, transversale en sagittale vlakken
Bewegingen in gewrichten worden aangegeven met transversale, sagittale en longitudinale assen
Onderscheidt bewegingen van extremiteiten en bewegingen van bekken- en wervelkolom
Bewegingen waar segmenten naar elkaar toe bewegen : flexie (tegenovergestelde beweging : extensie, overstrekking : hyerextensie)
Ventraalwaartse bewegingen : anteflexie en dorsaalwaarste bewegingen : retroflexie
In spronggewricht : plantairflexie en dorsaalflexie
Buigen en strekken van de pols: palmairflexie en dorsaalflexie
Basisterminologie
Een segment roteert om zij longitudinale as naar buiten toe : exorotatie (tegenovergestelde : endorotatie)
In de gewrichten vn de onderarm wordt de buitenwaartse rotatie supinatie genoed (binnenwaartse pronatie), ook bij de hand en de voet
Vingers worden geabduceerd en geadduceerd tegenover een lengteas van de hand doorheen de derde vinger
Circumducties : combinaite van verschillende bewegingen
Zijwaarts buigen van hoofd en romp : lateroflexie
Zijwaarts draaien van de romp : rotatie
Kanteling van bekken naar voor en achter : anteversie en retroversie
Zijwaarts kantelen van bekken : lateroversie
Osteokinematca vs artrokinematica
Beweging van botsegment in de ruimte : rotatie en translatie
Osteokinematica : welke ruimtelijke bewegingen de botstukken tov een anatomische referentiestelsel kan uitvoeren
Artrokinematica : bestudeerd hoe articulerende botstukken tov elkaar bewegen
Vereenvoudigde
gewrichtsmodellen
Voor- en nadelen :
voordeel : een goed uitgangspunt voor de studies en de functies (vrij snel inzicht)
Nadeel : te grove benadering van het werkelijke bewegingsgedrag
Een beweging in een gewricht wordt in werkelijkheid niet door 1 bewegingsas maar door een opeenvolging van oneindig aantal schroevingsassen gekenmerkt
Eigewricht of Art. Ellipsoidea : een eivormig botuiteinde past in een overeenkomstige gewrichtskom (geen overlangse rotaties van botten naar elkaar toe)
Zadelgewricht of Art. sellaris : De convexiteit van het een gewrichtuiteinde past in de concaviteit van de overeenkomstige gewrichtspartner
Kogelgewricht of Art. Sphaeroidea : een eivormig model maakt een overlangse as en de dwarse as gelijk
Scharniergewricht of Art. ginglymus : cilindervorm staat dwars op de lengterichting
Art. Trochoidea : cilindervorm staat parallel met de lengte richting
Art. Sellaris of Art. Ellipsoidea tot oneindig laten evolueren bekomt men een vlak gewrichtsvlak Art. plana (laat overlangse rotatie toe)
De perifere bewegingsbaan en intra-articulair bewegingsgedrag
Op de uiteinden van gewrichtvlakken zijn er convexiteiten en concaviteiten daardoor zijn er wijzigingen van de hoekstanden tussen de segmenten

Perifere bewegingsbaan : pure swing (indien tussen begin- en eindpunt van de beweging het korste traject wordt gevolgd, indien niet : impure swing)
Noodzakelijke suplementaire draaing om impure swing te bereiken : conjunct rotation
Terwijl botstuk perifere bewegingsbaan beschrijft kan men het intra-articulair bewegingsverloop volgen
Convex gewrichtsoppervlak : rollen en schuiven
Concaaf gewrichtoppervlak : schommelen en glijden
Indien een botstuk in 1 contactpunt een overlangse draaiing uitvoert : spinbeweging
Gewrichtsstanden

Eindstand
Ruststand
Anatomische referentiestand
Antalogische houding : een stand die door de patiënt wordt aangenomen om de pijn minder te voelen
Neutral zero zone position : voor elk gewricht is er een conventioneel vastgelegde nulstand
Close packed position : de stand met maximale congruentie tussen gewrichtsvlakken en maximale spanning op kapsel-bandapparaat
Loose packed position : de stand met weinig congruentie tussen gewrichtsvlakken en relatief weinig spanning op kapsel en ligamenten
Full transcript