Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Copy of Hoofdstuk 4 : hulp bij uitscheiding

No description
by

micha wouters

on 28 October 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Copy of Hoofdstuk 4 : hulp bij uitscheiding

Hoofdstuk 4 : hulp bij uitscheiding
1. observeren van de urine en de urinelozing
normale urine, normale urinelozing
helderheid
kleur
geur
hoeveelheid
frequentie/patroon
welke afwijkingen kunnen zich voordoen

2. hulpverlening bij het ledigen van de blaas
2.1 Hulpmiddelen
Urinaal
Bedpan
Toiletstoel
2.2 Helpen bij het plaatsen van het urinaal
2.3 Hulpverlening bij het plaatsen van een bedpan
Het plaatsen van de bedpan wanneer de zorgvrager kan oplichten
Het plaatsen van de bedpan wanneer de zorgvrager niet kan oplichten
2.4 Hulp bieden bij het installeren van een zorgvrager op de toiletstoel

3. hulpmiddelen bij urine incontinentie
3.1 Algemene eisen voor incontinentiemateriaal
3.2 Verschillende soorten hulpmiddelen
3.2.1 Drie groepen hulpmiddelen
1. Hulpmiddelen voor absorptie
2. Hulpmiddelen voor het bed en verzorgingsproducten
3. Hulpmiddelen voor het opvangen van urine
3.3 Hulpmiddelen voor urine-incontinentie gepast gebruiken
3.4 Aandachtspunten bij een verblijfsonde
3.5 Het aanbrengen en verwisselen van incontinentiemateriaal


leerdoelen
Deze lijst geeft aan waartoe je in staat moet zijn en wat je moet weten aan het einde van deze module, in verband met de hulpverlening aan de zorgvrager bij de uitscheiding :
de normale en afwijkende kleur, geur, helderheid, hoeveelheid en frequentie van urine beschrijven;
afwijkingen bij urine opmerken en deze op gepaste wijze rapporteren;
de gepaste hulp bieden aan een zorgvrager die gebruik moet maken van bedpan, urinaal of toiletstoel;
met eigen woorden vertellen aan welke eisen incontinentiemateriaal moet voldoen;
zorgvragers met urine-incontinentie op de gepaste manier hulp bieden;
een aantal algemeen geldende aandachtspunten formuleren voor de begeleiding van een incontinente zorgvrager;
op een correcte manier een niet steriel urinestaal nemen;
de meest voorkomende urine-onderzoeken met behulp van sticks uitvoeren;
op een correcte wijze een urinedebiet bepalen;
op een correcte wijze een urinecollectie uitvoeren;
op een correcte manier een vochtbalans opmaken;
de normale vorm, hoeveelheid, kleur, geur van stoelgang en de frequentie van het stoelgangpatroon beschrijven;
afwijkingen bij stoelgang en het stoelgangpatroon opmerken en op gepaste wijze rapporteren;
het probleem "obstipatie" en mogelijke oorzaken hiervan omschrijven;
gepaste maatregelen treffen om obstipatie te voorkomen, te verlichten of te bestrijden;
het probleem "diarree" en mogelijke oorzaken ervan omschrijven;
gepaste maatregelen treffen om diarree te voorkomen, te verlichten of te bestrijden;
het probleem "incontinentie voor feces" en mogelijke oorzaken hiervan omschrijven;
gepaste maatregelen treffen om het probleem incontinentie voor feces te verlichten of te bestrijden;
het probleem "aambeien" en mogelijke oorzaken hiervan omschrijven;
de nodige maatregelen treffen om het probleem van aambeien te verlichten of te bestrijden.
op gepaste wijze een staal stoelgang nemen;
op een gepaste manier hulp verlenen bij het opgeven van sputum;
op correcte wijze een staal sputum afnemen.
normaal

afwijkend

1. Helderheid

helder en doorzichtig
troebel na afkoeling
hematurie : bloed in de urine
pyurie : etter (=pus) in de urine

2. Kleur

lichtgeel
donkergeel : bij geringe urineproductie
helder, waterig : bij productie van grote hoeveel­heden urine met geringe concentratie
donkerbruin : hoog gehalte aan bilirubine in de urine (afwijking van lever of galwegen)
(b.v. hyperbilirubinemie bij pasgeborene; het kindje wordt onder een UV-lamp gelegd)
roodbruin, vleeskleurig : bloed in de urine
groen, blauw of oranje : door bepaalde medicijnen of teststoffen

3. geur

flauwe geur
ammoniakgeur : door verlengd contact met de lucht kunnen bacteriën ureum omzetten in ammoniak en koolzuur
(prikkelend, met luierdermatitis tot gevolg)
fecale geur : fistel tussen blaas en rectum
appelgeur : (ten gevolge van de aanwezigheid van aceton) ernstige graad van diabetes
sterke, scherpe geur : gevolg van bepaalde voedings­middelen (vb.asperges)


4. Hoeveelheid

1200 tot 2000 ml / 24u.
anurie : productie van minder dan 50 ml urine / 24 u. (b.v. bij nier­aan­doening, shock)
oligurie : productie van maximaal 500 ml urine / 24 u. door te weinig vocht­inname, groot vocht­verlies, nierziekte, oedeemvorming t.g.v. slechte hartwerking, shock
polyurie : productie van meer dan 2000 ml (2 l) / 24 u. door grote vocht­­inname, gebruik van diuretica, bepaalde ziekten

5. Frequentie

regelmatig gespreid over de ganse dag
p
ollakisurie : frequente mictie (= vaak naar toilet gaan, steeds kleine beetjes urineren, maar een normale hoeveelheid op 24 u.)
nocturie of nycturie : pollakisurie die 's nachts optreedt (b.v. bij hoge bloed­druk, hartaandoeningen, prostaathypertrofie…)
dysurie (ook wel scheermesjes wateren genoemd) : pijnlijk en moeilijk wateren
urineretentie : er wordt wel urine gevormd, maar deze kan niet afvloeien (b.v. nier-, blaas- of ureter­stenen, tumoren, misvormin­gen)
overloopblaas : slecht functioneren van de sluitspier van de blaas waar­door deze zich wel vult, maar eens gevuld gewoon overdruppelt


verblijfssonde
voldoende drank of vocht
gesloten drainagesysteem
open systeem
onder het niveau van de blaas houden
intiem toilet
bevestiging
4. eenvoudige urine onderzoeken uitvoeren
abnormale stoffen in de urine
opsporen met behulp van sticks
algemene richtlijnenen

het afnemen van een niet steriel urinestaal
het gebruik van een teststrip
het bepalen van het urinedebiet en urinecollectie
het bijhouden van de vochtbalans
5.Observeren van de stoelgang en het defecatiepatroon
normale stoelgang en ontlastingspatroon
observatie

afwijkingen


normaal
afwijkend

vorm / consistentie
homogene, zachte massa die echter hard genoeg is om de vorm van de darm aan te nemen
vastheid is afhankelijk van de vocht- en voedsel-opname en de snel-heid van de darm-passage
harde, knobbelige en droge stoelgang ; obstipatie
lintvormige of potloodvormige ontlasting t.g.v. darmvernauwingen (b.v. coloncarcinoom)
kleine brokjes of kogeltjes bij vernauwing of spasmen van de darm
brijachtige, waterige ontlasting ; diarree
slijmerige ontlasting bepaalde infectieziekten (b.v. parathyfus), ziekte van Crohn
wormen in de stoelgang ; aarsmaden, lintworm


hoeveelheid
sterk afhankelijk van de opgenomen voedsel
afwijkend grote hoeveelheden
– abnormaal veel eten
– resorptiestoornissen
– pancreasaandoeningen





normaal
afwijkend


geur
vertering van ei¬witten geeft de typische geur aan stoelgang
doordringende geur
rottings- en gistingsprocessen (diarree)
geur van oud bloed
pek- of teerontlasting (na maagbloeding)

frequentie van de ontlasting
normaal ontlastings-patroon is individueel erg verschillend : van driemaal per dag tot driemaal per week

afwijkend van het normale ontlastingspatroon
– diarree
– obstipatie
– geen stoelgang


kleur
geelbruin tot bruin
afwijkend, niet pathologisch

rood
na het eten van bepaalde voedingsmiddelen (b.v. tomaat, rode biet, paprika)

zwart
na het drinken van druivensap of het eten van drop; na in¬name van bepaalde geneesmiddelen (b.v. ijzerpreparaten);
meconium (eerste stoelgang van pasgeborene)

donkerbruin
na het eten van veel vlees, zwarte kersen of het drinken van cacao

groen-blauw of groen-zwart
na het eten van sommige bladgroenten (b.v. spinazie)

geel
na het eten van rabarber, veel vetten, bij het volgen van een melkdieet, na inname van bepaalde geneesmiddelen

goudgeel
diarree door inname van antibiotica (is niet pathologisch)

wit
na inname van bariumpap bij het maken van radiografische opnamen van het maagdarmstelsel
(Bariumpap kan gevaar opleveren bij perforatie. Grote problemen zijn er bij het verkleven van de darm aan het buikvlies. Belangrijk is dat de patiënt achteraf veel drinkt.




abnormaal, wel pathologisch

rood
vers bloed ten gevolge van bloedingen in het rectum, bloedende aambeien

zwart
pek- of teerontlasting t.g.v. maagbloedingen (inwerking van maagzuur op het bloed geeft de zwarte kleur)

donkerbruin
obstipatie


wit
stopverfontlasting door onvoldoende vetvertering t.g.v. het ontbreken van gal of galkleurstof, door lever- en galblaas¬aandoeningen

grijze, zalfachtige stoelgang
bij vetresorptiestoornissen
6. Defecatieproblemen
obstipatie
diarree of buikloop
incontinentie voor feces
aambeien of hemorroïden
7. stoelgangsstaal nemen
8. verpleegkundige interventies bijet opgeven van sputum
observeren
http://www.uzleuven.be/video/Bronchi%C3%ABctasie
1. voorbereiding
A. zorgverlener
: voorkomen, handhygiëne, verzamel gegevens
B. materiaal :
handschoenen, urinaal,toiletpapier, reinigingsdoekjes,reinigend schuim,wegwerpwashandjes, bedpan, toiletstoel
C. kamer
: kloppen, privacy, licht en ruimte, bed juiste werkhoogte
D. zorgvrager
: begroet,bezoekers,informeren
2. Uitvoering
3. nazorg
A. zorgvrager
: comfort,nodig ?
B. kamer
: bedhoogte, belletjes, bediening, opruimen, gordijnen en lichtje, verluchten
C materiaal
: observeren,reinig ontsmet en berg op
D. zorgverlener
: handhygiëne, rapporteer
Full transcript