Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Grammatica

Grammatica Zinsontleding
by

asha kats

on 5 December 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Grammatica

Grammatica Zinsontleding
Stap 0: Lees de zin.
Lees de zin goed en kijk of het bedrijvende of lijdende zin is.
Welke informatie wordt er gegeven over wat iemand doet?

Stap 4: Het onderwerp
Het symbool is ( )
De persoon die of het voorwerp dat wat doet
Nooit in gebiedende wijs
Wie/Wat + gezegde?


Kees loopt naar huis. Stel de vraag Kees is hier onderwerp
Lees een boek! Stel de vraag Kan niet want het is gebiedende wijs
Stap 6: Lijdend voorwerp
Het symbool is: ______
Doet het onderwerp iets?
Onderwerp doet iets met het lijdend voorwerp
Mens dier of ding
wie/wat + gezegde + onderwerp? of wie/wat + voltooid deelwoord?
Hij maakt zijn huiswerk. Stel de vraag. Zijn huiswerk is hier lijdend voorwerp.
Stap 7: Meewerkend Voorwerp
Het symbool is:
Niet in elke zin
Mens, dier of ding
Aan of voor
Aan/voor wie of wat + gezegde + onderwerp (+ lijdend voorwerp)?
Het meisje geeft de kippen voer Stel de vraag De kippen is hier Meewerkend voorwerp
Stap 8: Voorzetselvoorwerp
Het symbool is |___|
Begint ALTIJD met een voorzetsel
Hoort bij het werkwoord in de zin
(Geloven in, hopen op)
Betekenis is figuurlijk
(Ik wacht op jou.)
Van het voorzetselvoorwerp kan een bijzin met DAT/OF gemaakt worden

Stap 5: Niet werkwoordelijke rest
Type 1
Stap 5: Niet werkwoordelijke rest Type 3
Het symbool is [3]
Wederkerend voornaamwoord
Me, ons, zich

Hij vergist zich weleens. Zich is hier Type 3
Het symbool is [1]
Stukje van het hele werkwoord dat apart staat

Afstoffen: Kees stoft
af
.

Af is hier Type 1
Klaarmaken: Hij maakt het eten
klaar
. Klaar is hier Type 1

Stap 2: De overige werkwoorden
De symbolen zijn: {vd} Voor voltooid deelwoord.

{ow} Voor een heel werkwoord

{te/aan het+ow} voor een heel werkwoord+ te of aan het


Persoonsvorm (+ deze werkwoorden) is het gezegde.

Stap 3: De zinsdelen.
Het symbool is: /
Alles voor de persoonsvorm
Voor de persoonsvorm maar 1
Stap 1: De persoonsvorm
Het symbool is: (*)
Werwoord dat: 1. Vooraan in de zin staat als je de zin vragend maakt.
2. Veranderd als je de tijd van de zin veranderd.
3. Veranderd als je de zin in het meervoud zet.

Ik fiets door de stad Vragend maken Fiets ik door de stad? Fiets is hier pv
Ik fiets door de stad Tijd veranderen Ik fietste door de stad. Fiets is hier pv
Ik fiets door de stad Meerv. maken. Wij fietsen door de stad Fietsen is hier pv
Stap 5: Niet werkwoordelijke rest: Type 4
Het teken is [4]
Het onderwerp is iets (doet niets!)
Of er word iets over gezegd
Naamwoordelijk deel van het gezegde
Koppelwerkwoord


Kees is ziek Ziek is dus Type 4
Stap 9: Bijwoordelijke bepaling
Het symbool is: ______
Overig
Soms meerdere in een zin
Vaak: waar, wanneer, waarom, waardoor.
Ook losse woorden zoals: toch, niet, soms, altijd, enz.



Full transcript