Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

VMBO T4 - Malmberg - Bevolking en Ruimte

No description
by

Jeroen Verstegen

on 16 November 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of VMBO T4 - Malmberg - Bevolking en Ruimte

VMBO T4 - Malmberg - Bevolking en Ruimte
Hoofdstuk 4, 5 en 6
Hoofdstuk 5: Bevolking en ruimte in Duitsland en Nederland.
Hoofdstuk 6: De Chinese bevolking.
5.1 Veranderingen in stad en platteland.
Programma:
1. Introductie
2. Instructie 5.1:
- Je leert welke verschillen er tussen Oost- en West-Duitsland zijn en hoe deze zijn ontstaan.
- Je kent de ontwikkelingen in Duitsland op het gebied van verkeer, wonen en werken.
3. Aan de slag
Introductie hoofdstuk 5: Duitsland en Nederland
Paragraaf 1: Stad en Platteland
Paragraaf 2: Natuurlijke bevolkingsgroei
Paragraaf 3: Migratie
Paragraaf 4: Bevolkingsopbouw in de toekomst
BBP per hoofd: $48.222
BBP per hoofd: $40.875
Aant. inwoners: 81.147.265
Aant. inwoners: 16.779.575
Oost- en West- Duitsland
Tot 1990 scheiding oost- en west
Oost: Communistisch
West: Kapitalistisch
Verschil oost/west nog steeds zichtbaar
Ontwikkelingen wonen
Na WO II veel woningen nodig, in Oost- Duitsland waren huizen kleiner en van slechtere kwaliteit.
West- Duitsland: welvarender. Mensen kochten auto's en gingen wonen in plaatsen rond de stad =
suburbanisatie
.
Ontwikkelingen verkeer
Door toegenomen welvaart en
mobiliteit
is de
infrastructuur
sterk uitgebreid.
Mensen wonen niet allemaal waar ze werken, er is
forensisme
(woon-werkverkeer)
Er ontstaan problemen door
congestie
(=als het verkeer vaststaat), zoals files en milieuvervuiling.
Ontwikkelingen werken
Verschuiving van industrie naar diensten. Daardoor veel werkloosheid in het Ruhrgebied en Oost-Duitsland.
Aan de slag:
- Maken: 5.1
- Maken: D-toets H4
5.2 Natuurlijke bevolkingsgroei
5.3 Migratie in Duitsland en Nederland
5.4 De bevolkingsopbouw in de toekomst
Programma
1. Terugblik
2. Instructie:
- Je leert hoe je de natuurlijke bevolkingsgroei berekent.
- Je leert welke verklaringen er zijn dat de bevolkingsgroei afneemt.
- Je leert de verschillen tussen in de natuurlijke bevolkingsgroei tussen Duitsland en Nederland kennen.
3. Aan de slag
Terugblik
Door toename autobezit nam de Suburbanisatie toe. Wat betekent dit?
Bevolking in Duitsland: waar zijn de krimpgebieden en groeigebieden?
De trek naar de overgangsgebieden.
Oost- Duitsland: krimp
West- en Noord- Duitsland: Groei
Hoge bevolkingsgroei
Natuurlijke bevolkingsgroei
:
geboortecijfer
-
sterftecijfer
.
Afhankelijk van:
- Woonomstandigheden
- Gezondheidszorg
- Voedselvoorziening
- Welvaart
Vanaf 1870: sterftecijfer nam af door veel hogere levensverwachting en geboortecijfer nam toe =
geboorteoverschot
. Zowel in Duitsland als in Nederland.
Afnemende bevolkingsgroei
Vanaf de jaren '70 nam de bevolkingsgroei af:
- De kerk kreeg minder invloed op de samenleving.
- De emancipatie van vrouwen: vrouwen blijven langer werken.
- De anticonceptiepil kwam op de markt
- Meer alleenstaanden.
Verschillen Nederland - Duitsland
Geboorteoverschot
Sterfteoverschot
Duitsland: meer vergrijzing
Natuurlijke bevolkingsgroei in Duitsland sneller afgenomen
Aan de slag:
- Maken: 5.1
- Maken: D-toets
- Maken: 5.2
Programma
1. Terugblik
2. Instructie 5.3:
- Je leert waarom mensen migreren.
- Je leert welke periodes er waren met grote migratiestromen.
- Je leert de verschillen in migratie kennen tussen Nederland en Duitsland.
3. Aan de slag
Waarom migreren mensen?
Aantrekkingsfactoren
: redenen waarom een gebied je aantrekt.
Afstotingsfactoren
: redenen waarom je wil vertrekken uit een gebied.
Voorbeelden?
Redenen om te migreren (
migratiemotieven
):
- Economisch: werkgelegenheid.
- Sociaal: als mensen trouwen, of bij familie wonen
- Politiek: mensen lopen gevaar door de politieke situatie
- Milieu: klimaatverandering of watertekort.
Terugblik
Wanneer kun je spreken van een geboorteoverschot?
Wanneer kunnen we spreken van een sterfteoverschot?
Is er in Duitsland een natuurlijke bevolkingsgroei- of afname?
Waar is er sprake van een afnemende bevolkingsgroei?
Verschillende periodes van migratie
Na 1960: de economie van Duitsland en Nederland groeiden snel: er was veel werk:
gastarbeiders
.
Na 1970: veel gastarbeiders gingen terug naar hun herkomstland:
remigratie
.
In landen waar het niet beter ging (Turkije, Marokko), zij lieten hun gezinnen overkomen =
gezinshereniging
.
Na 1990: veel vluchtingen door oorlogen.
Na 2007: inwoners uit nieuwe EU-lidstaten mogen zich vestigen.
Conclusie: afhankelijk van omstandigheden. Golfbewegingen.
Opdracht:
Aan de slag:
- Maken 5.3
- Maken 5.4
Samenvattingen
Wat zijn aantrekkingsfactoren van Nederland?
1. Goede economie
2. Vrede
3. Verzorgingsstaat
4. ...
Wat zijn aantrekkingsfactoren van Spanje?
1. Klimaat
2. Cultuur (eten, middagdutje)
3. Landschap/natuur
Programma
1. Terugblik
2. Instructie 5.4:
- Je kent de fases uit het transitiemodel.
- Je kunt de fases uit het transitiemodel verklaren.
- Je leert bevolkingspiramides af te lezen en te begrijpen.
3. Aan de slag
- Je leert de gevolgen kennen van een krimpende bevolking.
Terugblik
Gaat deze bron over sociale bevolkingsgroei of over natuurlijke bevolkingsgroei?
Sociale bevolkingsgroei: immigratie-emigratie.
Noem drie afstotingsfactoren die in Syrië gelden.
Bijv.: Oorlog, droogte, economie, politiek
Het transitiemodel
Natuurlijke bevolkingsgroei = geboortecijfers - sterftecijfers, hier zit een verandering (
transitie
) in en wordt weergegeven in het
transitiemodel
.
Fase 1: Hoge geboorte- en sterftecijfers, voor de transitie (nu nog in landen in Afrika)
Fase 2a: Begin van transitie: sterftecijfer daalt, maar geboortecijfer blijft hoog, sterke bevolkingsgroei.
Fase 2b: Eind van de transitie: geboortecijfer is nu ook gedaald.
Fase 3: Na de transitie: geboorte- en sterftecijfers zijn laag, er kan zelfs sprake zijn van afname van de bevolking.
Bevolking in de toekomst
De bevolkingsopbouw in Duitsland en Nederland verandert door ontgroening en vergrijzing.
De bevolkingsopbouw wordt weergegeven in
bevolkingspiramides
/
leeftijdsdiagrammen
.
Voorbeelden bevolkingspiramides: welke hoort bij Duitsland?
1
2
3
Transitie in bevolkingspiramides
Gevolgen
1. Door vergrijzing wordt de groep werkenden kleiner.
3. Drempelwaarde van voorzieningen worden steeds moeilijker gehaald.
2. Minder werkloosheid
Aan de slag:
Maken: 5.4
Maken: svt.
6.1: De Chinese eenkindpolitiek
6.2: Migratie in China
6.4: China in de toekomst
6.3: Verstedelijking in China
Programma
1. Terugblik hoofdstuk 5
2. Introductie hoofdstuk 6
3. Instructie 6.1:
- Je leert hoe de bevolkingsopbouw van China is.
- Je leert welke invloed de eenkindpolitiek op de bevolkingsopbouw van China heeft.
- Je kunt aangeven waar de bevolkingsdichtheid in China hoog is en waar deze laag is.
4. Aan de slag
Terugblik
- Welke veranderingen ontstaan door toegenomen mobiliteit in Duitsland?
Forensisme, suburbanisatie, congestie
- In Duitsland is de bevolkingsgroei vanaf 1970 negatief, noem twee verklaringen.
- Kerk minder invloed op de samenleving
- Emancipatie van de vrouwen
- Anticonceptiepil
- Kinderen zijn steeds duurder
- Meer alleenstaanden.
Niger
Haïti
Marokko
Australië
- Vul de juiste landen in bij de bevolkingspiramides, kies uit: Australië, Niger, Marokko en Haïti
Introductie
Paragraaf 1: Chinese eenkindpolitiek
Paragraaf 2: Migratie in China
Paragraaf 3: Verstedelijking in China
Paragraaf 4: China in de toekomst
Eenkindpolitiek
China: grote bevolkingsgroei: probleem.
Oplossing:
eenkindpolitiek
(1979) = het grootste deel van de bevolking mag maar één kind krijgen.
Verschillende soorten maatregelen:
1. Voorlichting
2. Beloningen
3. Boetes
4. Gedwongen abortus plegen.
Situatie China
Werkt de éénkindpolitiek als je kijkt naar de bevolkingspiramide?
Aan de slag
Maken: 6.1
Maken: 6.2
Ja, vanaf leeftijdsgroep 15-19 jaar neemt de bevolking duidelijk af.
Programma
1. Terugblik
2. Instructie 6.2:
- Je kent de migratiebewegingen in China.
- Je leert hoe het hukou- systeem mensen op het platteland houdt.
3. Aan de slag
Terugblik
Uit welke maatregelen bestaat de eenkindpolitiek?
- Voorlichting
- Beloningen
- Boetes
- Gedwongen abortus
Hoe is de bevolkingsspreiding in China?
Waarom migreren Chinezen?
Arbeidsmigratie
: migrant gaat blijvend in de stad wonen en werken.
Seizoensmigratie
: migrant gaat een deel van het jaar in de stad wonen en werken.
Hukou- systeem
Hukou- systeem
(1958-2006), je was plattelander of stedeling, je kon daar niet zomaar in wisselen.
Bestaat niet meer, maar nog steeds niet makkelijk om naar de stad te verhuizen: alleen als je trouwt met iemand uit de stad, een hoog inkomen/opleiding hebt.
Wat was het doel?
Tegengaan van verstedelijking
Gevolg van de migratie is
braindrain
: het wegtrekken van de hoogopgeleiden. Verschil stad-platteland wordt steeds groter.
Aan de slag:
Maken: 6.2:
- Migratiemotieven
- Migratiebewegingen
- Hukou- systeem
- Gevolgen
Programma
1. Terugblik
2. Instructie 6.3:
- Je leert wanneer de Chinese steden gegroeid zijn.
- Je leert verschillende groeimodellen kennen, waarin te zien is hoe de steden groeien.
- Je leert welke gevolgen er zijn van de verstedelijking.
3. Aan de slag
Waar is de bevolkingsdichtheid in China het grootst?
Terugblik
Oost- China
Wat zijn de migratiebewegingen in China?
Van west naar oost
Groei van Chinese steden
Steden groeien meestal tijdens periodes van industrialisering:
China kent een snelle groei vanaf 1979.
De groei wordt weergegeven in groeimodellen:
1.
Concentrisch groeimodel
2.
Sectorgroeimodel: dure woningen
= kleinste gebied en ver van industrie. Groeit langs transportassen.
3.
Meerkernengroeimodel
= groeit op meerdere plekken (bijv. arbeiderswijken bij fabrieken en villawijken rond stadspark).
Gevolgen van de snelle groei
1.
Agglommeratievorming
: kleine dorpen worden opgeslokt door grote steden.
2. Veel migranten vinden geen baan en gaan op straat proberen te verkopen.
3. De steden raken verstopt door files.
4. Milieu: veel luchtvervuiling en uitstoot van broeikasgassen.
Aan de slag:
Maken 6.3
Maken 6.4
Programma
1. Terugblik
2. Instructie 6.4:
- Je leert welke ontwikkelingen er aankomen in China.
- Je leert welke gevolgen deze ontwikkelingen hebben.
- Je leert welke oplossingen er zijn voor deze gevolgen.
3. Aan de slag
Terugblik
Chinese bevolking in de toekomst
De bevolking groeit tot 2030, daarna krimpt de bevolking.
Ontgroening en vergrijzing: minder werkenden, waardoor uitkeringen betaald moet worden door minder mensen.
Bevolkingsspreiding: bevolking in het oosten zal blijven toenemen. Problemen uit paragraaf 2 blijven toenemen (luchtvervuiling, voorzieningen en energiegebruik).
Oplossingen
- Belastingen verhogen
- Meer infrastructuur aanleggen.
- De milieuproblemen aanpakken, bijvoorbeeld dammen aanleggen om genoeg water te hebben.
- Dreigende voedseltekort voorkomen door te investeren in de landbouw.
Voorbereiden PTA:
Gebruik de studiewijzer!
Hoofdstuk 4: Bevolkingsontwikkelingen in de wijk
4.1 Kenmerken van landelijke en stedelijke gebieden
Programma:
1. Introductie
2. Instructie 4.1:
- Je leert op welke manieren we ruimtegebruik.
- Je leert de verschillen tussen het platteland, overgangsgebieden en stedelijke gebieden kennen.
- Je kent de begrippen verzorgingsgebied, reikwijdte en drempelwaarde en kunt deze koppelen aan voorzieningen.
3. Aan de slag
Introductie
Bevolking en ruimte
20% SE
:
H4: Bevolkingsontwikkelingen in de wijk.
H5: Bevolking en Ruimte in Duitsland en Nederland.
H6: De Chinese bevolking.
Een aantal onderwerpen:
Verstedelijking Bevolkingsopbouw Migratie
Stad en platteland
Verschil in
ruimtegebruik
(=hoeveelheid verschillende soorten gebouwen en de economische activiteiten):
1. Bebouwing:
-
Bebouwingsdichtheid
: aantal woningen per km2. In de stad hoger.
-
Bevolkingsdichtheid
: aantal inwoners per km2.
-
Bevolkingsspreiding
: verdeling van de bevolking over een bepaald gebied.
Verschillen stad - platteland
Wat kun je zeggen over de bevolkingsdichtheid en spreiding van Australië?
Overgangsgebieden
Jaren '60: welvaart neemt toe, gevolg: mensen kopen een auto.
Inwoners van de stad zoeken rust en gaan buiten de stad wonen.
Er ontstaan steden om de grote stad; stad - overgangsgebied - platteland.
Voorzieningen
Verzorgingsgebied
: Gebied waar mensen vandaan komen om van een voorziening gebruik te maken.
Reikwijdte
: De maximale afstand die mensen af willen leggen voor een voorziening, noemen we de reikwijdte.
Drempelwaarde
: Het minimaal aantal klanten dat nodig is om een voorziening in stand te houden.
Verzorgingsgebied
Reikwijdte
Drempelwaarde
Aan de slag:
Maken: 4.1
Maken: 4.2
Maken: Samenvattingen
4.2 Bevolkingsontwikkelingen in je eigen omgeving
Programma:
1. Terugblik
2. Instructie 4.2:
- Je leert met welke bevolkingsontwikkelingen Nederland te maken heeft.
- Je leert waar in Nederland de krimgebieden liggen en wat voor gevolgen dat heeft.
- Je weet wat sociale ongelijkheid is en kunt verklaren waarom er ongelijkheid is in de grote steden.
3. Aan de slag
Terugblik
4.1:
Bevolkingsdichtheid
Bevolkingsspreiding
Verzorgingsgebied
Reikwijdte
Bevolkingsontwikkeling
De samenstelling van de bevolking verandert steeds (
bevolkingsontwikkeling
):
- Aantal inwoners: meer dan 17 miljoen, nog steeds een kleine groei (vooral in de middelgrote steden). Als mensen van platteland naar stad trekken:
urbanisatie
of
verstedelijking.
- Aantal allochtonen: Nederland telt bijna 2 miljoen niet- westerse allochtonen
Krimpregio's in de landelijke gebieden.
Landelijke gebieden trekken veel jonge inwoners weg:
ontgroening.
Er blijven veel ouderen (65+) achter =
vergrijzing
.
Gevolg: voorzieningen in krimpregio's halen drempelwaarde niet meer, leefbaarheid daalt.
Sociale ongelijkheid in de grote steden.
Vanaf 1960: veel jonge (en welvarende) gezinnen vertrekken uit de stad. Hun plaats wordt ingenomen door migranten.
Migranten hebben een lagere opleiding en lager inkomen. Het naast elkaar leven van kansarme groepen en kansrijke groepen is sociale
ongelijkheid
.
Sprake van
segregatie
: mensen met dezelfde achtergrond wonen gescheiden van elkaar.
Aan de slag:
- Maken: 4.1
- Maken: 4.2
- Samenvatten
4.3 Ruimtelijke kwaliteit van de buurten.
Programma:
1. Terugblik
2. Instructie 4.3:
- Je leerrt hoe probleemwijken in grote steden ontstaan.
- Je leert hoe wordt bepaald of een wijk een probleemwijk is of niet.
- Je weet welke maatregelen er genomen worden in probleemwijken.
3. Aan de slag
Terugblik
4.2:
Probleemwijken
Leefbaarheid
(=leefomstandigheden) in probleemwijken:
- Inwoners met lage inkomsten blijven achter in een wijk. Voorzieningen trekken weg.
- De buurtbetrokkenheid neemt af.
Hoe meet je ruimtelijke kwaliteit
Hoe bewoners en bezoekers een bepaalde wijk waarderen =
ruimtelijke kwaliteit:
- Onderhoud en kwaliteit
- Hoeveelheid en soorten voorzieningen
- Veiligheid
-
Sociale controle
Herinrichting
Stel: na het meten van de ruimtelijke kwaliteit is de leefbaarheid slecht, wat dan:
Bestemmingsplan
voor de
ruimtelijke ordening.
Aan de slag:
4.3
Samenvatten
Adviestoets
Full transcript