Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Thema 2 Planten klas 4

No description
by

leonie joling

on 24 September 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Thema 2 Planten klas 4

1. Voortplanting
Bij mensen (
man
+
vrouw
en bijbehorende
geslachtscellen
)

zaadcel
+
eicel
smelten samen =
bevruchting

Geslachtelijke voortplanting

In planten worden geslachtscellen gemaakt in de bloemen. Uit bloemen kunnen zaden ontwikkelen.

voortplanting door zaden is geslachtelijke voortplanting

2. De bouw en functie van bloemen
Zaadplanten hebben bloemen.
3. Bestuiving
4. Bevruchting
5. Ontkieming, groei en ontwikkeling
Na de bevruchting groeit het zaadbeginsel uit tot een
zaad.
Het eicel groeit uit tot een
kiem
6. Transport
7. Wortels stengels en bladeren
Wortels
zorgen ervoor dat een plant stevig in de bodem vastzit.
Met de
wortelharen
neemt de plant water en mineralen uit de bodem.
Via de celwanden komt dit bij de houtvaten terecht (
h
outvaten om
h
oog)
8. Stevigheid en bescherming
Stevigheid door vezels
THEMA 2
Planten
Planten bestaan uit
3
afdelingen.
-
De wieren (algen)
- Sporenplanten
-Zaadplanten
Zaadplanten bestaan uit
Bedektzadige landplanten
en
naaktzadigen.

Zaadplanten bestaan uit
wortels, stengels en bladeren
Ongeslachtelijke voortplanting


Geen 2
ouderplanten
nodig en geen
geslachtcellen
.

Deling, stekken, knollen, bollen en uitlopers van wortelstokken.
Kopie van de ouderplanten. Geen nieuwe erfelijke eigenscheppen.
Geslachtscellen bij planten:
stuifmeelkorrels en eicellen.

In geslachtscellen > chromosomen (DNA > erfelijke eigenschappen)
Door geslachtelijke voorplanting kunnen nakomelingen er anders uit komen te zien.
Kwekers gebruiken zowel geslachtelijk als ongeslachtelijke voortplanting
Nieuwe planten kweken (grotere appels, nieuwe kleuren bloemen) = Geslachtelijke voortplanting
Dezelfde kleur behouden = ongeslachtelijke voortplanting
Ongeslachtelijke voortplanting door mitose





Geslachtelijke voortplanting door meiose
Gewone celdeling. (de nieuwe cellen bevatten dezelfde informatie als de moedercellen.)
Het genotype blijft onveranderd.
Het fenotype kan veranderen door invloeden uit het millieu.
Geslachtcellen ontstaan door meiose (reductiedeling) De chromosomen paren worden uit elkaar gehaald en verdeeld over de dochter cellen. De dochter cel bevat de helft aan chromosomen.
Bij de bevruchting smelten de geslachtscellen met elkaar samen.
Waardoor een nieuw genotype ontstaat.
Wat functie hoe
kroonbladeren Insecten lokken kleur en grootte
kelkbladeren beschermen om de bloem heen
meeldraden mannelijke gesl.org. stuifmeelkorrels



Meeldraden
bestaan uit:
Helmdraad
en een
helmknop.

In de
helmknop
ontstaat
stuifmeelkorrels
.

De helmknop bestaat uit
helmhokjes
.

In de helmhokjes zit het
stuifmeel
.
Stampers > vrouwelijke voortplantingsorganen
Vaak maar
één
stamper.

Bestaat uit
3
delen.
Stempel, stijl en vruchtbeginsel
Vruchtbeginsel
bestaat uit
zaadbeginsels.

In elk zaadbeginsel ontstaat één eicel.
Vruchtbeginsel
Zaadbeginsel
Eenslachtige

en

twee
slachtige

bloemen.
Meeldraden = mannelijke geslachtsorgaan
Stamper = vrouwelijk geslachtsorgaan.
Eenslachtig: Bloemen met alleen meeldraden of alleen stampers
Alleen meeldraden = mannelijk
Alleen stampers = vrouwelijk
Eenslachtig
Eenslachtig
Twee
slachtig
Stamper

en

meeldraden
Tweeslachtig: Bloemen met meeldraden en een stamper
Weet je het nog?
Noem 2 manieren hoe een plant zich kan voortplanten.
Wat is het grote verschil bij geslachtelijk en ongelijkslachtige voortplanting
Waar worden de geslachtcellen gemaakt?
Noem manieren van ongeslachtelijk voortplanting
Wat is het verschil tussen bollen en knollen.
Wat is Mitose en wat is meiose?
Meeldraden kunnen stuifmeel maken.

Bestuiving =
Stuifmeel
op de stamper van een bloem
Dit stuifmeel moet van dezelfde
plantensoort
zijn.
Insectenbloemen
Functie:
Bloemen die erop gebouwd zijn dat insecten stuifmeel overbrengen van de ené naar de andere bloem.
Vorm:
Grote opvallende bloemen.
Windbloemen
Functie:
windbloemen gebruiken de wind om hun stuifmeel te verspreiden.

Vorm:
Windbloemen zijn klein en onopvallend.
Insecten gaan opzoek naar nectar in de bloem en komen met hun rug langs de meeldraden, deze is kleverig zodat het aan de rug van het insect blijft plakken.

Maken veel stuifmeel.

Het stuifmeel moet op een stempel van dezelfde soort belanden. (kans is niet heel groot)
Insectenbloemen versus windbloemen

Groot Klein
opvallende kleuren groen
lekkere geur geen geur
bevatten nectar geen nectar
weinig stuifmeel aanmaak veel stuifmeel
kleine stempels grote stempels
Helmknoppen in de bloem Helmknoppen buiten de bloem.

Kruisbestuiving en zelfbestuiving
Kruisbestuiving: het stuifmeel van een bloem komt terecht op een andere plant. (van dezelfde soort)

Zelfbestuiving: het stuifmeel komt terecht op de stempel van de plant zelf.
Stuifmeelkorrel land op de stempel.
De stuifmeelkorrel komt in de stuifmeelbuis.
De stuifmeelbuis groeit naar de eicel.
De eicel zit in het zaadbeginsel in de stamper
De bevruchting
De buis bereikt het zaadbeginsel en de stuifmeelbuis breekt open, waarna de stuifmeelkorrel en de eicel met elkaar versmelten.
Ontstaan van zaden
Na de bevruchting begint de bevruchte eicel en het zaadbeginsel te groeien.

Uit de eicel ontstaat een
kiem
.
Uit het zaadbeginsel onstaat een
zaad
.
Na de bevruchting
De kroon bladeren vallen af, meeldraden verschrompelen.
De wand van het vruchtbeginsel wordt steeds groter en groeit uit tot een vrucht.
Het vruchtbeginsel ontstaat uit de bloembodem

Vruchtbeginsel
= het klokhuis

Zaden
= zaadbeginsels

Kelkbladeren en meeldraden
verschrompelen, zie je deze nog zitten onderaan je appel?

Slimme planten
zaadhuid
= de buitenkant
Zaadlobben
= reservevoedsel
kiem
= tussen de zaadlobben

Een kiem bestaat uit een
worteltje, een stengeltje en twee blaadjes.
Nodig voor ontkieming:
- goede temperatuur
- water en zuurstof
Reservevoedsel

Bestaat vooral uit
zetmeel.

Zetmeel wordt omgezet in
glucose
. (nodig voor de
verbranding
)

Zaadlobben bestaan voor een deel ook uit
eiwitten
, nodig als bouwstof voor de vorming van
cytoplasma
.

Als het
stengeltje
boven de grond steekt en groen wordt kan het zijn eigen voedsel aanmaken.
Groei en ontwikkeling

De plant gaat
groeien
(groter en zwaarder) doordat er cellen bijkomen.

De plant gaat zich
ontwikkelen
er komen bladeren, bloemen e.d.
Levenscyclus
Eenjarige plant > maakt zaden gaat zelf dood

Tweejarig plant> maakt het eerste jaar reservevoedsel aan. Tweede jaar alleen zaden.
Via de
wortelharen
water opnemen, via de
huidmondjes
water afgeven.
Houtvaten
en
bastvaten
Deze vaten verbinden de wortels, stengels en bladeren.
Houtvaten:
vervoert water met mineralen.

Transport van de wortels naar de bladeren.

(geven stevigheid, dode cellen)

Bovenkant blad
Bastvaten
: vervoert water met koolhydraten (vooral suiker)

(levende cellen, onderkant blad)
B
astvaten gaan naar
B
eneden



H
outvaten gaan om
H
oog
Hoe kan dat nu?
Worteldruk - water wordt omhoog geperst
water verdampt via de huidmondjes
Vacuüm
Speciale eigenschappen van water
In de
stengels
liggen de hout en bastvaten bij elkaar in vaatbundels
Rondom de
vaatbundels
liggen
vezels
.
Vezels zorgen voor
stevigheid
Aan de
buitenkant
van de stam liggen nieuwe houtvaten, de
oude binnenste houtvaten
zijn dood. zij zorgen voor stevigheid.
wortels
Stengels
Bladeren
Functie van bladeren
K
oolstofdioxide en zuurstof
gaan het blad in en uit via de huidmondjes.

Water
wordt verdampt via de huidmondjes.

In de bladeren vindt
fotosynthese
plaats
Opslag van reserve stoffen.
glucose kan worden omgezet in andere stoffen zoals zetmeel. (
assimilatie
)

Zetmeel wordt opgeslagen in de bladeren

's nachts wordt zetmeel omgezet in suikers.


De plant kan suikers ook opslaan in koohlydraten, eiwittten,en vetten.

Te gebruiken als bouwstof.

Of opgeslagen als reserve stof.
Planten slaan ook reserve stof op. Dit doen ze in verdikte delen en zaden. (wortels, bollen en knollen)
Noem 3 functies van wortels
Noem 3 functies van de stengels
Noem 3 functies van bladeren
houden de plant vast in de grond.
water en mineralen uit de grond halen
reservevoedsel opslaan
Stevigheid
Transport
reserve voedsel opslaan
fotosynthese
water kan verdampen (via de huidmondjes)
zuurstof en CO2 gaan in en uit het blad (via de huidmondjes.)
Waaruit bestaan de vaatbundels?
Groeit een boom aan de binnenkant of aan de buitenkant?

Waar worden dan de nieuwe houtvaten gemaakt.
Via welk vat worden koolhydraten vervoerd?
Wat is assimilatie?
Wat doet een plant met stoffen die hij niet gelijk nodig heeft?
stevigheid door houtvaten
stevigheid door turgor
Dikke wanden
Stammen van bomen worden stevig door houtvaten.
Vacuole
: holte gevuld met vocht.
Deze drukt tegen de celwand aan.
vezels hebben erg dikke wanden.
Liggen bij elkaar in bundels.
Bescherming door een waslaagje
Bescherming door het sluiten van de huidmondjes.
Andere beschermingsmanieren
Als een plant te veel water
verdampt
, kan een plant
uitdrogen
. Hierdoor zijn stengels en bladeren bedekt met een
waslaagje
.

Vetplanten
hebben een dik was laagje
Als er weinig water is, gaan de huidmondjes dicht, zodat er geen water kan verdampen.
In een droge omgeving > weinig huidmondjes.
behaarde planten, zo blijft de waterdamp beter liggen.
Hoe zorgen vezels voor de stevigheid van een plant?
Hoe zorgen houtvaten voor de stevigheid van een plant?
Omschrijf het begrip turgor.
Vezels hebben dikke wanden
Vezels liggen bij elkaar.
houtvaten hebben dikke wanden.
Houtvaten geven de stam van de boom stevigheid
De vacuole in de cel kan vol zitten met water.
Hij drukt dan tegen de celwand. Dit zorgt voor stevigheid. Als de plant te weinig water heeft neemt deze turgordruk af en gaat de plant slap hangen.
Wat doet een waslaagje?
Wanneer gaan de huimondjes dicht?
In een droge omgeving een klein oppervlak.
Als er
te weinig
water in de vacuole zit = turgordruk)

Dan sluiten de huidmondjes.
Beschermt een plant tegen uitdroging
Als de turgordruk afneemt.
Weet je nog meer manieren hoe een plant zich kan beschermen?
- Klein oppervlakte
- Weinig huidmondjes
-Behaarde plant
Check basisstof 8
Noem 3 manieren hoe een plant zorgt voor stevigheid.
Noem 3 manieren hoe een plant zich beschermt tegen uitdroging?
Door:
Vezels, houtvaten en turgor
Door: waslaagje, huidmondjes, behaarde blaadjes, klein oppervlakte, weinig huidmondjes.
Ontkieming:
Als het
stengeltje
boven de grond steekt en groen wordt kan het zijn eigen voedsel aanmaken.
Alleen in het groene gedeelte (boven de grond) is er
fotosynthese.
Verschil éénjarige en tweejarige plant?
kiemen, groeien, voortplanten, doodgaan?
Hoeveel druiven zie je hier?
Hoeveel pitten zitten er in één druif?
1 druif, bestaat uit 1 vruchtbeginsel.
Bij meerdere pitten bestaat een druif uit meerdere zaadbeginsels.
Voortplanting - Geslachtelijk en ongeslachtelijk
bloemen (windbloemen en insectenbloemen)
Wortelstokken, uitlopers, stekken, bollen, knollen
Bloem - Kelkblad- kroonblad-meeldraad- stamper
meeldraad (man) helmdraad, helmknop, helmhokjes met stuifmeelkorrels
Stampers(vrouw) stempel, stijl, vruchtbeginsel met zaadbeginsel.
bestuiving - Wind en insecten, zelfbestuiving en kruisbestuiving
bestuiving - stuifmeel op de stempel
Insectenbloemen zijn mooi (opvallend)
Windbloemen - groen en onopvallend.
bestuiving - maken van een stuifmeelbuis, stuifmeelkorrel versmelt met de eicel. Ontstaat een zaadje.
bevruchte eicel - kiempje, kiemplantje.
Uit één vruchtbeginsel kunnen meerdere zaadjes ontstaan.
Kroonbladeren vallen af, kelkbladeren verschrompelen, vruchtbsel wordt groter en wordt een vrucht.
Ontkieming groei en ontwikkeling
Zaadhuid, zaadlobben met reservevoedsel zoals zetmeel, eiwitten en vetten. tussen de zaadlobben zit het kiempje
Groei en ontwikkeling
Energie uit de zaadlobben, bladgroen (eigen energie)
Levenscyclus: Ontkieming, groei en ontwikkeling, bloei, vruchten en zaden en sterven.
Functie van wortels, stengels en bladeren.
Stevigheid en transport (houtvaten en bastvaten)
Fotysynthese
opslag reservevoedsel.
Houtvaten en bastvaten
Houtvaten (water en mineralen)
bastvaten (water met koolhydraten)
Water verdampt via huidmondjes, water wordt omhoog geperst door de worteldruk.
Stevigheid door: Vezels, houtvaten en turgor.
Bescherming door: waslaagje, sluiten huidmondjes, beharing, klein oppervlak, waslaagje.
Doelen per basisstof
Doelen basisstof 6

Aan het einde van de les:

Benoem je hoe water en opgeloste stoffen in planten worden vervoerd.
Doelen basisstof 7:

Aan het einde van de les:

1. Je benoemt de functies van wortels, stengels en bladeren.
2. Je benoemt de functie van vezels.
3. Je kan benoemen wat jaarringen zijn.
4. Je kan benoemen hoe een plant reserve stoffen kan opslaan.

Doelen basisstof 8

Aan het einde van de les:

1. Je benoemt hoe planten voor stevigheid zorgen.
2. Je benoemt hoe planten verdamping tegengaan.
3. Je benoemt de werking van de huidmondjes.

Doelen basisstof 1

Aan het einde van de les:

Kun je het verschil benoemen tussen geslachtelijk en ongeslachtelijk voortplanten en kun je 4 voorbeelden noemen van ongeslachtelijke voortplanting bij planten.

Doelen basisstof 2:

aan het einde van de les:

1. Kun je het belang van een bloemen voor een plant benoemen.

2. Kun je alle onderdelen van een plant benoemen/ en benoem je welke delen vrouwelijk of mannelijk zijn.

3. Je weet het verschil tussen eenslachtig en tweeslachtige bloemen.
Doelen basisstof 3.

Aan het einde van de les.

1. Benoem je wat bestuiving is.
2. Benoem je de verschillen tussen wind en insecten bloemen
3. Weet je het verschil tussen zelfbestuiving en kruisbestuiving
Doelen basisstof 4.

Aan het einde van de les:

1. Kun je benoemen hoe de bevruchtig werkt bij een bloem, door de woorden: stuifmeelbuis, stuifmeelkorrel, zaadbeginsel, eicel en samensmelten te gebruiken.

2. Je kan benoemen waar een kiem uit ontstaat en waar het zaad uit ontstaat.

3. Je kan benoemen hoe de verspreiding van zaden plaats kan vinden.
Doelen Basisstof 5

Aan het einde van de les:

1. Kun je de bouw van een boon benoemen.
2. Benoem je de stoffen die nodig zijn voor de bouw van een boon.
3. Benoem je het verschil tussen groei en ontwikkeling
4. Benoem je de vijf stappen van de levenscyclus van de plant.
5. Weet je het verschil tussen éénjarige, tweejarige en meerderjarige planten.
Proefwerk thema 2.
Full transcript