Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Cluster-C persoonlijkheidstoornissen

No description
by

Nathan Bachrach

on 2 May 2018

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Cluster-C persoonlijkheidstoornissen

Prevalentie
Algemene bevolking: Psychiatrisch patiënten:
Vermijdend 1.4% Vermijdend 14.7%
Afhankelijk 0.8 % Afhankelijk 8.9%
Dwangmatige 2.0% Dwangmatige 11.0%

Sekse verschillen:
Vermijdend 0.66/1 M/V
Afhankelijk 0.59/1 M/V
Dwangmatige 2/1 M/V

Prevalentie cluster C PS is hoger dan cluster B PS en cluster A PS in algemene en psychiatrische populatie.

Van alle patiënten met een PS heeft:

54% cluster-C-PS,
25% cluster-A-PS
21% cluster-B-PS

22% van alle patiënten in GGZ zorg heeft
(ook) een cluster-C PS.

Borderline PS
2 cochrane reviews
30 RCT's
Amerikaanse, Britse, Duitse en Australische richtlijn.
Dr. N. Bachrach
Klinisch psycholoog

Cluster-C persoonlijkheidsstoornissen
0 Cochrane reviews
4 RCT's
0 richtlijnen
Onderbelichte, gediagnosticeerde en behandelde groep met hoge prevalentie, ziektelast en maatschappelijke kosten.
FACT-sheet en artikel: wat weten we over Cluster C PS?
Wat zijn cluster C PS
Prevalentie
Etiologie
Co-morbiditeit
Ziektelast
Beloop
Diagnostiek
Behandeling
(Kosten) effectiviteit behandeling
Cluster-C wat?
Star, duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen geassocieerd met duidelijk lijden of sociale en professionele beperkingen.

DSM-5
Vermijdende PS: kwetsbaar gevoel van eigenwaarde, overmatige vrees voor negatieve beoordeling, minderwaardigheidsgevoelens, gereserveerd of vermijden sociale situaties.

Dwangmatige PS: extreem perfectionistisch, rigide, star en koppig, gericht op details, orde en netheid ten koste van afronden van taken en spontaniteit.

Afhankelijke PS: sterke behoefte aan steun, goedkeuring en geruststelling, kunnen niet goed alleen zijn of eigen keuzes maken.
Etiologie

Cluster C stoornissen ontstaan waarschijnlijk door een combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren.

Genetische factoren spelen een matige rol in cluster-C PS. Proportie verklaarde variantie door genetische factoren:
35% vermijdende-PS
31% afhankelijke-PS
27% dwangmatig-PS

Proportie verklaarde variantie door gemeenschappelijk genetische en omgevingsfactoren:
54% afhankelijke PS
64% vermijdende PS
11% dwangmatige PS. Mogelijk een afzonderlijke etiologie.

Problematische opvoedingsstijlen en emotioneel misbruik hangen samen met een verhoogde kans op een cluster C PS.

Separatie angststoornis in kinderleeftijd is mogelijk een
voorloper van de afhankelijke-PS.
APA, 2013; Andrea & Verheul, 2012; Ten Kate, Eurelings-Bontekoe, Muller, & Spinhoven, 2007; Trull, Jahng, Tomko, Wood, & Sher, 2010
APA, 2013, Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling, 2008,
Hybride model DSM-5
Zelf- en interpersoonlijk disfunctioneren
5 pathologische persoonlijkheidstrekken
Enkel dwangmatige en vermijdende PS .
APA, 2013
Co-morbiditeit
Binnen C cluster :
Hoge co-morbiditeit afhankelijke en vermijdende PS.

Tussen de clusters:
Afhankelijke PS: hoge co morbiditeit met borderline en theatrale PS.
Ontwijkend: hoge co-morbiditeit met paranoïde, schizoïde en narcistische PS.

Cluster C met AS-I:
Zeer hoge co-morbiditeit met stemmings (life time 40-50%)- en angststoornissen (punt prevalentie 30-40%), anorexia nervosa en somatoforme stoornissen (23%).

Meer en ernstige symptomen bij comorbide cluster-C, behandeling van co-morbide angst en stemmings-stoornissen is effectief: herstel kost meer tijd en verhoogd risico op recidive.
Ziektelast en kwaliteit van leven
Cluster C PS: hoge ziektelast en lage kwaliteit van leven (vergelijkbaar met ernstige somatische ziektes zoals parkinson), veel lichamelijke problemen, slechte zelfzorg, hoog gebruik van medicatie en verdovende middelen.

Totale kosten PS in Europa: 27.3 miljard: vnl indirecte kosten: ziekteverzuim en somatische zorg.

Totale kosten cluster-C: 24.000-30.000 euro p/j
Maatschappelijke kosten 12.000
Gezondheidszorg kosten 1500-4000
Productiviteitsverlies 7.000-9.000



Bamelis et al., 2014; Olesen et al., 2011 ; Olsson et al., 2012.
Beloop
Diagnostiek
Behandelkaders
Kernsymptomen (vermijding, angst voor nieuwe
situaties, verlating, perfectionisme en moeite veranderingen)
retrospectief vaak vanaf vroege jeugd aanwezig.
Geen direct prospectief verband want dit kunnen ook variaties
in de normale ontwikkeling zijn.

Omgeving compenseert vaak probleem gedragingen: angst en stemmingsklachten manifesteren zich vaak als de context verandert.

Aanmeld klacht in S-GGZ zijn vaak angst en stemmingsklachten.

Positief verband tussen leeftijd en vermijdende en ontwijkende PS.

Geen langdurige prospectieve beloop studies: enkel 2 jaars beloop:
VPS: persistent: gevoelens van sociale onbeholpenheid en minderwaardig; vermijding sociale en beroepsmatige situaties minst.
DPS: persistent: rigiditeit en perfectionisme; gierigheid minst.

McGlashan 2005, Newton-Holes 2014, Torgersen, 2005,
Classificatie
Structured Interview for DSM Personality Disorders (SIDP-IV).
International Personality Disorder Examination (IPDE).
Structured Clinical Interview DSM Personality Disorders (SCID-II).

Ernstmaat : Avoidant Personality Disorder Severity Index, AVPDSI.

Zelfrapportage
Personality Disorder Questionnaire (PDQ), Assessment van DSM-persoonlijkheidsstoornissen, versie DSM-IV (ADP-IV) en Vragenlijst Kenmerken van de Persoonlijkheid (VKP).

Advies
Verschillende methoden: interview, klinisch gesprek, informanten, meerdere gesprekken in de tijd gespreid.

Daarnaast: inventarisatie relevante probleemgebieden, co-morbiditeit, sociaal en professioneel functioneren, ontstaan-, medicatie- en behandel geschiedenis en somatiek (PS geassocieerd stress en stress-gerelateerde lichamelijke aandoeningen).


(Bamelis et al., 2014, McMain et al., 2007; Simon, 2009; Leichsenring et al., 2012, Svartberg et al., 2011; Nyjordet, 2014
Relatief weinig goed onderzoek naar effectiviteit bij cluster C. Gebrek aan RCT's, review- en overzichtsartikels.

Meta-analyses: CGT en psychodynamische behandelingen effectief, modellen hebben voor zover nu bekend, vergelijkbare goede behandel en follow up effecten, te vroeg om uitspraken te doen over de onderlinge verhoudingen.

Recente RCT: effect van SFT beter dan van clarificerende psychotherapie en TAU.

Langdurende psychodynamische psychotherapie effectiever dan kortdurende.

SSRI mogelijk een positief effect op sociale angst bij VPS PS.



CGT: integratie cognitieve model (Beck, 1964) en klassieke en operante conditionering (Pavlov, 1949, Skinner ;1928) gericht op cognitie- en gedragsverandering.

(I)STDP (Intensive) Short-Term Dynamic Psychotherapy (Davenloo, 1980) gestructureerd en coöperatieve behandeling van onderliggende problematiek.

Affect Fobie therapie (AFT) (McCullough 1997), integratie van psychodynamische, cognitieve gedragstherapie en experiëntiële psychotherapieën gericht op afgeweerde gevoelens weer toe te laten en te leren hanteren.

SFT (Young 1993): integratieve behandelvorm (leertheorie, cognitieve-, cliënt gerichte-, psychodynamische hechtingstheorie) gericht op veranderen van onderliggende schema’s en/of modi en “repairenting” in de therapeutische relatie.

Transactionele analyse, Berne, 1950). Benadrukt de communicatie tussen mensen. Van hieruit wordt een verband gelegd tussen de interne wereld van de persoon (Egotoestanden en Script) en de externe wereld.

Farmacotherapie: somatische/neuro-biologische invalshoek, zowel comorbide as-1 stoornissen en/of meer de onderliggende persoonlijkheidsdynamiek als aangrijpingspunt.
Effectiviteit
Kosteneffectiviteit
(Soeteman et al., 2011, Bamelis et al., 2014).
Relatief weinig studies naar kosten effectiviteit

Studie 1 vergeleek de (kosten) effectiviteit van verschillende dosering (ambulant-deeltijd-klinisch) van psychotherapie.

Meest kosten effectieve strategieën zijn kortdurende deeltijd en kortdurende opname (<6 mnd). Opname is duurder, maar effectiever. Als de willingness to pay niet hoger is dan 2637 euro per herstelde patiënt-jaar, dan is deeltijd te verkiezen. Bij hogere willingness to pay is kortdurende opname te verkiezen.

Studie 2 vergeleek SFT met TAU en inzichtgevend.
SFT vs TAU en inzichtgevend: SFT beter effect tegen lagere kostprijs.
Conclusies
Cluster C PS hebben een hoge prevalentie en hoge co-morbiditeit met angst- en stemmingsstoornissen.

Bij aanmelding staan angst en stemmingsklachten vaak op de voorgrond; Cluster C PS diagnostisch vaak gemist.

Cluster C PS sterke invloed op: ernst van angst- en stemmingsstoornissen, succes van behandeling AS-I en kans op recidive van AS-I klacht.

Cluster C PS: gepaard met zeer hoge maatschappelijke kosten, in het bijzonder werkverzuim en productieverlies.

Meta analyses: Cluster C PS goed en kosteneffectief behandelbaar met vergelijkbare gezondheidswinst als veel somatische interventies.

In de praktijk is meer aandacht nodig voor de accurate herkenning en specialistische behandeling van
Cluster C PS: matched care.
Discussie
As 1 versus as-2
Waar ‘stopt’ as-1 en ‘begint’ as-2? OCD-dwangmatige PS; sociale fobie-VPS. Alternatief model DSM-5 als uitkomst of nieuwe screeners voor mate van ernst van PS bij stagnatie as-I behandeling.

Vroegdetectie
Cluster C PS vaak laat onderkend, symptomen moeilijk te onderscheiden van normale ontwikkelingsfenomenen. Goede diagnostische instrumenten nodig die differentiëren tussen normale en afwijkende ontwikkeling.

Generieke versus specialistische behandelingen
Bij BPS volop generieke modules (SCM, GPM) ontwikkeld: stepped care, generieke behandelmodules gevolgd door meer specialistische modules.

Follow up
Gebrek aan studies met zeer lange follow up tijd: nodig ivm toename van sypmtomen met leeftijd.

Kosteneffectiviteitsstudies
Zeer weinig kosten effectiviteit studies cluster-C: meer studies naar medische- en kosten ten gevolge van productieverlies nodig om rendabiliteit van behandeling te toetsen.
(Grant, Hasin, Stinson, Dawson, Chou, Ruan & Huang, 2005; de Graaf, ten Have, van Gool, van Dorsselaer, 2012; Skodol et al. 1999).
Alden, 2002; Reichborn-Kjennerud et al 2007
Behandelkaders
www.kenniscentrumps.nl
Full transcript