Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Basisgespreksvoering

Deze prezi gaat over de 3 basisgesprekken (slechtnieuwsgesprek, adviesgesprek, kritiekgesprek) voor de opleidinging SAW 4
by

Patrick van Koulil

on 3 December 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Basisgespreksvoering

2012-2013
Basisgesprekstechnieken
Voorbereidingsfase
Deze fase gaat vooraf aan het eigenlijke gesprek. In deze fase vindt de voorbereiding plaats.

Als voorbereiding op het gesprek kun je een aantal vragen stellen:
- wanneer en waar vindt het gesprek plaats?
- hoe lang duurt het?
- wie zijn erbij aanwezig?
- wat is het doel van het gesprek?
- welke verwachtingen heb ik ervan?
- wat komt er aan de orde?
- wat is mijn rol en die van de ander(n) in het gesprek?
- welke reacties en argumenten kan ik van de ander verwachten en hoe ga ik daarmee om?
- moet ik nog iets doornemen voor het gesprek?



A. Aanloopfase:
In deze fase vindt de opening van het gesprek plaats
- begroeten
- kennismaken
- social talk
- positieve sfeer neerzetten

B. Planningsfase:
In deze fase worden afspraken gemaakt over hoe het gesprek gevoerd gaat worden.
- aanleiding van het gesprek noemen
- vanuit welke rol of deskundigheid wordt het gesprek gevoerd.
- Doelen van het gesprek
- randvoorwaarden aangeven: tijd, geheimhouding, verslaggeving etc.
- structuur van het gesprek aangeven.

C. Themafase:
Het eigenlijke gesprek. De inhoud verschilt per gesprekssoort

D. Slotfase:
Dit is de afronding van het gesprek. Aan de orde komen
- Inhoud samenvatten en controleren of de ander het eens is met deze samenvatting.
- Afspraken samenvatten en controleren of de ander het ermee eens is.
- Eventueel de afspraken vastleggen.
- Eventueel vervolgafspraak maken en afscheid nemen
Standaardstructuur
voor gesprekken in de hulpverlening
Structuur
Doelen
Ervaring
Voorwaarden
Techniek
Valkuilen
Slechtnieuwsgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider bij een sociale werkplaats
Cliënt: werknemer bij de sociale werkplaats
De groep waarin deze cliënt werkt heeft nu al een aantal keer bij jou geklaagd. De betreffende cliënt heeft namelijk niet zo’n prettige lichaamsgeur. De groep vindt het erg lastig om dit te vertellen. Nu hebben ze jou gevraagd om dit te doen.
Slechtnieuwsgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider bij een sociale werkplaats
Cliënt: werknemer bij de sociale werkplaats
Slechtnieuwsgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider in een jongerencentrum
Cliënt: jongere (15 jaar)
De groep waar jij op werkt doet veel productiewerk (schroefjes inpakken, brieven in enveloppen doen). De cliënt wil al heel lang naar de houtbewerkingsgroep toe en heeft dit onlangs bij jou aangevraagd. Nu is de houtbewerkingsgroep vol, jij moet aan de cliënt vertellen dat hij het komende halfjaar op deze groep zal moeten blijven.
De groepsleider verteld de jongere dat hij niet langer welkom is in het jongerencentrum omdat hij een aantal regels heeft overtreden. Hij is hier al een keer voor gewaarschuwd, maar hij vind dit toch oneerlijk.
Voorbereidingsfase
Deze fase gaat vooraf aan het eigenlijke gesprek. In deze fase vindt de voorbereiding plaats.

Als voorbereiding op het gesprek kun je een aantal vragen stellen:
- wanneer en waar vindt het gesprek plaats?
- hoe lang duurt het?
- wie zijn erbij aanwezig?
- wat is het doel van het gesprek?
- welke verwachtingen heb ik ervan?
- wat komt er aan de orde?
- wat is mijn rol en die van de ander(n) in het gesprek?
- welke reacties en argumenten kan ik van de ander verwachten en hoe ga ik daarmee om?
- moet ik nog iets doornemen voor het gesprek?



A. Aanloopfase:
-Korte begroeting


B. Planningsfase:
-Inleidende zin


C. Themafase:
-Slecht nieuws direct en duidelijk overbrengen
-Begrip tonen voor emoties
-Samen zoeken naar oplossingen
-Praktische hulp aanbieden


D. Slotfase:
-Afscheid nemen
Slechtnieuwsgesprek
Opbouw van het gesprek
Voorbereidingsfase
Deze fase gaat vooraf aan het eigenlijke gesprek. In deze fase vindt de voorbereiding plaats.

Als voorbereiding op het gesprek kun je een aantal vragen stellen:
- wanneer en waar vindt het gesprek plaats?
- hoe lang duurt het?
- wie zijn erbij aanwezig?
- wat is het doel van het gesprek?
- welke verwachtingen heb ik ervan?
- wat komt er aan de orde?
- wat is mijn rol en die van de ander(n) in het gesprek?
- welke reacties en argumenten kan ik van de ander verwachten en hoe ga ik daarmee om?
- moet ik nog iets doornemen voor het gesprek?



A. Aanloopfase:
-Begroeten en social talk


B. Planningsfase:
-Rollen, doel en werkwijze bepalen
-Randvoorwaarden

C. Themafase:
-Probleem laten formuleren
-Probleem nader onderzoeken
-Advies samen formuleren
-Advies onderbouwen


D. Slotfase:
-Tevredenheid peilen
-Afsluiten
Adviesgesprek
Voorbereidingsfase
Deze fase gaat vooraf aan het eigenlijke gesprek. In deze fase vindt de voorbereiding plaats.

Als voorbereiding op het gesprek kun je een aantal vragen stellen:
- wanneer en waar vindt het gesprek plaats?
- hoe lang duurt het?
- wie zijn erbij aanwezig?
- wat is het doel van het gesprek?
- welke verwachtingen heb ik ervan?
- wat komt er aan de orde?
- wat is mijn rol en die van de ander(n) in het gesprek?
- welke reacties en argumenten kan ik van de ander verwachten en hoe ga ik daarmee om?
- moet ik nog iets doornemen voor het gesprek?



A. Aanloopfase:
-Korte begroeting


B. Planningsfase:
-Aanleiding van gesprek noemen
-Rollen, doel en werkwijze bepalen
tip: gebruik een korte inleidende zin

C. Themafase:
-Kritiek direct en duidelijk zeggen
-Beiden oplossingen bedenken


D. Slotfase:
Afspraken maken
-Afsluiten
Kritiekgesprek
Opbouw van het gesprek
Opbouw van het gesprek
Het slechtnieuwsgesprek is een gesprek waarin een negatieve boodschap overgebracht wordt, met als resultaat:

het slechte nieuws is duidelijk voor de ontvanger
(kennisdoel)

(eventueel: zender en ontvanger bedenken een oplossing
(kennisdoel)

de ontvanger voelt de betrokkenheid van de zender
(houdingsdoel)

de ontvanger heeft kunnen reageren
(houdingsdoel)

eventueel: probleem wordt opgelost
(gedragsdoel)
Doelen van het gesprek
Slechtnieuwsgesprek

Gesprek waarin iemand zijn afkeuring of ongenoegen uit over het gedrag van de ander, met als resultaat:


de kritiek is helder voor de kritiekontvanger
(kennis)

er zijn oplossingen bedacht
(kennis)

de kritiekontvanger staat open voor de kritiek
(houding)

de kritiekontvanger is bereid zijn gedrag te veranderen
(gedrag)
Doelen van het gesprek
Kritiekgesprek
Bij het adviesgesprek krijgt
d
e hulpvrager een advies van de hulpverlener

het probleem van de adviesvrager is duidelijk
(kennis)

de adviseur geeft een duidelijk advies
(kennis)

de adviesvrager is tevreden met het advies
(houding)

de adviesvrager volgt het advies op
(gedrag)
Doelen van het gesprek
Adviesgesprek
Blz 213
Blz 197
Blz 188
luisteren
praten
samenvatten
Adviesgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider op een zorgboerderij
Cliënt: werknemer op een zorgboerderij
Een cliënt op de zorgboerderij komt aan het einde van de dag bij je. Hij wil eigenlijk wel eens een keer ander werk uitproberen, maar weet niet zo goed hoe hij dit aan moet pakken. Hij vraagt jou om advies. Wat voor advies kan je hem geven?
Adviesgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider in een verzorgingshuis
Cliënt: oudere (99)
Een van de cliënten wordt binnenkort 100 jaar oud. De familie verwacht een groot feest, maar de cliënt zelf ziet dit niet zo zitten. Ze vraagt jou als SAW’er om advies. Welk advies geef je?
Adviesgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider in een jongerencentrum
Cliënt: jongere (14)

Een van de jongeren verteld jou als groepsleider dat hij bijna van school gestuurd is omdat hij zijn huiswerk en verslagen niet maakt. Hij vraagt jou nu om je te helpen met het verzinnen van een oplossing. Wat voor advies geef je hem/haar?
Kritiekgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider in een verzorgingshuis
Cliënt: oudere
Kritiekgesprek
Casus
Gespreksleider:
klassenassistent in het voortgezet speciaal onderwijs
Cliënt: scholier in het VSO
Kritiekgesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider op een DAC
Cliënt: jongere met een verstandelijke beperking
Je bent werkzaam op een dagactiviteitencentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Op jou groep zit Nicky. Nicky wordt op vrijdagmiddag altijd door zijn vader opgehaald om iets leuks te gaan doen. Daar kijkt hij altijd erg naar uit.

De vader van Nicky is een erg luidruchtige en overenthousiaste man die je altijd van verre hoort aankomen. Hij is vaak zo druk aanwezig dat de andere cliënten op de groep wat onrustig worden Elke week op vrijdagochtend is er al wat spanning in de groep.

Je hebt met je collega’s afgesproken dat je de volgende keer als vader weer langskomt hem even apart neemt en hem vraagt voortaan zijn gedrag wat aan te passen.
voorwaarden voor een effectief gesprek
Een goed gesprek dient aan de onderstaande voorwaarden te voldoen:
-een goede houding van de gespreksleider (echtheid, waardering, empathie)
-een goede voorbereiding, opbouw en afsluiting van het gesprek
-een goede sfeer (in overeenstemming met het doel van het gesprek)
-goede gespreksvaardigheden van de gespreksleider
Gespreksvaardigheden van de gespreksleider
Een goede gespreksleider dient over de volgende vaardigheden te beschikken:
-Een correcte luisterhouding (open, belangstellend, betrokken, accepterend)
-Goede contactuele- en communicatieve vaardigheden
-Actief luisteren
-Op de juiste manier leiding geven aan het gesprek
-De juiste vragen stellen
-Samenvatten
-Beheersen van de verschillende gespreksvormen
De onderstaande fouten dienen zo veel mogelijk vermeden te worden:
-Bagatelliseren
-Foutief interpreteren
-Diagnosticeren
-Moraliseren
valkuilen
Je werkt op een gesloten afdeling van een verzorgingshuis. Op die afdeling woont Annie, een oudere dame die soms wel eens wat in de war is. Afgelopen dinsdag was ze dat ook weer. Ze wilde graag een stuk taart gaan halen omdat haar twee zussen op bezoek kwamen.

Haar zussen leven echter niet meer en toen ze aan een van je collega’s vroeg of ze haar van de afdeling af wilde laten reageerde deze collega erg nukkig en liep weer verder. Nu heeft deze collega aan jou gevraagd om feedback te geven op haar manier van werken. Je hebt besloten om dit moment aan te grijpen om dit voorval te bespreken en haar feedback te geven op haar handelen.
Je werkt op een school voor voortgezet speciaal onderwijs. Op die school begeleid je een student, Joris, met het plannen en maken van zijn taken. Afgelopen woensdag had je een afspraak met hem en toen is hij niet op komen dagen. Je baalt hier enorm van want hij heeft heel vaak zijn spullen niet voor elkaar. Zo kan je in de begeleiding met hem niets bereiken. Je heb nu weer een afspraak met Joris en je hebt besloten om hem hiermee te confronteren.
observatie 1.
'open of gesloten?'
observatie 2.
'de kracht van knikken'
Kennisdoelen:
hebben te maken met het geven en ontvangen van informatie, gegevens, meningen, ideeën, gebeurtenissen etc. Een kennisdoel richt zich op de vraag: welke informatie wil ik geven of krijgen in dit gesprek?

Houdingsdoelen:
hebben te maken met het beïnvloeden van meningen en emoties van de ander. Zij gaan dus om de vraag: welk gevoel of mening wil ik bij de ander beïnvloeden?

Gedragsdoelen:
hebben te maken met activiteiten die verricht moeten worden. Gedragsdoelen richten zich op de vraag: wat wil ik dat de ander gaat doen na dit gesprek?
Soorten doelen
Enkele valkuilen:
advies geven als je niet deskundig bent
diagnosticeren
de adviesgever geeft zijn persoonlijke voorkeur

Enkele aandachtspunten:
zoek naar eventuele achterliggende problemen
geef advies vanuit de adviesvrager
als je te weinig informatie hebt moet je dit eerst inwinnen
als je niet deskundig bent verwijs je door
Adviesgesprek
observatie 3.
'advies?'
Enkele valkuilen:
alleen de kritiek geven, geen tweegesprek voeren

Enkele aandachtspunten:
gebruik de 'situatie-gevoel-gevolgmethode'
de kritiekontvanger kan 'verkeerd' reageren op de kritiek en de kritiekgever vervolgens bekritiseren
laat de ander reageren op de kritiek (luister hier echt naar)

vat de afspraken samen aan het eind van het gesprek. Leg deze vast
sluit positief af
Kritiekgesprek
klaar voor de toets?
Casus 1
Daan werkt bij de sociale recherche en moet aan meneer Tuin gaan vertellen dat hij het komende halfjaar wordt gekort op zijn uitkering. Uit onderzoek blijkt namelijk dat meneer Tuin naast zijn uitkering, ook nog zwart bijverdient als metselaar.

Casus 2
Karin is stagiaire in een verzorgingshuis. Een van haar collega's, Ans, maakt haar altijd enorm zenuwachtig. Als Karin iemand aan het helpen is geeft ze vaak commentaar dat ze het niet goed doet. Ze vind het niet erg dat ze feedback krijgt, maar ze heeft liever dat Ans dat wat positiever verteld. Ze gaat hierover in gesprek.
Casus 3
Als onderwijsassistent begeleidt Janneke een van de leerlingen (Bas) op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Bas heeft vaak zijn schoolspullen niet bij zich. Zijn ouders zijn nu een halfjaar uit elkaar en soms liggen zijn boeken bij zijn moeder en soms bij zijn vader. Bas heeft een gesprek met Janneke aangevraagd. Hoe moet hij nu verder met school?
Casus 3
Miriam werkt in de kinderopvang. Een van haar collega's is altijd erg streng naar de kinderen toe. Ze verzint er allemaal regels bij waar de kinderen niets van begrijpen. Miriam besluit om haar hier op aan te spreken.
Casus 4
Peter is een stagiaire binnen een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Zijn stage is bijna afgelopen, maar gelukkig hebben ze hem aangeboden om in de vakantie daar als invalkracht aan de slag te gaan. Peters leidinggevende moet echter bezuinigen en moet Peter vertellen dat dit toch niet door kan gaan.
Casus 5
Ruben werkt op een praktijkschool. De school gaat over een maand skieën en er zijn nog een aantal plaatsen over. John, een van de leerlingen, heeft er nog een hele week over nagedacht en besluit om toch mee te gaan. Ruben is te enthousiast en zegt dat dit nog kan, maar hij weet niet dat de plekken inmiddels al bezet zijn. Ruben moet John vertellen dat hij niet mee kan.

Gesprek over een probleem, met als resultaat:


Het is duidelijk wat het probleem is
(kennis)

Er zijn oplossingen bedacht
(kennis)

Er is motivatie om het probleem op te lossen
(houding)

De betrokkenen gaan werken aan een oplossing
(gedrag)
Doelen van het gesprek
Probleemoplossend gesprek
Blz 216
Voorbereidingsfase
Deze fase gaat vooraf aan het eigenlijke gesprek. In deze fase vindt de voorbereiding plaats.

Als voorbereiding op het gesprek kun je een aantal vragen stellen:
- wanneer en waar vindt het gesprek plaats?
- hoe lang duurt het?
- wie zijn erbij aanwezig?
- wat is het doel van het gesprek?
- welke verwachtingen heb ik ervan?
- wat komt er aan de orde?
- wat is mijn rol en die van de ander(n) in het gesprek?
- welke reacties en argumenten kan ik van de ander verwachten en hoe ga ik daarmee om?
- moet ik nog iets doornemen voor het gesprek?



A. Aanloopfase:
-Begroeten en social talk


B. Planningsfase:
-Rollen, doel en werkwijze bepalen
-Randvoorwaarden

C. Themafase:
-probleem beschrijven
-probleem onderzoeken
-oplossingen bedenken

D. Slotfase:
-Tevredenheid peilen
-Eventueel een nieuwe datum prikken
-Afsluiten
Probleemoplossend gesprek
Opbouw van het gesprek
Probleemoplossend gesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider
Cliënt: een verstandelijk beperkte vrouw (32)
Je bent een vrouw (32) met een verstandelijke beperking. Je hebt al een jaar een vriend die op een andere groep woont. Hij komt soms wel eens langs en dan zitten jullie op de bank naar de tv te kijken. De laatste keer waren er ook nog andere bewoners uit de groep bij. Een van de andere bewoners (Karel, 35) riep naar jullie dat jullie moesten zoenen.

Je weet eigenlijk niet precies wat dat is. Je vraagt je nu af of je dit moet doen of niet? En hoe werkt dit dan precies? Je hebt ook liever dat Karel er niet meer bij zit, maar dat durf je hem niet te zeggen.
Casus
Gespreksleider: groepsleider
Cliënt: vrouw van 36 (N.A.H.)
Je bent een vrouw van 36 met een niet aangeboren hersenletsel. Je krijgt al jaren allemaal pillen (antidepressiva) voorgeschreven van de dokter, maar dit ben je helemaal zat. Je hebt stiekem al wel eens wat keren zo’n pil het raam uit gegooid en gedaan alsof je deze wel doorslikte.

De begeleiders hebben dit niet gemerkt. Die dagen had je nergens last van en nu wil je helemaal stoppen. De begeleider tegen wie je dit gaat zeggen is iemand die je deze informatie wel toevertrouwd. Misschien kan ze jou helpen? Je gaat het gesprek aan.
Probleemoplossend gesprek
Probleemoplossend gesprek
Casus
Gespreksleider: groepsleider in een woonvorm
Cliënt: Lisa (28), lichte verstandelijke beperking

Je bent Lisa van 28 en je kan op je werk geen aansluiting vinden bij jouw collega’s. Ondanks dat ben je erg goed in je werk en het werk op zich bevalt je goed. Je vindt het wel erg jammer dat je het niet goed lijkt te kunnen vinden met je collega’s.

In pauzes ga je daarom al niet met hen mee en praten over je privé leven met hen durf je al helemaal niet. Straks denken zij dat je je aan hen opdringt. Of komen zij erachter dat je helemaal niet leuk bent om mee om te gaan. Je twijfelt aan jezelf en hebt weinig zelfvertrouwen. Hierdoor ga je met steeds minder plezier naar je werk.
kapstok
niet leuk op het werk
collega's
pauze
onzeker
pesten
stotteren
leuke nieuwe collega
verliefd
Kies een van de vier basisgesprekken.

Kies een cliënt.
Beschrijf een
korte casus
Hoe vond ik het gesprek gaan? Leg uit waarom?
Heb ik de juiste fasen gebruikt?
Heb ik mijn doelen behaald?
Ben ik het eens of oneens met de feedback die ik heb ontvangen en waarom?

Laat in het reflectieverslag duidelijk zien dat je de theorie uit het boek hebt toegepast.
Tot slot schrijf je een reflectieverslag over het gesprek en de gekregen feedback. Vragen die er bij kunnen helpen zijn;
Doelen van de vaardigheid samenvatten:

-De hulpverlener kan nagaan of hij de cliënt goed begrepen heeft.
-De hulpverlener ordent het gesprek door een overzicht van de hoofdzaken te geven.
-De cliënt wordt gestimuleerd

om verder na te denken
Momenten, waarop een samenvatting gegeven kan worden:

-Na een lange en/of verwarde woordenstroom
-Als een cliënt alles verteld heeft wat voor hem van belang is.
-Aan het eind van een gesprek,
-Aan het begin van een volgend gesprek, om de draad van het gesprek weer op te pakken.
1.oogcontact.
2.lichaamstaal.
3.verbaal volgen.
Full transcript