Loading presentation...
Prezi is an interactive zooming presentation

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Theorie 2 2016 college 2

No description
by

Rik Peters

on 12 February 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Theorie 2 2016 college 2

College 2 Bewijsmateriaal en argumenteren (Day 2 en 3)
motto:

"You know my methods, Watson"

“When you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth?”

Sir Arthur Conan Doyle

Het hart van de historische methode (Day 2.2)
Achtergrond: Collingwood onderscheidt drie fases in de historische methode

1.
Basis K&P
: de historicus maakt een
verslag
van ooggetuigeverslagen,
materiaal = autoriteit
(vb. Herodotus, Thucydides)
hist kan: informatie opnemen/niet opnemen



2.
Kritisch K&P
: de historicus bekritiseert de getuigenissen, methode:
vergelijken,

materiaal = bron (source)
(vb vanaf Renaissance, Valla)
hist kan: van
delen
van informatie uitsluiten.



3.
Scientific history:
de historicus gaat voorbij de bronnen, voegt er iets aan toe
materiaal = evidence (vanaf eind 19e eeuw met de opkomst van de archeologie).
vb: archeoloog, detective.
hist kan: de verleden werkelijkheid anders zien dan tijdgenoten.
NB History is a science (IH, 249)

Grote vraag: hoeveel is feit hoeveel is verbeelding?
Vgl Hayden White!


Historisch scepticist:


‘nee
, want de feiten kunnen niet (objectief) vastgesteld worden’
Drie vormen van redeneren (inference)
Deductie
: (van algemeen naar bijzonder)
Regel: Alle bonen uit deze zak zijn wit
Geval: deze bonen komen uit deze zak
Resultaat: dus deze bonen zijn wit.

Inductie
(van bijzonder naar algemeen)
Geval: deze bonen komen uit deze zak
Resultaat: deze bonen zijn wit
Regel: alle bonen uit deze zak zijn waarschijnlijk wit.

Abductie
: van bijzonder naar hypothese
Regel: alle bonen uit deze zak zijn wit
Resultaat: deze bonen zijn wit
Geval: deze bonen zouden wel eens uit deze zak kunnen komen. (hypothese)

Abductie
andere formulering:
Het verassende feit C is waargenomen
Als regel A waar was, dan zou C eruit volgen
Dus: mogelijk is A waar (hypothese)

Opmerkingen
Deductie, inductie en abductie komen alle drie voor in historisch onderzoek.

Deductie:
in alle Romeinse nederzettingen zijn munten aanwezig
dit is een Rom. Nederzetting.
Dus: hier moeten munten aanwezig zijn.

Inductie:
in Romeinse nederzettingen x, y, z zijn munten gevonden
in alle Romeinse nederzettingen zijn munten te vinden.

Abductie:
dit is een Romeinse munt
mogelijk is hier een Romeinse nederzetting.

NB 1. Alleen deductie is 100% geldig (en levert zekerheid)

NB 2. Inductie is een
kwantitatieve sprong
van deel naar geheel, abductie is een
kwalitatieve sprong
: een verschijnsel wordt verklaard door het te herleiden tot een klasse of generalisatie die als hypothese wordt opgevoerd. (geen 100% zekerheid)

NB: 3 hypothese = theorie
maar niet aanname of vooronderstelling

Toepassing door historici: Ginzburg 'Clues'
Explanationisme (Day 3.3.)
DEF
: Explanationisme is een recente theorie over historisch redeneren

Claim
: historisch redeneren is (niets anders dan) het uitleggen van bewijsmateriaal door middel van hypotheses.

Kern:
H afleiden uit E = uitleggen van E door H (Day 37)

Vgl:
Abductie


Vraag
: is explanationisme een correcte theorie van de historische praktijk?
Voor:


Historisch hypothesevorming is goed te beschrijven als een abductie

Vb Browning vs Goldhagen (Day 37-38)
Vb Ginzburg, ‘microstoria’ ‘De kaas en de wormen)
Tegen:

Ankersmit (narrativisme): abductie werkt alleen maar als men reeds bekend is met bepaalde regelmatigheden (theorieën)

Vb. De 16e eeuwse tijdgeest anders worden de ‘sporen’ niet eens herkend dus: abductie brengt niets nieuws.


De historicus

'ja,
want de feiten kunnen d.m.v op basis van bewijsmateriaal en redeneren vastgesteld worden.
Debat: Is geschiedenis een wetenschap?
Grote vraag 1. hoe komen historici aan de feiten?

NB: redenering is niet waar of onwaar, maar geldig (valid) of niet geldig (invalid, fallacy, drogreden)
Explanationisme: historisch redeneren = abductie
NB als explanationisme waar is dan klopt het twee stappenbeeld van de historische praktijk niet (Day 38):

Vb. Eerst de feiten, dan de verklaring (positivisten), of eerst de feiten dan het verhaal (narrativisten): feiten, verklaring en verhaal komen samen tot stand!

Zet redenering van explanationist tegenover die van positivisten of narrativisten!
Day
(tussenpositie): explanationisme klopt, maar vertelt niets over het ‘wegen’ van bewijs.

Dit is belangrijk: denk aan tunnelvisies, vooroordelen, redeneerfouten.
Er is dus meer dan E ---> H!
Model van Ginzburg:
medische semiotiek (p.280 en 281)

Kern: Ontcijferen van tekens
‘objecten’ zijn individuele gevallen
Kennis gebaseerd op vermoeden (conjecture)

Opmerking
Het model is ook van toepassing op teksten/bronnen (Day 274) -->

relevant voor geschiedbeoefening,

Vgl. explanationisme in Day.

Morelli
De Feiten
4 september 2001: baby sterft onnatuurlijke dood
De Berk was aanwezig
Onderzoek: september 2000 tot september 2001 negen overlijdens waarbij De Berk aanwezig was (E)
professor F.A. de Wolff: eerste slachtoffer is overleden als gevolg van een niet therapeutische toediening van digoxine.
24 maart 2003 de B. veroordeeld voor 4 moorden en poging tot moord op 3 andere
Argument: kans op zoveel overlijdens bij één verpleegkundige is 1 op 342 miljoen.

Prosecutor's fallacy/drogreden van de aanklager

Het is heel onaaneemlijk dat je E vindt als Lucia onschuldig is, dus is het zeer waarschijnlijk dat ze schuldig is.


Fout: houdt geen rekening met andere Hs die E aannemelijker maken.
(= immuniseren van de eigen hypothese)

Oplossing: bedenk alternatieve hypotheses voor E! (en vergelijk die met elkaar)

theorie van Bayes: om de waarschijnlijkheid van hypotheses na bewijs te bepalen, moet je de aannemelijkheid voor bewijs met elkaar vergelijken.

= bepalen van de bewijskracht

Lucia de B.

P(Hp|E&B) = P(Hp|B).P(E|Hp&B)
------------------------------------------
P(Hd|E&B) = P(Hd|B).P(E|Hd&B)

Hp = hypothese van OM: er is een verband tussen de diensten van LdeB en de incidenten (p= prosecutor)
Hd = hypothese van verdediging: er is geen verband tussen de diensten van LdeB en de incidenten (d= defence)
NB: de experts gaan over de aannemelijkheid (likelihood)
P(E|H&B) de rechter over de a priori kans P(H|B). Daarop is LdeB vrijgesproken: de kans op incidenten P(E|Hd&B) tijdens een dienst werd groter geacht dan het OM aannam P(E|Hp&B) (zie het hele verhaal op documenten)





Kernvraag: wat is de (bewijs)kracht van het bewijsmateriaal (E) voor de hypothese (H)

Vergelijk:

Aannemelijkheid likelihood
(vooraf aan het bewijs): hoe aannemelijk is het dat E kan voorkomen (zoek naar Hs die verschijnen van E kunnen verklaren).

Waarschijnlijkheid (probality)
(na het bewijs): hoe waarschijnlijk is H bij E?

Hoe kleiner de aannemelijkheid van E, hoe waarschijnlijker H wordt

Oftewel: hoe minder alternatieve hypotheses je voor het verschijnen van E kunt bedenken, hoe waarschijnlijker de enige overblijvende wordt (vgl. motto) (vb. DNA monster)


Hoe moet je hypotheses vergelijken?
Voor
Bewijs
Na
Lucia de B.
P(H3|E&B) = P(H3|B).P(E|H3&B)
------------------------------------------
P(H4|E&B) = P(H4|B).P(E|H4&B)

E= pyramides in Middellandse zeegebied en in Centraal Amerika
H3 = Columbus was niet de eerste Middellandse zeebewoner in Amerika.
H4 = Columbus was de eerste Middellandse zeebewoner in Amerika.
H3 vergelijken met H4 : hypothese dat Egyptenaren naar Zuid Amerika zijn gereisd vergelijken ten opzichte van de hypothese dat Maya’s zelf ook piramides hebben bedacht. Uitslag hangt af van de inschatting van de aannemelijkheid dat je E vindt in het licht van de verschillende scenario’s.


Voor:

1. Het model stelt de historicus in staat om hypotheses te vergelijken door de bewijskracht van het bewijsmateriaal te wegen (wegen van bewijs)

2. Het model benadrukt dat je de waarschijnlijkheid van een hypothese moet afzetten tegen de a priori (aannemelijkheid) kans op een bepaalde gebeurtenis.
Tegen:
1. Het model is erg abstract (Day 34)
2. Het model is in praktijk vaak niet uitvoerbaar

Hoe bepaal je de a priori waarschijnlijkheid (aannemelijkheid) van een E Day 36)
Vb. hoe bepaal je de kans dat babies kunnen overlijden tijdens een nachtdienst?
Vb. hoe bepaal je de kans dat er pyramides in Zuid Amerika gebouwd kunnen zijn (misschien is die kans niet zo klein!)


Bayes voor/tegen
Conclusie:
het model van Bayes geeft aan welke beperkingen het bewijsmateriaal aan historische redeneringen oplegt (Day 35)

Oftewel: gegeven bepaalde bewijs kan de plausibiliteit van hypotheses ten opzichte van elkaar worden bepaald.




Explanationisme
voor/tegen
Day:
Historici combineren
explanationisme
met
minimaal Bayesianism
: op grond van bewijsmateriaal komen ze tot hypotheses die ze vervolgens tegen over elkaar wegen. (ze stellen altijd de ‘ja maar, kan E ook anders verklaard worden)

Hierbij gelden 2 regels van minimaal Bayesianism (2 criteria)

Deductieve consistentie
: als twee hypotheses elkaar tegenspreken moet er één verworpen worden (of/of regel)
Vb: of Egyptenaren waren de eerste of Columbus.

Deductieve implicatie
(entailment): als een hypothese tot een tweede leidt moet je die twee ook aannemen (= wie A zegt moet ook B zeggen).
Vb: als Egyptenaren in Zuid Amerika zijn geweest, dan kunnen we ook mummies vinden.



Historians's fallacies (Newall)

Drogredenering: foutieve, ongeldige redenering

Moderne argumentatietheorie: een drogreden is een zet in een discussie die de oplossing van een meningsverschil in de weg staat. (van Eemeren en Grootendorst)

Je moet alle drogredeneringen in Newall kunnen herkennen (naam + uitleg + voorbeeld) en kunnen weerleggen





3 vormen van historische redeneren
(Day 3.3.-3.6) (zelf lezen!!)
Uitgangspunt p. 39

1. Verklaring van het bewijs leidt tot de suggestie van hypotheses, de ontdekking van bewijsmateriaal en de kritiek van tegenstrijdige hypotheses. (zie 3.3.)

Vb: je vindt E, je werpt hypotheses op, die door vergelijkende kritiek tot nieuwe E leiden etc.

2. Verklaringen van het bewijs traceren de herkomst van het bewijs (zie 3.4. terugspoelen van de film)

Vb: van ‘rook’ naar ‘vuur’ bijv. je vindt een gouden munt --> Romeinen?, je graaft en vindt nederzetting, nederzetting? dus verder graven etc.

3. Verklaring van het bewijs zijn slechter of beter naar gelang hun explanatory virtues = verklarende kracht (zie. 3.5)

3.5. Veklarende kracht van hypotheses/theorieën
Uitgangspunt: wetenschappers streven naar de beste verklaring (= de beste hypothese op basis van het bewijs).
Probleem: wat is de beste verklaring? De meest waarschijnlijke (likeliest), of de mooiste (loviest) die het meest uitlegt.

2 Criteria voor het verklarend vermogen van hypothese.


1. Consilience = het verbinden van verschillend bewijs met zo weinig mogelijk elementen.
2. Precisie = de begrippen zijn zo geformuleerd dat ze naar de (verleden) werkelijkheid refereren.


Vergelijk een theorie die heel veel verschillende soorten bewijs heel precies verbindt met theorie met ad hoc verklaringen voor ieder bewijs.
Vb. Novio Magum

Voorbeelden van Bayes
Pyramides in Centraal Amerika
Tegen

Strikt explanationisme eist dat de historicus zelf zijn hypotheses opstelt, maar dit gaat in tegen de praktijk.

- In praktijk berust de kennis van de historicus voor een groot gedeelte op acceptatie van
getuigenissen
(= testimonial acceptance) (Day 48 onderaan)

Acceptatie van getuigenis is ‘non reductief’ = is niet verder herleidbaar (bijv. tot waarnemeningen in het verleden)---> je moet wel bepaalde feiten aannemen.
- Vb: Napoleon ging in 1812 naar Moskou in het begin van je scriptie.
+ Coady: historici leren (ook van elkaar) en het geleerde accepteren ze voor waar. (Day 45)

Ergo: explanationisme is geen adequate theorie van het historisch redeneren.

Voor
:

Historisch onderzoek is gebaseerd op acceptatie van getuigenissen: historici ‘leren’ = op basis van gegevens komen ze tot nieuwe conclusie.
- Vb. John Doe. (nb. kritiek van Day p. 44-45 op Collingwood klopt niet vgl IH 280-282)

2. De getuigenis kan tot een hypothese leiden, maar hoeft niet de hypothese te rechtvaardigen: ‘the testimony is the vehicle of transmission not the means of justification’ (D 47).

Historisch redeneren in praktijk
Theorie 2, 2015, week 2
Voor scriptie:

wat is 'gegeven' en wat 'gaat voorbij de bronnen'

1. hoe gebruiken historici voor mij hun bronnen?
2. hoe ga ik bronnen gebruiken?

Explanationisme Revisited (Day 3.3.)
DEF
: Explanationisme is een recente theorie over historisch redeneren

Claim
: historisch redeneren is (niets anders dan) het uitleggen van bewijsmateriaal door middel van hypotheses.

Kern:
H afleiden uit E = uitleggen van E door H (Day 37)

Dat is dus abductie!!


bij scriptie:
vergelijk altijd hypotheses op grond van E.
1. bij lezen van historiografie
2. bij het bepalen van je eigen hypothese
Drogredeneringen
NB niet al drogredenering zijn fout

1. autoriteitsargument soms wel geldig
2. Sommige drogredenen zijn zelfs noodzakelijk!
Bijv. ‘the fallacy of negative proof’ = ‘the argument from silence’: er is geen E voor Atlantis, daarom (nemen we aan dat) Atlantis niet heeft bestaan.
3. De historians’ fallacy (Newall p. 267-8) ligt ten grondslag aan Collingwood’s reenactment theorie!
autoriteitsdrogreden

stroman


ad hominem


de 'echte Fries'
in scriptie
spoor mogelijke drogredeneringen in de historiografie op en weerleg ze
Voorkom drogredeneringen in je eigen argumentatie!
Collingwood, Historical Evidence
Claim: history is a science = organized body of knowledge

Organized in a particular way (vergelijking met natuurwetenschappen en exacte wetenschappen p. 250-251

Op starting point (question) en aim (answer).
Geschiedenis begint met een vraag en gaat op zoek naar evidence om te antwoorden. Not invention, maar discovery! (p. 251)
Het proces, de methode van geschiedenis is de logica van vraag en antwoord.

De crux: stel de vragen zo dat je bewijsmateriaal voor je antwoorden kunt vinden.

Voorbeeld John Doe: historicus gaat voorbij de getuigenissen.

Indien correct uitgevoerd levert het absolute zekerheid op (geen ander antwoord is denkbaar) (IH, 262) vgl Ginzburg.

p. 280 Collingwoods citaat 'all things observed by himself' gaat p voor de vragen die de historicus stelt, p. 281. De vragen zelf zijn gebaseerd op allerlei vooronderstellingen. Collingwood: historisch onderzoek veronderstelt historiografie.




Voor scriptie:
ga altijd uit van historiografie als probleemveld voor je vraagstelling.

Zonder vraag geen onderzoek

Stel je vraag zo dat die de beantwoorden is op basis van bewijsmateriaal

---> operationaliseren van de vraagstelling = de begrippen zo preciseren dat ze dmv bewijs beslist kunnen worden.

'In hoeverre was Napoleon III een proto fascist'
'Was de Weimar republiek een democratie?'
Onze stelling:
Geschiedenis is een wetenschap met een eigen methode van vraag en antwoord die niet tot absolute zekerheid leidt, maar wel tot de 'ware toedracht' dwz onderbouwde claim over de verleden werkelijkheid.
Full transcript