Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

maxim arnoldy en het volk krijgt een stem

2 havo h6 nederland democratie in wording
by

Maxim Arnoldy

on 10 June 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of maxim arnoldy en het volk krijgt een stem

Socialisme/ communisme Karel Marx & Friederich Engels
1848 Communistisch Manifest: alle arbeiders over de hele wereld moeten samenwerken tegen de rijken
gelijkheid
vakbonden moeten strijden voor rechten van de arbeider
welvaart moet eerlijk verdeeld worden
sociale wetten moeten de armen beschermen tegen uitbuiting en armoede
betere werk en leef omstandigheden voor de arbeiders (werktijden verkorten/ beter loon/ vrouwenarbeid/ kinderarbeid)
willen algemeen mannen kiesrecht
SDAP Gelovigen
Politiek volgens de bijbel
katholieken en protestanten
Willen een verzuilde samenleving: een samenleving die gescheiden leeft/ de 4 zuilen zijn de liberalen, socialisten, katholieken, protestanten
Als iedereen bij zijn eigen groep blijft blijft de kerk macht behouden
Mensen moeten niet afhankelijk zijn van de overheid maar steun zoeken bij kerk en familie
overheid en vakbonden moeten samenwerken
schoolstrijd: de overheid moet ook de gelovige/ speciale scholen betalen Liberalisme Leider in de 19e eeuw = Thorbecke
politiek rechts
Vrijheid
Economische vrijheid/ Laissezfairepolitiek: de overheid bemoeit zich niet met de economie
burgerij/ bourgeoisie/ middenstand
verschil tussen arm en rijk is goed (arme mensen gaan dan harder werken)
vrijheid van meningsuiting
Mensen moeten zich zelf kunnen redden zonder de hulp van de overheid/ geen sociale wetten
openbare scholen
Rechten zijn vooral gericht op vrijheid Nederland in de 19e eeuw De samenleving:
De franse revolutie en de industriële revolutie veranderen de samenleving/ democratie/ einde standen maatschappij/ inkomen bepaalt je plek/ klassesamenleving
Klassesamenleving: burgerij of bourgeoisie/ middenstand en kleine burgerij/ arbeiders of proletariërs Het Volk krijgt een stem H6 par 1-5 1813 Napoleon is verslagen
Europa moet weer verdeeld worden zoals het was als voor de franse revolutie
Conservatieven willen geen verandering en alles terug brengen naar de tijd van voor de franse en industriële revolutie
progressieven willen wel veranderingen en meer democratie
1815 Koninkrijk der Nederlanden: Nederland en België samengevoegd
1e Koning van de Nederlanden: Koning Willem I (zoon van stadhouder Willem V) 1814 Grondwet:
Bestuur van de Nederlanden: De regering
De regering: De Koning en de Ministers
ministers worden aangesteld door de Koning
Het Parlement: 1e en 2e kamer controleren de regering en keuren de wetten van de regering
1e kamer heeft de meeste macht/ word gekozen door de koning
2e kamer controleert de 1e kamer/ wordt gekozen door de adel Industriële revolutie:
Middenklasse wordt steeds groter/ welvarender/ goed opgeleid
Hebben geen politieke macht maar zorgen wel voor de welvaart in het land
Liberalen zetten zich in voor inspraak op het bestuur
1830 Opstanden in Europa
1830 België in opstand tegen Nederland
1839 België zelfstandig/ eigen Koning/ eigen wetten
1848 Opstanden in Europa/ lijkt op de Franse revolutie
Koningen bang voor hun hoofd
Willem II geeft Thorbecke (leider van de liberalen) opdracht een nieuwe grondwet te maken
1848 Nieuwe grondwet:
Regering bestaat uit de ministers en de koning
ministers zijn verantwoordelijk/ Koning heeft geen macht meer
2e kamer word gekozen door de burgers
2e kamer controleert de regering/ maakt wetten/ keurt wetten
1e kamer controleert de 2e kamer
Burgers mogen stemmen wanneer zij in staat zijn belasting te betalen
vooral de liberalen profiteren 1848 nieuwe grondrechten/ klassieke grondrechten er bij:
recht op vereniging
recht op vergadering
vrijheid van onderwijs Socialisten en confessionelen gaan samenwerken
einde schoolstrijd
1917 algemeen mannen kiesrecht
1917 passief kiesrecht voor vrouwen (wel verkiesbaar maar mogen niet stemmen)
1919 algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen
Nederland is +/- de democratie zoals we hem nu kennen Confessionelen Feminisme: Vrouwen komen op voor hun rechten
Aletta Jacobs eerste vrouw die mag studeren
Willen gelijkheid voor man en vrouw
willen kiesrecht
Full transcript