Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Uitleg (volgorde) redekundig ontleden

No description
by

Heleen Ogier

on 6 November 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Uitleg (volgorde) redekundig ontleden

Hou altijd de vaste volgorde aan bij redekundig ontleden:

wwg/nwg (zoek in gedachte eerst pv)
o
lv
mv
vzv
bwb
bvb

Redekundig
ontleden

PV:
- maak zin vragend
- zoek onderwerp
- verander tijd
- verander aantal
O:
- staat altijd dicht bij PV
- Wie/wat + wwg/nwg
WWG
- alle ww in de zin
- hww/zww
NWG
- kww + nwdeel
- hww + kww +
nwdeel
MV:
- Aan of voor wie?
- Bij wij?
- Je kunt aan/voor/bij weglaten
VZV:
- lijkt op bwb, maar is ww met vast voorzetsel
BWB:
geeft antwoord op:
- waar
- wanneer
- waarom
- waarmee
- waardoor
- hoe
- hoeveel


LV:
- Alleen bij wwg
- Wie/wat + wwg
+ o

1. Ik twijfel aan deze methode. (twijfelen aan)

2. Ik ben niet tevreden met deze computer. (tevreden zijn met)

3. Ik luister niet graagnaar hem. (luisteren naar)

4. Ik waarschuwde haar voor de gevolgen. (waarschuwen voor)

5. Ik verlang al maandennaar de skivakantie. (verlangen naar)


1. Deze jongen staat werkelijk voor niets. (voor niets = voorzetselvoorwerp)
2. De genodigden stonden voor een gesloten deur. (voor een gesloten deur = bijwoordelijke bepaling)
3. Zij hingen aan zijn lippen. (aan zijn lippen = voorzetselvoorwerp)
4. De jas hangt aan de kapstok. (aan de kapstok = bijwoordelijke bepaling)
5. Zij heeft veel plezier in haar nieuwe baan. ( in haar nieuwe baan = voorzetselvoorwerp)
6. Zij werkt heel vaak in de mediatheek. (in de mediatheek = bijwoordelijke bepaling)
7. Zij wacht op haar vriendinnen. (op haar vriendinnen = voorzetselvoorwerp)
8. Hij wacht op het schoolplein. (op het schoolplein = bijwoordelijke bepaling)

KWW:
zijn,
worden,
blijven,
blijken,
lijken,
schijnen,
heten,
dunken,
voorkomen.



1. Zij is voorzitter.
2. Mijn vriend wordt leraar.
3. Mijn tante blijft op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.
4. De uitslag bleek al bij iedereen bekend.
5. Het huis leek onbewoond.
6. Zijn broer scheen nogal slim.
7. Sporten heet gezond, maar ondertussen ...
8. Dat dunkt me geloofwaardig.
9. Zij komt me erg gespannen voor.
In de betekenissen
'bestaan, zich bevinden' is
zijn
geen koppelwerkwoord,
maar een zelfstandig werkwoord:
'Er zijn mensen die dit moelijk vinden',
'Ik ben op kantoor.'
Ook
blijven
kan als zelfstandig
werkwoord gebruikt worden:
'Hij bleef liever in Frankrijk.'
Schijnen
is geen kww bij
'de zon schijnt'.
Voorkomen
is geen kww bij:
Voorkomen bij de rechter.

LET OP!
1. Ik heb gisteren drie lange uren bij Maria gestudeerd.
bwb:  

2. De wereldkampioen had nog nooit zo snel gelopen bij deze afstand.
bwb:  

3. In de namiddag was er niemand op school aanwezig.
bwb:  

4. De minister sneed het lint zeer plechtig door met een botte schaar.
bwb:  

5. Zo had ik het nog nooit bekeken.
bwb:  

6. We openen onze nieuwe winkel al over een uur!
bwb:  

7. Toen sloegen de zware deuren met een grote klap dicht.
bwb:  

8. Vanmiddag aten we een ijsje op een gezellig terrasje in de stad.
bwb:  

9. Het huwelijksfeest was gisterenavond al om 1 uur afgelopen.
bwb:  

10. Lees jij graag een boek in bad?
bwb: 
LET OP:
Bij meerdere ww in de zin (zowel bij wwg als nwg) is de PV altijd een HWW (en kan dus nooit een KWW zijn).
Voorbeeld: Hij is lief = is lief nwg (is = kww)
Hij is lief geweest = is lief geweest nwg (is = hww, geweest = kww)
Full transcript