Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Competentiegericht werken

Deze prezi wordt gebruikt voor de lessen over competentiegericht werken.
by

Patrick van Koulil

on 18 May 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Competentiegericht werken

Competentiegericht werken
Hoofdstuk 1
Kernbegrippen
competent
subtaak
ontwikkelingstaak
vaardigheid
Over voldoende vaardigheden beschikken om de ontwikkelingstaken waarmee zij in het dagelijks leven geconfronteerd worden op adequate wijze kunnen vervullen.
Thema's die karakteristiek zijn voor een bepaalde levensfase en die van een persoon bepaalde gedragingen vragen.
De handeling die men in een bepaalde situatie het best kan uitvoeren, adequate handeling.
Onderdeel van een grotere taak.
ontwikkelingstaken
vaardigheden
Figuur 1: competentie als balans tussen ontwikkelingstaken en vaardigheden
Ontwikkelingstaken
4 jaar t/m 12 jaar
1. rekening houden met anderen
2. onafhankelijkheid
3. onderwijs
4. vriendschappen
5. verantwoordelijkheden thuis
6. gebruik van basale infrastructuren
7. veiligheid en gezondheid
Ontwikkelingstaken
12 jaar t/m 21 jaar
1. positie ten opzichte van de ouders.
2. onderwijs of werk.
3. vrije tijd.
creëren en onderhouden van een eigen woonsituatie.
5. autoriteit en instanties.
6. gezondheid en uiterlijk.
7. sociale contacten en vriendschappen.
8. intimiteit en seksualiteit.
4.
Hoofdstuk 2
Kernbegrippen
blz: 7 en 8
Reader: competentiegericht werken
stressoren
psychopathologie
protectieve factoren
Invloeden waaraan men zich niet of moeilijk aan kan onttrekken en die een negatieve invloed uitoefenen op het functioneren.
Factoren die de competentie positief kunnen beinvloeden.
Een binnen de geldende cultuur ongebruikelijk patroon van gedragingen dat gepaard gaat met leed, een minder goed functioneren, of dat in buitengewone mate het risico verhoogt om in aanraking te komen met lijden, de dood of vrijheidsverlies.
ontwikkelingstaken
vaardigheden
Figuur 2: factoren die de competentie kunnen beinvloeden
psychopathologie
stressoren
protectieve factoren
Hoofdstuk 3
Geringe competentie als oorzaak van probleemgedrag.
Geringe competentie als gevolg van probleemgedrag.
Als een client over te weinig vaardigheden beschikt om een bepaalde ontwikkelingstaak (of subtaak daarvan) uit te voeren, spreken we van een geringe competentie.
Vaak zal probleemgedrag het gevolg zijn.
Het ontbreken van de vaardigheid
Uitvoeren op een
leeftijdsinadequate
manier.
Als een groepsleider een veertigjarige client niet toestaat de tv aan te doen en de client gaat stampvoeten en vervolgens eindeloos roepen dat hij wel tv wil kijken, dan is er sprake van een niet-Ieeftijdsadequate reactie. De reactie lijkt meer op het gedrag van een kleuter.
straffen?
...of competentievergroting?
competentievergroting als
effectieve interventie
:
De groepsleider kan de stampvoetende cliënt bijvoorbeeld leren hoe hij op een meer volwassen manier zijn ongenoegen kan laten blijken. Als de cliënt vervolgens zelf ervaart dat hij meer serieus genomen wordt als hij op deze manier zijn onvrede uit, is er een grote kans dat hij dit probleemgedrag in het vervolg minder vaak zal laten zien.
incompetentie
probleemgedrag
direct:
Het niet uit kunnen praten van een meningsverschil.
Een ander slaan.
indirect:
Als kind slecht contact kunnen leggen en dit dan ook vaak niet doen.
Op volwassen leeftijd sociale situaties vermijden.
probleemgedrag
incompetentie
Hoofdstuk 4
Diagnostiek
Het structureren en objectiveren van de problemen van cliënten.
-gegevens verzamelen
-hypothese
-hulpbehoefte
Diagnostiek is géén eenmalige gebeurtenis...
...maar een voortdurend proces!
Waar let je op bij het observeren?
Niet alleen kijken naar probleemgedrag...
...ook oog hebben voor vaardigheidstekorten en manifestaties van competent gedrag.
Hoofdstuk 5:
interventies
B
Het vergroten van vaardigheden
Het geven van feedback op adequaat gedrag:
Feedback wordt gebruikt als de vaardigheid of een aanzet daartoe er al is:

Soms is die vaardigheid er niet en dan zijn interventies nodig om de vaardigheid te instrueren

Als een instructie niet genoeg is, kan de groepsleider de vaardigheid voordoen, de cliënt kan de vaardigheid daarna oefenen.
Als Pedro boos is geweest op Nabil en het later probeert goed te maken door Nabil te vragen een balletje te trappen, kan de groepsleider Pedro een compliment geven en zeggen: 'Prima dat je het weer goed hebt gemaakt met Nabil. Nu heb je weer een maatje om mee te spelen.'
interventie:
D
Het versterken van protectieve factoren
Protectieve factoren kunnen een tegenwicht bieden tegen de invloed van psychopathologie en/of stressoren.
Bijvoorbeeld door met cliënten na te gaan wie de mensen in hun omgeving zijn op wie zij kunnen terugvallen.
interventie:
C
Het verlichten of verrijken van taken
Verlichten:
Verrijken:
In een leefgroep waar de bewoners weinig verantwoordelijkheden hebben en de groepsleiding alles zelf doet, worden de cliënten onvoldoende gestimuleerd. Dit kan leiden tot verveling en lastig gedrag.
Khalid die een concentratieprobleem heeft en het daardoor heel moeilijk vindt een half uur aan zijn huiswerk te besteden, kan worden geholpen door het half uur onder te verdelen in drie blokjes van tien minuten. Na ieder blokje kijkt de groepsleider wat Khalid gedaan heeft, geeft positieve feedback, laat Khalid even iets anders doen en zet hem vervolgens aan het tweede blok.
interventie:
A
Het verminderen van probleemgedrag
Het stoppen of bijsturen van probleemgedrag:
Het vertalen van probleemgedrag in vaardigheidstekorten:
Als groepsleidster Anja ziet dat Pedro viltstiften uit Nabils handen trekt, kan ze zeggen: 'Laat dat Pedro, die stiften zijn van Nabil.'

wanneer ze ervoor kiest het probleemgedrag te vertalen in een vaardigheidstekort, wordt de reactie anders: 'Pedro, als jij met de stiften van Nabil wilt spelen, kun je hem dat beter gewoon vragen.'
Als Sandra in een boze bui op een kwetsende manier groepsgenootje Fatima aanspreekt en daarbij racistische taal gebruikt, moet dat gestopt worden. De groepsleider zegt bijvoorbeeld: 'Sandra, ik wil niet dat je zulke woorden gebruikt.'
interventie:
E
Het verminderen van (de invloed van) stressoren en psychopathologie.
Soms is het nodig het aantal stressoren te verminderen.
wanneer ouders onvoldoende toegerust zijn voor hun opvoedingstaak, waardoor ze hun kind soms klappen geven. Oudertraining kan in dat geval tot vermindering van stressoren voor het kind leiden. Als de ouders beter om kunnen gaan met hun kind, neemt het risico op klappen immers af.
interventie:
Psychopathologie kan men trachten te verminderen door psychotherapie.

Soms is het verminderen of verdwijnen van psychopathologie geen realistisch doel.

Psycho-educatie
competentiegerichte
hulpverlening
Competentiegericht werken
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Competentiegericht werken
Balanstekening
Individuele
praktijktoets

MTV
Competentiegericht werken schriftelijke opdracht.

In periode 3 staat tijdens de lessen MTV methodieken het thema Competentiegericht werken centraal. Om dit vak af te sluiten, moet deze schriftelijke opdracht met een voldoende worden beoordeeld.

Het is de bedoeling dat je een balansverslag gaat maken voor één van de cliënten van je stage.
Hieronder staan een aantal punten vermeld, die je in het verslag moet verwerken. Zorg ervoor dat het een goed lopend verslag wordt, met correct Nederlands taalgebruik.

1.Beschrijf het gedrag van de cliënt in minimaal 15 regels. Benoem hierbij welk gedrag adequaat en wat inadequaat is.
2.Benoem de mogelijke stressoren voor de cliënt.
3.Beschrijf wat er gedaan kan worden om de stressoren te verminderen.
4.Is er sprake van psychopathologie bij de cliënt? Onderbouw waarom wel of niet.
5.Benoem de protectieve factoren van de cliënt. Waarom zijn dit protectieve factoren?
6.Benoem de ontwikkelingstaken die de cliënt heeft.
7.Beschrijf welke 3 vaardigheden de cliënt nog mist en aangeleerd moeten worden.
8.Onderbouw waarom de cliënt die 3 vaardigheden (vraag 7) mist.
9.Teken een balansmodel waarin duidelijk wordt of de cliënt in balans is (ontwikkelingstaken, vaardigheden, stressoren, protectieve factoren).
10.Leg uit waarom de cliënt in of uit balans is (vraag 9).
ontwikkelingstaken
vaardigheden
psychopathologie
stressoren
protectieve factoren
Balanstekening
GZ/SD
JZ
Praktijksituatie uitspelen


Toetsweek periode 2.3

Met acteur
probleem oplossen (incident)
instructie geven (bijsturen)
vaardigheid aanleren
inleveren in de 5e week van de periode!
Planning

week 1


week 2


week 3


week 4


week 5


week 6


week 7


week 8


week 9
inleiding in competentiegericht werken
competent, ontwikkelingstaken, subtaken, vaardigheden, stressoren, protectieve factoren, psychopathologie, balans
herhaling van de belangrijkste begrippen
competentie en probleemgedrag (gevolg en oorzaak)
balanstekening
balanstekening maken aan de hand van een videofragment
herhaling van de belangrijkste begrippen
diagnostiek en interventies
technieken om vaardigheden te leren en inadequaat gedrag te veranderen
inleiding op instructie geven
Instructie geven (herhaling)
technieken om adequaat gedrag te versterken en te instrueren
balanstekening inleveren!
technieken om inadequaat gedrag te verminderen
oefenen
herhaling instructie geven
discussie: kunnen of willen?
sancties en waarschuwingen
oefenen
incidenten en crisissituaties
oefenen
herhaling, oefenen en vragen stellen
Competentie = het adequate alternatief voor inadequate handeling (of bepaald probleemgedrag)
Onder het hoofdje observaties van positief gedrag en competentie schrijft Theo: '

Francis reageerde behoorlijk goed op mijn tussenkomst. Ze gaf de stiften zelfs uit eigen beweging terug aan Nabil. Nabil is wel een geinig kereltje, hij kan heel smakelijk lachen als er op de tv iets leuks te zien is.'
Technieken om
vaardigheden te leren
en
inadequaat gedrag
te
veranderen
§6.2
uitgangspunten
A
B
C
:D
E
Meer nadruk op adequaat...
...dan op inadequaat gedrag.
een concrete beschrijving van het gedrag
Positieve formulering
aansluiten op het vaardigheidsniveau van de cliënt
Vergroten van acceptatie
§6.3
§6.4
geplande....
...en ongeplande
leermomenten
onderdelen die bij alle
technieken terugkomen
Handelingen, gedachten en emoties die bijdragen tot een goed functioneren en een verdere ontwikkeling van de cliënt.
Handelingen, gedachten en emoties die de cliënt hinderen in het functioneren en die de ontwikkeling kunnen belemmeren.
'Anita, je mag wel even naar 'Het Kraaiennest' lopen om met Irma te spelen' klinkt heel concreet. Maar het hangt van het vaardigheidsniveau van Anita af of deze zin concreet genoeg is.

Weet zij of ze aan moet bellen of achterom mag lopen bij 'Het Kraaiennest'? Wat moet ze zeggen als iemand van de leiding de deur opendoet? Wat moet ze tegen Irma zeggen?
Als Thea driekwart van het grasveld gemaaid heeft, kan de groepsleider zeggen:
'Je bent nog niet klaar.'
Een positieve formulering - bijvoorbeeld: '
Je schiet al lekker op'
- motiveert natuurlijk meer.
"Het meest effectief is een benadering waarbij cliënten steeds weer worden uitgedaagd zich verder te ontwikkelen."
"Het leren van vaardigheden gaat beter als de cliënt zich openstelt voor de groepsleiding."
Contact maken
concreet omschrijven van gedrag in stappen
gebruik van 'waaroms'
afsluiten
1.Iets positiefs zeggen, bijvoorbeeld: 'Achmed, wat goed dat ik je zie!'
2.Iets zeggen over wat de cliënt doet of zojuist gedaan heeft, bijvoorbeeld: 'Hé Moniek, ik zag je net binnenkomen', 'Ik zie dat je aan het opruimen bent'.
3.Iets neutraals zeggen, bijvoorbeeld: 'Dag Jan, ik wil je even iets zeggen.'
4.Het gevoel benoemen, bijvoorbeeld: 'Ja Saïd, het is vervelend', 'Petra, ik zie dat het je erg dwarszit'.
-Ze zijn kort en bondig.
-Ze zijn positief geformuleerd.
-Sluit aan bij de belangen en de belevingswereld van de cliënt.
-vragen of de cliënt begrepen heeft waar het om gaat

-feedback op adequaat gedrag
ontwikkelingstaken
vaardigheden
Figuur 2: factoren die de competentie kunnen beinvloeden
psychopathologie
stressoren
protectieve factoren
interventies
Vaardigheden leren en inadequaat gedrag veranderen
Adequaat gedrag versterken en instrueren
Inadequaat gedrag verminderen
a) Het verminderen van probleemgedrag

b) Het vergroten van vaardigheden

c) Het verlichten of verrijken van taken

d) Het versterken van protectieve factoren

e) Het verminderen van (de invloed van) stressoren en psychopathologie.
technieken
Technieken om
adequaat gedrag

te
versterken
en te instrueren

Waarom feedback?
-De feedback functioneert als beloning.

-Het geeft vertrouwen in het eigen kunnen.

-Feedback op adequaat gedrag is een gelegenheid om informatie te geven. Dit gebeurt via de
'waaroms'.


-Feedback op adequaat gedrag verbetert de sfeer.
Feedback op adequaat gedrag:
1. maak contact

2. zeg wat de cliënt goed doet

3. geef een 'waarom' (noem de positieve gevolgen voor de cliënt)
'Hé Theo, dat was prima wat je deed. (1)
Het was goed dat je naar hem toeliep, hem een hand gaf en je naam zei (2)

Je hebt je aan hem voorgesteld. Nu weten jullie van elkaar hoe jullie heten. Dat praat wat makkelijker .. ' (3)
Instructie:

1. Maak contact
2. Benoem het adequate gedrag in deze situatie
3. Geef een waarom
4. Sluit af
'Hoi John, ik zal je even laten zien hoe je de was sorteert. (1)
Je maakt twee stapels: één met de gekleurde kleren dat heet bontgoed - en één met witgoed. (2)
Bontgoed en witgoed moetje namelijk apart wassen, omdat anders de witte kleren donker worden. (3)

Oké?' (4)
Voordoen:
1. Maak contact
2. Benoem het adequate gedrag in deze situatie
3. Doe het gedrag voor
4. Vraag de cliënt wat hij gezien heeft
5 Geef een 'waarom' voor het adequate gedrag
6. Sluit af
'Hoi Theo, ik wil met jou even bespreken hoe we op de groep de telefoon opnemen.' (1)
'Als je opneemt, zeg je de naam van de groep en daarna noem je je eigen naam; dus je zegt "Star Trek, met Theo van Vlijmen" .. ' (2)
'Ik zal het even voordoen .. Hier is de telefoon, laten we maar even doen alsof die rinkelt'
De groepsleider roept 'ring ring', neemt de telefoon op en zegt: 'Star Trek, met Theo van Vlijmen.' (3)
'Kun je zeggen wat ik deed?' (4)

De cliënt antwoordt. 'Prima, dat heb je goed gezien. Als je zo antwoordt, weten de mensen meteen dat ze goed gebeld hebben. (5)
'Oké?' (6)
Oefenen:
1. maak contact
2. benoem het adequate gedrag in deze situatie
3. doe het gedrag voor
4. vraag de cliënt wat hij gezien heeft
5. geef een waarom voor het adequate gedrag
6. laat de cliënt oefenen (nadoen)
7. geef feedback op het oefenen
8. sluit af
'Rachid loop je even mee? ( ... ) Ik wil het even hebben over die ruzie met John" (1)
Hij daagt jou steeds uit met pesterige opmerkingen. Wij zeggen dat hij dat niet mag doen, maar ik denk dat het goed is als jij ook laat merken dat je dat niet meer wilt. Het belangrijkste is dat je laat zien dat je niet onder de indruk van hem bent. Dus je kunt hem het beste aankijken en iets zeggen als: "Ach man, bemoei je met jezelf' op een beetje koele manier" (2)

Ik doe het even voor,' De groepsleider gaat staan en vraagt Rachid dit ook te doen" De groepsleider zegt: 'Nu ben jij even John en ik ben jou. Laten we beginnen,,' De groepsleider kijkt Rachid aan en zegt: 'Ach man, bemoei je met jezelf.' (3)
Wat viel jou op?' (4)

("",.) Rachid geeft commentaar. 'Ja dat klopt Je kijkt de ander aan en je zegt rustig en duidelijk "bemoei je met jezelf'. Als je op deze manier wat terugzegt, weet John dat jij dit niet wilt en zal hij misschien stoppen. (5)

Nu doe jij het even en ben ik John.' De groepsleider verwisselt met Rachid van positie. Rachid oefent de vaardigheid" (6) 'Heel goed, het kwam er lekker 'cool' uit, Je keek me aan en het was rustig en duidelijk. Prima,,' (7)

'Je moet dit maar eens proberen als John weer vervelend doet" Oké?' (8)
Drie niveaus van feedback geven:
positief
gebaar
of
woord
positief
gebaar
of
woord
én zeg
wat
de cliënt goed doet
positief
gebaar
of
woord
, zeg
wat
de cliënt goed doet én geef aan
waarom
dit goed is.
niveau 2
niveau 3
niveau 1
Techniek voor situaties waarin cliënten nieuwe taken krijgen. Er is dan geen sprake van voorafgaand inadequaat gedrag, maar de cliënt moet iets gaan doen waar hij of zij op dat moment nog onvoldoende vaardigheden voor beheerst.
Voordoen wordt vrijwel nooit als aparte techniek gebruikt, maar altijd in combinatie met instructie. De stappen van instructie met voordoen gaan als volgt:
Cliënten leren een vaardigheid beter als ze die proberen uit te voeren. Het oefenen is bovendien een goede manier om na te gaan of de cliënt echt in staat is de vaardigheid uit te voeren.
a) Meer nadruk op adequaat dan op inadequaat gedrag
b) Een concrete beschrijving van het gedrag
c) Positieve formuleringen
d) Aansluiten op het vaardigheidsniveau van de cliënt
e) Vergroten van de acceptatie
Hoofdstuk 6: Technieken om vaardigheden te leren
en inadequaat gedrag te veranderen
a) Feedback op adequaat gedrag
b) Instructie
c) Voordoen
d) oefenen
Hoofdstuk 7: Technieken om adequaat gedrag
te versterken en te instrueren
a) Corrigerende instructies
b) Verkorte corrigerende instructie
c) Voordoen en oefenen
d) Sturende feedback
e) De stopinstructie
f) Apart zetten
g) Kunnen of willen?
h) Sancties en waarschuwingen
i) Inseinen
Hoofdstuk 8: Technieken om inadequaat gedrag
te verminderen
vaardigheden
Technieken om
inadequaat gedrag
te verminderen
A. Corrigerende instructies
C. Voordoen en oefenen
B. Verkorte corrigerende instructie
D. Sturende feedback
E. De stopinstructie
F. Apart zetten
1. maak contact
2. zeg wat de cliënt wel goed doet
3. zeg wat de cliënt niet goed doet of nalaat
4. noem het adequate gedrag in deze situatie
5. geef een waarom
6. sluit af
Corrigerende instructie:
Negatief: 'Schreeuw niet zo.'
Positief: 'Ik wil dat je zachter praat'.
1. maak contact
2. benoem het adequate gedrag in deze situatie
3. geef een waarom
4. sluit af
Verkorte corrigerende instructie:
Voordoen en oefenen:
1. maak contact
2. zeg wat de cliënt wel goed doet
3. zeg wat de cliënt niet goed doet of nalaat

4. benoem het adequate gedrag in deze situatie
5. doe het gedrag voor
6. vraag de cliënt wat hij gezien heeft

7. geef een waarom voor het adequate gedrag
8. laat de cliënt oefenen (nadoen)
9. geef feedback op het oefenen
10.sluit af
1. maak contact
2. zeg wat de cliënt goed doet
3. geef een waarom (noem de positieve gevolgen voor de cliënt)
Sturende feedback:
Sturende feedback gebruikt men als cliënten tegelijkertijd adequaat en inadequaat gedrag laten zien.
1. maak contact
2. zeg wat de cliënt niet goed doet
3. geef een waarom (vertel waarom het gedrag niet goed is)
4. zeg dat je wilt dat de cliënt ermee stopt
5. sluit af
'Jongens, ik heb er geen bezwaar tegen als er een lolletje wordt gemaakt. (1) Maar dit gaat me te ver, Er worden hier racistische opmerkingen gemaakt" (2) En dat geeft een rotsfeer" (3) Ik wil dat dit stopt. (4) Is dat duidelijk?'(5)
1. maak contact
2. benoem het inadequate gedrag en zeg dat dit moet stoppen
3. zeg dat apart zetten volgt, noem de plek en het aantal minuten
4. begeleid de cliënt naar de plek
5. noem het adequate gedrag op de plek
6. noem het adequate gedrag dat je verwacht na het apart zetten
7. herhaal de duur en sluit af
'Raduan, luister even. (1) Je bent zo druk en het lukt je niet te doen wat ik zeg. (2) Ik wil dat je nu even op de poef in de hoek gaat zitten. Ik wil dat je daar drie minuten blijft zitten (3) en dat je stil bent (5). Daarna kun je weer verder gaan met je tekening .. (6) Kom maar, ik loop met je mee.' (4)
Terugkeer:
1. vertel in afwezigheid van de apart gezette cliënt aan de andere cliënten wat de reden tot het apart zetten was
2. instrueer de andere cliënten hoe zij op de apart gezette cliënt (na diens terugkeer) kunnen reageren

3. ga naar de apart gezette cliënt
4. geef feedback op het adequate gedrag op de plek
5. noem het adequate gedrag wat nu gewenst is
6. neem de cliënt mee
7. observeer de apart gezette cliënt en de andere cliënten, geef feedback en stuur eventueel bij met feedback en instructies
Een corrigerende instructie wordt toegepast om adequaat gedrag te instrueren op momenten dat er sprake is van inadequaat gedrag.
Kunnen of willen?
Vaardigheidstekort
of
inadequaat gedrag?
Onwil
oplossing: het aanleren van nieuwe vaardigheden
oplossing: stopinstructie of op de cliënt inpraten
Sancties
Waarschuwingen
Aandachtspunten bij het opleggen van sancties
1. ze tasten de rechten en de integriteit van cliënten niet aan
2. ze zijn klein en kortdurend
3. ze worden aan gedrag gekoppeld
4. ze passen bij de problematiek en het ontwikkelingsniveau van de cliënt

5. ze worden toegepast voordat er sprake is van escalatie
6. ze gaan altijd vergezeld van een instructie over het adequate gedrag
7. ze zijn helder geformuleerd voor de cliënt en voor 'betrokken' derden
1. maak contact
2. zeg wat de cliënt niet goed doet of nalaat
3. zeg dat dit gedrag onacceptabel is
4. noem het adequate gedrag in deze situatie
5. sluit af
Waarschuwen:
'John, luister even naar me (1). Ik heb je een paar keer gezegd datje met je corvee-taak moet beginnen. Maar je volgt die instructie nog steeds niet op. (2) Je hebt nu wat mij betreft de grens bereikt. (3) Ik wil dat je nu met je taak begint (4) Ja?' (5)
Huisregels
Mag een cliënt bloot rond lopen?
Zo ja; waar?
Hoe vaak per dag mag een cliënt douchen?
Mag de deur op slot?
Mag hij/zij samen met anderen douchen?
Mag een cliënt bezoek ontvangen?
Zo ja; waar en wie?
Mag een cliënt verkering hebben?
Zo ja; met wie?
Mogen de cliënten elkaar aanraken?
Onder welke voorwaarden?
Mogen de cliënten zichzelf bevredigen?
Zo ja; waar?
Mogen cliënten seks hebben met een ander?
Zo ja; waar en hoe?
Zo ja; aan welke voorwaarden moet de cliënt voldoen?
Mogen de cliënten porno bekijken?
Zo ja; waar?
Mag de porno onderling uitgewisseld worden?
Hoofdstuk 9
Incidenten en crisissituaties
Incidenten
Crisissituatie
Incidenten zijn situaties waarbij een of meer cliënten (aanhoudend inadequaat gedrag vertonen dat de dagelijkse routine (tijdelijk) verstoort.
het niet opvolgen van instructies van de groepsleiding, is lastig, maar valt met enige moeite nog te stoppen of om te buigen.

Er is (nog) geen sprake van bedreiging en/of fysieke agressie.
Crisissituaties zijn situaties waarbij een of meer cliënten
aanhoudend inadequaat gedrag vertonen
dat de dagelijkse routine blokkeert en situaties waarbij personen bedreigd en/of fysiek aangevallen worden.
Dit hoeft niet altijd samen te gaan met een bedreiging van personen. Als alle cliënten op hetzelfde moment besluiten geen enkele instructie meer op te volgen, wordt er niemand bedreigd, maar is er wel degelijk sprake van een crisissituatie.
Basisprincipes bij incidenten en crisissituaties. Tijdens incidenten en crises zijn vijf basisprincipes van belang.


1. Geef voorrang aan de dagelijkse routine.
2. Grijp in aan het begin van een gedragsketen.
3. Benoem het aandeel van de cliënt in termen van taken en vaardigheden.
4. Vraag assistentie en verdeel de rollen.
5. Stel de veiligheid van jezelf en anderen voorop.
Casus 1
Cliënt:
Matige intelligentie. De cliënt praat moeilijk, maar kan zich in taal uitdrukken op het niveau van een kind van 4.
Casus 2
Cliënt:
Matige intelligentie. De cliënt heeft slechte ogen.
Casus 3
Cliënt:
Vrij hoog niveau. De cliënt is erg onzeker en geeft snel op.
Casus 4
Cliënt:
laag niveau. Afwassen lukt vaak niet zo goed omdat deze cliënt altijd met water speelt.
Casus 5
Cliënt:
Matige intelligentie. De cliënt is gek op eten!
Ruimtelijke positie ten opzichte van cliënten
Spanning reducerende
non-verbale
signalen
extra afstand ten opzichte van de cliënt
Oogcontact
oogcontact dat iets minder frequent en indringend is dan gebruikelijk
Stemgebruik
langzaam uitgesproken woorden en zinnen
een toonhoogte die aan het eind van de zin of een woord omlaag gaat
'neutraal'
hoog
laag
"Wil je mij even
pen"?
hel
"Help mij hier eens
even
mee".
Bewegingen
trage, stroperige bewegingen (voorspelbaar)
terughoudendheid ten aanzien van fysiek contact
Fysiek contact
Casus ‘Jurjen’

Jurjen is een man van 24 jaar, met een matige verstandelijke beperking. Hij heeft tot zijn twintigste jaar bij zijn ouders gewoond en woont nu sinds vier jaar in een van de woonvoorzieningen voor volwassenen van het SIG.

Overdag werkt Jurjen op een sociale werkplaats. Daar verricht hij inpak werkzaamheden. Hij fietst naar zijn werk en baalt als het regent, omdat de begeleiding vindt, dat hij dan beter de bus kan pakken. Soms is er niet voldoende werk en moet hij zichzelf bezig zien te houden met het maken van kruiswoordpuzzels of het lezen van een tijdschrift. Bij zijn persoonlijk begeleidster heeft hij aangegeven dat hij liever een gewone baan zou willen hebben, omdat hij zich verveelt op zijn werk.

Jurjen heeft gehoord dat er binnenkort weer enkele nieuwe projecten gestart worden bij het SIG en heeft aangegeven dat hij best in een van de nieuwe flats zou willen wonen, die gebouwd worden naast het steunpunt. Zijn persoonlijk begeleidster twijfelt of hij dit kan, omdat hij niet kan koken en een troep maakt van zijn kamer. Omdat er in dit project twee personen in een appartement kunnen wonen, bekijkt hij de laatste tijd de contactadvertenties in de telegraaf en heeft ook al enkele malen gereageerd op een advertentie.

Hij wil een blonde vriendin die lekker kan koken en er mooi uit ziet. Tot nu toe heeft hij maar één antwoord op al zijn brieven gekregen. Deze vrouw schreef dat hij maar eens moest leren schrijven. Jurjen snapt niet dat iemand zo onaardig kan zijn. Jurjen gaat eenmaal in de maand op visite bij zijn moeder. Vroeger ging hij vaker, maar sinds zijn vader 2 jaar geleden op 62 jarige leeftijd is overleden aan een hartinfarct, kan zij moeder de drukte minder goed aan. Soms vraagt hij zich af of het zijn schuld was dat vader dood is gegaan, omdat hij vaak ruzie met zijn vader had. Zijn moeder praat niet veel over zijn vader met Jurjen. Ze doet dit vooral met zijn jongere zus. Die getrouwd is en twee kinderen heeft. Jurjen zou wel naar het kerkhof willen gaan, maar weet niet welke bus hij dan zou moeten pakken. Hij wil het zijn zus niet vragen, want die zal het hem wel weer uit zijn hoofd willen praten…
ontwikkelingstaken
vaardigheden
psychopathologie
stressoren
protectieve factoren
Balanstekening
Groepsleider Theo heeft verslag gedaan van zijn avonddienst in 'Pinokkio'. Daarin komt de volgende observatie voor:
“'Nabil kijkt duidelijk de kat uit de boom. Hij speelde in zijn eentje en hij heeft nog weinig contact met de anderen gemaakt. Francis heeft Nabil een paar keer behoorlijk uitgedaagd: ze pakte zijn viltstiften af en gaf er een paar aan Remco. Ik heb ingegrepen en Francis gezegd dat ze moest proberen wat aardiger tegen Nabil te zijn'
(De student heeft geen regie over de situatie als de cliënt alleen bepaalt wat er in de spelsituatie gebeurt zonder instemming of in samenspraak met de groepsleider/student)
7x een V = 10
6x een V = 8.5
5x een V = 7.0
4x een V = 5.5
3x een V = 4.0
2x een V = 2.5
1x een V = 1.5
0x een V = 1.0

Ik hoor hier niet thuis
HUMAN
3 december 2014

Peter Schuster woont in een instelling voor verstandelijk gehandicapten in Purmerend. Regelmatig ontploft er iets in zijn hoofd waardoor hij alle controle verliest. Met drummen en pianospelen weet hij zijn gedragsproblemen te beteugelen en indruk te maken op meisjes buiten de instelling. Hij droomt van een geliefde uit de gewone maatschappij. “Ik hoor in een gewoon huis, met een vriendin erbij en kinderen. Daar hoor ik thuis, niet hier.”
ontwikkelingstaken
vaardigheden
Figuur 1: competentie als balans tussen ontwikkelingstaken en vaardigheden
ontwikkelingstaken
vaardigheden
psychopathologie
stressoren
protectieve factoren
probleemgedrag
incompetentie
incompetentie
probleemgedrag
?
?
probleemgedrag
incompetentie
incompetentie
probleemgedrag
?
?
Full transcript