Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

BEVO 2.2 Kunstgeschiedenis

Een tijdlijn van kunststromingen die worden gerepresenteerd door beeldende kunstwerken uit deze periodes.
by

Darinka Jovic

on 19 August 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of BEVO 2.2 Kunstgeschiedenis

In de middeleeuwen ontstond de Romaanse architectuur. De Romaanse schilderkunst was er ook maar juist de manier van bouwen was erg kenmerkend voor dit tijdperk. Deze manier van bouwen is indirect gebaseerd op de bouwstijl van de Romeinen. De architecten keken eerder al naar de Romeinse bouwstijlen in de 8e en 9e eeuw. Deze Karolingische bouwkunst bevat al enkele Romeinse elementen. De Romaanse architectuur gaat nog dieper in op de Romeinse architectuur. De Romaanse architectuur wordt gekenmerkt door ronde bogen voor deuren en ramen, dikke muren die vrijwel al het gewicht dragen en kleine ramen. Later zou deze romaanse architectuur overgaan in de Gotische bouwstijl.
Sint-Bartolomeüskerk, België: Luik. (begin 11 eeuw)
Deze kapittelkerk is in het begin van de 11e eeuw gesticht door Godescalc de Morialmé, Proost van de eerder gebouwde Lambertuskatherdraal. In 1015 is deze kerk ingewijd door prins-bisschop Balderik II van Loon.

Deze kerk behoort tot de Romaanse architectuur. De kenmerken van deze architectuur zijn dan ook te zien: ronde bogen voor deuren en ramen, dikke muren en kleine ramen.
Opvallendste beeldelementen
LIJN: De Romaanse architectuur staat bekend om zijn ronde bogen. Niet alleen deze lijnen maar ook de rechte lijnen van de muren hebben een andere kleur gekregen door de achtergrond. Dit levert contrast op en zorgt er voor dat de kenmerken van de Romaanse architectuur nog meer opvallen. Hierbij gaat het om het begrip Lijnsoort: Dikke, dunne, gebogen en rechte lijnen.
KLEUR: Bij het beeldelement Lijn werd al gesproken over de kleur van de bogen en rechte lijnen van het gebouw. Dit contrast de licht zalmkleurige achtergrond en rode bogen en lijnen behoort tot het beeld element Kleur.
Het gaat hier dus om het begrip kleurcontrast.
Tijd van jagers en verzamelaars
- 30 000
0
- 3000
500
Grieken en Romeinen
1000
Tijd van monniken en ridders
1500
Tijd van steden en staten
De Middeleeuwen
1600
1400
renaissance
1800
Barok
1900
Romantiek
Realisme
impressionisme
Neoclassicisme
1950
Heden
conceptuele kunst
Romaanse architectuur
Gotische architectuur
Beeldende kunst tijdlijn
Darinka Jovic, s1049520
Ieder persoon die op z'n minst zijn bassischool loopbaan heeft afgemaakt, heeft moeten leren over de geschiedenis van onze wereld. Hoe is de wereld ontstaan? Hoe zijn er volkeren gevormd? En hoe hebben we territoria behouden en verloren? Vóór het jaar 500 gaat het veelal om de ontwikkeling van de mens. Vaardigheden als de jacht en landbouw staan centraal. Na deze periode komen volkeren met elkaar in contact en staan eigenlijk alleen maar deze relaties centraal. In de geschiedenisboeken wordt dan gesproken over koningen die met een leger een land binnen voeren, of presidenten die onderling oorlog voeren met de nieuwste nucleaire technologie. Maar waar zijn de gewone burgers? De grootste groep mensen die niks te maken heeft of wil hebben met deze geschiedenis? Wat denken zij? Wat voelen zij tijdens ontwikkelingen of tegenvallers in hun land? Dat is moeilijk om te achterhalen.
Kunst is iets wat hoe dan ook door gaat. In voor -en tegenslag. Deze hebben dan wel invloed. En dat is terug te zien.
Met deze tijdlijn laat ik zien hoe kunst zich vanaf de prehistorie tot het heden heeft ontwikkelt. De geschiedenis van de hele wereld is hier in terug te zien.
- 10000
Tijdperk van de boeren
Prehistorie
De prehistorie wordt ook wel de voorgeschiedenis genoemd. Dit komt omdat er uit deze periode geen of weinig schriftelijke bronnen te vinden zijn. De eerste mensen op de wereld waren jagers en verzamelaars. Deze manier van leven is blijven bestaan tot ongeveer 10 000 voor Christus. Hier na ontdekte men de landbouw. Hier door konden mensen langer op één plek blijven wonen en ontstonden er grotere volkeren. De landbouw is een van de belangrijkste vondsten geweest in de geschiedenis. Mensen gingen zich vanaf dit moment steeds meer ontwikkelen. Men manipuleerde met materialen en kwam er zo ook achter dat je afbeeldingen kon achterlaten op bepaalde grondvlakken. De beeldende kunst die uit deze tijd te vinden is, zijn vooral grotschilderingen.
De grot van Lascaux
Dit is een voorbeeld van een grotschildering gevonden in de Lascaux grot in Frankrijk. De grot zit vol schilderingen die dateren uit de periode van 15000 tot 10000 voor Christus. De schilderingen zijn gemaakt met verf die men zelf maakte van onder andere leem en kolen. De reden van de grotschilderingen is nooit vastgesteld. Velen vermoeden dat de tekeningen uit angst gemaakt zijn en er dan rituelen om heen werden gevoerd om de agst te verdrijven. Anderen geloven dat de tekeningen na een trance werden gemaakt. Wanneer mensen in trance raken, ziet men vaak dieren. De grotschilderingen zouden een manier kunnen zijn om deze toe te lichten. De reden is onduidelijk. Maar dat is iets wat we in eerste instantie vaker in de kunst mee zullen maken.
De oudheid
Aan het einde van de prehistorie werden er al volkeren gevormd die steeds groter worden. Het Griekse volk groeide het snelst en breidde zich ook het snelste uit. In deze periode had men grote intersse voor de filosofie en wetenschap. Men had een schrift ontwikkeld en de volkeren waren beschaafde mensen net als in het heden. Omdat het volk groeide, veroverde Alexander de Grote vele gebieden om zijn Grieken daar te laten wonen. Ook aan het Perzische Rijk maakte hij een einde. Door zijn eigen volk en de volkeren die hij bevrijd had, werd Alexander de Grote gezien als een held en zelfs vergeleken met de oppergod Zeus.
Ondertussen was het Romeinse Rijk zich ook aan het onwikkelen en bij hen vormde hetzelfde problemen. Het volk had meer voedsel, vruchtbare grond en leefruimte nodig. Zij veroverde de gebieden die de Grieken hadden afgepakt en daar bij ook steeds meer delen van Griekeland. Vervolgens richtte zij zich op meerdere delen van noord -en oost Europa. Op dit moment waren de Romeinen de machtigste in dit deel van de wereld. Dit duurde tot het jaar 395 waarin Italië van beide kanten werd aangevallen en het land moest opslplitsen.
Griekse beeldhouwkunst
Alexander de Grote in marmer.
Louvre - Parijs
In de oudheid speelde religie een grote rol.
De Grieken hadden in het begin van deze periode een polytheïstisch geloof. Wat inhield dat zij geloofden in meerdere goden. Deze goden werden dan ook vaak afgebeeld om te vereren en misschien een soort offer te bieden aan de goden. Ook werden er beelden gemaakt van groot leiders. Zo zijn er ook beelden gemaakt van Alexander de Grote. Hij werd immers gezien als de menselijke vorm van de oppergod Zeus door zijn moedige daden en onverwoestbaarheid in deze tijd.

het beeld is gemaakt van marmer en Alexader de grote is er te zien als een volmaakt jong en atletisch figuur. Hij is als een ideaal afgebeeld zoals vaker in deze periode werd gedaan. Later ontstond er in het beeldhouden een soort fascinatie voor afwijkingen.
verder is het een beeld van levensechte grootte wat op een plateau staat waardoor je er tegen op kijkt. Symbolisch gezien klopte dit ook in de tijd van de Grieken. Iedereen keek op tegen Alexander de Grote of had er op z'n minst een angst voor. (Zoals de Turken, wiens rijk door de Grote was ingenomen.
Romeinse architectuur
De oudheid staat bekend om zijn ontwikkeling op verschillende gebieden. Vooral de filosofie en wetenschap maken sprongen. Toch mag ook de architectuur niet vergeten worden. De Grieken waren al erg ver in de architectuur met hun hoge gebouwen met vele zuilen. De Romeinen hadden hier bewondering voor en zette deze kennis voort in hun eigen bouw. De romein voegden er muren i.p.v. zuilen aan toe. Ook koepels en bogen waren een uitkomst in de architectuur voor de Romeinen.
Het Flavisch amfitheoater: colosseum.
voltooid in 80 na Christus, Rome.
In de loop van de tijd is niet alles bewaard gebleven door onder andere natuurrampen. Een bron die ons wel veel informatie geeft is het boek Architectura, geschreven voor Vitruvius. Hier in staat dat men in de architectuur uit ging van drie principes: firmitas ( stevigheid), utilitas (doelmatigheid) en venustas (schoonheid).

Een voorbeeld van de Romeinse architectuur is het welbekende Colosseum. Hier in zien we de muren en bogen waar de Romeinen zo bekend om staan. Ook de drie principes zijn in het Colosseum terug te vinden.
Toen het Romeinse rijk viel, ging veel kennis en techniek verloren. Hierdoor ging de landbouw achteruit. Ook de handel stortte in waardoor het Romeinse geld niks meer waard was. Men deed toen weer aan ruilhandel. Omdat het Romeinse rijk uit een viel vormden er verschillende kleine koninkrijken. Iedere koning verdeelde zijn rijk in streken waar een landheer werd geplaatst. De landheer zorgde er voor dat er boeren (horigen) gewassen verbouwden waar dan weer in gehandeld kon worden. Het Christendom speelde een grote rol in deze periode. De koningen en landheren gebruikten het om de burgers te (mis)leiden en de burgers kregen er hoop door. De kerk had na de koning en landheren de grootste rol. Veel kunst in deze periode is dan ook toegewijd aan het geloof. Maar ook de architectuur heeft zich meer kunnen ontwikkelen.
In de tweede helft van de middeleeuwen begon het langzaamaan weer beter te gaan. Men had zelf weer technieken ontwikkeld waardoor de landbouw beter ging. Hier door groeide de steden. De Pest stak hier echter een stokje voor.
In deze periode wilde de kerk zich uitbreiden. Dat deden zij door oorlog te voeren met de Moslims door middel van kruistochten. Ook de koningen wilden meer gebieden hebben, wat ook weer gepaard ging met het voeren oorlogen. Het Christendom stond nog steeds centraal waardoor ook de schilderkunst hier naar moest leiden. De architectuur veranderde wel. Daar waar eerst de Romaanse invloeden te zien waren. Kwamen nu Gotische stijlen naar voren.
Abdij Saint-Denis, Voorstad
Denis Parijs. 1140.
De Gotische stijl van bouwen kwam naar Zuid-Europa (oud Romeinse rijk) toe, toen Noord-Euopeanen Rome binnen drongen en plunderden. Het was de eerste echte nieuwe manier van bouwen door de lange smalle ramen. Het grootste doel van deze bouwstijl was dan ook om meer licht binnen te laten. In de tweede helft van de Middeleeuwen ging het langzaam beter met de mensen, de handel en de koninkrijken. Men had het licht gezien en men wilde meer licht in de gebouwen. De stijl werd vooral gebruikt voor het bouwen van kerken.

De Abdij kerk Saint- Denis was een van de eerste gebouwen met deze Gotische bouwstijl. Het gebouw wordt ook wel gezien als de ontknoping van deze stijl.

De beeldelementen
VORM: De puntige bogen en hoekige plafonds waren nieuw in deze tijd. Het is een aspect wat meteen laat zien dat het om de Gotische bouwstijl gaat.
Licht: Een belangrijk aspect is de drang naar licht. Er is tijdens de bouw weliswaar niet gespeeld met licht. Maar de manier van bouwen heeft invloed op de lichtval in en rondom het gebouw.
De beeldelementen
VORM: vorm is een van de belangrijkste elementen in de architectuur. In deze tijd kon je immers niet heel veel met kleur doen. Het gebouw heeft rechte en bolle vormen die in elkaar over lopen, wat in eerdere architectuur niet te zien was.
Beeldaspecten
VORM: De vorm staat bij beeldhoudkusnt
centraal. Alexander is met zijn figuur (vorm) als ideaalbeeld neergezet.
KLEUR: het beeld is volledig gemaakt van marmer. Er zijn geen andere materialen gebruikt.
Beeldelementen
KLEUR: Wat opvallend is aan de grotschilderingen, is dat er verschillende kleuren gebruikt worden. Ondanks dat men in die tijd niet veel had.
COMPOSITIE: Op de afbeeldingen zijn maar enkele tekeningen te zien. In de grot zelf, staan ze verspreid over de hele wand van de grot.
VORM: De manier van tekenen is eenvoudig maar duidelijk.
Renaissance schilderkunst
Door de val van het Griekse en Romeinse rijk, ging er veel kunst verloren. Met name over de eventuele schilderkunst was weinig bekend. Wel zien we in de beeldhouwkunst uit deze tijd invloeden van de Grieken en Romeinen. De schilderkunst van de Grieken en Romeinen werd pas in de 18e eeuw opgegraven en daaruit bleek dat zij de techniek van het toepassen van dimensie op het platte vlak nog niet goed ontwikkeld hadden. Dat was iets dat in de Renaissance op kwam. Kunstenaars begonnen geen platte figuren te maken maar gaven diepte aan de kunstwerken. De beeldhouwkunst en schilderkunst uit deze tijd gaan nauw samen omdat de in de schilderkunst de mensen en voorwerpen lijken te zijn gemaakt van klei door hun fijn afgewerkte vormen.



Capella degni Scrovegni (Bewening van Christus).
Giotto di Bondone. 1305.
Het is niet duidelijk wanneer de Renaissance schilderkunst precies begonnen is. Velen beweren dat Giotoo di Bondone de grondlegger is. Hij was een van de eerste die zijn schilderingen diepte gaf en alle vormen zo gaaf en fijn mogelijk afwerkte. Zijn kunst behoort dan ook tot de vroege Renaissance. Latere kunstenaars zoals Michelangelo waren zijn opvolgers en zette deze stijl in de rest van de Renaissance door.
Het schilderij hier boven is een van de werken van Giotto di Bondone. Ook hier zie je de fijn afgewerkte vormen en diepte terug.
De beeldelementen
KLEUR: Er is een kleurcontrast te zien tussen de opvallende blauwe achtergrond en de donkergele halo's om de hoofden van de personen.
VORM: de manier van weergave (glad en fijn afgewerkt) is nieuw voor de schilderkunst in deze tijd. Het is opvallend na de platte grove tekeningen in de eeuwen hier voor.
RUIMTE: De personen en voorwerpen op het schilderij hebben diepte. Dit komt omdat er me licht en schaduwen wordt gewerkt.
LICHT: Ook nieuw voor de schilderkunst is het werken met schaduwen. Wat voor het grootste deel zorgt voor het kunnen zien van diepte op een plat vlak.

Na de nog veelal Christelijke schilderkunst in de Renaissance ontstond er een stijl die hier van af week. Hoe er in de Renaissance klei achtige Christelijke figuren werden afgebeeld, zo werden in de Barok zo realistisch mogelijke taferelen geschilderd die de toeschouwers moesten laten ontroeren en meeslepen.
Hoogstwaarschijnlijk komt het woord "Barok" van het Portugese woord "Barucca" wat de naam is voor een bijzondere parel die een scheve vorm had. De parel was dus anders dan andere parels. De Barok stijl staat dan ook voor het in strijd gaan met de regels. De kunstwerken die werden gemaakt waren niet meer puur Christelijk en ook de architectuur kreeg meer en meer pracht en praal.
Barok in de staat
Het doel van de Barok kunststijl was om mensen weg te laten dromen bij de mooie beelden. Dit werd vooral gedaan met veel pracht en praal. Dit gebeurde ook in de architectuur. Het paleis van Versailles is hier een voorbeeld van.
Château de Versailles. Yvelines, Frankrijk.
Lodewijk XIV zag wat voor een invloed de Barok kunst -en bouwstijl had. De prachtige versieringen, pracht en praal pasten precies bij absolutistische leider zoals hij. Hij liet een kasteel bouwen dat het volk hun plaats moest laten kennen. Hij was de almachtig leider en het ideaal. Zij waren het volk. Het kasteel moest er het mooist van allen uit zien. Door deze instelling is het kasteel niet in één keer voltooid. Het is continu aangepast en vergroot door Lodewijk XIV zelf en ook andere leiders. Vanaf 1624 tot en met 1705 is het kasteel aangepast en vergroot.
Beeldelementen
STRUCTUUR: Ook al zien we fraaie krullende details in het gebouw. Toch zijn deze gestructureerd. Het gebouw bestaat aan de buitenkant uit kaders met elk dezelfde inhoud (een raam of een versiering in het midden). Deze herhaling geeft structuur aan het geheel.
KLEUR: De kleuren van de bakstenen en de versieringen en pilaren liggen dicht bij elkaar waardoor het gebouw sneller één geheel vormt.
Barok in de kerk
Ook de Kerk maakte gebruik van de Barok. Na de komst van het Protestantisme, was de Katholieke kerk veel aanhangers verloren. Door hun kerken op te knappen en zo prachtig mogelijk te maken, hoopten zij vroegere aanhangers terug te krijgen.
Plafondschildering San Ignazio, Rome.
Andrea Pozzo. (1691-1694)
Schilder Andrea Pozzo, was een van de kunstenaars die kerken voorzag van hun pracht en praal. De plafondschildering die hier te zien is, is een van zijn werken. Op de schildering zijn vele figuren te zien in een atmosfeer die niet werkelijk maar eerder dromerig is. De kenmerken van de schilderkunst in de Barok zijn extreem realisme, dramatische effecten, sterke licht/donker contrasten, veel emotie (op gezichten), beweging, diepte berekeningen en diagonalen.
De meeste kenmerken zijn terug te vinden in dit schilderwerk. De emotie op de gezichten is echter moeilijk te zien door de afstand waarop de foto genomen is.
Beeldkenmerken
LICHT: De clair-obscure effecten zijn terug te zien in dit schilderwerk. Dit wordt veel gedaan in de Barok schilderkunst.
RUIMTE: Vanaf de meeste hoeken in het gebouw lijkt het schilderwerk op een weerwar van personen in een zwevende ruimte. Echter, vanaf het centrum van de hal, is het lijnperspectief te zien. De pilaren lopen niet meer krom naar binnen maar gaan de diepte in.
COMPOSITIE: Op de schildering is heel veel te zien. Er is geen centraal punt waar je aandacht naar toe getrokken wordt. Het gaat hier om een asymmetrische compositie.
Barok in de Nederlandse Gouden Eeuw
De nachtwacht. 1842. Rembrandt van Rijn
Rijksmuseum Amsterdam.
Ook buiten de kerk en staat zette de Barok
stijl zich voort.
Een van de belangrijkste kunstenaars uit de Nederlandse geschiedenis is Rembrandt van rijn. Ook hij behoort tot de schilders uit de Barok stijl.
Zijn bekendste werk is De Nachtwacht dat momenteel door vele toeristen maar ook Nederlanders bewonderd wordt.
In het schilderij zie je een groot contrast tussen licht en donker wat typerend is voor Barok. De fijne gezichtsuitdrukkingen, beweging en drama zijn terug te zien.

De beeldelementen
LICHT: Zoals eerder genoemd is er een groot contrast tussen licht en donker te zien. De meeste mensen in het schilderij bevinden zich in de schaduw. Echter, lijkt het wel alsof twee personen (de jongedame in de beige jurk en de man met de verenhoed) in spotlights staan.

De negentiende eeuw is het tijdperk van de stoomlocomotief, de lift, de telefoon en vele andere moderne uitvindingen. Aan het begin van de eeuw lijkt het leven nog op dat van de eeuwen er voor, maar aan het einde van de negentiende eeuw is het leven volledig gemoderniseerd. De verlichting begint. Deze ontwikkelingen (en dus industrialisatie) zorgen voor een groot verschil tussen werkgevers en arbeiders. Veel mensen hebben baat bij de ontwikkelingen en velen ook niet. Zij voelen een soort verlangen naar vroegere tijden, een vlucht uit het alledaagse. Ook kunstenaars, die tot deze groep behoorden, hebben deze verlangens.
Zij schilderen taferelen waarin men weg kan dromen naar andere en betere tijden. Er wordt terug gekeken op de middeleeuwen en dit wordt nagebootst.


Romantieke kunst
Wandelaar boven de Nevelen. Caspar David Friedrich. 1818
Hamburger Kunsthalle.
De Romantische kunstenaar leidde een eenzaam leven. Niet alleen omdat zij meer dan anderen de verwerking van emoties konden verwerken, maar ook omdat de relatie tussen opdrachtgevers en kunstenaars volledig was omgekeerd. Schilders droomde over betere tijden en keerde zich dan ook het liefst af van alles wat met deze tijd te maken had. Zo ook rijke opdrachtgevers uit het het leven van de industriële ontwikkeling.

Ook Friedrich was een Romanticus. In zijn schilderij "De wandelaar boven de nevelen" staat de natuur centraal. De mens is nietig tegenover deze enorme rotsen en dikke mist. De mens kan zelfs met zijn industriële uitvindingen van deze tijd niet op tegen de wereld en zijn macht.
Beeldelementen
LICHT: in de romantiek gaf het licht/donker contrast de dromerige beelden nog mooier weer. in dit schilderij is dat ook te zien. De wandelaar en de rotsen zijn hard en donker terwijl de nevel zacht en licht is.
COMPOSITIE: in dit schilderij is er sprake van centrale compositie. De wandelaar staat in het midden van het doek. Je ziet hem als eerste. Daarna zie je de achtgrond van rotsen en nevel.
PERSPECTIEF: door de centrale compositie komt het lijnperspectief goed naar voren. Het verdwijnpunt is duidelijk.
Martelarenplein, Claude Fisco. 1775. Brussel
Een voorsprong van de Romantiek was het (neo)classicisme. Deze stijl richt zich nadrukkelijk op de tijd van de Grieken en Romeinen en niet perse op álle vormen van vroegere en betere tijden. In de architectuur is dit duidelijk te zien.

Op het Martelarenplein in Brussel staan enkele gebouwen waarin de invloed van de Griekse bouwstijl naar voren komt. De zuilen en witte kleur van het gebouw doen klassiek aan.
Ook staan er beelden op het plein. Deze geven toch een dromerige en emotionele indruk wat het begin van de romantiek kan zijn.
Beeldelementen
KLEUR: opvallend is dat het gebouw en de details vooral wit of een heel lichtgrijs zijn. Het valt in dezelfde toon.

De Romantiek is een reactie op de verlichting. Dit bekent niet dat dit de enige reactie was. Niet iedereen verzette zich tegen de vernieuwing. Er waren ook mensen en kunstenaars die het accepteerden.
De kunstenaars gaven dan ook de harde werkelijkheid weer. Arbeiders die aan het werk waren in alle mooie en minder mooie details. De realisten verlangden naar het echt zijn. Zij kregen daarom veel kritiek wanneer niet alles meer werd verscholen achter mooi afgewerkte details en dromerige beelden. Nee, de realisten wilden laten zien wat echt was en zich niet meer verschuilen achter waanzin.
Realistische kunst
Des glaneuses. Jean-Francois Millet. 1857
Musée d'Orsay, Parijs.
Een schoolvoorbeeld van de Realistische kunst is de Arenleessters van Millet. Op het schilderij zijn drie vrouwen te zien die de laatste graankorrels na de oogst oprapen. Deze vrouwen behoorden tot de laagste bevolkingsgroep. Millet doet geen enkel moeite om het mooier te laten lijken dan het is. De vrouwen zijn lomp, de kleuren zijn sober zoals het in werkelijkheid ook zou zijn en er zijn geen verbeeldingen te vinden.
De schildertechniek zelf heeft wel veel weg van de Romantiek. Alle details zijn duidelijk weer gegeven en het beeld is net echt.
Beeldelementen

KLEUR: wat opvalt is dat alle kleuren niet in heldere tonen zijn weer gegeven. Het schilderij oogt eerder muf dan sprekend.
COMPOSITIE: het meeste van dit schilderij speelt zich af in het midden van het schilderij. Daar focus je als eerste op. Later zie je achterin de hooibalen en de opzichter te paard. Je kunst spreken van een centrale compositie.
PERPECTIEF: Wat opvalt is dat geen één van de vrouwen boven de horizon uitkomt terwijl deze heel goed te zien is. Dit kan natuurlijk een symbolische betekenis hebben.
Tussen 1860 en 1870 ontstond er een nieuwe schilderstijl die ook de werkelijkheid weer wilde geven. Deze werd echter wel door de ogen van de schilder getoond. De kunstenaars schilderden veel uit het eigentijdse leven en het liefst ter plekken en zo snel mogelijk. De schaduwen konden namelijk buiten (waar men graag schilderde) snel veranderen. Hierdoor ontstond ook een nieuwe schildertechniek waarbij gebruik werd gemaakt van snelle stroken.
Lunch van de roeiers. Pierre-August Renoir. 1881.
The Phillips Collection, Washington DC.
Pierre-August Renoir is een voorbeeld van een impressionist. Op zijn schilderij is een lunch aan de gang. De personen staan er niet geposeerd op. Het zou zo een spontane foto kunnen zijn, afgezien van het tekort aan realisme door de snelle schildertechniek.
Beelelementen
KLEUR: Het kleur tegen kleur contrast van geel en blauw komt goed naar voren naast de witte details.
LICHT: Doordat alle kleuren op het schilderij sterk zijn aangezet, is er geen groot licht-donker contrast te zien. Alleen de achtergrond van bomen en struiken lijkt te verdoezelen achter de personen.
Modernisme
Na de tweede wereldoorlog ontstond er een kunststroming die zich verzette tegen de originele ideeën over kunst, literatuur, architectuur etc. De moderne wereld kon niet meer met die ideeën worden weer gegeven, dat moest gaan met hetzelfde gemak waarin men in deze tijd leefde.
Kenmerkend voor het modernisme is dat het initiatie steeds meer vanuit de kunstenaar zelf komt i.p.v. de opdrachtgever. Het is daarom ook vaar expirimenteel, radicaal, expressief en zoekend naar het eigen onderbewustzijn. Omdat in deze tijd landen veel makkelijkere contact hadden en van elkaar afhankelijk waren, richtte de kunst zich hier ook op. De kunst was niet alleen maar voor het eigen publiek maar ook voor de verre landen. Informatie over die landen werd dan ook regelmatig in de kunst toegepast. In het modernisme zijn de volgende stijlen te onderscheiden: fauvisme, primivitisme, expressionisme, kubisme, futurisme, dadaïsme, suprematisme, constructivisme, neo-neoplasticisme, surrealisme, spatialisme, de abstracte kunst en sociaal-realisme. Enkelen zullen worden toegelicht.
Expressionisme
Zoals de naam al doet denken, draait deze stijl om expressie. Het gaat hier om de expressie van de kunstenaar over de werkelijkheid. Kunstenaars konden landschappen schilderen en gaven deze dan weer op de manier van hoe het op hen over kwam. Zo konden er dus verschillende elementen verdwijnen of bijkomen. De werkelijkheid word dus vervormd. Het lijkt wat weg te hebben van het impressionisme. Bij het impressionisme staat de weergave van de werkelijkheid voorop, maar bij het expressionisme hebben de gevoelens en het onderbewuste van de kunstenaar voorrang.
Der schrei, Edvard Munch. 1893.
Nationaal museum voor Schone Kunsten, Oslo, Noowegen.
Edvard Munch was een expressionist die werd beïnvloed door het impressionisme en symbolisme, wat ook weer in verband staat met het onderbewuste. Het schilderij "De Schreeuw" is een van zijn meest aangrijpende werken. Het is een expressief zelfportret van Munch. Hij schilderde dit na het einde van de moeilijke relatie tussen hem een een getrouwde vrouw. Het schilderij is de weergave van een avondwandeling met twee vrienden van Munch. op dat moment bekeek Munch de omgeving die voor hem zo schreeuwde en zijn depressie aanwakkerde. Velen denken dat de naam van het schilderij slaat op de persoon op de voorgrond. Het slaat echter op de achtergrond waardoor de persoon ook zijn handen voor zijn oren heeft.
Niet alleen het verhaal er achter geeft aan dat het om expressie gaat, ook de schilderstijl. De omgeving en de personen zijn vervormd. De achtegrond kronkelt en omdat de achtergrond was wat voor Munch zo overheerste, is de persoon ook golvend terwijl de brug en de personen links gewoon van normale proportie zijn.
Beeldkenmerken
RUIMTE:Ondanks dat de omgeving vervormd is, kun je het verdwijnpunt nog steeds terugvinden. Mede dankzij de brug die diagonaal loopt.
KLEUR: De kleuren blauw en oranje zijn tegenovergestelde kleuren waardoor er een kleur tegen kleur contrast ontstaat. Dit "vloeken" draagt bij aan de emotie van het schilderij.
COMPOSITIE: Het gaat hier om een symmetrische/centrale compositie omdat de persoon in eerste instantie de aandacht vraagt.

Dadaïsme
Het dadaïsme is en kunstvorm die zich bezig hield met het combineren van verschillende kunstvormen zoals poëzie, beeldende kunst en theater. "Dada" kan worden aangeduid als ongeladen brabbel van een baby. Dat is ook waar het dadaïsme voor staat. Niet alles hoefde een diepe betekenis te hebben. Kunstwerken werden gemaakt, vrijwel alleen omdat de mogelijkheid er was. Zo werden er veel "ready made" kunstwerken gemaakt.
L.H.O.O.Q. Marcel Duchamp 1919.
Musée National d'Art Moderne.
Een voorbeeld van een ready made kunstwerk is L.H.O.O.Q. Het werk is een goedkope kopie van Leonardo da Vinci's Mona Lisa waar een snor op is geschilderd. De naam van het schilderij is een afkorting die, wanneer in het Frans opgenoemd, klinkt als een ordinaire uitspraak over Mona Lisa's achterwerk.
Een diepere betekenis dan het verzetten tegen eerdere regels in kunst zit er niet in.
Beeldelementen
COMPOSITIE: Het gaat hier om een centraal-compositie. Dit komt omdat het een portret is.
KLEUR: Duchkamp had meerdere versies van zijn werk. Dit werk is toevallig zwart/wit (licht-donker contrast). Maar er bestaan ook versies in kleur.
Surrealisme
In eerdere kunststromingen werd al een beroep op het onderbewuste gedaan. Het surrealisme neemt dit een stap verder. Het surrealisme gelooft in een hogere werkelijkheid dan het bewuste, zoals bijvoorbeeld dromen, die verwaarloosde gedachtes en ideeën naar voren brengen. Neuroloog Sigmund Freud was met zijn Traumdeutung, de theorie over de wereld van dromen, een belangrijk persoon voor vele surrealisten.
De volharding der herinnering. Salvador Dali 1931.
Museum of Modern Art. New York.
Op dit schilderij van Salvador Dali is ook een droomlandschap te zien. Het schilderij is realistisch geschilderd maar sommige elementen zijn niet werkelijk. De slappe klokken symboliseren het geen grip kunnen hebben op tijd.
Beeldelementen

PERSPECTIEF: ondanks dat het schilderij niet volledig realistisch is, is er een duidelijke horizon te zien wat duidt op een lijn perspectief.
LICHT: Het lijkt alsof de omgeving meerdere lichtbronnen heeft. Zo heeft het bruine blok schaduwen op twee aan elkaar grenzende vlakken.
KLEUR: de kleuren die het meest naar voren komen zijn lichtblauw en oker geel wat zorgt voor een kleur -tegen kleur contrast.
Abstracte kunst
Deze kunststroming heeft van allen de minst zichtbare relatie met de werkelijkheid. Elementen die hier het meest naar voren komen zijn kleur, vorm en lijn. Van perspectief is vrijwel niets te zien. Wel spelen onderliggende (onderbewuste) gedachten een grote rol.
Impressie III (concert). Wasilly Kandinsky. 1911
Städtische Galerie im Lenbachhaus, Munich
Naast de abstracte kunst die volledig ontnomen was van enige werkelijkheid, was er ook plaats voor half-abstracte kunst. Hier in was soms degelijk wel enige vorm van werkelijkheid te zien. Een voorbeeld hiervan is de Impressie III van Kandinsky. Kandinsky maakte dit schilderij nadat hij een symfonie van Schönberg had meegemaakt. In de abstracte kunst kreeg kleur en vorm een steeds grote rol. Kleur zou het gevoel kunnen vertegenwoordigen. Dat is te zien op dit schilderij. Men vermoed dat de vormen op de linkerhelft van het schilderij de muziekspelers zijn en dat de grote zwarte vlek de vleugel moet voorstellen.
Kandinsky heeft toegegeven dat de relatie tussen deze vormen en de werkelijkheid nauw is. Toch is het volgens hem vooral een uiting van gevoel. Kandinsky heeft het concert naar eigen zeggen ervaren in deze kleuren en vormen.
Beeldelementen
KLEUR: zoals eerder gezegd speelt kleur een belangrijke rol in de abstracte kunst. Het zou het gevoel vertegenwoordigen. De kleuren in het schilderij zijn allemaal in hun helderste vorm gebruikt.
RUIMTE: er is absoluut geen ruimte te zien in het schilderij. Er is geen lijnperspectief zichtbaar omdat het een abstract schilderij is.
Kubisme
Zoals de naam van deze kunststroming al doet vermoeden, speelt vorm hier een belangrijke rol. Paul Cézanne en Pablo Picasso kunnen worden gezien als de grondleggers van deze stijl. Volgens Cézanne waren dingen in de natuur volgens geometrische grondvormen opgebouwd. Deze nieuwe manier van zien was het uitgangspunt van het kubisme.

Jonge vrouwen van Avigno, Pablo Picasso. 1907
Museum of modern art, New York
De jonge vrouwen van Avignon is een van de eerste kubistische werken van Picasso. Op dit schilderij is nog duidelijk te zien wat de vormen voorstellen. Er zijn echter ook werken waarin dit totaal niet het geval is. Op het schilderij zijn vijf prostituees te zien.
Beeldelementen
VORM: opvallend is het contrast tussen rechte en bolle vormen. De vrouwen hebben mooie ronde vormen, maar ook hele hoekige (de neuzen) vormen. Dit geldt ook voor de achtegrond.
KLEUR: De kleuren van de vrouwen (roze, bruin en beige) vloeken met de achtergrond. Het is een kleur tegen kleur contrast.
RUIMTE: het schilderij is semi-realistisch. Er is te zien dat het om vijf vrouwen gaat. De diepte is verder moeilijk te zien.
In de loop van de jaren is schoonheid in de kunst steeds minder belangrijk geworden. In het modernisme zien we dat onderliggende (onderbewuste) gedachten een grote rol spelen. In de conceptuele kunst in de tweede helft van de twintigste eeuw en het heden is dit nog meer uitgebreid. Men begint niet meer met een ontwerp maar met een idee. Het kunstwerk vormt zich daar naar. Het concept is dus belangrijker dan het materiaal, wat aangeeft dat het ook niet perse mooi hoeft te zijn. De kunstwerken worden door menig mens gezien als "raar" en dagen je uit om dieper na te denken. De betekenissen liggen niet voor de hand.
Antropometrieën. Yves Klein. vanaf 1958
Een voorbeeld van conceptuele kunst zijn de antropometrieën van Yves Klein. Hij beschilderde de voorkanten van naakte vrouwen met blauwe verf en liet hen een afdruk op doeken en papier maken. In deze zogeheten Blauwe Periode organiseerde Klein een aantal presentatie waarbij de kunstwerken ter plekken onder begeleiding van een klein orkest gemaakt werden. Het tonen van het proces geeft aan dat het concept inderdaad erg belangrijk is.
beeldelementen
KLEUR: Yves maakte in het begin alleen maar monochroom blauwe werken. Aan de achtegrond deed hij niks. Er is dus altijd alleen maar blauw en wit te zien. Dit kan gezien worden als een licht-donker contrast. In zijn latere werken gebruikte hij gouden verf.
COMPOSITIE: In het voorbeeld is vooral centraal compositie te zien. In andere werken was dit niet perse zo.
PERSPECTIEF: Dit is een voorbeeld van een werk zonder enige diepte.
Futurisme
De twintigste eeuw is een eeuw van veel snelle ontwikkelingen. Een stijl die hier op aansluit is het kubisme. Deze schilderstijl heeft als thema's snelheid, energie, agressie, krachtige lijnen, de nieuwe technologie en voortgang. De futuristen zeggen niks met het kubisme te maken te hebben, maar de strakke lijnen en vormen lijken erg op elkaar. Toch is het ook een soort vorm van impressionisme omdat de werkelijkheid op de manier van de kunstenaar wordt weer gegeven.
Danseres op het bal Tabarin. Gino Severini. 1912
Privé verzameling, Milaan.
Enige vorm van werkelijkheid is te zien in het werk van Severini. Op het schilderij zijn vage vormen gezien. Er lijken een hoofd, romp en ledematen te zien die regelmatig en dubbel zijn afgewerkt waardoor er beweging onstaat.


beeldelementen
LICHT: de verschillende vlakken in het schilderij lijken donkere randen te hebben alsof het om losse onderdelen gaat. De achtergrond is veelal wit en grijs. De danseres heeft daarentegen vel af stekende kleuren.
RUIMTE: het perspectief in het schilderij is moeilijk te zien. We weten dat het om een danseres gaat maar meer weten we niet.
Full transcript