Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Stappenplan leesstrategie

No description
by

Heleen Ogier

on 16 June 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Stappenplan leesstrategie

Tekstverklaren - plan van aanpak
Ontwerp je eigen manier van aanpak.
Hoe je tekst verklaard is voor veel leerlingen verschillend. Officieel raadt het Cito aan dat je de volgende stappen zet:
Lees de (onder-)titel, bekijk plaatjes en hun onderschrift, lees kopjes boven alinea’s, scan de tekst en daarna lees je de eerste en laatste zin van iedere alinea (kernzinnen!).
Doel: globaal overzicht -> Waar gaat de tekst over?

Vervolgens lees je de hele tekst en ga je daarna met de tekst erbij de vragen beantwoorden. Goede strategie, maar ook tijdrovend.
Prima voor snelle lezers.

Ben je geen snelle lezer? Sla je enkele stappen over. Probeer
dit gewoon een aantal keer uit totdat je weet, wat voor jou het beste werkt.

Het hebben van een vaste aanpak geeft ook vertrouwen. Je voelt je (en je bent) voorbereid, want je hebt een plan!
Open vragen
Open vragen lokken vaak uit tot een heel kort antwoord. Bedenk dat de meest gemaakte fout van leerlingen “onvolledigheid in hun antwoord” is. Schrijf liever 4 woorden te veel, dan 1 te weinig! Een deel van de vraag herhalen kan een goede tactiek zijn. Een te kort antwoord kost je doorgaans punten.

Bv. Tekst:
Froukje heeft een dochter genaamd Anne en deze heeft 4 honden.
Vraag:
waarop slaat "deze"?
antw.: Anne (beter: de dochter van Froukje genaamd Anne)
waarop slaat "4"
? antwoord: de honden van Anne.
Meerkeuzevragen
Meerkeuzevragen zijn meestal opgebouwd uit deze elementen:

A Fout:
een antwoord dat vrij eenvoudig als fout te bepalen is. Soms wijkt het geheel af of bevat het alleen een letterlijk woord uit de tekst.
B Fout:
een afleider, m.a.w. een antwoord, dat wel lijkt op het goede antwoord, maar bij nadere beschouwing toch al snel onjuist blijkt te zijn. Deze hebben ook nog vaak een letterlijk stuk tekst in het antwoord zitten.
C Fout:
2e afleider, maar eentje die veel moeilijker als fout te herkennen is. Vaak staat er iets bij, wat gewoon niet in de tekst staat. Deze wordt helaas vaak door de leerlingen gekozen.
D Goed:
Het goede antwoord bevat maar zeer zelden letterlijke elementen uit de tekst. Meestal zal het goede antwoord een synoniem of een omschrijving bevatten.
Hoe kom ik tot het goede antwoord?
Er zijn twee manieren om het goede antwoord te zoeken:
1. Lees de vraag en de antwoorden.
Ga nu in de tekst zoeken naar een antwoord en kijk bij welke van de gegeven antwoorden jouw gevonden antwoord het beste past.
Sommige leerlingen doen een variant die ook vaak goed werkt: Ze lezen wel de vraag, maar niet de antwoorden. Vervolgens zoeken ze het antwoord in de tekst en omschrijven ze dat in eigen woorden. Dan pas kijken ze bij de gegeven antwoorden welke het beste in de buurt van hun omschrijving van het goede antwoord komt.
Deze manier(en) is (zijn) vrij snel, maar er sluipt nog wel eens een foutje in, omdat leerlingen soms te snel denken het goede antwoord gevonden te hebben, en vervolgens niet verder lezen, terwijl er wellicht een beter antwoord verderop in de tekst staat. Bij erg lastige vragen is het sowieso een minder goede methode.

2. Bij erg lastige vragen en als je bij de 1e methode twijfelt is het heel verstandig om het proces eens om te draaien:
Ga bij elk gegeven antwoord eens grondig na, waarom dit antwoord fout is. Dit dwingt je om nog preciezer en nauwkeuriger te kijken naar de tekst en het antwoord. Bij één antwoord kun je niets fouts ontdekken, dus dat is het goede antwoord.
Nadeel van deze methode is dat hij erg precies is, maar daarmee ook meer tijd in beslag neemt. Doe dit daarom niet bij alle vragen, tenzij je tijd genoeg hebt.
Algemene tips
- Antwoorden gaan meestal niet over de alinea heen. M.a.w. als er staat “zie alinea 3”, dan lees je deze alinea helemaal door en dan zou je het goede antwoord moeten kunnen achterhalen.

- Vragen staan meestal in de volgorde van de tekst. Als je bij vraag 7 moet kijken in alinea 5, dan zal vraag 8 normaal gesproken niet over alinea 2 gaan, tenzij dit duidelijk staat aangegeven. Sommige leerlingen beginnen telkens weer vooraan met lezen.

Let goed op
signaalwoorden en kijk naar de context.
Full transcript